Besluit van de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport van 22 januari 2019, kenmerk 1464077-185556-J, houdende instelling van de Commissie Onderzoeksprogramma Geweld hoort nergens thuis (Instellingsbesluit Commissie Onderzoeksprogramma Geweld hoort nergens thuis)

Type Ministeriële regeling
Publication 2019-02-13
State In force
Source BWB
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

Gelet op artikel 2, eerste lid, van de Wet vergoedingen adviescolleges en commissies;

Besluit:

Artikel 1. Begripsbepalingen

In dit besluit wordt verstaan onder:

Artikel 2. Instelling en taak
1.

Er is een Commissie Onderzoeksprogramma Geweld hoort nergens thuis.

2.

De commissie heeft tot taak om een gedragen en samenhangend onderzoeksprogramma vast te stellen en uit te (laten) voeren, dat bestaat uit de volgende onderdelen:

3.

Het onderzoeksprogramma bestaat in ieder geval uit de onder a tot en met c genoemde onderdelen. Waar noodzakelijk of gewenst kan de commissie aan de bewindspersonen voorstellen doen om onderdelen toe te voegen.

Artikel 3. Samenstelling, benoeming, ontslag
1.

De commissie bestaat uit een voorzitter en vijf leden.

2.

De voorzitter en de andere leden worden door de minister benoemd.

3.

De benoeming geschiedt voor de duur van de commissie.

4.

Bij tussentijds vertrek van een lid kan de minister een ander lid benoemen.

5.

De voorzitter en andere leden kunnen worden geschorst en ontslagen door de minister.

Artikel 4. Instellingsduur

De commissie wordt ingesteld met ingang van 1 november 2018 en wordt opgeheven per 1 mei 2021.

Artikel 5. Leden
1.

Voor de periode van 1 november 2018 tot en met 1 mei 2021 worden tot lid van de commissie benoemd:

Artikel 6. Secretariaat
1.

De commissie wordt ondersteund door een secretariaat.

2.

Het secretariaat is voor de inhoudelijke uitvoering van zijn taak uitsluitend verantwoording schuldig aan de voorzitter van de commissie.

3.

De minister draagt, na overleg met de commissie, zorg voor het secretariaat ten behoeve van de werkzaamheden van de commissie.

Artikel 7. Werkwijze
1.

De commissie stelt haar eigen werkwijze vast.

2.

De commissie kan zich door andere personen doen bijstaan voor zover dat voor de vervulling van haar taak nodig is.

Artikel 8. Informatieplicht

De commissie verstrekt aan de bewindspersonen desgevraagd de door hen gewenste inlichtingen. De bewindspersonen kunnen inzage vorderen van zakelijke gegevens en bescheiden, voor zover dat voor de vervulling van hun taak redelijkerwijs nodig is.

Artikel 9. Vergoeding
1.

Aan de voorzitter wordt een vaste vergoeding per maand toegekend, waarbij de salarisschaal wordt vastgesteld op schaal 17, trede 5, van bijlage B van het Bezoldigingsbesluit Burgerlijke Rijksambtenaren 1984 en de arbeidsduur-factor op 8/36.

2.

Aan de andere leden wordt een vaste vergoeding per maand toegekend, waarbij de salarisschaal wordt vastgesteld op schaal 16, trede 5, van bijlage B van het Bezoldigingsbesluit Burgerlijke Rijksambtenaren 1984 en de arbeids-duurfactor op 4/36.

De voorzitter en de andere leden ontvangen een vaste vergoeding per maand. De toepasselijke salarisschaal voor de voorzitter is 17 en voor de andere leden 16 van bijlage B van het Bezoldigingsbesluit Burgerlijke Rijksambtenaren 1984. De arbeidsduurfactor voor de voorzitter is 8/36 en voor de andere leden 4/36.

Artikel 10. Kosten van de commissie
1.

De kosten van de commissie komen, voor zover goedgekeurd, voor rekening van de minister. Onder kosten worden in ieder geval verstaan:

2.

De commissie biedt zo spoedig mogelijk na haar instelling een begroting en een planning aan de minister aan.

Artikel 11. Verantwoording

De commissie biedt de minister jaarlijks een verslag aan waarin verslag wordt gedaan over de activiteiten van de periode waarin de commissie werkzaam is geweest.

Artikel 12. Openbaarmaking

De producten die door of namens de commissie worden vervaardigd of vergaard, worden niet door de commissie openbaar gemaakt, maar uitsluitend aan de bestuurlijke vertegenwoordigers van de partijen in de regio’s en aan de bewindspersonen overgedragen.

Artikel 13. Archiefbescheiden

De commissie draagt zo spoedig mogelijk na beëindiging van haar werkzaamheden of, zo de omstandigheden daartoe aanleiding geven, zoveel eerder, de bescheiden betreffende die werkzaamheden over aan het archief van de Directie Jeugd van het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport.

Artikel 14. Inwerkingtreding
1.

Dit besluit treedt in werking de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant, waarin het wordt geplaatst en werkt terug tot en met 1 november 2018.

2.

Dit besluit vervalt met ingang van 1 mei 2021.

Artikel 15. Citeertitel

Dit besluit wordt aangehaald als: Instellingsbesluit Commissie Onderzoeksprogramma Geweld hoort nergens thuis.

Dit besluit zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst en in afschrift worden gezonden aan betrokkenen.

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.