← Geldende tekst · Geschiedenis

Regeling van de Minister van Infrastructuur en Waterstaat, van 15 april 2019, nr. IENW/BSK-2019/72827, houdende vaststelling van regels voor de goedkeuring en het gebruik van tachografen alsmede de diplomaeisen van tachograaftechnici en de controle en toezichtbevoegdheden van de Dienst Wegverkeer en tot intrekking van de Regeling controleapparaten 2005 (Regeling tachografen)

Geldende tekst a fecha 2023-01-01

Gelet op artikel 2.4:12, aanhef en onderdelen f en g, en artikel 2.4:13, eerste lid, van het Arbeidstijdenbesluit vervoer;

BESLUIT:

Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen

Artikel 1:1. Begripsbepaling
1.

In deze regeling zijn de definities van artikel 2, tweede lid, van verordening (EU) nr. 165/2014 van toepassing.

2.

Onverminderd de in het eerste lid bedoelde definities, wordt in deze regeling verstaan onder:

Hoofdstuk 2. De erkenning tachografen en de erkenning bevoegdheid tachograaftechnicus

Artikel 2:1. Verlening erkenning tachografen
1.

De Dienst Wegverkeer verleent een erkenning tachografen voor bepaalde of onbepaalde tijd aan een aanvrager die beschikt over een werkplaats die voldoet aan de eisen, bedoeld in artikel 2:4.

2.

Bij een aanvraag voor een erkenning als bedoeld in het eerste lid legt de aanvrager over:

Artikel 2:2. Toekenning kenmerkteken werkplaats
1.

De Dienst Wegverkeer kent een kenmerkteken werkplaats toe aan:

2.

Bij verlies of diefstal van het kenmerkteken werkplaats kent de Dienst Wegverkeer uitsluitend op basis van een proces-verbaal van aangifte bij de politie een nieuw zegelnummer toe.

Artikel 2:3. Eisen aan de erkenning tachografen
1.

De erkenning tachografen vermeldt ten minste:

2.

Met de erkenning tachografen ontvangt de aanvrager de toegangscode voor de melding van de werkzaamheden, een schild en een sticker als bedoeld in artikel 1, eerste en tweede lid, van de Regeling publicatie modellen Dienst Wegverkeer 2014.

3.

Indien er een wijziging is van de gegevens, bedoeld in het eerste lid, stelt de erkenninghouder de Dienst Wegverkeer hiervan zo spoedig mogelijk op de hoogte.

4.

Een werkplaats wordt slechts in één erkenning tachografen vermeld.

Artikel 2:4. Eisen aan een werkplaats
1.

Een werkplaats voldoet aan de eisen, bedoeld in bijlage I.

2.

Een fabrikant van motorrijtuigen hoeft, voor werkzaamheden waarbij de parameters van de tachograaf aan de hand van een theoretische berekening worden vastgesteld in motorrijtuigen die voor het eerst in gebruik worden genomen, niet te voldoen aan de volgende eisen in bijlage I:

3.

De erkenninghouder bewaart het materiaal dat en de apparatuur die nodig is voor het verzegelen van tachografen en de toegangscode, bedoeld in artikel 2:3, tweede lid, in de werkplaats op een wijze die voor onbevoegden niet toegankelijk is.

4.

De tachograaftechnicus en de erkenninghouder dragen er zorg voor dat de werkplaatskaart en de bevoegdheidspas met bijbehorende pincodes niet toegankelijk zijn voor onbevoegden.

Artikel 2:5. Verlening diploma tachograaftechnicus
1.

De Stichting VAM verleent een diploma tachograaftechnicus indien de aanvrager het examen tachograaftechnicus met goed gevolg heeft afgelegd.

2.

De Stichting VAM verleent op aanvraag een bewijs bevoegdheidsverlenging indien de aanvrager het examen bevoegdheidsverlenging met goed gevolg heeft afgelegd.

3.

De examens, bedoeld in het eerste en tweede lid:

Artikel 2:6. Verlening erkenning bevoegdheid tachograaftechnicus
1.

De Dienst Wegverkeer verleent op aanvraag aan een natuurlijk persoon een bevoegdheidspas indien de aanvrager een diploma overlegt als bedoeld in artikel 2:5, eerste lid.

2.

Het diploma, bedoeld in het eerste lid, is op het moment dat de bevoegdheidspas wordt aangevraagd, minder dan twee jaar geleden verstrekt aan de aanvrager.

3.

Een bevoegdheidspas heeft een geldigheidsduur van vier jaar.

4.

De Dienst Wegverkeer verstrekt een pincode tezamen met een bevoegdheidspas.

5.

Een bevoegdheidspas wordt, op het moment dat de geldigheidsduur van de pas afloopt, verlengd met vier jaar indien de aanvrager een bewijs bevoegdheidsverlenging als bedoeld in artikel 2:5, tweede lid, overlegt.

6.

Uitsluitend indien een persoon bij een fabrikant werkzaam is, wordt:

Hoofdstuk 2a. Mobiele onderzoekseenheden en inrichtingen

Artikel 2a:1. Begripsbepaling

In aanvulling op de definities genoemd in artikel 1:1 wordt in dit hoofdstuk verstaan onder:

Artikel 2a:2. Eisen aan een mobiele onderzoekseenheid en inrichting
1.

Een mobiele onderzoekseenheid of inrichting voldoet aan de eisen genoemd in bijlage Ia.

2.

Een mobiele onderzoekseenheid verricht geen werkzaamheden in een werkplaats waarvan de erkenning tachografen is geschorst of in de laatste twee jaar is ingetrokken en niet tussentijds opnieuw is verleend.

Artikel 2a:3. Gelijkstelling erkenning tachografen
1.

De houder van een erkenning als installateur of reparateur voor een mobiele onderzoekseenheid, verleend op grond van de Regeling controleapparaten 2005 zoals die luidde onmiddellijk voorafgaand aan het tijdstip waarop deze regeling in werking treedt, is een erkenninghouder als bedoeld in deze regeling.

2.

Voor 1 januari 2020 overlegt een houder van een erkenning als bedoeld in het eerste lid, aan de Dienst Wegverkeer een overzicht van de inrichting of inrichtingen waar die erkenninghouder werkzaamheden wil kunnen verrichten.

3.

De Dienst Wegverkeer verstrekt binnen vier weken nadat de erkenninghouder het overzicht, bedoeld in het tweede lid, heeft overgelegd, een bewijs erkenning mobiele onderzoekseenheid waarop de adressen staan vermeld van inrichtingen waar werkzaamheden zijn toegestaan.

4.

Het bewijs, bedoeld in het derde lid, is tijdens werkzaamheden aanwezig in de mobiele onderzoekseenheid.

5.

Indien er een wijziging is van de gegevens genoemd in het tweede lid, stelt de erkenninghouder de Dienst Wegverkeer hiervan zo spoedig mogelijk op de hoogte.

Artikel 2a:4. Horizonbepaling

Dit hoofdstuk en de verwijzingen in de artikelen 5:1 en 5:2 naar dit hoofdstuk, inclusief de op dit hoofdstuk gebaseerde bijlage, vervallen met ingang van 1 juni 2025.

Hoofdstuk 3. Procedure van werkzaamheden

Artikel 3:1. Algemene bepalingen over de procedure van werkzaamheden
1.

De werkzaamheden worden uitgevoerd in de werkplaats met inachtneming van de relevante bepalingen uit dit hoofdstuk en de instructies van de fabrikant of importeur over:

2.

De erkenninghouder stelt aan de tachograaftechnicus de apparatuur, handleidingen en andere actuele documentatie ter beschikking die nodig zijn om de werkzaamheden aan de tachograaf uit te voeren.

3.

Voor het gebruik van de werkplaatskaart wordt onder testen verstaan: toetsing van een tachograaf voor de eerste ingebruikname van een voertuig of tachograaf, of voor de reparatie van een tachograaf of bij andere aan de tachograaf gerelateerde werkzaamheden.

Artikel 3:2. Controle datum eerste toelating
1.

Er worden geen werkzaamheden aan een in Nederland geregistreerd voertuig verricht dan nadat het kentekenregister is geraadpleegd om de datum van eerste toelating en het voertuigidentificatienummer van het motorrijtuig waarin de tachograaf is geïnstalleerd, vast te stellen.

2.

Er worden geen werkzaamheden verricht en degene die de werkzaamheden wil laten uitvoeren wordt naar de Dienst Wegverkeer doorverwezen indien:

3.

In een nieuw motorrijtuig worden de werkzaamheden aan de tachograaf uiterlijk uitgevoerd op het tijdstip dat het motorrijtuig voor het eerst in gebruik wordt genomen en wordt ingezet voor wegvervoer waarop Verordening (EG) nr. 561/2006 van toepassing is.

4.

In geval de werkzaamheden betrekking hebben op een tachograaf in een niet in Nederland geregistreerd motorrijtuig worden de datum van eerste toelating en het voertuigidentificatienummer van het motorrijtuig geraadpleegd via het voor dat motorrijtuig afgegeven kentekenbewijs.

5.

In afwijking van het vierde lid mag controle van de datum van eerste toelating achterwege worden gelaten indien de nieuwste generatie en versie van de tachograaf in het motorrijtuig is geïnstalleerd.

Artikel 3:3. Manipulatiecontrole
1.

De tachograaftechnicus beoordeelt tijdens de werkzaamheden of de tachograaf is gemanipuleerd en of er manipulatieapparatuur aanwezig is.

2.

De manipulatiecontrole bestaat uit de volgende elementen:

3.

Vaststelling van manipulatie dan wel aanwezigheid van manipulatieapparatuur wordt zo spoedig mogelijk aan de Dienst Wegverkeer gemeld met gebruikmaking van een door de Dienst Wegverkeer daartoe bekendgemaakt formulier.

Artikel 3:4. Certificaat van onmogelijkheid van gegevensoverdracht
1.

Indien een tachograaftechnicus een digitale tachograaf buiten bedrijf stelt of in een ander motorrijtuig installeert, stelt hij direct, voor zover dit mogelijk is, alle gegevens uit het apparaat veilig.

2.

Indien het niet mogelijk is de gegevens veilig te stellen, wordt dit aan de Dienst Wegverkeer gemeld met gebruikmaking van een door de Dienst Wegverkeer daartoe bekendgemaakt certificaat van onmogelijkheid van gegevensoverdracht.

3.

Op schriftelijk verzoek van de werkgever of de persoon, bedoeld in artikel 2:7, eerste lid, van de wet, verstrekt de erkenninghouder aan hem de gegevens uit de digitale tachograaf die dat bedrijf betreffen dan wel het certificaat van onmogelijkheid van gegevensoverdracht.

Artikel 3:5. Afsluiting van de werkzaamheden
1.

De werkzaamheden worden afgesloten met een proefrit om te controleren dat de tachograaf naar behoren functioneert.

2.

Na afloop van de werkzaamheden wordt een afdruk technische gegevens gemaakt van de tachograaf.

Artikel 3:6. Melding werkzaamheden aan de Dienst Wegverkeer
1.

Na beëindiging van de werkzaamheden meldt de tachograaftechnicus die de werkzaamheden heeft verricht de volgende gegevens aan de Dienst Wegverkeer:

2.

In afwijking van het eerste lid, onderdeel b, wordt, indien het motorrijtuig niet of nog niet is voorzien van een Nederlands kenteken, het volledige identificatienummer gemeld.

3.

De in het eerste lid bedoelde meldingsplicht geldt niet voor fabrikanten van motorrijtuigen, voor zover het de werkzaamheden betreft in motorrijtuigen die voor de eerste maal in gebruik worden genomen.

Artikel 3:7. Aanbrengen installatieplaatje na melding werkzaamheden
1.

Na de melding, bedoeld in artikel 3:6, eerste lid, of de werkzaamheden als bedoeld in artikel 3:6, derde lid, wordt een installatieplaatje aangebracht.

2.

Het in het eerste lid bedoelde installatieplaatje wordt niet eerder aangebracht dan nadat door de Dienst Wegverkeer is medegedeeld dat:

Hoofdstuk 4. Het bewaren van gegevens

Artikel 4:1. De registers
1.

De erkenninghouder houdt een register bij van de manipulatieformulieren en van de certificaten van onmogelijkheid van gegevensoverdracht, bedoeld in artikel 3:3, derde lid, en artikel 3:4, derde lid, die in de in zijn erkenning tachografen genoemde werkplaats of werkplaatsen worden opgemaakt.

2.

De erkenninghouder houdt een register bij van de werkzaamheden die worden verricht in de in zijn erkenning tachografen genoemde werkplaats of werkplaatsen. Het register bevat de gegevens, bedoeld in bijlage II.

3.

De erkenninghouder houdt een register bij van het gebruik van de werkplaatskaart. Dit register bevat een overzicht per maand van de op de werkplaatskaart vastgelegde gegevens.

4.

De erkenninghouder bewaart de in dit artikel bedoelde gegevens ten minste 3 jaar en maakt daartoe regelmatig een back-up.

5.

De in dit artikel genoemde registers zijn eenvoudig door de Dienst Wegverkeer te raadplegen.

6.

Dit artikel is niet van toepassing op fabrikanten van motorrijtuigen, mits zij zich uitsluitend beperken tot werkzaamheden aan tachografen in motorrijtuigen die voor de eerste maal in gebruik worden genomen.

Hoofdstuk 5. Toezicht, intrekking en schorsing erkenning tachografen

Artikel 5:1. Steekproefsgewijze controle
1.

De Dienst Wegverkeer kan werkzaamheden aan een steekproefsgewijze controle onderwerpen.

2.

De steekproefsgewijze controle vangt aan op het moment dat de Dienst Wegverkeer de erkenninghouder meedeelt dat deze controle gaat plaatsvinden.

3.

Na aanvang van de steekproefsgewijze controle worden aan of in het voertuig of de tachograaf waarop de controle ziet, gedurende 90 minuten geen handelingen verricht.

4.

Voorafgaande aan de steekproefsgewijze controle overhandigt de erkenninghouder of tachograaftechnicus de aan de werkzaamheden gerelateerde documenten en het installatieplaatje aan de Dienst Wegverkeer.

5.

Tijdens de steekproefsgewijze controle:

6.

De erkenninghouder ontvangt na de steekproefsgewijze controle slechts een door een medewerker van de Dienst Wegvervoer getekend steekproefcontrolerapport indien:

7.

Het rapport, bedoeld in het zesde lid, wordt ook getekend door de tachograaftechnicus of erkenninghouder.

Artikel 5:2. Intrekking en schorsing erkenning tachografen
1.

De Dienst Wegverkeer trekt op verzoek van een erkenninghouder een erkenning tachografen geheel of gedeeltelijk in.

2.

De Dienst Wegverkeer kan een erkenning geheel of gedeeltelijk intrekken of schorsen bij een overtreding van artikel 6, eerste lid, van de Regeling tachograafkaarten en de artikelen 2:4, eerste, derde en vierde lid, 2a:2, 3:1, eerste en tweede lid, 3:2, 3:3, 3:4, 3:5, 3:6, 3:7, 4:1, 5:1 en 5:3, derde lid.

3.

Een schorsing als bedoeld in het tweede lid bedraagt ten hoogste twaalf weken.

4.

Na intrekking van de erkenning levert de voormalig erkenninghouder zo spoedig mogelijk het merkteken werkplaats in.

Artikel 5:3. Intrekking en schorsing bevoegdheidspas
1.

De Dienst Wegverkeer trekt op verzoek van een tachograaftechnicus zijn bevoegdheidspas in.

2.

De Dienst Wegverkeer kan de geldigheid van een bevoegdheidspas intrekken of schorsen bij overtreding van de artikelen 6, eerste lid en 7, tweede lid, onderdeel a, van de Regeling tachograafkaarten en de artikelen 3:2, eerste lid, 3:3, 3:4, eerste en tweede lid, 3:6, eerste lid, 3:7 en 5:1, derde, vierde en vijfde lid.

Hoofdstuk 6. Overgangs- en slotbepalingen

Artikel 6:1. Wijziging Regeling tachograafkaarten

Wijzigt de Regeling tachograafkaarten.

Artikel 6:2. Overgangsbepalingen
1.

Een erkenning als installateur of reparateur verleend op grond van de Regeling controleapparaten 2005 wordt gelijkgesteld met een erkenning tachograaf verleend op grond van deze regeling.

2.

Een bevoegdheidspas verstrekt op grond van de Regeling controleapparaten 2005, wordt voor de resterende looptijd gelijkgesteld met een bevoegdheidspas als bedoeld in artikel 2:6, eerste lid.

3.

Aan de eisen ten aanzien van de hefbrug dan wel inspectieput zoals opgenomen in bijlage I van deze Regeling wordt voldaan op 1 juli 2020.

4.

Een erkenning als installateur of reparateur, verleend op grond van de Regeling controleapparaten 2005 zoals die luidde onmiddellijk voorafgaand aan het tijdstip waarop deze regeling in werking treedt, voor een mobiele onderzoekseenheid die op grond van artikel 2a:3, eerste lid, geldigheid heeft, vervalt met ingang van 1 juli 2025.

Artikel 6:3. Inwerkingtreding

Deze regeling treedt in werking met ingang van 15 juni 2019.

Artikel 6:4. Intrekking regelgeving

De Regeling controleapparaten 2005 wordt ingetrokken.

Artikel 6:5. Citeertitel

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling tachografen.

Bijlage I. Overzicht eisen aan werkplaatsen

De werkplaats is:

In de werkplaats zijn aanwezig:

In de werkplaats is een inspectieput of hefinrichting aanwezig:

In de werkplaats is de volgende apparatuur aanwezig:

In de werkplaats is, in goede staat van onderhoud en voorzien van CE-markering en aanvullende metrologische markering, aanwezig voor de typen tachografen waarop de werkzaamheden zien:

Bijlage I. Overzicht eisen aan werkplaatsen

De werkplaats is:

In de werkplaats zijn aanwezig:

In de werkplaats is een inspectieput of hefinrichting aanwezig:

In de werkplaats is de volgende apparatuur aanwezig:

In de werkplaats is, in goede staat van onderhoud en voorzien van CE-markering en aanvullende metrologische markering, aanwezig voor de typen tachografen waarop de werkzaamheden zien:

Bijlage Ia. Overzicht eisen aan inrichtingen en mobiele onderzoekseenheden

De inrichting is:

In de inrichting of mobiele onderzoekseenheid zijn aanwezig:

In de inrichting is een inspectieput of hefinrichting aanwezig:

In de inrichting is de volgende apparatuur aanwezig:

In de mobiele onderzoekseenheid is, in goede staat van onderhoud en voorzien van CE-markering en aanvullende metrologische markering, aanwezig voor de typen tachografen waarop de werkzaamheden zien:

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

Artikel 2:4.a. Aanwijzing exameninstantie installateur en reparateur tachograaf

Als instantie als bedoeld in artikel 9:3, eerste lid, van de wet wordt aangewezen de Stichting VAM (IBKI) te Nieuwegein.

Hoofdstuk 2a. Mobiele onderzoekseenheden en inrichtingen

Hoofdstuk 3. Procedure van werkzaamheden

Hoofdstuk 4. Het bewaren van gegevens

Hoofdstuk 5. Toezicht, intrekking en schorsing erkenning tachografen

Hoofdstuk 6. Overgangs- en slotbepalingen

Bijlage II. Gegevens voor in het register van werkzaamheden

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.