← Geldende tekst · Geschiedenis

Besluit van de Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport van 25 april 2019, kenmerk 1517626-189561-DMO, houdende de vaststelling van de Beleidsregels inzake de subsidiëring van projecten en activiteiten ten behoeve van de participatie en emancipatie van de Sinti en Roma in Nederland (Besluit vaststelling beleidsregels inzake de subsidiëring van projecten en activiteiten ten behoeve van de participatie en emancipatie van de Sinti en Roma in Nederland)

Geldende tekst a fecha 2019-05-01

Gelet op artikel 1.3 en 2.1 van de Kaderregeling subsidies OCW, SZW en VWS;

Besluit:

De datum van inwerkingtreding ligt voor de datum van uitgifte.

Artikel 1

De beleidsregels inzake de subsidiëring van projecten en activiteiten ten behoeve van de participatie en emancipatie van de Sinti en Roma in Nederland worden vastgesteld overeenkomstig de bijlage bij dit besluit.

Artikel 2

Voor subsidieverlening op grond van dit besluit is per jaar een bedrag van € 500.000 beschikbaar. Subsidie voor studiebeurzen zijn hiervan uitgezonderd.

Artikel 3

Het Besluit vaststelling subsidieplafond en vaststelling beleidsregels inzake Beleidskader voor de subsidiëring van projecten en activiteiten ten behoeve van de participatie en emancipatie van de Sinti en Roma in Nederland, van 8 april 2015, wordt ingetrokken.

Artikel 4

Dit besluit treedt in werking met ingang van 1 mei 2019.

Artikel 5

Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit vaststelling beleidsregels inzake de subsidiëring van projecten en activiteiten ten behoeve van de participatie en emancipatie van de Sinti en Roma in Nederland.

Bijlage

Deze bijlage hoort bij het Besluit vaststelling beleidsregels inzake de subsidiëring van projecten en activiteiten ten behoeve van de participatie en emancipatie van de Sinti en Roma in Nederland.

Beleidsregels voor de subsidiëring van projecten en activiteiten ten behoeve van de participatie en emancipatie van de Sinti en Roma in Nederland

Inleiding

Het Ministerie van VWS is na de ontbinding van het Nederlands Instituut Sinti en Roma (NISR) in gesprek gegaan met Sinti en Roma om inzicht te krijgen in de wensen en behoeften binnen die gemeenschap over het bestemmen van de hierna overgebleven middelen. Het doel van VWS is om de middelen zo te beleggen dat zij ten goede komen aan de participatie en emancipatie van Sinti en Roma in Nederland.

Het is, mede gezien de geschiedenis van deze middelen, van belang dat de betrokkenheid van Sinti en Roma in het gehele proces gewaarborgd wordt. Voorkomen moet worden dat er óver en niet mét Sinti en Roma wordt gesproken over beleid dat hen aangaat. Bij brief van 30 oktober 2012 aan de Tweede Kamer over de nieuwe aanpak is aangegeven dat het vervolgtraject samen met Sinti en Roma wordt vormgegeven 1Tweede Kamer, vergaderjaar 2012–2013, Aanhangsel Handelingen, nr. 408.. Ik ben er namelijk van overtuigd dat alleen mét Sinti en Roma acties ingezet kunnen worden die daadwerkelijk zullen leiden tot een verbeterde maatschappelijke positie. Mijn visie daarbij is dat activiteiten die gericht zijn op samenwerken, zoals tussen Sinti en Roma en tussen Sinti, Roma en overheden op alle niveaus de grootste kans van slagen hebben.

Een landelijke werkgroep van Sinti en Roma heeft begin 2013 een eerste inventarisatie van wensen gedaan op basis waarvan VWS rond de zomer van 2013 gesprekken heeft gevoerd met Sinti en Roma organisaties, zogenaamde ‘sleutelfiguren’, intermediairs en diverse professionals die werkzaam zijn binnen de gemeenschappen.

Deze mensen waren bereid om hun eigen opvattingen, expertise en netwerk met mijn departement te delen. Het Ministerie van VWS heeft dankbaar gebruik gemaakt van dit netwerk om (focus-) groepsgesprekken te organiseren waarin de ideeën uit de individuele gesprekken getoetst konden worden aan draagvlak binnen de gemeenschap en waar tevens nieuwe ideeën ingebracht konden worden. Dit soort gesprekken zijn gevoerd tot het moment dat een verzadigingspunt was bereikt; er kwamen geen nieuwe visies of gezichtspunten meer naar voren.

Een veelheid aan onderwerpen die Sinti en Roma dagelijks en persoonlijk raken is tijdens die gesprekken aan de orde gekomen; zowel grote als kleine onderwerpen waarin de problemen maar ook de kansen benoemd werden. Men wil met blijvend respect voor de oorsprong van de middelen en de eigen cultuur, investeren in toekomst van de kinderen.

In een tweetal bijeenkomsten met Sinti en Roma zijn de ideeën besproken die vielen binnen de kaders die ik uiteen heb gezet en welke terug zijn te vinden in deze beleidsregels. De onderwerpen zijn in een aantal thema’s geclusterd. Gezien het draagvlak dat er onder de Sinti en Roma is voor deze thema’s, zijn deze door mij akkoord bevonden en vormen dan ook de basis van deze beleidsregels.

Het is de bedoeling om de Sinti en Roma met behulp van deze middelen, zelf in staat te stellen om de komende jaren hun positie in de maatschappij te verstevigen. Mijn standpunt daarbij is dat Sinti en Roma niet alleen in het voortraject maar ook bij de beoordeling van voorstellen een stem moeten hebben. Ik heb dan ook een adviescommissie samengesteld die mij zal adviseren bij het beoordelen van de subsidieaanvragen. De criteria voor de beoordeling van de aanvragen zijn neergelegd in deze beleidsregels.

Voorgeschiedenis

Op 21 maart 20002Tweede Kamer vergaderjaar 1999–2000, 25 839, nummer 13. heeft het kabinet, naar aanleiding van het verschijnen van een aantal onderzoeksrapporten, besloten gelden ter beschikking te stellen aan bepaalde groepen vervolgingsslachtoffers. Dit als erkenning van geconstateerde tekortkomingen in het naoorlogs rechtsherstel. Het naoorlogs rechtsherstel is een instrument geweest om het materiële onrecht zoveel mogelijk te herstellen.

Aan de Sinti en Roma gemeenschap is 30 miljoen gulden (13,61 miljoen euro) ter beschikking gesteld omdat zij na de Tweede Wereldoorlog grotendeels buiten het rechtsherstel zijn gebleven en bovendien met grote kilte in de maatschappij zijn bejegend.

In november 2000 is de Stichting Rechtsherstel Sinti en Roma (SRSR) opgericht om de gelden te beheren en rechtmatig te verdelen. In overleg met het Ministerie van VWS en met instemming van de Tweede Kamer is een uitkeringsreglement voor individuele uitkeringen opgesteld. Vervolgens is een subsidiereglement voor collectieve doelen opgesteld.

Het aantal aanvragen bleek al snel veel lager dan de verwachtingen. Het kabinet heeft daarom in 2002 besloten om het bedrag dat na het uitkeren van de individuele uitkeringen resteerde niet terug te laten vloeien in de staatskas maar toe te voegen aan de middelen die al beschikbaar waren gesteld voor collectieve doeleinden en op deze wijze ten goede te laten komen aan de gehele Sinti- en Roma-gemeenschap in Nederland 3Staatscourant 4 juni 2002, nr. 103 / pag. 22, Tweede Kamer, vergaderjaar 2003–2004, 20 454 en 25 839, nr. 66. Het beschikbaar houden van de resterende rechtsherstelmiddelen voor de gemeenschap was gekoppeld aan deze brede insteek.

Met draagvlak van gemeenten, maatschappelijke organisaties en Sinti en Roma zelf is gekozen voor een samenhangende, brede aanpak om de maatschappelijke positie van de gehele Sinti- en Roma-gemeenschap in Nederland succesvol aan te kunnen pakken.

Ter uitvoering van deze doelstelling, is het eerdergenoemde NISR door de Stichting Afwikkeling Rechtsherstelgelden Sinti en Roma (SARSR, opvolger SRSR) in 2010 opgericht om een projectbureau te beheren vanwaar activiteiten gefinancierd zouden worden die bijdragen aan het verbeteren van de maatschappelijke positie van de Sinti- en Roma-gemeenschap in Nederland. Het NISR zou toezien op het ondersteunen en versterken van de participatie, met aandacht en respect voor de eigen identiteit van de gemeenschap. Het NISR zou tevens als landelijk steunpunt en expertisecentrum fungeren.

Op basis van de groeiende kritiek vanuit de Sinti- en Roma-gemeenschap (die veelal te maken had met het ontbreken van inspraak vanuit de doelgroep zelf waardoor er onvoldoende aansluiting was bij de vraag uit de doelgroep) en op basis van de conclusie van de Raad van Toezicht dat het NISR haar doelstellingen in onvoldoende mate heeft behaald, is in 2012 besloten tot ontbinding van het NISR.

In 2013 is het Ministerie van VWS, op basis van signalen uit verschillende rapporten 4o.a. Rapportage inventariserend onderzoek activiteiten NISR en rapportage LBO werkgroep; een door Sinti en Roma ingestelde landelijke werkgroep. en op verzoek van de gemeenschap zelf, in gesprek gegaan met Sinti en Roma om zicht te krijgen op de bij hen levende wensen en behoeften om te komen tot een nieuwe aanpak voor de besteding van de resterende middelen die van en voor Sinti en Roma zijn en die door hen gedragen worden. Het is duidelijk geworden dat met het wegvallen van het NISR het doel, om de participatie en emancipatie van Sinti en Roma in Nederland te verbeteren, niet is veranderd.

Doel van de beleidsregels

Deze beleidsregels bevatten een uitwerking van het subsidiebeleid ten behoeve van de participatie en emancipatie van Sinti en Roma in Nederland. Het doel is de financiering van projecten en activiteiten die volgens de Sinti en Roma direct of indirect zullen leiden tot een betere maatschappelijke positie van de Sinti en Roma in Nederland. Hiermee wordt vastgehouden aan het hiervoor genoemde besluit uit 2002.

Er zijn de afgelopen jaren diverse rapporten uitgekomen die de achtergestelde positie van Sinti en Roma in kaart brengen. Echter, bij het formuleren van de doelen van deze beleidsregels is alleen rekening gehouden met de inbreng van Sinti en Roma die tijdens de gesprekken met VWS naar voren is gekomen. Zij hebben aangegeven om de middelen die zijn toegekend als gevolg van een verschrikkelijk verleden, in te willen zetten voor een betere toekomst voor hun kinderen.

In bijeenkomsten met Sinti en Roma in december 2013 en februari 2014 is overeenstemming bereikt over ‘De Boom’. Uit de evaluatie in 2017 is naar voren gekomen dat Sinti en Roma tevreden zijn over de inhoudelijke thema’s van ‘De Boom’. De overeengekomen thema’s zullen daarom voor 2019 en verder hetzelfde blijven, namelijk:

Ik heb deze thema’s en onderwerpen vervat in de volgende indeling:

Gezien de oorsprong van de middelen hecht ik eraan om bij de bestemming van de gelden nadrukkelijk ook rekening te houden met de positie van de oorlogsgeneratie.

Subsidieplafond en wettelijke grondslag

Voor de verstrekking van subsidies ten behoeve van de participatie en emancipatie van Sinti en Roma was op peildatum 19 maart 2015, € 4.128.737,21 beschikbaar. Dit bedrag zal zodanig verdeeld worden dat per jaar een plafond van maximaal € 500.000 beschikbaar is tot het budget is uitgeput. Wanneer in een jaar middelen over zijn, blijven deze in volgende jaren beschikbaar voor vorengenoemde doelstellingen, tot uiterlijk 2025. Op peildatum 18 januari 2019 is nog € 1.833.000,00 beschikbaar.

De subsidies worden verstrekt op basis van de Kaderregeling subsidies OCW, SZW en VWS (hierna: de Kaderregeling). Daarin zijn de verplichtingen van de subsidieontvanger en de subsidiegever over en weer neergelegd. In artikel 1.2, eerste lid, van de Kaderregeling staat dat uitsluitend subsidie worden verstrekt voor zover deze past binnen het beleid. In deze beleidsregels is daartoe het beleid over de subsidiëring van projecten en activiteiten ten behoeve van de participatie en emancipatie van Sinti en Roma in Nederland uiteengezet. Op de verstrekking van subsidies zijn dus zowel de Kaderregeling als deze beleidsregels van toepassing.

Er is één subsidieronde per jaar. Tot en met 2019 eindigt de indieningstermijn voor dat jaar op 1 mei. Vanaf 2020 eindigt de indieningstermijn steeds op 1 februari. Ten aanzien van de in thema 4 bedoelde studiebeurs kunnen gedurende het hele jaar aanvragen worden ingediend. Conform artikel 4.3, eerste lid, van de Kaderregeling moet de start van de activiteiten van het project liggen na de datum van het indienen van de subsidieaanvraag.

Sinti en Roma hebben aangegeven een aantal structurele veranderingen door te willen voeren die tot een verbetering van de kansen in onder andere het onderwijs en op de werkvloer zullen leiden. Dit kost tijd. Er is daarom gekozen voor een looptermijn van maximaal tien jaar om tot uiterlijk 2025 positieve initiatieven van Sinti en Roma zelf, mogelijk te maken. Gezien de omvang van de groep Sinti en Roma is de verwachting dat maximaal € 500.000 per jaar voldoende is om zichtbare en inhoudelijk waardevolle projecten mogelijk te maken.

Wijzigingen subsidiëring vanaf 1 mei 2019

VWS heeft in 2018 in overleg met de adviescommissie en met de Sinti en Roma onderzocht of de subsidieverlening op dezelfde wijze gecontinueerd moet worden. Hieruit is naar voren gekomen dat onder de Sinti en Roma grote steun bestaat voor de zeven thema’s uit ‘De Boom’. Gelet op de voorgeschiedenis van de rechtsherstelgelden en het grondige voortraject voor 2015 is besloten om de beleidsregels grotendeels intact te houden.

Besloten is om de beleidsregels, met ingang van 1 mei 2019, op de volgende punten te wijzigen:

Inspraak Sinti en Roma

Voortraject

De middelen zijn geoormerkt ten behoeve van Sinti en Roma gemeenschappen in Nederland. De ‘bottom-up’ benadering heeft veel tijd gekost maar had tot doel om te komen tot uitvoerbare voorstellen van, voor en gedragen door Sinti en Roma.

Het is gezien de ervaringen van Sinti en Roma met het Nederlands Instituut Sinti en Roma en gezien de algehele gevoelens dat voornamelijk óver en niet mét hen wordt gesproken, van cruciaal belang dat de betrokkenheid en inspraak van Sinti en Roma bij de besteding van de resterende middelen, goed is georganiseerd.

Sinti en Roma dienen ook een stem en verantwoordelijkheid te dragen bij de indiening en beoordeling van aanvragen.

Adviescommissie voor de participatie en emancipatie Sinti en Roma

Om de kans van slagen op kansrijke projecten en activiteiten voor Sinti en Roma te vergroten, heb ik een Adviescommissie participatie en emancipatie Sinti en Roma (verder adviescommissie) samengesteld om het advies van ervaringsdeskundigen mee te kunnen nemen bij de beoordeling van de aanvragen. Deze adviescommissie bestaat uit Sinti en Roma. Het instellen van een adviescommissie geeft de Sinti en Roma een stem in de beoordeling van concrete voorstellen die directe gevolgen hebben voor de gemeenschap.

Juist bij deze beleidsregels is het instellen van een adviescommissie belangrijk. Immers, Sinti en Roma kunnen niet met documenten aantonen dat zij Sinti of Roma zijn. Of aanvragers en betrokkenen deel uitmaken van een Sinti of Roma gemeenschap, zal onderdeel zijn van de adviserende taak van de ervaringsdeskundigen in de adviescommissie. Behalve advisering hierover zal het vertrouwen dat de adviescommissie stelt in de voorgelegde aanvragen, zwaar wegen.

Uitgangspunten bij indiening van aanvragen

Alleen projecten en activiteiten ten behoeve van de participatie en emancipatie van Sinti en Roma in Nederland die een aannemelijk te maken resultaat opleveren komen in aanmerking voor subsidie. Men moet naar verwachting een bijdrage aan eerdergenoemde thema’s kunnen leveren. Voor subsidiëring komen voorstellen in aanmerking die zijn ingediend door:

Voorwaarde is dat leden van de Sinti en Roma gemeenschap in Nederland rechtstreeks moeten kunnen profiteren van het project of daaraan deelnemen. Met deze beleidsregels wil ik allereerst initiatieven uit de doelgroep zelf stimuleren en tegelijkertijd betrokken partijen tot samenwerking aanzetten, zowel onderling als met externe partijen. Ervaringen hebben namelijk bewezen dat activiteiten waarin wordt samengewerkt, bijvoorbeeld met en tussen Sinti, Roma en andere burgers, lokale overheden en welzijnsorganisaties, een grotere kans van slagen hebben.

In de hiernavolgende beoordelingscriteria zullen deze uitgangspunten verder worden uitgewerkt.

Staatssteun

Wat is staatssteun? De overheid geeft bepaalde organisaties staatssteun. Bijvoorbeeld subsidies of goedkopere grondprijzen. Staatssteun is een overheidsmaatregel en mag geen invloed hebben op de markt. Krijgt een bedrijf staatssteun, maar de concurrenten niet? Dan kan dit leiden tot oneerlijke concurrentie. Daarom is staatssteun bijna altijd verboden.

Er is sprake van staatssteun als aan de vijf cumulatieve criteria van artikel 107, eerste lid, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie is voldaan. Voor wat betreft de subsidies op grond van deze regeling kan grotendeels worden gesteld dat geen sprake is van staatssteun omdat één of meerdere van bovengenoemde criteria niet van toepassing zijn.

Voor het thema Respect voor Cultuur en Identiteit geldt deels dat wel sprake is van staatssteun, maar dat deze op grond van de Algemene Groepsvrijstellingsverordening (AGVV) is vrijgesteld van aanmeldingsplicht bij de Europese Commissie en zodoende gerechtvaardigd is.

Om aan de AGVV te kunnen voldoen gelden er voorwaarden. Subsidie onder het thema Respect voor Cultuur en Identiteit voldoet voor het grootste deel al aan deze voorwaarden. Om geheel aan deze voorwaarden te voldoen zijn er enkele aanvullende voorwaarden in deze beleidsregels opgenomen. Deze zijn te vinden onder het thema Respect voor Cultuur en Identiteit en zijn niet van toepassing op aanvragen gedaan door natuurlijke personen. De verwachting is dat dit niet zal leiden tot een daling in gehonoreerde aanvragen.

Beoordelingscriteria

Belanghebbenden

Op grond van artikel 1.1. van de Kaderregeling subsidies OCW, SZW en VWS (hierna: de Kaderregeling) komen natuurlijke en rechtspersonen in aanmerking voor subsidies. De aanvrager dient in Nederland woonachtig of gevestigd te zijn. Alleen aanvragen van de volgende belanghebbenden worden in behandeling genomen:

Indien een natuurlijk persoon een aanvraag doet, geldt een maximum van 1 aanvraag per jaar van maximaal € 5.000. Een combinatie met een aanvraag voor een studiebeurs als bedoeld in themanummer 4 is wel toegestaan. Rechtspersonen kunnen meerdere keren per jaar een aanvraag indienen van in totaal maximaal € 50.000 per jaar.

Thematische indeling van activiteiten die voor subsidie in aanmerking komen

Uitsluitend projecten en activiteiten ten behoeve van de participatie en emancipatie van de Sinti en Roma in Nederland die een aannemelijk te maken resultaat opleveren komen in aanmerking voor subsidie. Bij het beoordelen van aanvragen wordt daarom rekening gehouden met de mate van ervaring van de aanvrager. Onervaren instellingen mogen met een klein project starten. Bij bewezen succes kan een eventuele volgende aanvraag omvangrijker zijn.

De subsidieverstrekking vindt plaats door middel van een beperkt aantal thema’s zoals overeengekomen in het voortraject.

Zonder rangorde:

Kwaliteitsborging in beslisproces

In de Kaderregeling subsidies OCW, SZW en VWS (hierna: de Kaderregeling) gelden eisen ten aanzien van de aanvraag tot verlening van de subsidie. Aanvragen worden eerst door het Ministerie van VWS op compleetheid getoetst, vervolgens doorgeleid naar de adviescommissie. De adviescommissie beoordeelt aan de hand van de volgende aspecten:

VWS beslist uiteindelijk op de aanvraag met inachtneming van het advies van de adviescommissie.

Verdeelregels voor subsidies

Er is geen rangorde binnen de thema’s. Ingeval van dreigende over inschrijving in enig jaar worden de volgende projecten uitsluitend op de navolgende volgorde met voorkeur toegekend:

Geen subsidie kan worden verstrekt aan

Een subsidieaanvraag wordt ingediend via een daarvoor speciaal opgesteld formulier. U kunt dit formulier terugvinden op www.rijksoverheid.nl/Subsidieregeling-Sinti-Roma.

Verantwoorden en handhaving

De Kaderregeling is zoals eerder aangegeven van toepassing. Naast de reguliere verantwoordingsvereisten5Artikel 7.7 sub 2 van de Kaderregeling subsidies OCW, SZW en VWS: totaal werkelijk gemaakte kosten minus totaal werkelijke bijdragen van derden minus begrote eigen bijdrage, tot ten hoogste maximum bedrag (arrangement 2c). bij subsidies boven de € 25.000,– zullen kleinere subsidies ambtshalve worden vastgesteld, zie artikel 1.5, aanhef en onder a, onder 2°, van de Kaderregeling. Op basis van steekproeven (of concrete aanwijzingen) kunnen individuele controles door VWS worden uitgevoerd. De subsidieontvanger dient dan aan te tonen dat de gesubsidieerde activiteiten zijn uitgevoerd en dat aan de subsidie verbonden verplichtingen is voldaan. Voor toegekende studiebeurzen (zie thema nr. 4) kunnen dan bijvoorbeeld bewijzen van inschrijving voor opvolgende jaren worden opgevraagd. In andere gevallen kan om bijvoorbeeld facturen worden gevraagd. In geval van toegekende subsidies die meer dan € 25.000,– bedragen en een projectperiode van langer dan 1 jaar hebben, kan om een tussentijdse rapportage worden gevraagd, conform artikel 5.5 van de Kaderregeling. Dit is een verslag over de voortgang van de gesubsidieerde activiteiten. Indien om een tussentijdse rapportage wordt gevraagd, zal de bevoorschotting worden opgeschort zolang de tussentijdse rapportage niet door het Ministerie van VWS is ontvangen. Naar aanleiding van de tussentijdse rapportage kan de subsidieverlening worden herzien.

Dit besluit zal met de bijlage in de Staatscourant worden geplaatst.