Besluit van de Minister voor Medische Zorg van 17 januari 2019, kenmerk 1464902-185563-PZo, houdende vaststelling van beleidsregels en subsidieplafond inzake het subsidiëren van transparantie over de kwaliteit van zorg 2019 (Besluit vaststelling beleidskader subsidiëring transparantie over de kwaliteit van zorg 2019)
Gelet op de artikelen 1.3 en 2.1 van de Kaderregeling subsidies OCW, SZW en VWS;
Besluit:
Artikel 1. Vaststellen beleidskader 2019
De beleidsregels inzake de verstrekking van subsidies voor de stimulering van de transparantie door middel van het gebruiken van uitkomstinformatie bij Samen beslissen door patiënt en zorgverlener over de best passende behandeling in haar/zijn persoonlijke situatie, worden vastgesteld overeenkomstig de bijlage bij dit besluit.
Artikel 2. Intrekking beleidskader subsidiëring transparantie over de kwaliteit van zorg 2018
Het Besluit vaststelling beleidskader subsidiëring transparantie over de kwaliteit van zorg van 15 januari 2018 (Staatscourant 2018, nr. 3027) gewijzigd bij besluit van 14 juni 2018 (Staatscourant 2018, nr. 33527) wordt ingetrokken, met dien verstande dat dit beleidskader van toepassing blijft op subsidies die op grond van dit beleidskader zijn verstrekt.
Artikel 3. Subsidieplafond
Voor de subsidieverlening op grond van dit besluit is voor 2019 een bedrag van € 5.750.000 beschikbaar.
Artikel 4. Inwerkingtreding en vervaldatum
Dit besluit treedt in werking met ingang van 1 februari 2019.
Dit besluit vervalt met ingang van 1 januari 2020, met dien verstande dat het beleidskader van toepassing blijft op subsidies die op grond van dit beleidskader zijn verstrekt.
Artikel 5. Citeertitel
Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit vaststelling beleidskader subsidiëring transparantie over de kwaliteit van zorg 2019.
Bijlage
Deze bijlage hoort bij het Besluit vaststelling beleidskader subsidiëring transparantie over de kwaliteit van zorg 2019.
Beleidsregels betreffende de verstrekking van subsidies voor de stimulering van de transparantie door middel van het gebruiken van uitkomstinformatie bij Samen beslissen door patiënt en zorgverlener over de best passende behandeling in haar/zijn persoonlijke situatie.
I. Inleiding en doel
In de brief van de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) van 2 maart 2015 aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal1Kamerstukken II, 32 620, nr. 149 zijn beleidsdoelstellingen op het terrein van transparantie over de kwaliteit van zorg uiteengezet. Deze beogen de transparantie op het terrein van de kwaliteit van zorg te bevorderen, te verbeteren dan wel het bestaande aanbod op dit gebied te versterken, zodat de patiënt de benodigde informatie heeft en zelf kan meebeslissen over de best passende behandeling. Om het belang van het bevorderen van transparantie te onderstrepen, is 2015 betiteld als het Jaar van de Transparantie. Om de beleidsdoelstellingen te realiseren, zijn door de Minister van VWS extra middelen beschikbaar gesteld waardoor het mogelijk is om met een specifieke subsidie een impuls te geven aan de beoogde transparantie. De doelstelling is om een onomkeerbare beweging op dit onderwerp in gang te zetten met breed gedragen activiteiten waardoor de informatievoorziening over de zorg en het zorgaanbod en over de kwaliteit daarvan op toegankelijke wijze beschikbaar komt.
Subsidiëring op het terrein van VWS geschiedt op basis van de Kaderwet VWS-subsidies. De subsidies worden verstrekt met inachtneming van de voorschriften van de Kaderregeling subsidies OCW, SZW en VWS (hierna: de Kaderregeling). Daarin zijn de verplichtingen die over en weer tussen subsidieontvanger en subsidiegever gelden, neergelegd.
In artikel 1.2 van de Kaderregeling staat dat subsidies worden verstrekt die passen binnen het beleid, genoemd in artikel 2 van de Kaderwet VWS-subsidies. Overeenkomstig artikel 1.3 van de Kaderregeling kunnen die activiteiten en de voorwaarden waaronder subsidie kan worden verstrekt in een ministeriële regeling of in een beleidsregel nader worden bepaald.
Onderhavige beleidsregels vormen het kader voor de subsidieverstrekking ten behoeve van activiteiten die de transparantie op het terrein van zorg, het zorgaanbod en de kwaliteit daarvan bevorderen of verbeteren. Op de verstrekking van de subsidies zijn dus zowel de Kaderregeling als deze beleidsregels van toepassing.
Het terrein van de zorg is veelomvattend. Daarom worden in principe jaarlijks prioriteiten benoemd waarvoor impulssubsidies verstrekt kunnen worden. In deze beleidsregels wordt in onderdeel III het algemene kader uiteengezet dat voor de totale subsidieperiode, te weten de jaren 2016 tot 2020, geldt. Daarna volgt in onderdeel IV specifiek het beleid voor 2019.
In 2015 zijn financiële middelen ter beschikking gesteld om een impuls te geven aan de transparantie over de kwaliteit van de medisch specialistische zorg. De nadruk lag in 2016 op het thema ’Transparantie in de context van Samen beslissen’. Behandelaar en patiënt beslissen samen welke zorg het beste past en maken daarvoor gebruik van informatie over de (kwaliteit van) zorg. In 2017 was het onderwerp het stimuleren van transparantie over ‘Mogelijke psychosociale gevolgen bij ingrijpende somatische aandoeningen’. In 2018 was het thema ‘Gebruiken van uitkomstinformatie bij Samen beslissen’. Voor 2019 wordt hetzelfde thema aangehouden, waarbij de focus meer ligt op samenwerking in ketens in de curatieve zorg. In onderdeel IV is dit verder uiteengezet.
II. Rol Zorginstituut Nederland
Zorginstituut Nederland (hierna: het Zorginstituut) heeft met betrekking tot transparantie over de kwaliteit van zorg een belangrijke rol. Deze taken zijn beschreven in de artikelen 66a tot en met 66e van de Zorgverzekeringswet. Zo houdt het Zorginstituut een openbaar register bij waarin kwaliteitsstandaarden, informatiestandaarden en meetinstrumenten worden opgenomen die voldoen aan de criteria van het toetsingskader dat door het Zorginstituut is opgesteld. Daarnaast stelt het Zorginstituut een Meerjarenagenda op en draagt het zorg voor het verzamelen, samenvoegen en beschikbaar maken van informatie over de kwaliteit van de verleende zorg. Uit deze taken vloeit de regierol van het Zorginstituut voort om zorgbreed meer kwaliteitsgegevens en kwaliteitsinformatie beschikbaar en toegankelijk te maken voor de patiënt. In dat kader vraagt het Zorginstituut de subsidieontvangers om mee te werken aan rapportages aan het Zorginstituut ten behoeve van beleidsmatige informatie, die inzicht geven in de vorderingen van het project en daarmee ook van de vorderingen van de beleidsdoelstellingen.
De relevante partijen, patiënten, zorgverleners/zorgaanbieders en zorgverzekeraars, werken samen bij het vergroten van transparantie, ieder vanuit hun eigen perspectief. Het Zorginstituut heeft vanuit zijn wettelijke taken een regierol om de samenwerking tussen de relevante partijen bij het transparant maken van kwaliteitsinformatie te bevorderen. Het Zorginstituut is daarom de meest aangewezen organisatie om samen met deze drie partijen de transparantie een impuls te geven. De Minister van VWS heeft daarom het Zorginstituut gemandateerd om de subsidies voor transparantie over de kwaliteit van zorg te verstrekken. De basis voor de subsidieverstrekking in 2019 is dit beleidskader.
Ter voorbereiding op een nadere, concretere invulling van het beleidsthema heeft het Zorginstituut de relevante partijen geconsulteerd. Aan de hand van deze consultatie is het specifieke beleid voor 2019 nader geconcretiseerd in dit beleidskader. Met deze werkwijze is voldoende afstemming met partijen gezocht en is een zeker draagvlak gecreëerd dat kan bijdragen aan een succesvolle uitvoering en implementatie van de te subsidiëren projecten.
III. Algemeen kader voor subsidiëring van Transparantie over de kwaliteit van zorg
Wie komen in aanmerking voor subsidie
De subsidies die verstrekt worden op grond van deze beleidsregels zijn aan te merken als projectsubsidie. Uit de definitie van projectsubsidie in artikel 1.1 van de Kaderregeling vloeit voort dat de subsidieontvanger van een projectsubsidie een rechtspersoon of een natuurlijk persoon moet zijn.
Organisaties die werkzaam zijn op het terrein van zorg en die een impuls geven aan het door de Minister voor Medische Zorg vastgestelde jaarthema zoals vastgesteld in onderdeel IV, komen in aanmerking voor subsidie. Projecten zijn alleen subsidiabel indien zij aantoonbaar aan de hierna te noemen algemene criteria en de themaspecifieke criteria voor 2019 uit onderdeel IV voldoen.
Algemene voorwaarden en verplichtingen (algemene criteria voor 2019)
De Minister voor Medische Zorg wil met dit subsidieprogramma met jaarlijks wisselende thema’s een impuls geven aan transparantie over de kwaliteit van zorg. In algemene zin richt dit subsidieprogramma zich op projecten die leiden tot het beschikbaar komen en benutten van begrijpelijke keuze- en vergelijkingsinformatie voor de patiënt en betere vindbaarheid en toegankelijkheid van betrouwbare informatie voor patiënt en zorgverlener.
Voor het aanvragen van de subsidie wordt gebruik gemaakt van een formulier voor de subsidieaanvraag. In dit formulier dient door de aanvrager te worden aangetoond dat zij aantoonbaar voldoet aan alle volgende algemene criteria onder A. tot en met L.:
Niet subsidiabel zijn:
Ter toelichting
De ontvangers van de subsidies werken samen in een programma:
Hoogte, berekening en vaststelling van de projectsubsidie
De subsidie is aan te merken als een projectsubsidie. De bepalingen uit de Kaderregeling die op dat type subsidie betrekking hebben, zijn van toepassing. De kosten die gerelateerd zijn aan het in stand houden van de organisatie (exploitatiekosten) komen niet voor subsidiëring in aanmerking.
Transparantie over de kwaliteit van zorg kan tot het reguliere werkterrein en de verantwoordelijkheid van de betrokken organisaties worden gerekend. De subsidie op basis van deze beleidsregels is daarom aanvullend op de inzet van eigen middelen.
Voor de vaststelling van de subsidie wordt overeenkomstig artikel 7.1 van de Kaderregeling gebruik gemaakt van een formulier subsidievaststelling. Afhankelijk van de hoogte van het subsidiebedrag is een van de arrangementen bedoeld in artikel 1.5, onder a, c of d, van de Kaderregeling van toepassing. Bij deze arrangementen wordt rekening gehouden met de bijdragen van derden en de begrote eigen bijdrage.
IV. Activiteiten en criteria voor 2019
Thema voor 2019: Gebruiken van uitkomstinformatie bij Samen beslissen in ketens in de curatieve zorg
Aanleiding
Voor 2019 is het beleidsthema ‘Gebruiken van uitkomstinformatie bij Samen beslissen in ketens in de curatieve zorg’. Dit thema is in lijn met het Regeerakkoord ‘Vertrouwen in de toekomst’3Vertrouwen in de toekomst, Regeerakkoord 2017-2021, VVD, CDA, D66 en ChristenUnie, 10 oktober 2017 en de afspraken in het Hoofdlijnenakkoord medisch specialistische zorg (MSZ) 2019-20224Kamerstukken II, 29 248 Nr. 309. Hierin wordt ingezet op het belang van uitkomstinformatie ten behoeve van Samen beslissen in de spreekkamer, en het organiseren van de relevante netwerken daarvoor van zorgverleners die bij de zorg aan betreffende patiënt zijn betrokken. In de brief van de Minister voor Medische Zorg van 2 juli 2018 aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal5Kamerstukken II, 31 476 Nr. 21 over ‘Uitkomstgerichte zorg 2018-2022’ is aangegeven hoe de onderwerpen uit het Regeerakkoord en het Hoofdlijnenakkoord MSZ de komende jaren worden aangepakt.
In 2018 was het thema voor het beleidskader ‘Gebruiken van uitkomstinformatie bij Samen beslissen’. Voor 2019 wordt hetzelfde thema aangehouden, waarbij de focus meer ligt op samenwerking in ketens in de curatieve zorg. Projecten die een impuls geven aan het gebruiken van uitkomstinformatie in het proces van Samen beslissen door patiënt en zorgverlener over de best passende behandeling, waarbij wordt samengewerkt in ketens in de curatieve zorg, kunnen in aanmerking komen voor subsidie.
Voor de duidelijkheid staan hieronder een aantal in dit beleidskader gebruikte termen nader beschreven:
De bedoeling van ‘Gebruiken van uitkomstinformatie bij Samen beslissen in ketens in de curatieve zorg’
De bedoeling is dat de hele zorgsector zich meer gaat richten op de resultaten van de behandeling en dat patiënt en zorgverlener gezamenlijk beslissen wat voor de patiënt de best passende behandeling is. Van belang daarbij is dat de zorgverleners die bij de zorg aan betreffende patiënt betrokken zijn gebruik maken van uitkomstinformatie en die informatie met de patiënt en ook met elkaar delen. Het met elkaar delen van informatie is een voorwaarde om van elkaar te kunnen leren. Het organiseren van netwerken daarvoor van zorgverleners die bij de zorg aan betreffende patiënt zijn betrokken, is hierbij een randvoorwaarde. Hierbij kan gedacht worden aan netwerken tussen huisarts en medisch specialist, tussen fysiotherapeut en orthopeed, maar ook tussen huisarts en verloskundige.
Informatie over uitkomsten van zorg kan klinisch van aard zijn (percentage succesvolle operaties of percentage complicaties e.d.). Uitkomstinformatie kan daarnaast betrekking hebben op aspecten die van belang zijn voor de persoonlijke situatie van patiënten. Hiervoor is inbreng van patiënten nodig over de resultaten van een behandeling, ook wel patiëntgerapporteerde uitkomsten genoemd. Zij verstrekken informatie over de persoonlijke ziekte- en zorgbeleving. Het gaat hierbij om informatie over vragen als: Wanneer kan ik weer werken? Kan ik voor mijzelf zorgen? Wanneer verdwijnen de symptomen? Omdat duidelijker is wat de impact van een behandeling kan zijn, kunnen patiënt en zorgverlener met de inzet van uitkomstinformatie beter samen beslissen wat voor haar/hem de best passende zorg is. De ‘beste zorg’ bestaat niet. Het gaat om de ‘best passende zorg voor een patiënt’. Hetzelfde geldt voor ´de beste aanpak´ voor Samen beslissen. Wat werkt, wanneer en hoe, is mede afhankelijk van de doelgroep: mensen met bepaalde aandoeningen of in bepaalde omstandigheden, waaronder mensen met lage gezondheidsvaardigheden.
Uitkomstinformatie is een belangrijk instrument om succesvol samen te kunnen beslissen. Naast de beschikbaarheid van uitkomstinformatie zijn ook vaardigheden nodig bij zorgverleners en patiënten en/of hun naasten. Samen beslissen is een interactief, dynamisch proces. Daarvoor zijn informatiemiddelen zoals bijvoorbeeld keuzehulpen of andere beslisondersteunende instrumenten nodig. Maar ook vaardigheden op het terrein van communicatie en omgaan met informatie, of bijvoorbeeld inlevingsvermogen. Samen beslissen vraagt om een omslag van denken en doen in termen van behandelen (kwaliteit van behandeling) naar denken en doen in termen van hoe iemand te helpen weer te komen waar hij wil zijn (kwaliteit van leven).
Een project dat een impuls geeft aan het ‘Gebruiken van uitkomstinformatie bij Samen beslissen in ketens in de curatieve zorg’ dient altijd ingebed te zijn in het bredere kader van instrumenten en vaardigheden dat nodig is voor succesvol Samen beslissen.
Doelstelling van deze subsidieregeling
De doelstelling van jaargang 2019 van deze subsidieregeling is hetzelfde als voor jaargang 2018. Namelijk, om een impuls te geven aan het gebruiken van uitkomstinformatie bij Samen beslissen in de spreekkamer. Het verschil met 2018 is dat voor 2019 de focus ligt op samenwerking in ketens in de curatieve zorg ten behoeve van Samen beslissen. Het gebruiken van uitkomstinformatie – zoals klinische uitkomsten en patiëntgerelateerde uitkomsten – stelt patiënten en hun behandelaars beter in staat samen het gesprek te voeren en samen te beslissen over de best passende behandeling in iemands persoonlijke situatie. Dit gebeurt nu nog maar op beperkte schaal. Deze subsidieregeling is bedoeld om voorlopers te ondersteunen om uitkomstinformatie voor Samen beslissen in de spreekkamer geschikt te maken én te gebruiken. Een aanvullende doelstelling is dat naast betrokkenen in de zorgketen ook derden kunnen leren van de opgedane ervaringen binnen de gesubsidieerde projecten. Bijvoorbeeld door middel van het uitwisselen van ‘best practices’ en ‘do’s en don’ts’.
De subsidieregeling richt zich op ketens in de curatieve zorg, waarbij de focus ligt op samenwerking tussen de eerste en tweede en/of derde lijn, en/of samenwerking tussen verschillende beroepsgroepen in de eerste en/of tweede en/of derde lijn ten behoeve van het proces van Samen beslissen. Projecten borgen actieve en onafhankelijke patiëntenparticipatie gedurende het gehele traject. Daarbij richten subsidiabele activiteiten zich op het gebruiken van uitkomstinformatie bij Samen beslissen in de spreekkamer. Voorbeelden waaraan kan worden gedacht zijn:
Themaspecifieke criteria voor 2019
De beleidsprioriteiten zijn aan de hand van een veldconsultatie door het Zorginstituut nader uitgewerkt. Projecten dienen, naast aan de in onderdeel III genoemde algemene criteria, aantoonbaar te voldoen aan alle volgende themaspecifieke criteria onder a. tot en met l.:
Niet subsidiabel zijn:
Subsidieplafond en verdelingsmaatstaf
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.