Aanwijzing strafvorderingsbeleid overtreding Wet gedeeltelijk verbod gezichtsbedekkende kleding
Met ingang van 1 augustus 2019 is het verboden om in het openbaar vervoer en in gebouwen en op bijbehorende erven van onderwijs-, overheids- en zorginstellingen bepaalde gezichtsbedekkende kleding te dragen, behoudens in de wet uitgezonderde situaties (Stbl. 2018, 222).
De verantwoordelijkheid voor de effectuering van dit verbod ligt in eerste instantie bij vervoerders en betrokken instellingen. Uit de parlementaire behandeling blijkt dat van hen wordt verwacht dat zij overtreders aanspreken, betrokkenen wijzen op het bestaan van het verbod en hen verzoeken de gezichtsbedekking te verwijderen of het vervoermiddel/pand te verlaten. Pas als iemand geen gevolg geeft aan een dergelijk verzoek is het inschakelen van de politie door een vervoerder/instelling aan de orde. Ook de politie zal in de regel eerst aan de overtreder vragen om de overtreding te beëindigen. Als een betrokkene weigert de gezichtsbedekking te verwijderen of de ruimte te verlaten, kan de politie proces-verbaal opmaken. Als sprake is van meerdere strafbare feiten wordt één proces-verbaal opgemaakt. Zo nodig kan de betrokkene worden aangehouden en meegenomen naar het politiebureau.
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.