Regeling van de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid van 15 juli 2019, nr. 2019-0000097657, houdende toedeling van taken en doorverlening van vertegenwoordigingsbevoegdheden aan onder de directeur-generaal Werk ressorterende functionarissen (Organisatie-, mandaat- en volmachtbesluit DG Werk 2019)

Type Ministeriële regeling
Publication 2026-02-19
State In force
Source BWB
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

Gelet op de artikelen 8, derde lid, aanhef en onderdeel a, en 23, eerste lid, van het Organisatie-, mandaat- en volmachtbesluit SZW 2009;

Besluit:

§ 1. Begripsbepaling

Artikel 1

In deze regeling en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:

§ 2. Organisatie

Artikel 2

Onder de directeur-generaal ressorteren:

§ 3. Verantwoordelijkheden

Artikel 3
1.

Elk van de directeuren is verantwoordelijk voor:

2.

De directeur van de directie Arbeidsverhoudingen is verantwoordelijk voor de coördinatie, bedoeld in artikel 4, vijfde lid, van richtlijn 2014/54/EU betreffende maatregelen om de uitoefening van de in de context van het vrije verkeer van werknemers aan werknemers verleende rechten te vergemakkelijken (PbEU 2014, L 128).

Artikel 4

De directie Arbeidsmarkt en Sociaal-Economische Aangelegenheden adviseert over de ontwikkelingen op de arbeidsmarkt en de inkomensgevolgen van het overheidsbeleid en over het sociaal-economische en algemeen financieel beleid.

Dit omvat onder meer de volgende hoofdtaken:

Tevens is bij de directie ASEA de Chief Science Officer ondergebracht, welke als departementale kenniscoördinator verantwoordelijk is voor het opstellen van een inhoudelijk goed onderbouwd en samenhangend programma van kennisactiviteiten en advisering over en borging van de verschillende activiteiten in de cyclus van kennis en onderzoek.

Artikel 5

De directie Arbeidsverhoudingen is verantwoordelijk voor de ontwikkeling van en advisering over het beleid op het gebied van de arbeidsverhoudingen. Deze taak omvat de zorg voor de reguliere contacten tussen het ministerie en sociale partners en het beleid met betrekking tot:

Artikel 6

De directie Gezond en Veilig Werken is er voor verantwoordelijk dat mensen tot hun pensioen gezond, veilig en duurzaam werken. Iedereen moet fatsoenlijk kunnen werken en werk mag op korte en op lange termijn niet tot gezondheidsschade leiden. De verantwoordelijkheid hiervoor ligt primair bij werkgevers en werkenden en ook producenten en fabrikanten hebben daarbij een verantwoordelijkheid. De overheid schept de (wettelijke) kaders, informeert, stimuleert, faciliteert en monitort. Dit omvat onder meer de volgende hoofdtaken:

Artikel 7

De directie Internationale Zaken is verantwoordelijk voor het volgen van de ontwikkelingen in de internationale omgeving en het uitdragen van standpunten op het werkterrein van het ministerie alsmede het voeren van onderhandelingen, onder waarborging van de samenhang van het beleid van het ministerie en waar relevant van Nederland. Daarnaast draagt de directie Internationale Zaken er zorg voor dat informatie uit het internationale veld tijdig en op de juiste plaatsen binnen het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid beschikbaar komt. Dit omvat onder meer de volgende hoofdtaken:

Artikel 8

de directie Collectieve arbeidsovereenkomsten is verantwoordelijk voor de uitvoering van wetgeving op het gebied van arbeidsverhoudingen voor zover de uitvoering daarvan aan de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid is opgedragen. Dit omvat onder meer de volgende hoofdtaken:

Artikel 9

De directie Kinderopvang is verantwoordelijk voor het tot stand brengen van een stelsel van kwalitatief goede, toegankelijke en veilige kinderopvang. Hierdoor zijn ouders in staat arbeid en zorg makkelijker te combineren. Ook draagt kinderopvang bij aan de ontwikkeling van kinderen. Dit omvat onder meer de volgende hoofdtaken:

Artikel 10

Het bureau Directoraat Generaal Werk-control is verantwoordelijk voor beheersmatig en beleidsinhoudelijk ondersteunen van de directeur-generaal bij de aansturing van de onder hem ressorterende directies.

Artikel 11
1.

De afdeling BMO is ten behoeve van de directeur-generaal en de onder de directeur-generaal ressorterende organisatieonderdelen, genoemd in artikel 2, onderdelen a tot en met f, verantwoordelijk voor de ondersteuning van de activiteiten van de directeuren zoals genoemd in artikel 3, waaronder:

§ 4. Bevoegdheden

Artikel 12
1.

Elk van de directeuren is bevoegd om namens een bewindspersoon besluiten te nemen, overeenkomsten aan te gaan en handelingen te verrichten die noch een besluit, noch een privaatrechtelijke rechtshandeling zijn, voor zover zij verband houden met de taken en verantwoordelijkheden van zijn directie, tenzij deze zijn voorbehouden aan een bewindspersoon, de secretaris-generaal, de plaatsvervangend secretaris-generaal of de directeur-generaal.

2.

Aan elke directeur wordt mandaat, volmacht en machtiging verleend tot het nemen van besluiten over, het verrichten van privaatrechtelijke rechtshandelingen en het vaststellen en ondertekenen van stukken die betrekking hebben op:

3.

De in het eerste lid genoemde bevoegdheid omvat de bevoegdheid tot het verlenen en vaststellen van subsidies en rijksvergoedingen, het aangaan van verbetertrajecten en het korten op bevoorschotting, voor zover het de uitvoering betreft van regelingen op zijn werkterrein.

4.

De in het eerste lid genoemde bevoegdheid omvat voorts de bevoegdheid tot het nemen van dwangsombesluiten die verband houden met het niet tijdig afdoen van een besluit, voor zover dit betrekking heeft op hun eigen verantwoordelijkheden.

5.

De in het eerste lid genoemde bevoegdheid om overeenkomsten aan te gaan is beperkt tot overeenkomsten met een waarde per overeenkomst onder de laagste drempel voor aanbesteding conform de Europese aanbestedingsrichtlijnen, met dien verstande dat de volgende overeenkomsten mogen worden aangegaan tot een waarde van € 500.000,– per overeenkomst:

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.