← Geldende tekst · Geschiedenis

Inschrijvingsvoorwaarden advocatuur 2019, versie 1.1 (per 1 juli 2019)

Geldende tekst a fecha 2019-07-01

(Besluit van het bestuur van de Raad voor Rechtsbijstand van 13 februari 2019 krachtens artikel 15 van de Wet op de Rechtsbijstand, goedgekeurd bij besluit van het Ministerie van Justitie en Veiligheid van 23 mei 2019).

Inleiding

Uitgangspunt van de Wet op de rechtsbijstand (Wrb) is dat advocaten die rechtsbijstand in de zin van de wet willen verlenen zich daartoe inschrijven bij de Raad voor Rechtsbijstand (verder: de Raad). De Raad stelt dan ook als voorwaarde voor het toevoegen van (beginnende) advocaten op basis van de Wrb dat een verzoek om inschrijving bij de Raad eerst volledig is behandeld en is ingewilligd.

Het bestuur van de Raad kan op grond van de artikelen 14 en 15 van de Wrb voorwaarden aan de inschrijving verbinden die betrekking hebben op de organisatie van het kantoor waar de rechtsbijstandverlener werkzaam is, de verslaglegging van de advocaat omtrent de door hem/haar verleende bijstand, het minimum en het maximum aantal zaken waarvoor een advocaat jaarlijks kan worden toegevoegd en de deskundigheid van de advocaat op bepaalde rechtsgebieden.

Deze inschrijvingsvoorwaarden van de Raad zijn algemeen verbindende voorschriften, die regels bevatten waarnaar advocaten die zich bij de Raad inschrijven zich behoren te richten. Er bestaan algemene voorwaarden die voor alle ingeschreven advocaten gelden en bijzondere voorschriften voor rechtsbijstand op specifieke rechtsgebieden.

De Nederlandse Orde van Advocaten (NOvA) heeft Gedragsregels1Gedragsregels van de Nederlandse Orde van Advocaten. en verordeningen vastgesteld waarnaar advocaten zich behoren te richten. De deken in een arrondissement is belast met het toezicht op advocaten die kantoor houden in dat arrondissement. Daar waar het controle van de naleving van de eigen inschrijvingsvoorwaarden betreft, heeft de Raad een eigenstandige bevoegdheid. De Raad heeft hiervoor maatregelbeleid vastgesteld.2Dit maatregelbeleid is gepubliceerd op www.rvr.org.

Kennisneming door advocaten en naleving van de Gedragsregels en verordeningen van de NOvA is van belang. Advocaten handelen volgens de kernwaarden zoals genoemd in artikel 10a Advocatenwet, waarbij zij zich inspannen om een zo duurzaam mogelijke oplossing voor het juridisch probleem van de burger te bereiken. Volgens Gedragsregel 18 behoort een advocaat met zijn cliënt te overleggen of er termen zijn om te trachten door de overheid gesubsidieerde rechtsbijstand te verkrijgen.3Gedragsregel 18:1.Tenzij een advocaat goede gronden heeft om aan te nemen dat zijn cliënt niet in aanmerking kan komen voor door de overheid gefinancierde rechtshulp, is hij verplicht met zijn cliënt vóór de aanvaarding van de opdracht en verder steeds tussentijds wanneer daartoe aanleiding bestaat, te overleggen of er termen zijn om trachten door de overheid gefinancierde rechtshulp te verkrijgen.2.De advocaat zal van de cliënt voor de behandeling van een zaak waarin hij is toegevoegd voor zijn werkzaamheden geen vergoeding, in welke vorm dan ook, bedingen of in ontvangst nemen, afgezien van eigen bijdragen, verschotten en proceskosten volgens de daarvoor geldende regels.3.Wanneer de cliënt mogelijk in aanmerking komt voor door de overheid gefinancierde rechtshulp en niettemin de keuze maakt daarvan geen gebruik te maken, dient de advocaat dat schriftelijk vast te leggen.

Voorts behoort de advocaat de hem opgedragen zaken zorgvuldig te behandelen en daarbij steeds het bijzondere karakter van de relatie tussen advocaat en cliënt voor ogen te houden (Regel 12). Artikel 6.2. van de Verordening op de Advocatuur bepaalt dat de advocaat de organisatie van zijn kantoor, alsmede de dienstverlening aan de cliënt adequaat dient in te richten. In het kader van het verlenen van rechtsbijstand op basis van de Wrb is daarbij verder van belang dat de advocaat zich richt naar het principe dat het ontvangen van een subsidie voor werkzaamheden met zich meebrengt dat de ontvanger daarvan deze werkzaamheden zo doelmatig mogelijk uitvoert.

De Raad en de dekens hebben in 2011 een informatieprotocol afgesloten waarin afspraken zijn gemaakt omtrent het uitwisselen van informatie teneinde het toezicht op advocaten binnen het stelsel te verbeteren, deze afspraken worden jaarlijks geëvalueerd en zo nodig aangepast, laatstelijk in 2015.4http://www.rvr.org/Informatie+voor+advocaten/over-aanvragen/inschrijven.html Door zich bij de Raad in te schrijven stemt de advocaat met deze afgesproken informatie uitwisseling in en geeft hij daarvoor toestemming aan de Raad.

De Raad heeft voorts een privacyverklaring opgesteld waarin is aangegeven op welke wijze zij persoonsgegevens verwerkt.5http://www.rvr.org/Informatie-over-de-raad/organisatie/privacy/privacy-raad-voor-rechtsbijstand.html

De Raad heeft in deze inschrijvingsvoorwaarden afzonderlijke deskundigheidseisen opgenomen voor Strafrecht, Jeugdzaken, Psychiatrisch patiëntenrecht, Vreemdelingenrecht, Asiel- en Vluchtelingenrecht, Internationale kinderontvoering, Personen- en familierecht, slachtofferzaken en bijzondere curatoren in artikel 1:212 en 1:250 BW zaken. Ook gelden specifieke voorwaarden voor de verlening van rechtsbijstand in het kader van het (jeugd)straf-, vreemdelingen-, psychiatrisch patiënten- en uit- en overleveringspiket.

De Raad zal met ingang van 2020 deskundigheidseisen voor de rechtsterreinen arbeidsrecht, huurrecht en sociaal zekerheidsrecht in de inschrijvingsvoorwaarden opnemen. Tevens zal de Raad met ingang van 2020 het aantal specialisaties waarvoor een advocaat bij de Raad ingeschreven kan staan, beperken. De Raad zal de huidige en nieuw in te voeren specialisaties daarvoor indelen in overkoepelende ‘specialisatiegroepen’. Daarbij zal zo veel mogelijk worden aangesloten bij de door de NOvA binnen diens kwaliteitsbeleid gehanteerde indeling van rechtsgebieden. Een advocaat zal vanaf 2020 voor maximaal vier specialisatiegroepen en drie piketsoorten ingeschreven kunnen staan. De Raad zal advocaten hierover in 2019 tijdig informeren in de e-nieuwsbrief.

Uitgangspunt is dat gesubsidieerde rechtsbijstand alleen wordt verleend door advocaten die zich daar eerst voor hebben ingeschreven. De Raad kan op grond van art. 16 Wrb uitsluitend in bijzondere gevallen een niet-ingeschreven advocaat toevoegen. Dit is het geval indien een rechtzoekende uitdrukkelijk en gemotiveerd om toevoeging van de niet ingeschreven advocaat verzoekt of indien voor de verlening van rechtsbijstand op een bepaald rechtsgebied onvoldoende advocaten met de desbetreffende specialistische deskundigheid zijn ingeschreven. Het verstrekken van een toevoeging aan een niet-ingeschreven advocaat dient een uitzondering te blijven. Een advocaat die op grond van art. 16 Wrb vaker dan sporadisch een verzoek om toevoeging indient dient zich op grond van de Wrb te laten inschrijven.

In ieder geval zal aan een niet-ingeschreven advocaat geen toevoeging worden verleend indien hij toevoeging verzoekt op een terrein waarop in de door de Raad vastgestelde inschrijvingsvoorwaarden deskundigheidseisen worden gesteld.

Artikel 1. Kantoororganisatie, verhouding met de Raad (artikel 15 lid 1 sub c Wrb)
Artikel 2. Opgave Nieuw kantoor en verklaring kantoororganisatie (artikel 15 lid 1 sub c Wrb)
Artikel 3. Naleven overeengekomen kwaliteitssystemen (art. 15 lid 1 sub b Wrb)9Naar verwachting zal in 2019 het gewijzigde artikel 26 Advocatenwet inzake het verrichten van kwaliteitstoetsen in werking treden. Vanaf het moment van inwerkingtreding is het gestelde in dat artikel ook van toepassing op de bepalingen in dit artikel.
Artikel 4. Verslaglegging (artikel 15 lid 1 sub d Wrb)

De advocaat dient desgevraagd aan de Raad en aan door de Raad ingestelde commissies, tenzij zijn beroepsgeheim11Artikel 11a Advocatenwet hem dat verbiedt, informatie te verstrekken en verantwoording af te leggen over de afhandeling van zaken. Deze informatieplicht kan ook worden aangewend met betrekking tot de evaluatie van door de Raad gevoerd beleid. Desgevraagd dient de advocaat verslaglegging te doen over de wijze waarop aan de inschrijvingsvoorwaarden is voldaan.

Artikel 5. Minimum/maximum (artikel 15 lid 1 sub a Wrb)
Artikel 6. Deskundigheid op bepaalde rechtsgebieden (art. 15 lid 1 sub b Wrb)

De Raad hanteert ten aanzien van een zevental rechtsgebieden bijzondere deskundigheidsvereisten. Het betreft hier rechtsgebieden die ofwel specialistische kennis vereisen, ofwel vereisen dat de advocaat zich verdiept in en beperkt tot een aantal samenhangende rechtsgebieden. De inschrijving op deze rechtsgebieden moet worden aangevraagd door middel van een afzonderlijk formulier. De gestelde vereisten gelden voor de toelating en de voortzetting van de inschrijving.

De Raad toetst steekproefsgewijs of de ingeschreven advocaat heeft voldaan aan de gestelde eisen voor het onderhouden van zijn deskundigheid op bovengenoemde rechtsgebieden waarvoor bijzondere voorwaarden gelden. Indien de advocaat lid is van een specialisatievereniging die van de NOvA het keurmerk specialisatievereniging heeft gekregen en die voor haar leden minimaal dezelfde deskundigheidseisen stelt als de Raad, toetst de Raad de gestelde eisen voor het onderhouden van de deskundigheid (aantallen opleidingspunten en zaken) bij de betreffende advocaat niet steekproefsgewijs op het rechtsgebied waarop de specialisatievereniging actief is.

De Raad verstrekt nadere informatie omtrent de jaarlijks te toetsen rechtsgebieden via de e-nieuwsbrief.

De Raad kan daarnaast ook op eigen initiatief (op basis van signalen of wanneer zij dat nodig acht) toetsen of een ingeschreven advocaat heeft voldaan aan de gestelde eisen voor het onderhouden van de deskundigheid op alle rechtsgebieden waarvoor deze ingeschreven staat.

De Raad heeft met de NOvA afgesproken dat advocaat-stagiaires bij een High Trust kantoor die zich hebben aangemeld voor respectievelijk de minor Strafrecht, het grote keuzevak regulier Vreemdelingenrecht en grote keuzevak Asiel- en vluchtelingenrecht van de huidige beroepsopleiding advocaten van de NOvA (beroepsopleiding vanaf september 2013) vanaf de start van het vak onder bepaalde voorwaarden onder begeleiding van een patroon werkzaamheden kunnen verrichten op toevoegingen voor respectievelijk de specialisatie Strafrecht, Vreemdelingenrecht en Asiel- en vluchtelingenrecht. De patroon en de advocaat-stagiaire moeten daarvoor een door de Raad opgestelde verklaring ondertekenen en voor aanvang van de werkzaamheden eenmalig opsturen naar de Raad voor Rechtsbijstand.13http://www.rvr.org/Informatie-over-de-raad/High+Trust/controlevormen.html

Artikel 6a. Deskundigheidsvereisten voor de rechtsbijstandverlening in strafzaken

De vereisten voor het verstrekken van toevoegingen in strafzaken zijn:

De vereisten voor de voortgezette inschrijving voor advocaten zijn:

De extra vereisten voor deelname aan het strafpiket17Deelname aan strafpiket omvat deelname aan het evenementenstrafpiket. Als een rechtsbijstandverlener niet wenst deel te nemen aan het evenementenstrafpiket moet hij dat aan de Raad laten weten. zijn:

Voor de toelating tot het strafpiket gelden de bovengenoemde algemene voorwaarden alsmede:

De extra vereisten voor deelname aan en voortzetting van het militair strafpiket zijn19Het betreft enkel piketbijstand aan militairen verblijvend in het buitenland n.a.v. de brief van het College van Procureurs Generaal van 11 oktober 2016 met betrekking tot consultatie- en verhoorbijstand militairen in operatie- en oefengebieden in het buitenland.:

Voor de toelating gelden de bovengenoemde voorwaarden voor strafpiket alsmede:

De extra vereisten voor deelname aan het WOTS-WETS-Uitlevering-en overleveringspiket zijn20De Raad hanteert drie piketplanningen in de ressorten Amsterdam, Den Bosch en Den Haag. In de ressorten Arnhem en Leeuwarden zal, gezien het zeer geringe aantal zaken daar, geen piketplanning worden gehanteerd. Advocaten die kantoor houden in die ressorten kunnen zich dan ook niet bij de Raad aanmelden voor deelname. Advocaten in die ressorten die een piketmelding voor een Uit- of overlevering, WOTS of WETS zaak ontvangen worden geacht deze door te verwijzen naar een op deze piketplanning ingeschreven advocaat in de overige drie ressorten.:

De vereisten voor de voortzetting van de deelname aan het WOTS-WETS-Uitlevering- en overleveringspiket zijn:

In verband met het noodzakelijke onderhouden van de ervaring wordt waar nodig per territoriale piketplanning een wachtlijst voor deelname aan de piketplanning gehanteerd. Belangstellenden voor toelating tot piketplanning worden op datum van aanmelding geregistreerd. Nieuwe toelating vindt pas plaats als het aantal zaken per deelnemende rechtsbijstandverlener in een jaar gemiddeld niet onder 5 toevoegingen daalt. Mogelijke toelating wordt door de Raad aangekondigd als het volgen van een cursus, die vereist is voor toelating, mogelijk is.

Artikel 6b. deskundigheidsvereisten voor de rechtsbijstandverlening in jeugdstrafzaken en bij verzoeken voor een machtiging tot uithuisplaatsing in een accommodatie voor gesloten jeugdzorg

De vereisten voor de verstrekking van toevoegingen voor jeugdstrafzaken en voor verzoeken voor een machtiging tot uithuisplaatsing in een accommodatie voor gesloten jeugdzorg zijn:

Artikel 6c. deskundigheidsvereisten voor de rechtsbijstandverlening aan psychiatrische patiënten

De vereisten voor toevoegingen op het rechtsgebied psychiatrisch patiëntenrecht en het psychiatrisch patiëntenpiket zijn:

De vereisten voor de voortgezette inschrijving op het rechtsgebied psychiatrisch patiëntenrecht en het psychiatrisch patiëntenpiket zijn:

In verband met het noodzakelijke onderhouden van de ervaring wordt waar nodig per territoriale piketplanning een wachtlijst voor deelname aan de specialisatie psychiatrisch patiëntenrecht gehanteerd. Belangstellenden voor toelating tot de specialisatie psychiatrisch patiëntenrecht worden op datum van aanmelding geregistreerd. Nieuwe toelating vindt pas plaats als het aantal zaken per deelnemende rechtsbijstandverlener in een jaar gemiddeld niet onder 35 toevoegingen daalt. Mogelijke toelating wordt door de Raad aangekondigd als het volgen van een cursus, die vereist is voor toelating, mogelijk is. Om zich te laten registreren op de wachtlijst behoeft de rechtsbijstandverlener nog niet aan de gestelde inschrijvingsvereisten te voldoen. Wel moet de rechtsbijstandverlener de stage voltooid hebben.

Teneinde een evenredigere verdeling van het aantal BOPZ zaken aan de advocaten op de BOPZ piketplanning te bevorderen, zal de Raad advocaten waaraan binnen één kalenderjaar meer dan 70 toevoegingen op het terrein van het psychiatrisch patiëntenrecht worden afgegeven niet langer inplannen in de daarop volgende planningsperiode voor psychiatriezaken. De advocaat kan gedurende de periode dat deze niet op de planning is ingedeeld wel in aanmerking komen voor het ontvangen van piketmeldingen voor stamcliënten en kan gedurende deze periode stamcliënten op basis van een last tot toevoeging blijven bijstaan.

Artikel 6d. deskundigheidsvereisten voor de verstrekking van toevoegingen in vreemdelingenzaken

De vereisten voor de verstrekking van toevoegingen in vreemdelingenzaken zijn:

In

bijlage 1 zijn de Inschrijvingsvoorwaarden voor vreemdelingenrecht, vreemdelingenpiket en vreemdelingenbewaringszaken opgenomen.

Artikel 6e. deskundigheidsvereisten voor de verstrekking van toevoegingen in asiel- en vluchtelingenzaken

De vereisten voor de verstrekking van toevoegingen in asiel- en vluchtelingenzaken zijn:

In bijlage 2 zijn de Inschrijvingsvoorwaarden voor het Asiel- en vluchtelingenrecht opgenomen.

Artikel 6f. deskundigheidsvereisten voor de verstrekking van toevoegingen in zaken betreffende internationale kinderontvoering

De vereisten voor de verstrekking van toevoegingen in kinderontvoeringszaken zijn:

De vereisten voor de voortgezette inschrijving op het rechtsgebied internationale kinderontvoeringszaken zijn:

Het behalen van vier opleidingspunten op het terrein van internationale kinderontvoeringzaken, te behalen door het bijwonen van tenminste twee bijeenkomsten per jaar op het gebied van internationale kinderontvoering waarbij rechtsontwikkelingen en jurisprudentie op het gebied van internationale kinderontvoering worden besproken, georganiseerd door een door de Raad goedgekeurde instelling.26Goedgekeurd zijn in ieder geval de bijeenkomsten van of in samenwerking met Centrum IKO en Dutch International Abduction Lawyers (D.I.A.L.)/Vereniging IKO.

Artikel 6g. deskundigheidsvereisten voor de verstrekking van toevoegingen in zaken betreffende het Personen- en familierecht

De vereisten voor verstrekking van toevoegingen op het terrein van het personen- en familierecht zijn:

In bijlage 3 zijn de Inschrijvingsvoorwaarden voor het Personen- en Familierecht opgenomen.

Artikel 6h. deskundigheidsvereisten voor de rechtsbijstandverlening aan slachtoffers (zaakcodes Civiel O 013, gewelds- en zedenmisdrijven en Straf Z 110, voeging benadeelde partij in het strafproces):

De vereisten voor de verstrekking van toevoegingen op het terrein van rechtsbijstandverlening aan slachtoffers zijn:

Voor advocaten die geen lid zijn van een van deze verenigingen/netwerk gelden de volgende voorwaarden:

De vereisten voor de voortgezette inschrijving op het terrein van rechtsbijstandverlening aan slachtoffers zijn:

Artikel 6i. Deskundigheidsvereisten voor de rechtsbijstandverlening door bijzondere curatoren in afstammingszaken (artikel 1:212 BW zaken)

De vereisten voor het verstrekken van toevoegingen aan bijzondere curatoren in afstammingszaken (artikel 1:212 BW zaken) zijn:

Om ingeschreven te blijven staan onderhoudt de bijzondere curator zijn deskundigheid door het jaarlijks behalen van tenminste vier opleidingspunten op dit specifieke gebied.

Indien de bijzondere curator niet meer voldoet aan de gestelde eisen, kan de Raad de bijzondere curator uitschrijven voor de specialisatie. Voordat de Raad hiertoe beslist zal betrokkene indien deze dat wenst worden gehoord.

Artikel 6j. Deskundigheidsvereisten voor de rechtsbijstandverlening door bijzondere curatoren in artikel 1:250 BW zaken.

De vereisten voor het verstrekken van toevoegingen aan bijzondere curatoren in artikel 1:250 BW zaken zijn:

Om ingeschreven te blijven staan onderhoudt de bijzondere curator zijn deskundigheid door het jaarlijks behalen van tenminste vier opleidingspunten op dit specifieke gebied. Indien de bijzondere curator niet meer voldoet aan de gestelde eisen, kan de Raad de bijzondere curator voor de specialisatie uitschrijven. Voordat de Raad hiertoe beslist, zal betrokkene indien deze dat wenst worden gehoord.

Artikel 7. Voorschotten (art. 35 en 36 Bvr 2000)

De advocaat ontvangt het op basis van het Besluit vergoedingen rechtsbijstand 2000 verstrekte voorschot persoonlijk en is persoonlijk aansprakelijk voor de onverwijlde terugbetaling c.q. verrekening met de vergoedingen in zaken op basis waarvan het voorschot is berekend, in geval de inschrijving wordt doorgehaald. De advocaat die in loondienst heeft gewerkt, kan zich er niet op beroepen dat voorschotten aan zijn patroon/kantoor zijn uitbetaald.

Artikel 8. Doorhaling inschrijving (art. 17 Wrb)
1.

De inschrijving van de advocaat kan door de Raad worden doorgehaald:

2.

De Raad heeft met betrekking tot de toepassing van artikel 17, tweede lid Wrb maatregelbeleid vastgesteld.28Dit maatregelbeleid is gepubliceerd op www.rvr.org.

3.

Doorhaling van de inschrijving voor een specifiek rechtsgebied kan plaatsvinden indien de advocaat niet langer voldoet aan de bij deze regeling gestelde (deskundigheids)vereisten. Deze doorhaling geldt voor een periode van minimaal één jaar. Voor herinschrijving gelden de voor het specifieke rechtsgebied gestelde voorwaarden.

4.

De deken in het arrondissement waar de betreffende advocaat kantoor houdt, wordt geïnformeerd over een uitschrijving, anders dan op eigen verzoek.

5.

De Raad kan herinschrijving weigeren indien de inschrijving van een advocaat is doorgehaald in de gevallen beschreven in het eerste lid onder e, f, g en h.

Artikel 9. Algemene bepaling

De advocaat onthoudt zich van gedragingen die met de doelstelling van deze voorwaarden in strijd komen. Zo is het niet toegestaan om toevoegingen aan te vragen ten behoeve van een andere advocaat of rechtsbijstandverlener, bijvoorbeeld voor een niet ingeschreven advocaat of voor een advocaat die niet aan specifieke deskundigheidseisen voldoet of het maximum aantal toevoegingen heeft bereikt. Het is evenmin toegestaan de gevolgen van algehele uitschrijving of uitschrijving van een specifiek rechtsgebied te ontgaan door andere advocaten toevoegingen te laten aanvragen.

Bijlage 1. Vreemdelingenrecht, vreemdelingenpiket en vreemdelingenbewaringszaken

1. Onvoorwaardelijke inschrijving vreemdelingenrecht

De advocaat die wil worden ingeschreven om rechtsbijstand te verlenen op het terrein van het vreemdelingenrecht (niet zijnde asielrechtsbijstand) dient te voldoen aan de algemene inschrijvingsvoorwaarden en bovendien dient hij terzake:

ofwel:

ofwel:

De advocaat dient verder:

2. Voorwaardelijke inschrijving vreemdelingenrecht

De advocaat die voorwaardelijk wil worden ingeschreven om rechtsbijstand te verlenen op het terrein van het vreemdelingenrecht (niet zijnde asielrechtsbijstand) dient terzake:

Indien voldaan wordt aan de gestelde voorwaarden kan de Raad overgaan tot een voorwaardelijke inschrijving voor een periode van 1 jaar.

Na afloop van de periode van voorwaardelijke inschrijving gaat de Raad uitsluitend tot onvoorwaardelijke inschrijving over indien uit rapportage van de advocaat en diens begeleider is gebleken dat aan de hierboven onder 1 genoemde voorwaarden en de bij de voorwaardelijke inschrijving gestelde voorwaarden wordt voldaan.

3. Voorwaarden voor de deelname aan het vreemdelingenpiket en voor de behandeling van toevoegingen in vreemdelingenbewaringszaken

De advocaat die wil deelnemen aan het vreemdelingenpiket en/of bewaringszaken wil behandelen op basis van een toevoeging dient terzake:

De Raad hanteert, gezien het aantal beschikbare zaken en het aantal advocaten op de piketplanningen in 2019 een tijdelijke toelatingsstop voor deelname aan de vreemdelingenpiketplanning. De Raad beoogt met deze toelatingsstop te bewerkstelligen dat de reeds op de vreemdelingenpiketplanning staande advocaten voldoende praktijkervaring kunnen blijven opdoen. De Raad beziet in de loop van 2019 opnieuw of deze toelatingsstop in 2020 gehandhaafd wordt. De toelatingsstop heeft tot gevolg dat een advocaat zich in 2019 niet bij de Raad zal kunnen aanmelden voor deelname aan de vreemdelingenpiketplanning; er zal daarbij door de Raad ook geen wachtlijst voor deelname worden gehanteerd.

4. Voorwaarden voortzetting inschrijving vreemdelingenrecht en (indien van toepassing) piket/vreemdelingenbewaring

Om ingeschreven te blijven dient een (voorwaardelijk) ingeschreven advocaat in ieder jaar van inschrijving:

Indien niet aan deze voorwaarden voldaan is, zal de Raad de rechtsbijstandverlener van verdere deelneming aan de (piket)regeling c.q. als deskundige op het terrein uitschrijven. Uitsluiting dan wel uitschrijving geschiedt op basis van artikel 17 lid 2 Wet op de rechtsbijstand.

5. Klachtencommissie Rechtsbijstand Asiel en Vreemdelingenbewaring

De Raad heeft op grond van artikel 8 van de Wet op de rechtsbijstand de Klachtencommissie Rechtsbijstand Asiel en Vreemdelingenbewaring ingesteld. Deze klachtencommissie adviseert, hetzij naar aanleiding van een klacht, hetzij op eigen initiatief, of op verzoek van de Raad, de Raad over maatregelen te nemen tegen advocaten die rechtsbijstand hebben geboden op het terrein van het asiel- en vluchtelingenrecht en het vreemdelingenrecht, vreemdelingenpiket en vreemdelingenbewaring.

In een afzonderlijk reglement zijn de werkzaamheden van en de behandeling van klachten door de klachtencommissie geregeld. De ingeschreven advocaat is verplicht zich te onderwerpen aan het genoemde reglement.

6. Doorhaling inschrijving

De Raad kan – ambtshalve of naar aanleiding van een schriftelijke klacht – een toegelaten advocaat een waarschuwing geven of al dan niet tijdelijk van de verdere verlening van rechtsbijstand op het terrein van het vreemdelingenrecht, vreemdelingenbewaring of het vreemdelingenpiket uitsluiten dan wel andere maatregelen treffen, indien uit concrete feiten of omstandigheden is gebleken van enig handelen of nalaten in strijd met een zorgvuldige en doelmatige rechtsbijstandverlening aan vreemdelingen. Deze maatregelen gaan gepaard met melding aan de deken en andere betrokkenen. Het advies daartoe wordt aan de Raad uitgebracht door de Klachtencommissie Rechtsbijstand Asiel en Vreemdelingenbewaring.

Bijlage 2. Asiel- en vluchtelingenrecht

1. Onvoorwaardelijke inschrijving

De advocaat die wil worden ingeschreven om rechtsbijstand te verlenen aan asielzoekers dient te voldoen aan de algemene inschrijvingsvoorwaarden en bovendien dient hij terzake:

ofwel:

ofwel:

De advocaat dient verder:

2. Voorwaardelijke inschrijving

De advocaat die voor het eerste jaar voorwaardelijk wil worden ingeschreven om rechtsbijstand te verlenen aan asielzoekers dient ter zake:

Indien voldaan wordt aan de gestelde voorwaarden, kan de Raad overgaan tot een voorwaardelijke inschrijving voor een periode van 1 jaar.

De termijn van voorwaardelijke inschrijving kan in bijzondere gevallen worden verlengd met een door de Raad te bepalen termijn.

Voordat de periode van voorwaardelijke inschrijving eindigt, gaat de Raad uitsluitend tot onvoorwaardelijke inschrijving over indien aan de voorwaarden van lid 1 en de bij de voorwaardelijke inschrijving gestelde voorwaarden is voldaan. Voor advocaten die niet deelnemen aan het AC rooster geldt dat zij een verklaring van ‘geen bezwaar’ alsmede de verslaglegging van de begeleiding van de begeleidende advocaat aan de afdeling Inschrijven van de Raad dienen toe te zenden vóór het einde van de voorwaardelijke inschrijving. Indien de stukken niet vóór het einde van het jaar van voorwaardelijke inschrijving zijn ontvangen, zal de voorwaardelijke inschrijving komen te vervallen.

3. Deelname aan het rooster in het AC/Algemene Asielprocedure

Voor deelname aan het rooster op het AC dient de advocaat terzake:

De Raad kan nadere regels stellen met betrekking tot de voorwaarden tot deelname, begeleiding van nieuwe advocaten, frequentie van deelname, de flexibele inzet, de buitenressortelijke inzet en de beschikbaarheid voor een schaduwrooster.

Indien een advocaat vóór 1 november op enig moment in het kalenderjaar de grens bereikt van 200 eenheden wordt hij van het rooster op het AC verwijderd.

Voor de definitie van het begrip eenheid wordt verwezen naar artikel 5 van de inschrijvingsvoorwaarden.

De advocaat kan door de Raad bij wijze van maatregel van deelneming aan de behandeling van asielzaken en gebruikmaking van de voorzieningen van de Raad op het AC worden uitgesloten. De deelname eindigt eveneens indien de advocaat niet langer aan de voorwaarden voor de verstrekking van toevoegingen op het terrein van het asiel- en vluchtelingenrecht voldoet.

4. Voortzetting van de inschrijving

Om ingeschreven te blijven dient een (voorwaardelijk) ingeschreven advocaat in ieder jaar van inschrijving:

Indien niet aan deze voorwaarden voldaan is, zal de Raad de rechtsbijstandverlener als deskundige op het terrein uitschrijven voor deze specialisatie. Uitsluiting dan wel uitschrijving geschiedt op basis van artikel 17 lid 2 van de Wet op de rechtsbijstand.

5. Overdracht dossiers

Indien ten gevolge van wijziging of beëindiging van de praktijk overdracht van dossiers in asiel- en vluchtelingenzaken aan een andere rechtsbijstandverlener plaats moet vinden, legt de advocaat de wijze waarop deze overdracht is geregeld ter goedkeuring aan de Raad voor.

6. Klachtencommissie Rechtsbijstand Asiel en Vreemdelingenbewaring

De Raad heeft op grond van artikel 8 van de Wet op de rechtsbijstand de Klachtencommissie Rechtsbijstand Asiel en Vreemdelingenbewaring (KRAV) ingesteld.

De KRAV adviseert, hetzij naar aanleiding van een klacht, hetzij op eigen initiatief, of op verzoek van de Raad, de Raad over maatregelen te nemen tegen advocaten die rechtsbijstand hebben geboden op het terrein van het asiel- en vluchtelingenrecht, het vreemdelingenrecht, vreemdelingenpiket en vreemdelingenbewaring.

In een afzonderlijk reglement zijn de werkzaamheden van en de behandeling van klachten door de klachtencommissie geregeld. De ingeschreven advocaat is verplicht zich te onderwerpen aan het genoemde reglement.

7. Doorhaling inschrijving

De Raad kan – ambtshalve of naar aanleiding van een schriftelijke klacht – een toegelaten advocaat een waarschuwing geven of al dan niet tijdelijk van de verdere verlening van rechtsbijstand op het terrein van het asiel- en vluchtelingenrecht uitsluiten dan wel andere maatregelen treffen, indien uit concrete feiten of omstandigheden is gebleken van enig handelen of nalaten in strijd met een zorgvuldige en doelmatige asiel- en vluchtelingenrechtsbijstandverlening. Deze maatregelen gaan gepaard met melding aan de deken en andere betrokkenen. Het advies daartoe wordt aan de Raad uitgebracht door de Klachtencommissie Rechtsbijstand Asiel en Vreemdelingenbewaring.

8. Voorwaarden voor deelneming van advocaten aan het door de Raad opgestelde rooster voor de verlening van rechtsbijstand in bewaringszaken van asielzoekers en andere personen die aan de grens zijn geweigerd42Dit rooster is opgesteld om rechtsbijstand te kunnen waarborgen bij bewaringszaken ex. Artikel 6 Vreemdelingenwet.

De voorwaarden zijn:

De advocaat kan door de Raad bij wijze van maatregel van deelname aan het rooster worden uitgesloten. De deelneming eindigt eveneens indien de advocaat niet langer aan de voorwaarden voor de verstrekking van toevoegingen op het terrein van het asiel- en vluchtelingenrecht voldoet.

9. Voorwaarden voor de rechtsbijstandverlening in asielzaken van alleenstaande minderjarige vreemdelingen die in de beschermde opvang (BO) worden geplaatst omdat er een mogelijk risico bestaat slachtoffer te zijn dan wel te worden van mensenhandel

De voorwaarden voor het verlenen van rechtsbijstand in BO zaken zijn:

Bijlage 2a. Distributieregeling AC

1. Landelijke roosters

De roosters voor de AC’s worden per half jaar gemaakt. Uitgangspunt is dat roosters 10 weken voor ingang verzonden worden. Voor de 15e van de maanden maart en september kunnen nieuwe advocaten zich aanmelden. Hierna sluit de termijn en worden nieuwe aanmeldingen in het bestand voor het volgende half jaar gezet. De Raad geeft in de begeleidende brief bij de inventarisatie van roosterwensen voor de komende periode altijd de verwachte productieprognose in de betreffende periode per AC aan.

2. Opstellen roosters

3. Vervanging

4. Geen te behandelen zaken/afbellen

5. Rechtsbijstandvoorziening in het AC

6. Reiskosten

Reist de advocaat met toestemming van de Raad naar de vreemdeling, dan wordt een vergoeding verstrekt volgens art 24 Besluit vergoedingen rechtsbijstand. Reist de advocaat één maal voor meerdere zaken naar de A.A.-locatie (AC) of met toestemming van de Raad naar een andere locatie waar de vreemdeling verblijft, dan zal slechts één maal een vergoeding volgens genoemd artikel 24 worden verstrekt. De administratie van de Raad in het AC houdt hier een registratie van bij.

7. Toelating nieuwe advocaten op het AC-rooster43In 2019 geldt een tijdelijke toelatingsstop voor deelname aan het AC rooster, zie bijlage 2 onder 3.

8. Voorwaarden waaronder een asieladvocaat als begeleider kan functioneren.

9. Begeleidingsregeling AC-introductie45Zie voor nadere regels begeleiding nieuwe advocaten het Protocol begeleiding nieuwe advocaten.

10. Verklaring van geen bezwaar46Zie voetnoot 2: Protocol begeleiding.

Bijlage 3. Personen- en familierecht

(uitgezonderd de voornaams wijzigingen en onder curatele/ bewindstellingen)

De advocaat die voorwaardelijk ingeschreven wil worden op het terrein van het Personen – en familierecht dient te voldoen aan de algemene inschrijvingsvoorwaarden en bovendien aan de volgende specifieke vereisten:

Verder dient de advocaat:

Na voorwaardelijke inschrijving kan de advocaat onvoorwaardelijk worden ingeschreven als hij definitief aan de voorwaarden onder a of b en d. heeft voldaan.

De advocaat dient vanaf het moment van onvoorwaardelijke inschrijving:

Afbakening:

Als het vereiste aantal toevoegingen niet gehaald wordt, kunnen desgewenst in de telling ook zaken die louter betalend zijn gedaan worden betrokken.

Bijlage 4. Gedragscode voor advocaten in het personen- en familierecht

Het bleek wenselijk om voor advocaten werkzaam in de personen- en familierechtspraktijk de al bestaande gedragsregels nader uit te werken, waarbij de effectuering hiervan gestimuleerd kan worden door de cliënt te melden dat deze regels gehanteerd worden door bij de opdrachtbevestiging hiervan een uitdraai te verstrekken. Dit laat overigens de gelding van de Gedragsregels en de Verordening op de Advocatuur onverlet.48De vereniging van Familie- en erfrecht Advocaten en Scheidingsmediators (vFAS) heeft voor haar leden in aanvulling daarop een eigen gedragscode ontwikkeld (https://www.verenigingfas.nl/gedragscode-voor-de-vfas-advocaat). Deze gedragscode komt in grote lijnen overeen met de door de Raad vermelde gedragscode. In die gedragscode is per regel ook een nadere toelichting opgenomen. Het is voor de bij de Raad voor de specialisatie personen- en familierecht ingeschreven advocaten raadzaam om ook kennis te nemen van die gedragscode.

De NOvA heeft, op grond van de te beschermen onafhankelijke positie van de advocaat, aangegeven voor te staan dat deze gedragscode niet het karakter van een verplichting in de vorm van een inschrijvingsvoorwaarde heeft.

Gedragscode voor advocaten in het personen- en familierecht

Bijlage 5. Jeugdstrafrecht en civiel jeugdrecht (machtiging tot uithuisplaatsing in een accommodatie voor gesloten jeugdzorg)

Toelichting

De rechtspraak wil in het kader van effectieve(re) rechtspraak meer samenhang aanbrengen in de behandeling en afdoening van jeugdstrafzaken en civiele jeugdzaken.

Daartoe worden onder meer binnen de rechtbanken jeugdteams geformeerd en vaker combi-zittingen georganiseerd. Het komt steeds vaker voor dat in het jeugdrecht straf- en civiele aspecten met elkaar samenhangen c.q. naast elkaar spelen.

De Raad voor Rechtsbijstand, de NOvA en de rechtspraak achten het van groot belang dat de rechtsbijstand in zaken waarin minderjarigen zijn betrokken, wordt verleend door advocaten die voldoende kennis en ervaring in beide rechtsgebieden hebben. Het gaat hierbij specifiek om jeugdstrafzaken en machtigingen uithuisplaatsing in een accommodatie voor gesloten jeugdzorg.

Teneinde een minimum kwaliteitsniveau te waarborgen heeft de Raad voor Rechtsbijstand na overleg met de NOvA en de rechtspraak na te noemen criteria vastgesteld, waaraan een advocaat dient te voldoen om door de rechtbank te kunnen worden toegevoegd in jeugdstrafzaken dan wel uithuisplaatsingen in een accommodatie voor gesloten jeugdzorg.

Advocaten kunnen zich bij de Raad inschrijven voor de specialisatie jeugdstrafrecht en/of de specialisatie civiel jeugdrecht. Advocaten die voor de specialisatie jeugdstrafrecht staan ingeschreven kunnen, als zij aan de voorwaarden voldoen, er voor kiezen zich ook in te schrijven voor de jeugdstrafpiketplanning.

De Raad voor Rechtsbijstand stuurt de rechtbanken periodiek actuele overzichten met voor de specialisatie jeugdstrafrecht en voor de specialisatie civiel jeugdrecht ingeschreven advocaten.

Het toevoegen op ambtshalve last van de president/de kinderrechter geschiedt door de Raad voor Rechtsbijstand. De president/de kinderrechter zal aan de hand van twee uitgangspunten de toevoegingen verdelen over de voor de bovengenoemde specialisaties ingeschreven advocaten. Hij zal rekening houden met de woonplaats van de betreffende minderjarige en in beginsel een advocaat uit hetzelfde ‘kanton’ toevoegen. Voorts zal een al eerder bestaande vertrouwensrelatie tussen een minderjarige en een advocaat, opgebouwd naar aanleiding van eerder verleende toevoegingen, bijvoorbeeld in het kader van piket, worden gerespecteerd en de desbetreffende advocaat worden toegevoegd indien deze voor de specialisatie staat ingeschreven. Indien de rechtzoekende bijgestaan wil worden door een advocaat die niet voor deze specialisaties is ingeschreven, treedt deze op als een gekozen raadsman. In dat geval wordt het optreden niet door de Raad voor Rechtsbijstand vergoed.

Indien uit concrete feiten of omstandigheden is gebleken van enig handelen of nalaten door de advocaat in strijd met een zorgvuldige en doelmatige rechtsbijstand aan jeugdigen, zal eerst worden getracht via de diplomatieke weg, door tussenkomst van de president van de rechtbank en de deken, tot een oplossing te komen. Indien zich het uitzonderlijke geval zou voordoen dat deze weg niet tot het gewenste resultaat leidt, kan de Raad voor Rechtsbijstand een voor deze specialisaties ingeschreven advocaat waarschuwen of tijdelijk of definitief uitschrijven voor deze specialisaties.

1. Deskundigheidsvereisten voor de rechtsbijstandverlening in jeugdstrafzaken

De vereisten voor het verstrekken van toevoegingen in jeugdstrafzaken zijn:

De extra vereisten voor deelname aan het jeugdstrafpiket zijn:

Voor de toelating tot het jeugdstrafpiket gelden de bovengenoemde algemene voorwaarden alsmede:

De vereisten voor de voortgezette inschrijving voor het rechtsgebied jeugdstrafrecht en het jeugdstrafpiket zijn:

2. Deskundigheidsvereisten voor de rechtsbijstandverlening in civiele jeugdrechtzaken

De vereisten voor het verstrekken van toevoegingen in civiele jeugdrechtzaken zijn:

De vereisten voor de voortgezette inschrijving voor het rechtsgebied civiel jeugdrecht zijn: