Regeling van de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap en de Minister voor Basis- en Voortgezet Onderwijs en Media van 8 juli 2019, nr. MBO/5897553, houdende regels voor het verstrekken van subsidie ten behoeve van het organiseren van nationale vakwedstrijden in het voortgezet onderwijs en beroepsonderwijs alsmede het voorbereiden op en deelname aan internationale vakwedstrijden in het beroepsonderwijs (Regeling vakwedstrijden vmbo en mbo)

Type Ministeriële regeling
Publication 2025-10-30
State In force
Source BWB
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

Gelet op de artikelen 2 en 4 van de Wet overige OCW-subsidies en de artikelen 1.3 en 2.1 van de Kaderregeling subsidies OCW, SZW en VWS;

Besluiten:

Artikel 1. Begripsbepalingen

In deze regeling wordt verstaan onder:

Artikel 2. Toepassing Kaderregeling subsidies OCW, SZW en VWS

Deze regeling geldt in aanvulling op de Kaderregeling subsidies OCW, SZW en VWS.

Artikel 3. Doel en te subsidiëren activiteiten
1.

De minister kan voor de boekjaren in de periode van 1 april 2020 tot en met 31 maart 2026 aan een of meer rechtspersonen jaarlijks een projectsubsidie verstrekken voor:

2.

De activiteiten hebben als doel om het vakgerichte onderwijs te promoten door jongeren en jongvolwassenen uit te dagen en te stimuleren het beste in zichzelf naar boven te halen en dit verder te ontwikkelen. De activiteiten hebben daarnaast als doel om andere jongeren en jongvolwassenen te inspireren en uit te nodigen beroepsonderwijs te gaan volgen. Daarnaast hebben de vakwedstrijden tot doel de diversiteit te borgen bij deelname van leerlingen dan wel studenten aan de nationale vakwedstrijden. Daartoe wordt in elk geval een breed aanbod van nationale vakwedstrijden georganiseerd dat een zo breed mogelijk scala van beroeps- of vakgerichte opleidingen bestrijkt.

Artikel 4. Subsidieplafond
1.

Voor subsidieverstrekking op grond van deze regeling is voor de periode van 1 april 2020 tot en met 31 maart 2026 per boekjaar beschikbaar:

2.

In afwijking van het eerste lid, onderdeel a, is voor het boekjaar van 1 april 2022 tot en met 31 maart 2023 voor de activiteit, bedoeld in artikel 3, eerste lid, onderdeel a, een bedrag van maximaal € 758.000 beschikbaar.

3.

In afwijking van het eerste lid, onderdeel a, zijn de volgende bedragen beschikbaar voor de activiteit, bedoeld in artikel 3, eerste lid, onderdeel a:

4.

In afwijking van het eerste lid, onderdeel b, is voor het boekjaar van 1 april 2022 tot en met 31 maart 2023 voor de activiteit, bedoeld in artikel 3, eerste lid, onderdeel b, een bedrag van maximaal € 3.827.000 beschikbaar.

5.

In afwijking van het eerste lid, onderdeel b, is voor het boekjaar van 1 april 2023 tot en met 31 maart 2024 voor de activiteit, bedoeld in artikel 3, eerste lid, onderdeel b, een bedrag van maximaal € 4.434.000 beschikbaar.

6.

In afwijking van het eerste lid, onderdeel b, is voor het boekjaar van 1 april 2024 tot en met 31 maart 2025 voor de activiteit, bedoeld in artikel 3, eerste lid, onderdeel b, een bedrag van maximaal € 4.610.000 beschikbaar.

7.

In afwijking van het eerste lid, onderdeel c, is voor het boekjaar van 1 april 2024 tot en met 31 maart 2025 voor de activiteit, bedoeld in artikel 3, eerste lid, onderdeel c, een bedrag van maximaal € 580.000 beschikbaar.

8.

In afwijking van het eerste lid, onderdeel a, is voor het boekjaar van 1 april 2025 tot en met 31 maart 2026 voor de activiteit, bedoeld in artikel 3, eerste lid, onderdeel a, een bedrag van maximaal € 907.000 beschikbaar.

9.

In afwijking van het eerste lid, onderdeel b, is voor het boekjaar van 1 april 2025 tot en met 31 maart 2026 voor de activiteit, bedoeld in artikel 3, eerste lid, onderdeel b, een bedrag van maximaal € 4.817.000 beschikbaar.

10.

In afwijking van het eerste lid, onderdeel c, is voor het boekjaar van 1 april 2025 tot en met 31 maart 2026 voor de activiteit, bedoeld in artikel 3, eerste lid, onderdeel c, een bedrag van maximaal € 580.000 beschikbaar.

Artikel 5. Subsidieaanvraag
1.

Voor het boekjaar 2020 wordt uiterlijk 15 oktober 2019 een aanvraag ingediend. De rechtspersoon waaraan subsidie voor het boekjaar 2020 is verstrekt, dient voor de boekjaren 2021, 2022, 2023, 2024 en 2025 uiterlijk 13 weken voor de aanvang van het boekjaar, waarvoor de subsidie wordt aangevraagd, een aanvraag in.

2.

In aanvulling op artikel 3.3 van de Kaderregeling subsidies OCW, SZW en VWS bevat de aanvraag voor het boekjaar 2020:

3.

De in het tweede lid, onderdeel c, bedoelde bescheiden zijn voorzien van een controleverklaring van een accountant.

4.

Per activiteit als bedoeld in artikel 3, eerste lid, wordt een aanvraag ingediend.

5.

Een aanvrager kan voor een of meer van de activiteiten, bedoeld in artikel 3, eerste lid, een aanvraag indienen.

6.

De subsidie wordt aangevraagd met het formulier dat is bekendgemaakt op de website www.dus-i.nl/subsidies/vakwedstrijden en kan via deze website worden ingediend.

Artikel 6. Wijze van verdeling beschikbare middelen
1.

Aanvragen die niet tijdig zijn ingediend, worden afgewezen.

2.

De aanvragen voor het boekjaar 2020 die in behandeling zijn genomen, worden zodanig gerangschikt dat de minister de aanvragen die naar verwachting meer geschikt zijn om bij te dragen aan de doelstellingen van de subsidieverstrekking, voorrang geeft.

3.

De minister beslist binnen 13 weken na afloop van de periode waarin de aanvragen kunnen worden ingediend gelijktijdig op de aanvragen.

4.

Per activiteit als bedoeld in artikel 3, eerste lid, ontvangt één rechtspersoon subsidie. Dezelfde rechtspersoon kan voor meer activiteiten subsidie ontvangen.

Artikel 7. Beoordeling subsidieaanvraag

Een aanvraag wordt aan de hand van de volgende criteria, zoals uitgewerkt in de bijlage behorende bij deze regeling, beoordeeld:

Artikel 8. Weigeringsgronden

In aanvulling op artikel 4:25 en 4:35 van de Algemene wet bestuursrecht kan de subsidieverstrekking worden geweigerd indien:

Artikel 9. Verplichtingen
1.

De subsidieontvanger zendt aan de minister jaarlijks vóór 1 oktober een voortgangsrapportage waarin de subsidieontvanger aangeeft wat de stand van zaken is met betrekking tot de activiteit.

2.

De subsidieontvanger vraagt aan de school of instelling, noch aan diens leerlingen of studenten een financiële bijdrage voor deelname aan de activiteit.

Artikel 10. Verantwoording

De verantwoording vindt plaats overeenkomstig artikel 7.8 van de Kaderregeling subsidies OCW, SZW en VWS.

Artikel 11. Vaststelling

Indien de activiteit waarvoor de subsidie is verleend geheel is verricht en volledig is voldaan aan de verplichtingen die verbonden zijn aan de verleende subsidie, wordt de subsidie vastgesteld op het bedrag dat bestaat uit de gerealiseerde kosten verminderd met de gerealiseerde bijdragen van derden en de begrote eigen bijdrage of de gerealiseerde eigen bijdrage indien deze hoger is dan de begrote eigen bijdrage tot ten hoogste het in de verleningsbeschikking genoemde bedrag, verminderd met de maximaal toegestane toevoeging aan de egalisatiereserve voor zover een egalisatiereserve wordt aangehouden.

Artikel 12. Egalisatiereserve
1.

De subsidieontvanger kan een egalisatiereserve vormen.

2.

De egalisatiereserve bedraagt ten minste € 0 en ten hoogste 10% van het bij het besluit tot verlening bepaalde bedrag van de subsidie.

3.

De egalisatiereserve wordt in een boekjaar uitsluitend besteed aan de activiteit bedoeld in artikel 3, waarvoor de subsidieontvanger in dat boekjaar een subsidie heeft ontvangen, en die niet kan worden bekostigd uit de subsidie die is verleend ten behoeve van dat boekjaar.

Artikel 13. Inwerkingtreding en vervaldatum
1.

Deze regeling treedt in werking met ingang van 15 juli 2019. Indien de Staatscourant waarin deze regeling wordt geplaatst, wordt uitgegeven na 15 juli 2019, treedt zij in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst, en werkt zij terug tot en met 15 juli 2019.

2.

Deze regeling vervalt met ingang van 15 juli 2026.

Artikel 14. Citeertitel

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling vakwedstrijden vmbo en mbo.

Bijlage

Deze bijlage hoort bij de Regeling vakwedstrijden vmbo en mbo

Onderstaande tabel geeft een nadere uitwerking van de criteria waarop een subsidieaanvraag wordt beoordeeld.

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.