Regeling van de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en de Staatssecretaris van Financiën van 25 maart 2019, nr. 2019-0000113361, houdende regels met betrekking tot de uitwerking van de begrippen in de verdeelmaatstaven van het provinciefonds en gemeentefonds alsmede vaststelling van de verdeelsleutel voor een enkele verdeelmaatstaf (Regeling uitwerking verdeelmaatstaven provinciefonds en gemeentefonds)

Type Ministeriële regeling
Publication 2019-04-30
State In force
Source BWB
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

Paragraaf 1. Algemeen

Artikel 1

In deze regeling wordt verstaan onder:

Artikel 2

Voor de maatstaven waarvoor het CBS de bron is, worden de uitkomsten van de telling of berekening van het CBS gebruikt, tenzij anders is bepaald.

Artikel 3

Indien voor een maatstaf gegevens aan de topografische kaart worden ontleend, wordt daarvoor de meest recente topografische kaart gebruikt, tenzij anders is bepaald.

Paragraaf 2. Maatstaven provinciefonds

Paragraaf 2. Maatstaven provinciefonds

Artikel 8

Voor het gewogen gemiddelde aandeel van de verschillende grondsoorten, bedoeld in artikel 12 van het besluit, zijn de wegingsfactoren voor:

Artikel 9

De aandelen van de gemeenten in de tegemoetkoming, bedoeld in artikel 18, tweede lid, van het besluit, worden vastgesteld in bijlage 1 bij deze regeling.

Artikel 10
1.

Tot een etnische minderheid als bedoeld in maatstaf 12 van bijlage 2 bij het besluit worden uitsluitend de personen gerekend van wie ten minste een van de ouders is geboren in Marokko, Suriname, Turkije of de Caribische delen van het Koninkrijk.

2.

Tot de houders van een verblijfsvergunning op grond van asiel als bedoeld in maatstaf 12 van bijlage 2 bij het besluit, worden de personen gerekend aan wie een verblijfsvergunning als bedoeld in artikel 8, onderdeel c of d, van de Vreemdelingenwet 2000 is verleend.

Artikel 11
1.

In dit artikel wordt verstaan onder:

2.

Het aantal potentiële lokale klanten in een gemeente, bedoeld in maatstaf 13 van bijlage 2 bij het besluit, wordt berekend door het aantal potentiële klanten van alle woonkernen in een gemeente bij elkaar op te tellen.

3.

Het aantal potentiële lokale klanten van een woonkern is het aantal klanten dat een woonkern aantrekt uit alle omliggende woonkernen.

4.

Het aantal klanten dat de aantrekkende woonkern aantrekt uit één omliggende woonkern wordt berekend door het gecorrigeerde aantal inwoners van de omliggende woonkern te vermenigvuldigen met de toeloopkans.

5.

De toeloopkans wordt berekend door de aantrekkingskracht van de aantrekkende woonkern te delen door de gezamenlijke aantrekkingskracht van de aantrekkende woonkern en concurrerende woonkernen.

6.

De aantrekkingskracht van zowel de aantrekkende woonkern als de concurrerende woonkern wordt berekend op basis van de volgende formule:

waarbij Ak de aantrekkingskracht weergeeft, I het gecorrigeerde aantal inwoners en A de afstand in kilometers tot de omliggende woonkern.

7.

De afstand tot de omliggende woonkern, bedoeld in het zesde lid, is de hemelsbreed gemeten afstand tussen de zwaartepunten van de aantrekkende of concurrerende woonkern en de omliggende woonkern in kilometers. De coördinaten van een zwaartepunt worden bepaald door het gewogen gemiddelde te bepalen van de coördinaten van de middelpunten van de rastervierkanten die de kern vormen. De weging geschiedt op basis van het totaal van verblijfsobjecten en stand- en ligplaatsen per rastervierkant. De afstand van de aantrekkende woonkern tot zichzelf wordt op één kilometer gesteld.

Artikel 12

Voor de berekening van het aantal potentiële regionale klanten van een woonkern, bedoeld in maatstaf 14 van bijlage 2 bij het besluit, is artikel 11 van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat:

Artkel 13
1.

Tot het aantal leerlingen voortgezet onderwijs, bedoeld in maatstaf 15 van bijlage 2 bij het besluit, worden de leerlingen gerekend die in de gemeente het onderwijs, bedoeld in artikel 5, onderdelen a tot en met c, van de Wet op het voortgezet onderwijs, volgen.

2.

Correctie vindt plaats door het aantal leerlingen, bedoeld in het eerste lid, te vermenigvuldigen met 0,8.

Artikel 14
1.

Tot het aantal leerlingen van een speciale school voor basisonderwijs, bedoeld in maatstaf 15a van bijlage 2 bij het besluit, worden de leerlingen gerekend die in de gemeente onderwijs volgen aan een speciale school voor basisonderwijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op het primair onderwijs.

2.

Tot het aantal leerlingen voortgezet speciaal onderwijs, bedoeld in maatstaf 15a van bijlage 2 bij het besluit, worden de leerlingen gerekend die in de gemeente:

3.

Indien in een gemeente een gesloten accommodatie voor jeugdzorg dan wel een justitiële jeugdinrichting met gemeentelijke verantwoordelijkheid voor onderwijshuisvesting aanwezig is, wordt het aantal leerlingen dat het onderwijs, bedoeld in het tweede lid, onderdeel b, in deze instellingen volgt, gelijkgesteld aan de toegekende leerlingencapaciteit in deze instellingen voor dit onderwijs.

4.

Correctie vindt plaats door:

Artikel 15

Voor het aantal hectaren binnenwater, bedoeld in maatstaf 19 van bijlage 2 bij het besluit, is de omschrijving van binnenwater van het CBS van toepassing, met dien verstande dat:

Artikel 16
1.

Voor het aantal hectaren buitenwater, bedoeld in maatstaf 20 van bijlage 2 bij het besluit, zijn de omschrijvingen van het buitenwater van het CBS van toepassing, met dien verstande dat:

2.

Het aantal in aanmerking te nemen hectaren buitenwater in een gemeente bedraagt maximaal 10.000 hectare.

Artikel 17

Indien de gemiddelde hoogwaterlijn van een gemeente per topografische kaart sterk fluctueert en de gemeente ten gevolge van deze fluctuatie een onevenredig groot financieel nadeel of financiële onzekerheid ondervindt, kan Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties besluiten voor deze gemeente uit te blijven gaan van een eerdere topografische kaart.

Artikel 18
1.

Het oppervlak van de bebouwing, bedoeld in de maatstaven 21 tot en met 23a van bijlage 2 bij het besluit, wordt vastgesteld aan de hand van de contouren van panden zoals deze zijn opgenomen in de Basisregistratie Adressen en Gebouwen.

2.

Panden die volgens de topografische kaart worden aangemerkt als kas, warenhuis of tank worden niet als bebouwing meegerekend.

Artikel 19

Het aantal hectaren historische kernen, bedoeld in maatstaf 27 van bijlage 2 bij het besluit, en het aantal meters historische waterweg, bedoeld in maatstaf 28 van bijlage 2 bij het besluit, wordt vastgesteld in bijlage 2 bij deze regeling.

Artikel 20

De bewoonde oorden 1930, het aantal woningen 1930 in bewoonde oorden en het aantal woningen 1930 in historische kernen in bewoonde oorden, bedoeld in de maatstaven 29 en 30 van bijlage 2 bij het besluit, wordt vastgesteld in bijlage 3 bij deze regeling.

Artkel 21
1.

De oeverlengte, bedoeld in de maatstaven 34 en 35 van bijlage 2 bij het besluit, is de lengte van de omtrek van de vlakken water volgens de topografische kaart in hectometers.

2.

In afwijking van de omschrijving van het binnenwater worden bij het vaststellen van de vlakken water, bedoeld in het eerste lid, ook alle watervlakken kleiner dan 10.000 vierkante meter meegerekend.

3.

Bij de bepaling van de oeverlengte zijn de lijnen die de begrenzing vormen tussen buitenwater en land, dan wel buitenwater en binnenwater uitgesloten.

Paragraaf 4. Overige bepalingen

Artikel 22

Paragraaf 3 en de bijlagen 1, 2 en 3 van de Regeling meet- en rekenregels verdeelmaatstaven provinciefonds en gemeentefonds vervallen.

Artikel 23

De Regeling meet- en rekenregels verdeelmaatstaven provinciefonds en gemeentefonds wordt ingetrokken.

Artikel 24
1.

Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.

2.

Paragraaf 1, paragraaf 3, artikel 22 en de bijlagen 1, 2 en 3 werken terug tot en met 1 januari 2016.

3.

Paragraaf 2 en artikel 23 werken terug tot en met 1 januari 2017.

Artikel 25

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling uitwerking verdeelmaatstaven provinciefonds en gemeentefonds.

Bijlage 1. Maatstaf Investeringsbudget Stedelijke Vernieuwing (ISV) (bijlage bij artikel 9 van de Regeling uitwerking verdeelmaatstaven provinciefonds en gemeentefonds)

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.