Beleidsregel van de Minister voor Medische Zorg van 18 juni 2019, kenmerk 1540378-191839 CZ, houdende regels voor het subsidiëren van regionale partnerschappen voor het stimuleren van digitale informatie-uitwisseling in de geboortezorgketen in Nederland (Beleidsregel subsidiëring Versnellingsprogramma Informatie-uitwisseling Patiënt en Professional Babyconnect)
Gelet op artikel 3 van de Kaderwet VWS-subsidies;
Besluit:
Artikel 1. Definities
In deze regeling wordt verstaan onder:
- basisgegevensset Zorg (BGZ): de minimale set van patiëntgegevens, gedefinieerd met behulp van zorginformatiebouwstenen, die specialisme-, ziektebeeld- en beroepsgroep overstijgend relevant is en van belang voor de continuïteit van zorg;
- derde tranche; regio Amsterdam, Amstelland en Almere, bestaande uit zeven VSV’s en regio Noord-Nederland, bestaande uit drie VSV’s, die subsidie hebben aangevraagd en verleend hebben gekregen in de periode van 1 november 2020 tot en met 31 december 2020;
- dienstverlener zorgaanbieder: levert diensten aan een zorgaanbieder gerelateerd aan de uitwisseling tussen zorggebruiker en zorgaanbieder en committeert zich hiervoor aan de naleving van de afspraken van het MedMij Afsprakenstelsel;
- eerste tranche: regio Rotterdam-Rijnmond, bestaande uit zes VSV’s en regio Noord-Holland Noord, bestaande uit vijf VSV’s, die subsidie hebben aangevraagd en verleend hebben gekregen in de periode van 1 juli 2019 tot en met 30 september 2019;
- geboortezorgketen: alle zorgverleners en zorgverlenende instanties die betrokken zijn bij de zorg vanaf het moment van preconceptieconsult tot en met 8 weken post partum en overdracht naar de jeugdgezondheidszorg;
- gebruikersgroepen: vier verschillende overlegstructuren van zorggebruikers, zorgverleners, zorgorganisaties en statistiek en wetenschap, opgezet en ondersteund door het programmabureau Babyconnect, waarin de kaders ten aanzien van digitale informatie-uitwisseling worden vormgegeven;
- gegevensdienst: een gestandaardiseerde dienst voor gegevensuitwisseling met waarde voor de gebruiker, zowel zorggebruiker als zorgverlener, die door een dienstverlener kan worden aangeboden over het MedMij-netwerk;
- informatiestandaarden: landelijk vastgestelde regels die bestaan uit een functioneel deel waarin wordt beschreven welke processen van welke partijen ondersteund worden en één of meerdere technische delen waarin gespecificeerd wordt wat in techniek hiervoor nodig is;
- integrale geboortezorg organisatie (IGO): een integraal geboortezorgmodel zonder scheiding tussen eerste- en tweedelijns zorg georganiseerd in een juridische entiteit met gezamenlijke verantwoordelijkheid en bekostigd met integrale tarieven;
- MedMij: een afsprakenstelsel voor het veilig en betrouwbaar uitwisselen van gezondheidsgegevens tussen zorggebruikers en zorgverleners, dat eisen stelt aan persoonlijke gezondheidsomgevingen en ICT-systemen van zorgaanbieders voordat zij via het stelsel informatie kunnen uitwisselen;
- minister: Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport;
- penvoerder regionaal partnerschap: de ROS, RSO of gezamenlijke organisatie die de juridische bevoegdheid heeft van VSV’s binnen het regionale partnerschap die optreedt als aanvrager van de subsidie;
- persoonlijke gezondheidsomgeving (PGO): een hulpmiddel voor de zorggebruiker om relevante gezondheidsinformatie te verzamelen, te beheren en te delen via gestandaardiseerde gegevensverzamelingen voor gezondheidsinformatie en geïntegreerde digitale zorgdiensten;
- programmabureau Babyconnect: bureau gevoerd door de Stichting CareCodex die het programma Babyconnect landelijk uitvoert, zich bezighoudt met de verschillende randvoorwaarden en regionale partnerschappen ondersteunt bij het uitvoeren van hun activiteiten;
- PWD standaard: de informatiestandaard voor de geboortezorgketen waarin is vastgelegd hoe de digitale informatie-uitwisseling bij (acute) overdrachtsmomenten snel, betrouwbaar en locatie onafhankelijk kan plaatsvinden;
- regionaal partnerschap: een samenwerkingsverband
- a. dat bestaat uit minimaal drie VSV’s of IGO’s, tenzij door uitzonderlijke geografische omstandigheden slechts twee VSV’s in de regio beschikbaar zijn; en
- b. waar bij voorkeur de gemeentelijke gezondheidsdienst (GGD) of andere aanbieders van jeugdgezondheidszorg betrokken zijn;
- regionale ondersteuningsstructuur (ROS): een regionale ondersteuning die valt onder de beleidsregel ‘regionale ondersteuning eerstelijnszorg en kwaliteitsontwikkeling’ ingevolge artikel 57, eerste lid, aanhef en onder b en c, van de Wet marktordening gezondheidszorg (Wmg) van de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa);
- regionale samenwerkingsorganisatie (RSO): op regionaal niveau georganiseerde samenwerking op het vlak van ICT tussen zorgverlenende instanties op het gebied van infrastructuur, aansluiting van applicaties op het veilig netwerk, netwerkbeheer;
- verloskundig samenwerkingsverband (VSV): lokale vorm van overleg en samenwerking georganiseerd rondom een ziekenhuis waar verloskundige zorg wordt verleend, waarbinnen in ieder geval tweede- of derdelijns verloskundige zorg, eerstelijns verloskundige zorg en kraamzorg samenwerken en in sommige gevallen ook aanbieders van jeugdgezondheidszorg;
- zorggebruiker:
- a. een verzekerde als bedoeld in artikel 1, onderdeel f, van de Zorgverzekeringswet;
- b. een persoon die uit hoofde van een verordening van de Raad van de Europese Gemeenschappen dan wel toepassing van zodanige verordening krachtens een overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte of een verdrag inzake sociale zekerheid waarbij Nederland partij is, recht heeft op zorg of andere diensten in de zin van de Zorgverzekeringswet.
- zorg informatiebouwsteen (Zib): een herbruikbaar blokje informatie dat in verschillende informatiestandaarden gebruikt kan worden en dat nauwkeurig beschrijft wat er over een bepaald item van het zorgproces van de zorggebruiker moet worden vastgelegd;
- zorginformatiesysteem: het systeem waar de zorgverlener in werkt en zijn dossiers bij houdt over de zorggebruiker;
- zorgverlener: alle zorgprofessionals in de geboortezorgketen die in het primaire proces zorg verlenen aan zorggebruikers.
Artikel 2. Subsidiabele activiteiten
De minister kan subsidie verstrekken aan de penvoerder van een regionaal partnerschap voor de periode van 1 juli 2019 tot en met 31 december 2025 voor het verrichten van activiteiten ter bevordering van de digitale informatie-uitwisseling in de geboortezorgketen in Nederland.
Artikel 3. Activiteiten penvoerder regionaal partnerschap
De activiteiten, bedoeld in artikel 2, bestaan uit:
- a. het implementeren van aanpassingen tussen en aan zorginformatiesystemen die resulteren in zowel regionaal als landelijke digitale informatie-uitwisseling in de geboortezorgketen en het uitwisselen van deze gegevens met de zorggebruiker, en voldoen aan de eisen, genoemd in bijlage 1;
- b. het coördineren van de implementatie, bedoeld onder a, van de aanpassingen voor het regionaal partnerschap;
- c. het mogelijk maken dat zorggebruikers de informatie uit alle zorginformatiesystemen uit de geboortezorgketen kunnen ontsluiten richting hun PGO, conform het MedMij-afsprakenstelsel;
- d. het informeren van zorggebruikers over de mogelijkheid om digitaal toegang tot de eigen gegevens te krijgen;
- e. het organiseren van inspraak, zodat de belangen van de zorggebruiker worden vertegenwoordigd.
De kosten van de activiteiten, bedoeld in het eerste lid, zijn uitsluitend subsidiabel voor zover:
- a. de activiteiten waarvoor subsidie is verleend zijn uitgevoerd en de eisen, genoemd in bijlage 1, zijn behaald;
- b. de activiteiten resulteren in een werkwijze die de zorggebruiker informeert over de mogelijkheid tot digitale inzage in de eigen gegevens;
- c. het aangepaste netwerk van zorginformatiesystemen is opgeleverd en beschikbaar is voor de gehele geboortezorgketen.
Geen subsidie wordt verstrekt voor activiteiten waarvoor reeds subsidie wordt ontvangen door het regionaal partnerschap op basis van:
- 1°. het Besluit vaststelling beleidskader subsidiëring Versnellingsprogramma Informatie-uitwisseling Patiënt en Professional fase 1;
- 2°. het Besluit vaststelling beleidskader subsidiëring Versnellingsprogramma Informatie-uitwisseling Patiënt en Professional fase 2;
- 3°. het Besluit vaststelling beleidskader subsidiëring Versnellingsprogramma Informatie-uitwisseling Patiënt en Professional fase 3;
- 4°. de Beleidsregels subsidiëring Versnellingsprogramma Informatie-uitwisseling Patiënt en Professional OPEN.
De activiteiten, bedoeld in het eerste lid, zijn aangewezen als diensten van algemeen economisch belang als bedoeld in artikel 107, eerste lid, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie.
Artikel 4. Subsidiebedrag
Het subsidiebedrag per bij het regionaal partnerschap aangesloten VSV of IGO bestaat uit:
- a. de werkelijke kosten van de activiteiten, bedoeld in artikel 3, eerste lid, tot ten hoogste € 120.000; en
- b. de werkelijke implementatie- en licentiekosten van hard- en software, die noodzakelijk zijn voor de uitvoering van de activiteiten bedoeld in artikel 3, eerste lid, tot ten hoogste:
- 1°. € 87.299 per bij het regionaal partnerschap aangesloten VSV of IGO, en
- 2°. € 19 per geboorte binnen een bij het regionaal partnerschap aangesloten VSV of IGO, met peiljaar 2020.
De minister kan op verzoek van de penvoerder van een regionaal partnerschap uit de eerste of derde tranche, in aanvulling op de subsidie bedoeld in het eerste lid, onder a, subsidie verstrekken voor de werkelijke kosten van de activiteiten, bedoeld in artikel 3, eerste lid, die zijn ontstaan door vertraging in de periode van 1 oktober 2021 tot en met 1 juli 2022 tot ten hoogste € 30.000 per aangesloten VSV of IGO.
De subsidie is een subsidie als bedoeld in artikel 1.5, onder d, van de Kaderregeling subsidies OCW, SZW en VWS.
Artikel 5. Regionaal partnerschap
De penvoerder van een regionaal partnerschap ziet erop toe dat een VSV of IGO uitsluitend aan zijn regionaal partnerschap deelneemt.
Een regionaal partnerschap werkt gedurende de subsidieperiode actief samen.
Een regionaal partnerschap dat gedurende de subsidieperiode niet langer voldoet aan het eerste of het tweede lid, doet van dat feit onverwijld melding aan de minister en aan het programmabureau Babyconnect.
Een VSV of IGO uit een regionaal partnerschap kan gedurende de subsidieperiode besluiten de samenwerking beëindigen indien het gebaat blijkt bij samenwerking met een ander regionaal partnerschap, mits:
- a. het VSV of IGO hiervan voorafgaand melding heeft gedaan aan de minister; en
- b. er ten minste drie VSV’s of IGO’s in het regionaal partnerschap resteren.
Indien een VSV of IGO dat nog niet deelneemt aan een regionaal partnerschap wenst deel te nemen aan een bestaand regionaal partnerschap, doet dat regionaal partnerschap van dat feit melding aan de minister op uiterlijk 31 maart 2023.
Artikel 6. Subsidieverplichtingen
Een regionaal partnerschap:
- a. levert informatie aan de hand van de checklist, bedoeld in artikel 7, vierde lid, onder c, door middel van het door het programmabureau Babyconnect beschikbaar te stellen format, en data voor de tussentijdse voortgangsmetingen aan het programmabureau Babyconnect;
- b. deelt haar kennis met andere regionale partnerschappen en het programmabureau Babyconnect;
- c. neemt deel aan de voorlichtings- en bijscholingsactiviteiten georganiseerd door het programmabureau Babyconnect;
- d. zorgt voor vertegenwoordiging van zowel zorggebruikers, zorgverleners als vertegenwoordigers van zorgorganisaties naar de gebruikersgroepen en testpanels;
- e. draagt zorg voor het borgen van de samenwerking en de continuïteit in haar samenwerkingsverband, ook na afloop van de subsidieperiode.
Artikel 7. Aanvraag tot subsidieverlening
Een aanvraag tot verlening van een subsidie wordt ontvangen in de periode van:
- a. 1 juli 2019 tot en met 30 september 2019;
- b. 1 februari 2020 tot en met 31 maart 2020;
- c. 1 november 2020 tot en met 31 december 2020;
- d. 1 februari 2021 tot en met 28 februari 2021;
- e. 1 juni 2021 tot en met 30 juni 2021.
Een aanvraag tot herziening van de subsidieverlening in verband met de activiteiten, bedoeld in artikel 3, eerste lid, waarvoor de middelen, bedoeld in artikel 4, eerste lid, onder b, of de aanvullende middelen, bedoeld in artikel 4, tweede lid, beschikbaar zijn, wordt ingediend in de periode van 1 juli 2022 tot en met 30 september 2022.
Voor een aanvraag tot verlening en een aanvraag tot herziening van een subsidie wordt een door de minister vastgesteld formulier gebruikt.
In aanvulling op artikel 3.3 van de Kaderregeling subsidies OCW, SZW en VWS gaat de aanvraag tot verlening van een subsidie vergezeld van:
- a. een bewijs van deelname van het regionaal partnerschap aan het programma Babyconnect;
- b. een ondertekende samenwerkingsovereenkomsten met de andere organisaties die deelnemen aan het regionaal partnerschap;
- c. de ingevulde checklist waaruit blijkt wat de aard en de omvang van de veranderopgave is van het regionaal partnerschap;
- d. een ondertekende overeenkomst voor het vestigen van een dienst van algemeen economisch belang als bedoeld in artikel 3, vierde lid.
Artikel 8. Tussentijdse rapportage
De penvoerder van een regionaal partnerschap brengt eens per 12 maanden inhoudelijk en financieel verslag uit over de voortgang van haar activiteiten aan de minister en gaat daarbij in op de voortgang van de vier uitkomstdoelen, genoemd in bijlage 1, het gebruikerspercentage van de mogelijkheid tot digitale inzage onder zorggebruikers en de wijze waarop voldaan wordt aan de subsidieverplichtingen, bedoeld in artikel 6.
In het verslag, bedoeld in het eerste lid, wordt tevens ingegaan op de stand van zaken met betrekking tot de aangegane verplichtingen rondom de implementatie- en licentiekosten van hard- en software die samenhangen met de uitvoer van de activiteiten, bedoeld in artikel 3, eerste lid.
Artikel 9. Besluit tot subsidieverlening, bevoorschotting en betaling
De minister verleent bij het besluit tot subsidieverlening een voorschot van 100% van het subsidiebedrag. De voorschotten worden gelijkmatig betaald over het aantal maanden waarvoor de subsidie wordt verleend.
Artikel 10. Aanvraag tot vaststelling
Voor de aanvraag tot vaststelling van de subsidie wordt een door de minister vastgesteld formulier gebruikt. Het ingevulde formulier wordt door de penvoerder van een regionaal partnerschap afgestemd met het programmabureau Babyconnect.
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.