Besluit van 15 juli 2019 ter implementatie van de Richtlijn (EU) 2017/853 van het Europees parlement en de Raad van de Europese Unie van 17 mei 2017 tot wijziging van Richtlijn 91/477/EEG van de Raad inzake de controle op de verwerving en het voorhanden hebben van wapens (PbEU 2017, L 137/22) (Besluit wapens en munitie)

Type AMvB
Publication 2019-07-23
State In force
Source BWB
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

Op de voordracht van Onze Minister Justitie en Veiligheid van 14 mei 2019, nr. 2594027,

Gelet op de artikelen 4, vierde lid, 6b, eerste en tweede lid, 9a, tweede lid, 28, tweede lid, 32a, vijfde lid, en 35, tweede lid, van de Wet wapens en munitie;

De Afdeling advisering van de Raad van State gehoord (advies van 12 juni 2019, nr.W16.19.0122/II);

Gezien het nader rapport van Onze Minister van Justitie en Veiligheid van 9 juli 2019, nr.2628415;

Hebben goedgevonden en verstaan:

Treedt in werking op het tijdstip waarop de wet tot wijziging van de Wet wapens en munitie in verband met de Richtlijn (EU) 2017/853 van het Europees parlement en de Raad van de Europese Unie van 17 mei 2017 tot wijziging van Richtlijn 91/477/EEG van de Raad inzake de controle op de verwerving en het voorhanden hebben van wapens (PbEU 2017, L 137/22) (34 984) in werking treedt (Stb. 2019/267).

Artikel 1. Begripsbepalingen

In dit besluit wordt verstaan onder:

Artikel 2. Erkenning als museum
1.

Onze Minister erkent een museum in de zin van artikel 4, derde lid, van de wet slechts indien:

2.

In afwijking van het eerste lid, onderdeel a, erkent Onze Minister een instelling niet als museum als deze enkel amusementsdoeleinden dient.

3.

Bij de erkenning kunnen aan het aantal te bewaren of tentoon te stellen wapens beperkingen worden gesteld.

4.

De erkenning heeft een maximale geldigheidsduur van vijf jaar.

Artikel 3. Erkenning als verzamelaar
1.

Onze Minister erkent een verzamelaar in de zin van artikel 4, derde lid, van de wet slechts indien de aanvrager zich bezighoudt met het verzamelen van wapens, essentiële onderdelen of munitie voor historische, culturele, wetenschappelijke, technische of educatieve doeleinden of uit erfgoedoverwegingen.

2.

Dat sprake is van verzamelen voor de in het eerste lid genoemde doeleinden blijkt uit een verzamelplan dat is goedgekeurd door een vereniging van wapenverzamelaars die door Onze Minister is erkend als een vereniging die tot statutair doel heeft de doeleinden, als bedoeld in het eerste lid, te dienen.

3.

De erkenning, bedoeld in het eerste lid, heeft een maximale geldigheidsduur van vijf jaar.

4.

De erkende verzamelaar die een verzameling houdt waarin vuurwapens als bedoeld in categorie A in bijlage I van de Richtlijn zijn opgenomen, houdt hiervan een register bij dat hij overlegt aan de korpschef. De verzamelaar geeft een wijziging in het register onverwijld door aan de korpschef.

Artikel 4. Verplicht lidmaatschap erkende vereniging

Een verlof op grond van artikel 28 van de wet voor het voorhanden hebben van een vuurwapen opgenomen in categorie A, onderdelen 6 of 7, in bijlage I van de Richtlijn, wordt in ieder geval geweigerd indien de aanvrager geen bewijs van lidmaatschap overlegt van een erkende vereniging.

Artikel 5. Beheer van wapens bij een erkende vereniging
1.

Het beheer als bedoeld in artikel 6b, tweede lid, onderdeel d, van de wet voorziet er in dat:

2.

Aan leden die korter dan één jaar lid zijn van de vereniging of introducés bij de vereniging, worden alleen wapens ter hand gesteld die geschikt zijn voor door Onze Minister bij regeling aangewezen disciplines.

Artikel 6. Verdachte transacties

Onder een verdachte transactie in de zin van artikel 9a, eerste lid, van de wet wordt in ieder geval verstaan:

Artikel 7. Redelijk belang
1.

Voor een verlof op grond van artikel 28 van de wet waarvoor op grond van artikel 4 van dit besluit een verplicht lidmaatschap van een erkende vereniging geldt, heeft de aanvrager slechts een redelijk belang in de zin artikel 28 van de wet als hij aantoont dat hij in de twaalf maanden voorafgaand aan de aanvraag minimaal 18 schietbeurten heeft verricht bij een erkende vereniging met een wapen dat voldoet aan de specificaties die vereist zijn voor een erkende of gereglementeerde schietsportdiscipline als bedoeld in artikel 6b, tweede lid, onderdeel b, van de wet.

2.

De aanvrager toont de in het eerste lid bedoelde schietbeurten aan door een op naam gesteld en door het bestuur van de erkende vereniging gewaarmerkt overzicht te overleggen.

3.

In het overzicht is voor iedere schietbeurt aangetekend:

4.

Onverminderd het bepaalde in het eerste lid heeft een aanvrager van een verlof voor een magazijn voor een vuurwapen als bedoeld in artikel 10, eerste lid, van de Richtlijn, slechts een redelijk belang als dit magazijn wordt gebruikt bij een door Onze Minister bij regeling aangewezen schietsportdiscipline.

Artikel 8. Gegevens die de korpschef moet registreren over wapens

De korpschef registreert ter uitvoering van artikel 35 van de wet:

Artikel 9. Overgangsrecht erkenning musea en verzamelaars

Ontheffingen die op grond van artikel 4 van de wet aan musea en verzamelaars zijn verleend voordat dit besluit in werking is getreden gelden, voor de nog lopende geldigheidsduur van deze ontheffing, als een erkenning in de zin van artikel 2 respectievelijk artikel 3 van dit besluit.

Artikel 10. Inwerkingtreding

Indien het bij koninklijke boodschap van 29 juni 2018 ingediende voorstel van wet tot wijziging van de Wet wapens en munitie in verband met de Richtlijn (EU) 2017/853 van het Europees parlement en de Raad van de Europese Unie van 17 mei 2017 tot wijziging van Richtlijn 91/477/EEG van de Raad inzake de controle op de verwerving en het voorhanden hebben van wapens (PbEU 2017, L 137/22) (34 984) tot wet is of wordt verheven en die wet in werking treedt, treedt dit besluit op hetzelfde tijdstip in werking.

Artikel 11

Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit wapens en munitie.

Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.