Besluit van de Minister voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking van 29 maart 2019, Min-BuZa.2019.3184-25, tot vaststelling van beleidsregels en een subsidieplafond voor subsidiëring op grond van de Subsidieregeling Ministerie van Buitenlandse Zaken 2006 (Subsidieprogramma SDG Results: Access to renewable energy)

Type Ministeriële regeling
Publication 2021-10-23
State In force
Source BWB
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

Gelet op de artikelen 6 en 7 van het Subsidiebesluit Ministerie van Buitenlandse Zaken;

Gelet op artikel 5.1 van de Subsidieregeling Ministerie van Buitenlandse Zaken 2006;

Besluit:

Artikel 1

Voor subsidieverlening op grond van artikel 5.1 van de Subsidieregeling Ministerie van Buitenlandse Zaken 2006 met het oog op resultaatgerichte financiering van activiteiten op het gebied van de verbetering van toegang tot hernieuwbare energie in ontwikkelingslanden gelden voor de periode vanaf inwerkingtreding van dit besluit tot en met 31 december 2026 de als bijlage bij dit besluit gevoegde beleidsregels.

Artikel 2
1.

Aanvragen voor subsidie in de eerste openstelling van het Subsidieprogramma SDG Results: Access to renewable energy worden ingediend vanaf 1 juli 2019 tot en met 27 september 2019, 12.00 uur Nederlandse tijd.

2.

Voor aanvragen voor subsidie in de tweede openstelling van het Subsidieprogramma SDG Results: Access to renewable energy geldt een nader bekend te maken openstellingsperiode.

3.

Aanvragen voor een subsidie in het kader van het Subsidieprogramma SDG Results: Access to renewable energy worden ingediend aan de hand van het daartoe door de minister vastgestelde aanvraagformulier en voorzien van de op het aanvraagformulier vermelde bescheiden.1Het aanvraagformulier is geplaatst op https://www.rvo.nl/subsidies-regelingen/sdg-7-results.

Artikel 3
1.

Voor subsidieverlening in het kader van het Subsidieprogramma SDG Results: Access to renewable energy geldt voor de periode vanaf de inwerkingtreding van dit besluit tot en met 31 december 2026 voor aanvragen bedoeld in artikel 2, eerste lid, een subsidieplafond van € 14.181.889, en voor aanvragen bedoeld in artikel 2, tweede lid, een subsidieplafond van € 8.318.111.

2.

De middelen die op grond van het in het eerste lid genoemde subsidieplafond beschikbaar zijn voor aanvragen, bedoeld in artikel 2, eerste lid, zijn als volgt verdeeld over de volgende thema’s:

Daarbij geldt dat indien middelen resteren van de middelen die beschikbaar zijn voor aanvragen gericht op één van beide thema’s, deze middelen beschikbaar komen voor aanvragen met betrekking tot het andere thema, voor zover deze aanvragen voldoen aan de maatstaven die in dit besluit zijn neergelegd.

3.

De verdeling van de middelen die op grond van het in het eerste lid genoemde subsidieplafond beschikbaar zijn voor aanvragen, bedoeld in artikel 2, tweede lid, volgt bij de nader bekend te maken openstellingsperiode, bedoeld in artikel 2, tweede lid.

Artikel 4

De verdeling van de subsidieplafonds bedoeld in artikel 3, tweede lid, vindt plaats op grond van een beoordeling overeenkomstig de maatstaven die in de bijlage bij dit besluit zijn neergelegd, met dien verstande dat uit alle aanvragen die voldoen aan de maatstaven, de aanvragen die het beste voldoen aan die maatstaven het eerst voor subsidieverlening in aanmerking komen, binnen het raam van een evenwichtige spreiding als bedoeld in artikel 8, derde lid, sub d, van het Subsidiebesluit Ministerie van Buitenlandse Zaken. Indien één van deze plafonds dreigt te worden overschreden door twee of meer aanvragen die in dezelfde mate voldoen aan de maatstaven, bepaalt de minister door middel van loting de definitieve plaats in de rangschikking.

Artikel 5

Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin het wordt geplaatst en vervalt met ingang van 1 januari 2027, met dien verstande dat het van toepassing blijft op subsidies die voor die tijd zijn verleend.

Bijlage

1. Achtergrond

Met het Subsidieprogramma SDG Results: Access to renewable energy (hierna te noemen het subsidieprogramma) wordt beoogd een bijdrage te leveren aan de uitvoering van de SDG-agenda.2SDG staat voor Sustainable Development Goals Het gaat om resultaatgerichte financiering van activiteiten die bijdragen aan SDG 7, toegang tot betaalbare, betrouwbare, duurzame en moderne energie voor iedereen. Tegelijkertijd draagt het subsidieprogramma ook bij aan andere SDG’s zoals 13 (Klimaatverandering bestrijden), 1 (Einde aan armoede), 3 (Goede gezondheid en welzijn), 5 (Gendergelijkheid), 8 (Waardig werk en economische groei) en 10 (Ongelijkheid verminderen).

Toegang tot hernieuwbare energie

Om de klimaatdoelen van Parijs te halen moet de wereld versneld over van fossiele brandstoffen naar hernieuwbare energie. Tegelijkertijd wordt gestreefd naar universele toegang tot moderne energie in 2030 en naar een verdubbeling van de snelheid van energiebesparing.

Meer dan 750 miljoen mensen hebben nog geen toegang tot elektriciteit. 2,6 miljard mensen koken nog met sterk vervuilende combinaties van inefficiënte technologieën en brandstoffen zoals mest, brandhout en houtskool. Het Nederlandse kabinet heeft zich daarom tot doel gesteld om 50 miljoen mensen te bereiken met toegang tot hernieuwbare energie in 2030.

Toegang tot moderne energiediensten biedt huishoudens, met name arme huishoudens, alternatieven voor onbetrouwbare, ongezonde, tijdrovende en relatief dure traditionele energievoorziening voor koken, verwarming, verlichting en communicatie. Arme huishoudens geven tot 20% van hun inkomen uit aan energiediensten van lage kwaliteit. Een gebrek aan elektriciteit beperkt de economische ontwikkeling in arme regio's. Het inademen van rook uit traditionele kookvuren en toestellen resulteert in ongeveer 4 miljoen sterfgevallen per jaar. De last van het verzamelen van brandhout en koken in door rook aangetaste omgevingen valt voornamelijk op vrouwen en meisjes, veelal geestdodend werk met een risico op gender-gerelateerd geweld en waarbij hun gezondheid in gevaar wordt gebracht. Daarnaast draagt traditioneel koken bij aan ontbossing, bodemdegradatie, lokale milieuvervuiling en klimaatverandering. Aangezien de meerderheid van de energie-armen in landelijke en peri-urbane gebieden woont, en hun koopkracht laag is, zijn oplossingen zoals een uitbreiding van het nationale netwerk financieel niet haalbaar noch een politieke prioriteit in de meeste landen. Als het huidige beleid en de bevolkingsontwikkeling zich voortzetten, zullen in 2030 nog steeds minstens 674 miljoen mensen geen toegang hebben tot elektriciteit en zullen bijna 2,3 miljard mensen nog steeds afhankelijk zijn van traditionele kookmethodes.32018 SDG7 Tracking: The Energy Progress Report, Custodian agencies

Het Nederlandse kabinet wil daarom de toegang tot decentrale hernieuwbare energie vergroten waarbij de private sector de belangrijkste motor voor het bereiken van huishoudens is. Verschillende technische oplossingen zijn al beschikbaar (en nieuwe worden ontwikkeld). Nieuwe bedrijfsmodellen zijn ontwikkeld, die passen bij de betaalkracht van armere consumenten. Maar binnen de huidige markten worden nog steeds vooral de relatief rijkere mensen in relatief dichtbevolkte locaties bereikt.

Innovatieve aanpak: resultaatgerichte financiering

Met het subsidieprogramma presenteert het Ministerie van Buitenlandse Zaken een innovatieve aanpak om private actoren te stimuleren hun activiteiten uit te breiden naar armere klantsegmenten en andere arme gebieden in de markten waarin ze nu al actief zijn.

De stimulering vindt plaats via een resultaatgerichte financiering in de vorm van subsidie waarmee de bijbehorende opstartrisico’s worden gedempt en de bijbehorende projectkosten worden verlaagd.

Voorschotverlening vindt pas plaats na onafhankelijke verificatie van de in de aanvraag opgenomen (deel)resultaten, te weten het aantal gerealiseerde aansluitingen op hernieuwbare energiediensten.

Aanvragers voor subsidie kunnen dit subsidieprogramma bijvoorbeeld gebruiken om de distributiekanalen uit te breiden naar nieuwe en meer uitdagende gebieden, en bedrijfsmodellen verder uit te breiden naar nieuwe, armere consumentensegmenten.

2. Uitvoerder

De Minister heeft de uitvoering van dit subsidieprogramma opgedragen aan de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO), agentschap van het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat. RVO zal dit subsidieprogramma uitvoeren namens de Minister op grond van een aan RVO verleend mandaat.

3. Begrippen

In dit subsidieprogramma wordt verstaan onder:

4. Subsidieprogramma

4.1. Doel

Het subsidieprogramma heeft tot doel om in totaal 2 miljoen arme mensen te voorzien van aansluiting op moderne energiediensten via samenwerking met de private sector. Het gaat hierbij om het behalen van resultaten op het gebied van toegang tot schoon koken met hernieuwbare energie en tot decentrale hernieuwbare elektriciteit in huishoudens. Het subsidieprogramma wil dit doen door beperkingen van de commerciële markt te verminderen door een financiële stimulans te geven aan de private sector om tijdelijke risico's voor marktontwikkeling op het gebied van hernieuwbare energie in ontwikkelingslanden te mitigeren en de bijbehorende projectkosten, te verlagen.

Het subsidieprogramma beoogt daarnaast bij te dragen aan de volgende nevendoelstellingen:

Tevens beoogt dit subsidieprogramma een significant gendereffect te hebben. Het subsidieprogramma wil bijdragen aan werkgelegenheid voor vrouwen. Toegang tot elektriciteit kan bijdragen aan inkomen-genererende activiteiten van vrouwen. Door de verbetering van de toegang tot schone kookoplossingen wordt de tijd die nodig is voor het verzamelen van brandhout en het schoonmaken van kookgerei verminderd. Deze activiteiten worden typisch gezien als de verantwoordelijkheid van vrouwen en meisjes. Bovendien zullen de negatieve gevolgen voor de gezondheid bij het koken op vaste biomassa, die met name meisjes en vrouwen treffen, aanzienlijk worden verminderd als gevolg van de introductie van schone of schonere kooktoestellen.

4.2. Doelgroep

De uiteindelijke begunstigden van dit subsidieprogramma zijn arme huishoudens in de landen vermeld op de landenlijst (zie annex 1), die momenteel geen of vrijwel geen gebruik maken van moderne energiediensten (dat wil zeggen die aansluiting hebben op tier 0 of hooguit tier 1), zoals schone kooktechnologieën en elektriciteit, en die zonder subsidie niet bereikt worden.

4.3. Wie kunnen in aanmerking komen voor een subsidie

Subsidies in het kader van dit subsidieprogramma zijn uitsluitend bedoeld voor NGO’s en ondernemingen die:

Alleen NGO’s of ondernemingen kunnen in aanmerking komen voor een subsidie in het kader van dit subsidieprogramma. Zij dienen hun aanvraag voor subsidie zelfstandig in te dienen, niet als penvoerder namens een samenwerkingsverband.

Aanvragers moeten daarnaast ten tijde van de indiening van de subsidieaanvraag voldoen aan het volgende:

Per openstelling kan één aanvrager hoogstens twee maal in aanmerking komen voor een subsidie in het kader van dit subsidieprogramma.

Integriteitsbeleid

Om in aanmerking te kunnen komen voor een subsidie moet de aanvrager aantonen dat hij een integriteitsbeleid heeft vastgesteld en dat hij procedures heeft ingevoerd om aan dat beleid toepassing te kunnen geven. Dit integriteitsbeleid en deze procedures zijn er om ernstige vormen van grensoverschrijdend gedrag, daaronder begrepen seksuele misdragingen, jegens medewerkers en derden bij de uitvoering van de activiteiten waarop de aanvraag betrekking heeft en de door hen ingeschakelde partijen, zo veel mogelijk te voorkomen, in voorkomend geval te onderzoeken, met passende maatregelen zo spoedig mogelijk te doen beëindigen en de gevolgen daarvan te mitigeren. De procedures zijn zodanig ingericht dat een tijdige melding van incidenten aan de minister is gewaarborgd.

Maximale bezoldiging

Om in aanmerking te kunnen komen voor een subsidie moet de aanvrager aantonen dat de organisatie een verantwoord niveau van bezoldiging van management en bestuur hanteert.

4.4. Adviestraject

Voordat een aanvrager subsidie kan aanvragen moet er eerst een concept note worden ingediend. Meer informatie hierover staat op de website van RVO.7https://www.rvo.nl/subsidies-regelingen/sdg-7-results

Na indiening van de concept note ontvangt de aanvrager binnen 6 weken een niet bindend advies van RVO. Het is daarna aan de potentiële aanvrager om wel of niet een subsidieaanvraag in te dienen.

4.5. Subsidiabele activiteiten

Om in aanmerking te kunnen komen voor een subsidie in het kader van dit subsidieprogramma dienen de activiteiten waarvoor subsidie wordt aangevraagd te zijn gericht op de energietoegang voor arme huishoudens en op één van de volgende thema’s:

De bovengenoemde ‘tiers’, oftewel aansluitniveaus, zijn gedefinieerd conform het Multi-Tier Framework for Measuring Energy Access van ESMAP, het Energy Sector Management Assistance Program van de Wereldbank (zie annex 2 bij dit subsidieprogramma).8http://www.worldbank.org/content/dam/Worldbank/Topics/Energy%20and%20Extract/Beyond_Connections_Energy_Access_Redefined_Exec_ESMAP_2015.pdf Of de in de aanvraag voorgestelde aansluiting toegang biedt tot de bovengenoemde ‘tiers’, wordt beoordeeld aan de hand van dit raamwerk.

De subsidie dient additioneel te zijn aan de gangbare bedrijfsactiviteiten én aan de doelmarkt en mag derhalve niet leiden tot marktverstoring.

De activiteiten moet resultaten opleveren in minimaal één van de landen op de landenlijst, zie annex 1.

Voor subsidie komen niet in aanmerking:

4.6. Duur activiteiten

Om in aanmerking te kunnen komen voor een subsidie in het kader van dit subsidieprogramma moeten de activiteiten in maximaal 4 jaar worden uitgevoerd.

4.7. Omvang van de subsidie

De subsidie per aanvraag bedraagt maximaal € 2.500.000. De aangevraagde subsidie mag niet lager zijn dan € 250.000. Het gevraagde subsidiebedrag is het bod maal het aantal aansluitingen, met een maximum van 35% van de begrote subsidiabele projectkosten. Overigens geldt daarbij dat per serviceniveau slechts één bod mag worden uitgebracht. Voor aansluitingen op verschillende serviceniveaus hoeven de biedingen niet gelijk te zijn. De aanvrager dient in zijn aanvraag te onderbouwen wat de projectkosten in de beoogde doelmarkt zijn.

5. Subsidiabele kosten

5.1. Uitgangspunt

De subsidiabele kosten betreffen de redelijkerwijs noodzakelijke projectkosten van de activiteiten en worden omgeslagen naar en afgerekend op basis van het aantal gerealiseerde aansluitingen (zie 4.5).

De aanvrager dient in zijn aanvraag te onderbouwen wat de projectkosten in de beoogde doelmarkt zijn ten opzichte van de soortgelijke aansluitkosten in zijn huidige markten.

5.2. Subsidiabele kosten

In ieder geval subsidiabel zijn de volgende soort kosten:

5.3. Niet subsidiabele kosten

In ieder geval niet subsidiabel zijn de volgende kosten:

6. Aanvraag

6.1. Vereisten

Om een aanvraag voor subsidie in het kader van dit subsidieprogramma te kunnen indienen dient de aanvrager eerst een advies van RVO te hebben verkregen zoals beschreven in paragraaf 4.4 (advies naar aanleiding van concept note). Per openstelling kan een aanvrager maximaal 2 aanvragen indienen voor een subsidie in het kader van dit subsidieprogramma.

De aanvraag wordt ingediend met gebruikmaking van een daartoe op de website van RVO9https://www.rvo.nl/subsidies-regelingen/sdg-7-results beschikbaar gesteld middel en voorzien van de daarin genoemde bijlagen.

De aanvraag wordt opgesteld in de Engelse taal en bevat in ieder geval:

Tevens moet de aanvrager verklaren dat hij op de hoogte is van de OESO-richtlijnen voor Multinationale Ondernemingen over maatschappelijk verantwoord ondernemen en de ILO-Verklaring inzake fundamentele principes en rechten op het werk, en dat hij hiernaar handelt. Ook dient hij op de hoogte te zijn van de FMO-uitsluitingslijst10https://www.fmo.nl/exclusion-list en geen activiteiten uit te voeren die op deze lijst benoemd zijn.

De uiterste termijn voor het indienen van aanvragen in de eerste openstelling van dit subsidieprogramma is 27 september 2019, 12.00 uur Nederlandse tijd. Aanvragen, inclusief alle verplichte bijlagen, dienen op dit tijdstip door RVO te zijn ontvangen.

6.2. Herstelperiode

In het kader van de aanvraagprocedure wordt met nadruk gewezen op artikel 7, derde lid, van het Subsidiebesluit Ministerie van Buitenlandse Zaken. Mocht een aanvraag onvolledig worden ingediend, dan kan de Minister vragen om een aanvulling. Als datum van ontvangst van de aanvraag zal vervolgens gelden de datum waarop de aanvraag is aangevuld. Indien een aanvraag pas in de laatste twee weken voor het verstrijken van de deadline wordt ingediend, loopt de aanvrager het risico dat de Minister geen toepassing zal geven aan zijn bevoegdheid om een aanvulling te vragen in verband met de tijd die is gemoeid met het controleren van alle aanvragen op volledigheid. In dat geval zal de aanvraag derhalve niet meer kunnen worden aangevuld, maar zal deze worden beoordeeld zoals zij primair is ingediend.

In het kader van de aanvraagprocedure wordt met nadruk gewezen op artikel 7, derde lid, van het Subsidiebesluit Ministerie van Buitenlandse Zaken. Mocht een aanvraag onvolledig worden ingediend, dan kan de Minister vragen om een aanvulling. Als datum van ontvangst van de aanvraag zal vervolgens gelden de datum waarop de aanvraag is aangevuld. Indien een aanvraag pas in de laatste twee weken voor het verstrijken van de deadline wordt ingediend, loopt de aanvrager het risico dat de Minister geen toepassing zal geven aan zijn bevoegdheid om een aanvulling te vragen in verband met de tijd die is gemoeid met het controleren van alle aanvragen op volledigheid. In dat geval zal de aanvraag derhalve niet meer kunnen worden aangevuld, maar zal deze worden beoordeeld zoals zij primair is ingediend.

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.