Beleidsregel van de Minister voor Medische Zorg van 18 juni 2019, kenmerk 1540378-191839 CZ, houdende regels voor het subsidiëren van regionale partnerschappen voor het stimuleren van digitale informatie-uitwisseling in de geboortezorgketen in Nederland (Beleidsregel subsidiëring Versnellingsprogramma Informatie-uitwisseling Patiënt en Professional Babyconnect)

Type Ministeriële regeling
Publication 2024-10-12
State In force
Source BWB
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

Gelet op artikel 3 van de Kaderwet VWS-subsidies;

Besluit:

Artikel 1. Definities

In deze regeling wordt verstaan onder:

Artikel 2. Subsidiabele activiteiten

De minister kan subsidie verstrekken aan de penvoerder van een regionaal partnerschap voor de periode van 1 juli 2019 tot en met 31 december 2025 voor het verrichten van activiteiten ter bevordering van de digitale informatie-uitwisseling in de geboortezorgketen in Nederland.

Artikel 3. Activiteiten penvoerder regionaal partnerschap
1.

De activiteiten, bedoeld in artikel 2, bestaan uit:

2.

De kosten van de activiteiten, bedoeld in het eerste lid, zijn uitsluitend subsidiabel voor zover:

3.

Geen subsidie wordt verstrekt voor activiteiten waarvoor reeds subsidie wordt ontvangen door het regionaal partnerschap op basis van:

4.

De activiteiten, bedoeld in het eerste lid, zijn aangewezen als diensten van algemeen economisch belang als bedoeld in artikel 107, eerste lid, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie.

Artikel 4. Subsidiebedrag
1.

Het subsidiebedrag per bij het regionaal partnerschap aangesloten VSV of IGO bestaat uit:

2.

De minister kan op verzoek van de penvoerder van een regionaal partnerschap uit de eerste of derde tranche, in aanvulling op de subsidie bedoeld in het eerste lid, onder a, subsidie verstrekken voor de werkelijke kosten van de activiteiten, bedoeld in artikel 3, eerste lid, die zijn ontstaan door vertraging in de periode van 1 oktober 2021 tot en met 1 juli 2022 tot ten hoogste € 30.000 per aangesloten VSV of IGO.

3.
Artikel 5. Regionaal partnerschap
1.

De penvoerder van een regionaal partnerschap ziet erop toe dat een VSV of IGO uitsluitend aan zijn regionaal partnerschap deelneemt.

2.

Een regionaal partnerschap werkt gedurende de subsidieperiode actief samen.

3.

Een regionaal partnerschap dat gedurende de subsidieperiode niet langer voldoet aan het eerste of het tweede lid, doet van dat feit onverwijld melding aan de minister en aan het programmabureau Babyconnect.

4.

Een VSV of IGO uit een regionaal partnerschap kan gedurende de subsidieperiode besluiten de samenwerking beëindigen indien het gebaat blijkt bij samenwerking met een ander regionaal partnerschap, mits:

5.

Indien een VSV of IGO dat nog niet deelneemt aan een regionaal partnerschap wenst deel te nemen aan een bestaand regionaal partnerschap, doet dat regionaal partnerschap van dat feit melding aan de minister op uiterlijk 31 maart 2023.

Artikel 6. Subsidieverplichtingen

Een regionaal partnerschap:

Artikel 7. Aanvraag tot subsidieverlening
1.

Een aanvraag tot verlening van een subsidie wordt ontvangen in de periode van:

2.

Een aanvraag tot herziening van de subsidieverlening in verband met de activiteiten, bedoeld in artikel 3, eerste lid, waarvoor de middelen, bedoeld in artikel 4, eerste lid, onder b, of de aanvullende middelen, bedoeld in artikel 4, tweede lid, beschikbaar zijn, wordt ingediend in de periode van 1 juli 2022 tot en met 30 september 2022.

3.

Voor een aanvraag tot verlening en een aanvraag tot herziening van een subsidie wordt een door de minister vastgesteld formulier gebruikt.

4.

In aanvulling op artikel 3.3 van de Kaderregeling subsidies OCW, SZW en VWS gaat de aanvraag tot verlening van een subsidie vergezeld van:

Artikel 8. Tussentijdse rapportage
1.

De penvoerder van een regionaal partnerschap brengt eens per 12 maanden inhoudelijk en financieel verslag uit over de voortgang van haar activiteiten aan de minister en gaat daarbij in op de voortgang van de vier uitkomstdoelen, genoemd in bijlage 1, het gebruikerspercentage van de mogelijkheid tot digitale inzage onder zorggebruikers en de wijze waarop voldaan wordt aan de subsidieverplichtingen, bedoeld in artikel 6.

2.

In het verslag, bedoeld in het eerste lid, wordt tevens ingegaan op de stand van zaken met betrekking tot de aangegane verplichtingen rondom de implementatie- en licentiekosten van hard- en software die samenhangen met de uitvoer van de activiteiten, bedoeld in artikel 3, eerste lid.

Artikel 9. Besluit tot subsidieverlening, bevoorschotting en betaling

De minister verleent bij het besluit tot subsidieverlening een voorschot van 100% van het subsidiebedrag. De voorschotten worden gelijkmatig betaald over het aantal maanden waarvoor de subsidie wordt verleend.

Artikel 10. Aanvraag tot vaststelling
1.

Voor de aanvraag tot vaststelling van de subsidie wordt een door de minister vastgesteld formulier gebruikt. Het ingevulde formulier wordt door de penvoerder van een regionaal partnerschap afgestemd met het programmabureau Babyconnect.

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.