Regeling van de Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid van 14 mei 2019, nr. 2019-0000061915, tot vaststelling van de rijksbijdrage in de kosten van heffingskortingen voor het jaar 2019
Handelende in overeenstemming met de Staatssecretaris van Financiën en de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport;
Gelet op artikel 15 van de Wet financiering sociale verzekeringen;
Besluit:
Artikel 1. Geraamde kosten voor heffingskortingen
De geraamde totale kosten voor de heffingskortingen, bedoeld in artikel 15 van de Wet financiering sociale verzekeringen, voor het jaar 2019 bedragen: € 45.127.300.000.
Artikel 2. Rijksbijdrage in de kosten van heffingskortingen per fonds
Met de toepassing van de formule, bedoeld in artikel 15 van de Wet financiering sociale verzekeringen, bedraagt de rijksbijdrage in de kosten van de heffingskortingen per fonds voor het jaar 2019:
- a. ten gunste van het Ouderdomsfonds: € 2.209.900.000;
- b. ten gunste van het Nabestaandenfonds: € 0;
- c. ten gunste van het Fonds langdurige zorg: € 3.710.000.000.
Artikel 3. Inwerkingtreding
Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst en werkt terug tot en met 1 januari 2019.
Deze regeling vervalt met ingang van 1 januari 2020.
Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.