Besluit vooroverleg rulings met een internationaal karakter
De Staatssecretaris van Financiën heeft het volgende besloten.
Vooroverleg met een internationaal karakter over de toepassing van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969, de Wet op de dividendbelasting 1965, de Wet bronbelasting 2021 of de Wet minimumbelasting 2024 en vooroverleg over de toepassing van een bilateraal verdrag of regelingen ter voorkoming van dubbele belastingheffing op inkomen en vermogen, voor zover verband houdend met de hiervoor genoemde wetten, vindt gecentraliseerd en op uniforme wijze plaats. Om de eenheid van beleid en uitvoering en de kwaliteit te waarborgen, wordt in dit besluit een College Internationale Fiscale Zekerheid geïntroduceerd. Alle afspraken die in vooroverleg worden gemaakt binnen de context van dit besluit, worden ter goedkeuring aan dit College voorgelegd. Voorts wordt in dit besluit geregeld welke onderwerpen in vooroverleg worden behandeld door het Behandelteam Internationale Fiscale Zekerheid en wanneer een verzoek tot vooroverleg aan het aanspreekpunt buitenlandse investeerders wordt gericht. Ook wordt uitgewerkt in welke gevallen geen toegang bestaat tot vooroverleg.
Dit besluit vervangt de besluiten van 3 juni 2014, nrs. DGB 2014/3098, DGB 2014/3099 en DGB 2014/3101. Voor zover in het besluit van 3 juni 2014, nr. DGB 2014/3102 regels zijn opgenomen die betrekking hebben op vooroverleg of de totstandkoming van een ruling, zullen de regels van onderhavig besluit daarvoor in de plaats treden.
1. Inleiding
In dit besluit wordt invulling gegeven aan de door de Staatssecretaris in zijn brief van 22 november 2018 aangekondigde beleidsvoornemens over de vernieuwde rulingpraktijk. Een belanghebbende kan verzoeken om vooroverleg ter verkrijging van zekerheid vooraf. Het beleid voor vooroverleg is in algemene zin in het BFB neergelegd. Dit besluit is een aanvulling op het BFB en is van toepassing op vooroverleg ter verkrijging van zekerheid vooraf in de vorm van een ruling met een internationaal karakter. De werking van dit besluit is beperkt tot rulings met een internationaal karakter die betrekking hebben op de toepassing van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969, de Wet op de dividendbelasting 1965, de Wet bronbelasting 2021 of de toepassing van bilaterale verdragen en regelingen ter voorkoming van dubbele belastingheffing op inkomen en vermogen, voor zover verband houdend met deze belastingen.
In dit besluit wordt invulling gegeven aan de door de Staatssecretaris in zijn brief van 22 november 2018 aangekondigde beleidsvoornemens over de vernieuwde rulingpraktijk. Een belanghebbende kan verzoeken om vooroverleg ter verkrijging van zekerheid vooraf. Het beleid voor vooroverleg is in algemene zin in het BFB neergelegd. Dit besluit is een aanvulling op het BFB en is van toepassing op vooroverleg ter verkrijging van zekerheid vooraf in de vorm van een ruling met een internationaal karakter. De werking van dit besluit is beperkt tot rulings met een internationaal karakter die betrekking hebben op de toepassing van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969, de Wet op de dividendbelasting 1965, de Wet bronbelasting 2021, de Wet minimumbelasting 2024 of de toepassing van bilaterale verdragen en regelingen ter voorkoming van dubbele belastingheffing op inkomen en vermogen, voor zover verband houdend met deze belastingen.
2. Procedure rulings met een internationaal karakter
Dit besluit is opnieuw gewijzigd bij besluit van [datum]7 juni 2022, nr. 2022 – 10157. Naast redactionele aanpassingen en de actualisering van een verwijzing bewerkstelligen deze wijzigingen dat:
2. Procedure rulings met een internationaal karakter
1 Met dien verstande dat dit besluit ook van toepassing is op voorafgaande verrekenprijsafspraken die zijn gemaakt voor indiening van de belastingaangifte over het tijdvak waarin de grensoverschrijdende transacties hebben plaatsgevonden.
De inspecteur voert het vooroverleg en wordt in beginsel aangemerkt als eerste behandelaar van het vooroverleg ter verkrijging van zekerheid vooraf in de vorm van een ruling met een internationaal karakter. Een belanghebbende die een verzoek tot vooroverleg doet, richt dit verzoek daarom in eerste instantie aan zijn inspecteur.
De Belastingdienst voert vooroverleg ter verkrijging van zekerheid vooraf in de vorm van een ruling met een internationaal karakter. Hierbij spelen de volgende partijen een rol:1Voor specifieke regels met betrekking tot bi- en multilaterale APA’s wordt verwezen naar paragraaf 8.2.
De Belastingdienst heeft een Behandelteam IFZ. De inspecteur schakelt het Behandelteam IFZ in voor de onderwerpen die zijn opgenomen in paragraaf 2.4. Het Behandelteam IFZ is in die gevallen eerste behandelaar van het vooroverleg. Het Behandelteam IFZ voert het vooroverleg in samenspraak met de inspecteur.
2.2. College IFZ
De Belastingdienst heeft een Behandelteam IFZ. De inspecteur schakelt het Behandelteam IFZ in voor de onderwerpen die zijn opgenomen in paragraaf 2.4. Het Behandelteam IFZ is in die gevallen eerste behandelaar van het vooroverleg. Het Behandelteam IFZ voert het vooroverleg in samenspraak met de inspecteur.
Bij internationaal vooroverleg dat betrekking heeft op de Wet MB zal de inspecteur het expertiseteam Pijler 2 inschakelen bij de behandeling van het verzoek. De inspecteur is in die gevallen de eerste behandelaar en sluit daarbij het expertiseteam Pijler 2 aan.
2.3. Vaststellingsovereenkomst
De eerste behandelaar en het College IFZ zoeken gedurende het traject van het vooroverleg om zekerheid vooraf in de vorm van een ruling met een internationaal karakter afstemming met de voor dat verzoek relevante kennis- en coördinatiegroepen via de daarvoor voorgeschreven procedures in het BFB of het instelbesluit van de desbetreffende coördinatiegroep.
2.2. College IFZ
De Belastingdienst heeft een College IFZ. Het College IFZ is verantwoordelijk voor de centrale coördinatie van het vooroverleg ter verkrijging van zekerheid vooraf in de vorm van rulings met een internationaal karakter teneinde:
2.4. Onderwerpen voor het Behandelteam IFZ
Het Behandelteam IFZ is eerste behandelaar voor de volgende onderwerpen:
Als binnen de reikwijdte van dit besluit zekerheid vooraf wordt gegeven over de toepassing van de Wet VPB, de Wet DB, de Wet BB, de Wet MB of een Belastingverdrag, wordt deze zekerheid vooraf in alle gevallen vastgelegd in een vaststellingsoverkomst als bedoeld in paragraaf 7. Deze vaststellingsovereenkomst wordt door de Belastingdienst voorzien van ten minste twee handtekeningen: een handtekening van de eerste behandelaar en een handtekening van het College IFZ. Als het Behandelteam IFZ de eerste behandelaar is, tekent ook de inspecteur waaronder de belastingplichtige ressorteert de vaststellingsovereenkomst. De vaststellingsovereenkomst komt tot stand op het moment dat deze is voorzien van alle voorgeschreven handtekeningen, van zowel de zijde van de Belastingdienst als de zijde van de belanghebbende(n).
De Belastingdienst heeft een APBI voor potentiële buitenlandse investeerders die overwegen in Nederland te investeren. Het APBI is – binnen het kader van wet- en regelgeving, jurisprudentie en beleid – bevoegd tot het maken van afspraken vooraf over de fiscale aspecten van voorgenomen investeringen door een potentiële buitenlandse investeerder. Het APBI schakelt een eerste behandelaar in. Het APBI maakt deel uit van het College IFZ.
Het Behandelteam IFZ is eerste behandelaar voor de volgende onderwerpen:
Als een potentiële buitenlandse investeerder wordt aangemerkt de investeerder die overweegt een eerste substantiële (fysieke) investering in Nederland te doen die werkgelegenheid oplevert in Nederland en die ook aan de volgende kenmerken voldoet:
3. Geen zekerheid vooraf
De door het APBI gemaakte afspraken kunnen betrekking hebben op de vennootschapsbelasting, de dividendbelasting, de bronbelasting, de minimumbelasting, de inkomstenbelasting, de loonbelasting en de omzetbelasting. Voor de invoerrechten en accijnzen fungeert het aanspreekpunt als contactpersoon. Ter waarborging van de eenheid van beleid en uitvoering zal over de beoordeling van deze aspecten afstemming plaatsvinden binnen het College IFZ en daar waar nodig met de relevante kennis- en coördinatiegroepen. De afspraken tussen het APBI en de buitenlandse investeerder worden vastgelegd in een vaststellingsovereenkomst.
Als een potentiële buitenlandse investeerder wordt aangemerkt de investeerder die overweegt een eerste substantiële (fysieke) investering in Nederland te doen die werkgelegenheid oplevert in Nederland en die ook aan de volgende kenmerken voldoet:
4. Publicatie
Daarnaast is het APBI op verzoek van de inspecteurs waaronder de belastingplichtige ressorteert en in het verlengde van de voorgaande taken, beschikbaar voor ondersteuning bij relatief omvangrijke vervolginvesteringen en potentiële desinvesteringen door bestaande belastingplichtigen.
Van elke ruling met een internationaal karakter wordt een samenvatting gepubliceerd. In deze samenvatting wordt onder andere een korte uiteenzetting gegeven van de feiten en omstandigheden en – voor zover relevant – van de belangrijkste conclusies uit transferpricingrapporten of andere documenten, van een analyse van de gevraagde fiscale zekerheid op basis van de relevante wet- en regelgeving en van de conclusie op grond waarvan de vaststellingsovereenkomst tot stand is gekomen.
In het BFB zijn de algemene kaders gegeven waarbinnen de Belastingdienst vooroverleg kan weigeren.
5. Duur
Voor de uitsluitingen genoemd onder b.i en b.ii gelden de volgende drie uitzonderingen.
4. Publicatie
Van elke ruling met een internationaal karakter wordt een samenvatting gepubliceerd. In deze samenvatting wordt onder andere een korte uiteenzetting gegeven van de feiten en omstandigheden en – voor zover relevant – van de belangrijkste conclusies uit transferpricingrapporten of andere documenten, van een analyse van de gevraagde fiscale zekerheid op basis van de relevante wet- en regelgeving en van de conclusie op grond waarvan de vaststellingsovereenkomst tot stand is gekomen.
Ook zal een samenvatting worden gepubliceerd van gevallen waarin vooroverleg is gevoerd met het oog op de totstandkoming van een ruling met een internationaal karakter, maar waarbij die ruling uiteindelijk niet tot stand is gekomen. De samenvatting zal in dat geval een toelichting bevatten waarin wordt uiteengezet waarom de ruling niet tot stand is gekomen.
De samenvatting zal zodanig worden geanonimiseerd dat deze samenvatting door derden niet is te herleiden naar een individuele belastingplichtige.
Afhankelijk van de feiten en omstandigheden van het concrete geval zal de belanghebbende de volgende informatie moeten verstrekken aan de Belastingdienst:
De verzoeker zal in eerste instantie aangeven voor welke termijn de zekerheid vooraf wordt gevraagd. De in een ruling met een internationaal karakter vastgelegde zekerheid vooraf zal in principe voor ten hoogste vijf boekjaren gelden. Als de feiten en omstandigheden een uitzondering rechtvaardigen – bijvoorbeeld bij langlopende contracten – kan een maximale looptijd van tien boekjaren worden gehanteerd met een tussentijdse evaluatie halverwege de looptijd.
Om de administratieve werklast die samenhangt met een APA-verzoek te verminderen, kunnen
Als vooroverleg wordt gevoerd ter verkrijging van zekerheid vooraf in de vorm van een ruling met een internationaal karakter, verstrekt de belanghebbende de gegevens die nodig zijn om het verzoek te beoordelen. Daarnaast bevat het verzoek een eenduidig standpunt of eenduidige conclusie over de fiscale consequenties van de voorgelegde casus op basis van een technische analyse van de relevante wet- en regelgeving, jurisprudentie en beleid. Ook wordt een analyse verstrekt waarin de belanghebbende gemotiveerd toelicht dat er geen beletselen zijn als bedoeld in paragraaf 3 om zekerheid vooraf te verstrekken in de vorm van een ruling met een internationaal karakter.
7. Inhoud van de vaststellingsovereenkomst
Voordat een verzoek wordt ingediend bestaat de mogelijkheid van een pre-filing meeting met de eerste behandelaar. Tijdens deze pre-filing meeting wordt besproken welke informatie nodig is en welke elementen in het specifieke geval van belang zijn voor de beoordeling van het verzoek. Gedurende het traject van een pre-filing worden door de Belastingdienst geen inhoudelijke standpunten ingenomen. De Belastingdienst kan besluiten om geen pre-filing meeting te houden als de pre-filing niet bijdraagt aan een efficiënte afhandeling van een verzoek. Als een pre-filing plaatsvindt met betrekking tot een BAPA-verzoek (zie paragraaf 8.2) zal het MAP-team Belastingdienst hierbij betrokken worden.
Om de administratieve werklast die samenhangt met een APA-verzoek te verminderen, kunnen
8. Diversen
8. Diversen
Als het gaat om een BAPA-verzoek in relatie tot kleinere ondernemingen zal worden beoordeeld of een dergelijke ondersteuning een voldoende basis kan zijn voor het overleg met het andere land.
Op grond van het besluit van 16 december 2013, nr. IFZ 2013/229 is de algemeen directeur Grote Ondernemingen gemandateerd om, namens de in Belastingverdragen bedoelde bevoegde autoriteit in Nederland, te beslissen op verzoeken over de toepassing van de zogenoemde vangnetbepaling in de ‘limitation on benefitsbepaling’ opgenomen in Nederlandse Belastingverdragen, zoals bijvoorbeeld artikel 26, zevende lid, van het belastingverdrag met de Verenigde Staten van Amerika, of vergelijkbare bepalingen opgenomen in (het protocol bij) de belastingverdragen met Bahrein, Hong Kong, Japan en Koeweit. De algemeen directeur Grote Ondernemingen kan op grond van de aan hem gemandateerde bevoegdheid ondermandaat verlenen aan medewerkers van het College IFZ. Het Behandelteam IFZ treedt op als eerste behandelaar van deze verzoeken.
Om de zekerheid vooraf in de vorm van een ruling met een internationaal karakter vast te leggen, sluit de Belastingdienst met belanghebbende een vaststellingsovereenkomst in de zin van artikel 7:900, eerste lid, Burgerlijk Wetboek. In geval van een bilaterale of multilaterale APA wordt de uiteindelijke overeenstemming vastgelegd in een overeenkomst tussen Nederland en het (de) betrokken andere land(en). Om deze bi- of multilaterale overeenkomsten in Nederland te implementeren, sluit de Belastingdienst een overeenkomstige vaststellingsovereenkomst in de zin van artikel 7:900, eerste lid, Burgerlijk Wetboek, met de in Nederland gevestigde lichamen die zijn betrokken bij de APA.
8.2. Bi- en multilaterale APA’s
Het verzoek tot het nemen van een dergelijke beslissing of tot het in overleg treden, wordt rechtstreeks gericht aan het MAP-team Belastingdienst. Hierbij stuurt de verzoeker tegelijkertijd een afschrift aan de inspecteur waaronder de belanghebbende ressorteert en informeert de verzoeker het MAP-team Belastingdienst daarover in het verzoek. Een dergelijke beslissing heeft niet het karakter van een vaststellingsovereenkomst. De procedures volgens het Belastingverdrag gelden onverkort.
De inspanning van de Belastingdienst is in beginsel gericht op het afsluiten van een bilaterale APA. Het overleggen met de bevoegde autoriteiten van verdragslanden over en het sluiten van bilaterale APA’s is gebaseerd op de in de desbetreffende Belastingverdragen opgenomen bepalingen over het voeren van onderling overleg, veelal overeenkomstig artikel 25 van het OESO-modelverdrag.
Op grond van het besluit van 16 december 2013, nr. IFZ 2013/229 is de algemeen directeur Grote Ondernemingen gemandateerd om, namens de in Belastingverdragen bedoelde bevoegde autoriteit in Nederland, te beslissen op verzoeken over de toepassing van de zogenoemde vangnetbepaling in de ‘limitation on benefitsbepaling’ opgenomen in Nederlandse Belastingverdragen, zoals bijvoorbeeld artikel 26, zevende lid, van het belastingverdrag met de Verenigde Staten van Amerika, of vergelijkbare bepalingen opgenomen in (het protocol bij) de belastingverdragen met Bahrein, Hong Kong, Japan en Koeweit.
Op grond van het besluit van 12 november 2015, nr. IZV 2015/832 is de algemeen directeur Grote Ondernemingen gemandateerd om namens de in Belastingverdragen bedoelde bevoegde autoriteit in Nederland in overleg te treden met de bevoegde autoriteit van een ander land om in onderling overleg vast te stellen van welk land een persoon geacht wordt inwoner te zijn voor de toepassing van dat Belastingverdrag, in situaties waarin een persoon door beide bij dat Belastingverdrag betrokken landen als inwoner wordt beschouwd, en dat Belastingverdrag ter zake voorziet in onderlinge overlegprocedure, zoals bijvoorbeeld is opgenomen in artikel 4, vierde lid, van het belastingverdrag met het Verenigd Koninkrijk (de zogenoemde corporate tie-breakerbepaling).
Het verzoek tot het nemen van een dergelijke beslissing of tot het in overleg treden, wordt rechtstreeks gericht aan het MAP-team Belastingdienst. Hierbij stuurt de verzoeker tegelijkertijd een afschrift aan de inspecteur waaronder de belanghebbende ressorteert en informeert de verzoeker het MAP-team Belastingdienst daarover in het verzoek. Een dergelijke beslissing heeft niet het karakter van een vaststellingsovereenkomst. De procedures volgens het Belastingverdrag gelden onverkort.
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.