Beleidsregels van de Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid van 30 januari 2019, nr 2018-0000172386, tot vaststelling van beleidsregels op grond van het Besluit onderstand BES (Beleidsregels toepassing Besluit onderstand BES 2019)

Type Beleidsregel Bes
Publication 2025-01-01
State In force
Source BWB
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

Gelet op de artikelen 5, eerste lid, artikel 6, eerste lid, artikel 7, eerste lid, artikel 9, artikel 10, artikel 12, artikel 18, tweede lid onder a, artikel 20, artikel 30, artikel 32, aanhef en onder b, en artikel 33 van het Besluit onderstand BES;

Besluit van te stellen:

Beleidsregels toepassing Besluit onderstand BES 2019

Hoofdstuk 1. Inhoudsopgave

Artikel 1. Inhoudsopgave

Met deze beleidsregels wordt voorzien in het regelen van de volgende onderwerpen:

In hoofdstuk 2 ‘Kring van rechthebbenden’

In hoofdstuk 3 ‘Verplichtingen arbeidsinschakeling’

In hoofdstuk 4 ‘Toepassing algemene onderstand’

In hoofdstuk 5 ‘Aanvraag en criteria bijzondere onderstand’

In hoofdstuk 6 ‘Kostensoorten bijzondere onderstand’

In hoofdstuk 7 ‘Maatregelen en terugvordering’

In hoofdstuk 8 ‘Afwijking met het oog op onredelijke gevolgen’

Hoofdstuk 2. Kring van rechthebbenden

Artikel 2. Onderstand terugkerende eilandskinderen

De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (hierna: de Minister) past de uitsluitingsgrond in verband met het op het moment van aanvraag korter dan vijf jaar onafgebroken rechtmatig woonachtig zijn in de openbare lichamen, niet toe indien het betreft een persoon met de Nederlandse nationaliteit,

Deze personen worden in verband met deze beleidsregel kortheidshalve aangeduid als eilandskinderen.

Deze beleidsregel is ingegeven doordat de hierboven omschreven categorieën buiten de toepassing van de Wet toelating en uitzetting BES (WTU BES) vallen. Beëindiging van het verblijf in verband met onderstandsbehoeftigheid kan daarmee niet aan de orde zijn. De uitzondering in artikel 7, eerste lid, onder c, van het Besluit onderstand BES inhoudende dat indien naar het oordeel van ‘Onze Minister van Justitie’ de te voorziene onderstandsbehoeftigheid geen aanleiding zal zijn het recht tot verblijf van de betrokken persoon te beëindigen, er toch recht op onderstand kan zijn, is daarmee voor deze groep een dode letter, omdat de Minister van (Veiligheid en) Justitie niet aan een oordeel toekomt. Nu de WTU BES op hen niet van toepassing is, noch ook van overeenkomstige toepassing, behoeven zij voor hun verblijf in Caribisch Nederland geen visum, geen verklaring van rechtswege en ook geen verblijfsvergunning en geldt de voorwaarde van beschikken over voldoende middelen van bestaan voor hen niet. Daarom wordt nu geregeld dat betrokkene in deze situatie in afwijking van de vijf-jaarsregel onderstand kan krijgen, uiteraard indien en voor zover aan de overige voorwaarden voor het recht op onderstand wordt voldaan.

Hetzelfde geldt ten aanzien van Nederlanders die direct voorafgaand aan 10 oktober 2010 gedurende een ononderbroken periode van een jaar hun woonplaats in de Nederlandse Antillen hebben gehad op de eilanden Bonaire, Sint Eustatius of Saba en die geboren zijn elders binnen het Koninkrijk of aldaar de Nederlandse nationaliteit hebben verkregen. De voorgaande zin geldt ook voor de kinderen van deze Nederlanders, mits ook die kinderen voldoen aan dat woonplaatsvereiste.

Grondslag: Artikel 7, eerste lid, onderdeel c, Besluit onderstand BES (uitzondering vanwege beleid Minister van Veiligheid en Justitie).

Artikel 3. Opname inrichting buiten Caribisch Nederland

In afwijking van artikel 7, aanhef en onderdeel d, van het Besluit onderstand BES, blijft het recht op onderstand bestaan voor de persoon die de in onderdeel d genoemde duur van vier weken verblijf buiten de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba overschrijdt, indien en zo lang er sprake is van opname in een medische of psychiatrische inrichting buiten de openbare lichamen en ter zake een noodzakelijkheidsverklaring is ontvangen van de behandelend arts, doch maximaal voor de duur van 12 maanden.

In deze situatie van het Zorgverzekeringskantoor ontvangen daggeld wordt aangemerkt als inkomsten en als zodanig bij de beoordeling van het recht op onderstand betrokken.

Grondslag: Artikel 10 Besluit onderstand BES (individuele beoordeling op grond van zeer dringende reden).

Hoofdstuk 3. Verplichtingen arbeidsinschakeling

Artikel 4. Inspanningsverplichtingen met het oog op arbeidsinschakeling

De onderstandgerechtigde is, behoudens in de gevallen waarin ontheffing is verleend, met het oog op arbeidsinschakeling op grond van het Besluit onderstand BES verplicht om naar vermogen algemeen geaccepteerde arbeid te verkrijgen en deze te aanvaarden, zich aan te melden voor arbeidsbemiddeling bij het bestuurscollege van het openbaar lichaam en gebruik te maken van een door of vanwege het bestuurscollege aangeboden voorziening gericht op arbeidsinschakeling, alsmede mee te werken aan een onderzoek naar zijn mogelijkheden tot arbeidsinschakeling.

Voor een goede uitvoering van het in het Besluit onderstand BES bepaalde wordt het noodzakelijk geacht dat belanghebbende verschijnt bij oproepen door de Minister in verband met de plicht tot arbeidsinschakeling en de controle op de naleving daarvan, het openbaar lichaam in verband met arbeidstoeleiding en arbeidsbemiddeling en alle partijen die in het kader van de arbeidsinschakeling een rol spelen (bijvoorbeeld werkgevers, scholingsinstituten, bedrijfsarts, Arbodiensten).

Naleving van de plicht tot arbeidsinschakeling bevat tenminste de volgende gedragingen:

Tevens wordt van belanghebbende geëist dat hij meewerkt aan scholing, training en andere activiteiten, voorzieningen of vormen van ondersteuning die het openbaar lichaam inzet om de arbeidsbekwaamheid te behouden of te bevorderen. Indien hieraan niet wordt voldaan, bijvoorbeeld door niet te verschijnen op les- of trainingsdagen, wordt dit gezien als het niet meewerken aan het behoud of bevorderen van de arbeidsbekwaamheid.

Onder het meewerken aan activiteiten of werkzaamheden gericht op arbeidsinschakeling, wordt ook begrepen dat de belanghebbende zich als goed werknemer gedraagt op een (leer)werkplek.

Onder het meewerken aan een onderzoek als bedoeld in artikel 5, eerste lid, onder c, van het Besluit onderstand BES wordt ook begrepen het verlenen van toestemming aan de persoon of de instelling die het betreffende onderzoek heeft verricht, om de resultaten van het onderzoek aan de Minister bekend te maken.

Grondslag: artikel 5, eerste lid, Besluit onderstand BES.

Artikel 5. Vrijstelling verplichtingen arbeidsinschakeling

Onder dringende reden op basis waarvan tijdelijke ontheffing wordt verleend van de verplichting om naar vermogen algemeen geaccepteerde arbeid te verkrijgen en deze te aanvaarden en van de verplichting om zich bij het bestuurscollege van het openbaar lichaam aan te melden voor arbeidsbemiddeling wordt in elk geval verstaan:

Grondslag: artikel 5, tweede lid, Besluit onderstand BES.

Hoofdstuk 4. Toepassing algemene onderstand

Artikel 6. Vrijlatingsregeling vergoedingen medische uitzending

Niet tot de middelen van belanghebbende wordt gerekend een vergoeding met betrekking tot een medische uitzending op grond van artikel 1.13.4 van de Regeling aanspraken zorgverzekering BES aan een verzekerde op grond van die regeling of diens eventuele begeleider, tenzij vrijlating van deze vergoeding uit oogpunt van verlening van onderstand niet verantwoord is te achten.

Grondslag: artikel 12 en artikel 18, tweede lid, onderdeel a, Besluit onderstand BES.

Artikel 7. Vrijlatingsregeling inkomsten kinderalimentatie

Vervallen

Artikel 8. Basisbedrag bij opname in instelling

Bewoners van een instelling die een AOV- of AWW-uitkering hebben, hebben recht op zak- en kleedgeld ter hoogte van 10% van het bedrag van de volledige AOV-uitkering; het meerdere van hun uitkering gaat naar de instelling.

Naast AOV- en AWW-gerechtigden is er ook een groep personen die zijn opgenomen in een instelling (verzorgings-, bejaarden- of gezinsvervangend huis) en die noch AOV of AWW, noch andere eigen inkomsten hebben. Voor deze personen wordt voor de hoogte van de onderstand niet uitgegaan van het basisbedrag en de toeslagen van de artikelen 13 tot en met 17 van het Besluit onderstand BES, maar van het zak- en kleedgeldbedrag zoals dat geldt voor AOV- en AWW-uitkeringen.

Grondslag: Artikel 12, eerste lid, Besluit onderstand BES (op basis van individuele beoordeling afstemmen van de onderstand op de omstandigheden, mogelijkheden en middelen van de belanghebbende).

Artikel 9. Tegemoetkoming AOV-gerechtigden

Vervallen

Artikel 10. Toeslag arbeidsongeschiktheid bij tijdelijke of gedeeltelijke arbeidsongeschiktheid

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.