← Geldende tekst · Geschiedenis

Regeling van de Minister van Economische Zaken en Klimaat van 12 juli 2019, nr. WJZ/ 19151243, houdende een specifieke uitkering voor de gemeenten Appingedam, Delfzijl, Groningen, Hogeland, Loppersum, Midden-Groningen en de provincie Groningen in verband met de uitvoering van het Nationaal programma Groningen

Geldende tekst a fecha 2020-10-01

Gelet op artikel 2 van de Kaderwet EZK- en LNV-subsidies en 17, tweede lid, van de Financiële verhoudingswet;

Besluit:

Artikel 1

In deze regeling wordt verstaan onder:

Artikel 2. Specifieke uitkering
1.

De minister versterkt een eenmalige specifieke uitkering aan de gemeenten voor de uitvoering van projecten die zijn goedgekeurd door de bestuursvergadering van het nationaal programma Groningen.

2.

De specifieke uitkering bedraagt voor de gemeente:

3.

De specifieke uitkering bedraagt voor de provincie Groningen € 12.341.615, waarvan:

Artikel 3. Voorwaarden

De gemeenten en de provincie Groningen besteden de specifieke uitkering uitsluitend aan de projecten waarvoor dat deel van de specifieke uitkering is toegekend.

Artikel 4. Verantwoording
1.

De gemeenten en de provincie Groningen leggen verantwoording af over de besteding van de specifieke uitkering op de wijze bepaald in artikel 17a van de Financiële verhoudingswet.

2.

Indien uit de verantwoordingsinformatie, bedoeld in artikel 17a, eerste lid, van de Financiële-verhoudingswet, blijkt dat de uitkering, bedoeld in artikel 2, niet volledig of onrechtmatig is besteed, wordt de uitkering ter hoogte van het niet of onrechtmatig bestede deel door de minister teruggevorderd. De minister doet binnen een jaar na ontvangst van de verantwoordingsinformatie mededeling van de terugvordering aan het college.

Artikel 5

Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.