Besluit van de directeur-generaal Bedrijfsleven en Innovatie van het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat van 17 januari 2019, nr. 19008742, houdende verlening van ondermandaat, volmacht en machtiging voor het directoraat-generaal Bedrijfsleven en Innovatie van het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat 2019 (Besluit ondermandaat, volmacht en machtiging voor het directoraat-generaal Bedrijfsleven en Innovatie van het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat 2019)

Type Ministeriële regeling
Publication 2024-02-15
State In force
Source BWB
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

Gelet op artikel 19 van het Besluit mandaat, volmacht en machtiging EZK 2019;

Besluit:

§ 1. Algemene bepalingen

Artikel 1

In dit besluit wordt verstaan onder:

§ 2. Taakverdeling tussen de directeur-generaal en de onder hem ressorterende functionarissen

Artikel 2

Aan de directeur-generaal is voorbehouden: het nemen van besluiten, het verrichten van privaatrechtelijke rechtshandelingen en het verrichten van andere handelingen dan een besluit of een privaatrechtelijke rechtshandeling betreffende de volgende aangelegenheden:

Artikel 3
1.

Aan de directeuren wordt, ieder voor zich, ondermandaat, volmacht en machtiging verleend voor aangelegenheden op zijn werkterrein met dien verstande dat het aangaan van financiële verplichtingen een bedrag van € 2.000.000 per verplichting niet te boven gaat.

2.

Aan de directeuren wordt tevens, ieder voor zich, voor de onder hen ressorterende medewerkers ondermandaat, volmacht en machtiging verleend voor:

Artikel 4
1.

Aan de MT-leden van een directie wordt, ieder voor zich, ondermandaat, volmacht en machtiging verleend voor aangelegenheden op zijn werkterrein met dien verstande dat het aangaan van financiële verplichtingen een bedrag van € 100.000 per verplichting niet te boven gaat.

2.

Aan de MT-leden van een directie wordt voorts, ieder voor zich, voor de onder hen ressorterende medewerkers ondermandaat, volmacht en machtiging verleend voor:

3.

In uitzondering op het eerste en tweede lid, geldt het ondermandaat, de volmacht en de machtiging aan de MT-leden van een directie niet voor aangelegenheden op hun werkterrein:

Artikel 5
1.

Aan het hoofd Algemene Zaken wordt ondermandaat, volmacht en machtiging verleend voor aangelegenheden op zijn werkterrein, met dien verstande dat het aangaan van financiële verplichtingen een bedrag van € 30.000 per verplichting niet te boven gaat.

2.

Aan het hoofd Algemene Zaken wordt voorts, voor de onder hem ressorterende medewerkers ondermandaat, volmacht en machtiging verleend voor:

Artikel 6
1.

Aan de Chief Analyst wordt ondermandaat, volmacht en machtiging verleend voor aangelegenheden op zijn werkterrein, met dien verstande dat het aangaan van financiële verplichtingen een bedrag van € 500.000 per verplichting niet te boven gaat.

2.

Aan de Chief Analyst wordt voorts, voor de onder hem ressorterende medewerkers ondermandaat, volmacht en machtiging verleend voor:

Artikel 7

Aan de coördinator Economische Zaken en Klimaat bij de Rijksdienst Caribisch Nederland wordt ondermandaat, volmacht en machtiging verleend voor aangelegenheden op zijn werkterrein met dien verstande dat het aangaan van financiële verplichtingen een bedrag van € 20.000 per verplichting niet te boven gaat.

Artikel 8

Aan de regioambassadeurs wordt, ieder voor zich, ondermandaat, volmacht en machtiging verleend voor aangelegenheden op zijn werkterrein met dien verstande dat het aangaan van financiële verplichtingen een bedrag van € 100.000 per verplichting niet te boven gaat.

Artikel 9
1.

Aan de secretaris ATR wordt ondermandaat, volmacht en machtiging verleend voor aangelegenheden op zijn werkterrein met dien verstande dat het aangaan van financiële verplichtingen een bedrag van € 300.000 per verplichting niet te boven gaat.

2.

Aan de secretaris ATR wordt tevens voor de aan hem ter beschikking gestelde medewerkers ondermandaat, volmacht en machtiging verleend voor:

Artikel 10

Aan de Commissaris Militaire Productie wordt ondermandaat, volmacht en machtiging verleend op zijn werkterrein, met uitzondering van:

Artikel 11

Aan de industriële-participatieadviseurs Militaire Productie wordt, ieder voor zich, ondermandaat, volmacht en machtiging verleend voor aangelegenheden met betrekking tot een in het kader van een compensatieovereenkomst of industriële-participatieovereenkomst ingediende claim die een bedrag van € 2.500.000 niet te boven gaan.

Artikel 12

Aan de industriële-participatieadministrateurs Militaire Productie wordt, ieder voor zich, ondermandaat, volmacht en machtiging verleend voor aangelegenheden met betrekking tot een in het kader van een compensatieovereenkomst of industriële-participatieovereenkomst ingediende claim die een bedrag van €250.000 niet te boven gaan.

§ 3. Vervanging

Artikel 13
1.

De uit dit besluit voor de directeuren voortvloeiende bevoegdheden gaan in geval van afwezigheid over op hun plaatsvervanger. Bij afwezigheid van zowel de directeur als zijn plaatsvervanger gaan de uit dit besluit voortvloeiende bevoegdheden over op een ander lid van het betrokken managementteam.

2.

De uit dit besluit voor de MT-leden voortvloeiende bevoegdheden gaan in geval van afwezigheid over op een ander MT-lid.

§ 3. Vervanging

Artikel 14

Het Besluit ondermandaat, volmacht en machtiging voor het directoraat-generaal voor Bedrijfsleven en Innovatie van het Ministerie van Economische Zaken 2015 wordt ingetrokken.

Artikel 15

Dit besluit treedt in werking met ingang van de eerste dag na uitgifte van de Staatscourant waarin het wordt geplaatst en werkt terug tot en met 1 januari 2019.

Artikel 16

Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit ondermandaat, volmacht en machtiging voor het directoraat-generaal Bedrijfsleven en Innovatie van het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat 2019.

Dit besluit zal in de Staatscourant worden geplaatst.

Artikel 6a

Vervallen

§ 3. Vervanging

§ 4. Slotbepalingen

Dit besluit zal in de Staatscourant worden geplaatst.

Artikel 7a

Aan het hoofd BTI wordt ondermandaat en machtiging verleend voor de uitvoering en handhaving van het stelsel van investeringstoetsen en het houden van toezicht op de naleving van dit stelsel, alsmede het houden van toezicht op de naleving van de Sanctiewet 1977 door niet-beursgenoteerde Nederlandse ondernemingen, met uitzondering van:

§ 4. Slotbepalingen

Dit besluit zal in de Staatscourant worden geplaatst.

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.