Wet van 10 juli 2019, houdende Invoering van een wettelijk mechanisme ten behoeve van de beslechting van belastinggeschillen tussen lidstaten van de Europese Unie (Wet fiscale arbitrage)

Type Wet
Publication 2019-07-16
State In force
Source BWB
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:

Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenselijk is voorzieningen te treffen tot uitvoering van Richtlijn 2017/1852/EU van de Raad van 10 oktober 2017 betreffende mechanismen ter beslechting van belastinggeschillen in de Europese Unie (PbEU 2017, L 265);

Zo is het, dat Wij, de Afdeling advisering van de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

Hoofdstuk 1. Algemeen

Artikel 1.1
1.

In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt, voor zover nodig in afwijking van de Algemene wet bestuursrecht, verstaan onder:

2.

Tenzij de context anders vereist, hebben termen die in deze wet niet worden gedefinieerd de betekenis die zij op dat ogenblik hebben uit hoofde van de betrokken overeenkomsten of verdragen die voorzien in de afschaffing van dubbele belasting op inkomsten en waar van toepassing op vermogen en die van toepassing zijn op de dag van ontvangst door de belanghebbende van de eerste kennisgeving van de handeling die heeft geleid of zal leiden tot een geschilpunt. Bij gebreke van een definitie uit hoofde van dergelijke overeenkomsten of verdragen hebben termen de betekenis krachtens Nederlandse belastingwetten waarop genoemde overeenkomsten of verdragen van toepassing zijn, die gelden op de dag van ontvangst door de belanghebbende van de eerste kennisgeving van de handeling die heeft geleid of zal leiden tot een geschilpunt. Betekenis krachtens Nederlandse toepasselijke belastingwetten heeft voorrang op een betekenis die krachtens andere wetten aan de term wordt gegeven.

3.

Op deze wet is de Algemene termijnenwet niet van toepassing.

Artikel 1.2
1.

De Nederlandse bevoegde autoriteit is Onze Minister.

2.

Onze Minister is verantwoordelijk voor de contacten en het nakomen van verplichtingen op grond van deze wet en Richtlijn 2017/1852/EU ten aanzien van de Europese Commissie, de andere bevoegde autoriteit en de arbitragecommissie.

3.

Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld over de wijze waarop de contacten met de Europese Commissie, de andere bevoegde autoriteit en de arbitragecommissie worden vormgegeven.

Hoofdstuk 2. Klachtprocedure

Artikel 2.1
1.

Het indienen van een klacht en de daarbij te verstrekken gegevens en inlichtingen geschiedt tegelijkertijd bij Onze Minister en de andere bevoegde autoriteit.

2.

De termijn voor het indienen van een klacht bedraagt drie jaar. De termijn vangt aan met ingang van de dag van ontvangst door de belanghebbende van de eerste kennisgeving van de handeling die tot het geschilpunt aanleiding geeft of zal geven.

3.

Het instellen van bezwaar of beroep tegen een belastingaanslag die mede ziet op een geschilpunt of het instellen van overige nationale rechtsmiddelen met betrekking tot een geschilpunt schorst de indieningstermijn van drie jaar niet.

4.

Onze Minister bevestigt de ontvangst van de klacht binnen een termijn van twee maanden aan de belanghebbende en de andere bevoegde autoriteit. Deze termijn vangt aan met ingang van de dag van ontvangst van de klacht door Onze Minister.

5.

Bij de bevestiging van ontvangst van de klacht stelt Onze Minister de andere bevoegde autoriteit in kennis van de taal of talen waarin hij wil communiceren.

Artikel 2.2

De klacht wordt alleen aanvaard indien de belanghebbende de volgende gegevens en inlichtingen verstrekt:

Artikel 2.3
1.

Bij toepassing van artikel 2.2, onderdeel i, kan Onze Minister binnen drie maanden na ontvangst van de klacht de belanghebbende verzoeken om specifieke aanvullende gegevens en inlichtingen die noodzakelijk worden geacht voor een grondig onderzoek van de zaak in kwestie.

2.

De belanghebbende verstrekt binnen drie maanden na ontvangst van het verzoek alle gevraagde gegevens en inlichtingen aan Onze Minister. De belanghebbende zendt tegelijkertijd een afschrift van deze gegevens en inlichtingen toe aan de andere bevoegde autoriteit.

Artikel 2.4

De bij Onze Minister ingediende klacht en de daarbij behorende gegevens en inlichtingen, bedoeld in de artikelen 2.2 en 2.3, worden in de Nederlandse of Engelse taal gesteld.

Artikel 2.5
1.

Onze Minister neemt binnen zes maanden een besluit over aanvaarding of afwijzing van de klacht. Deze termijn vangt aan met ingang van de dag van ontvangst van de klacht door Onze Minister of, bij toepassing van artikel 2.3, binnen zes maanden na de dag van ontvangst van de verzochte gegevens en inlichtingen. De belanghebbende en de andere bevoegde autoriteit worden onverwijld schriftelijk in kennis gesteld van het besluit van Onze Minister. Geen beroep kan worden ingesteld tegen een besluit over aanvaarding of afwijzing van de klacht.

2.

Indien niet binnen de termijn, bedoeld in het eerste lid, een besluit over de klacht is genomen, wordt voor de toepassing van deze wet de klacht geacht te zijn aanvaard door Onze Minister.

3.

De klacht wordt afgewezen indien naar het oordeel van Onze Minister geen sprake is van een geschilpunt of door de belanghebbende niet of niet volledig is voldaan aan de verplichtingen, bedoeld in de artikelen 2.1, 2.2, 2.3 en 2.4. De belanghebbende wordt in kennis gesteld van de algemene redenen voor afwijzing.

4.

In afwijking van het eerste lid, kan Onze Minister binnen zes maanden na ontvangst van de klacht of, bij toepassing van artikel 2.3, eerste lid, binnen zes maanden na de dag van ontvangst van de verzochte gegevens en inlichtingen, besluiten om het geschilpunt eenzijdig te beslechten. Met dat besluit worden de procedurehandelingen uit hoofde van deze wet onmiddellijk beëindigd. De belanghebbende en de andere bevoegde autoriteit worden onverwijld in kennis gesteld van het besluit van Onze Minister. Geen beroep kan worden ingesteld tegen dit besluit. Via een vaststellingsovereenkomst als bedoeld in artikel 900 van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek kunnen bindende en afdwingbare voorwaarden over de eenzijdige beslechting van het geschilpunt met de belanghebbende overeen worden gekomen.

5.

De belanghebbende kan de klacht intrekken. De intrekking vindt gelijktijdig plaats bij Onze Minister en de andere bevoegde autoriteit via een schriftelijke kennisgeving. De kennisgeving beëindigt onmiddellijk alle procedurehandelingen uit hoofde van deze wet. Ingeval Onze Minister de kennisgeving ontvangt, wordt de andere bevoegde autoriteit daarvan onverwijld in kennis gesteld.

6.

Indien een geschilpunt om welke reden dan ook ophoudt te bestaan, worden onmiddellijk alle procedurehandelingen beëindigd uit hoofde van deze wet. Onze Minister stelt de belanghebbende onverwijld in kennis van deze situatie met een opgaaf van algemene redenen.

7.

Indien de belanghebbende bezwaar of beroep heeft ingesteld tegen een ingevolge de belastingwet genomen besluit als bedoeld in artikel 26, eerste lid, van de Algemene wet inzake rijksbelastingen dat betrekking heeft op het geschilpunt of een rechtsmiddel heeft ingesteld tegen een besluit van gelijke strekking in de lidstaat van de andere bevoegde autoriteit, vangt de termijn, bedoeld in het eerste lid, aan met ingang van de dag waarop de beslissing in die procedure onherroepelijk is geworden of die procedurehandelingen anderszins definitief zijn gesloten dan wel zijn opgeschort.

Artikel 2.6
1.

In afwijking van artikel 2.5, eerste lid, is de afwijzing van de klacht door Onze Minister een voor bezwaar vatbare beschikking als bedoeld in artikel 26 van de Algemene wet inzake rijksbelastingen waarop hoofdstuk V, afdeling 2, van die wet van overeenkomstige toepassing is, indien de klacht door Onze Minister en door de andere bevoegde autoriteit is afgewezen.

2.

In afwijking van artikel 6:8 van de Algemene wet bestuursrecht vangt de termijn voor het instellen van bezwaar tegen de voor bezwaar vatbare beschikking, bedoeld in het eerste lid, aan met ingang van de dag na de dag waarop de belanghebbende in kennis is gesteld van de afwijzing van de klacht door Onze Minister en de andere bevoegde autoriteit.

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.