Omzetbelasting, reikwijdte VAVO-arrest bij samenwerkingen
De Staatssecretaris van Financiën heeft het volgende besloten.
1. Inleiding
De Hoge Raad heeft op 22 januari 2016 het zogenoemde VAVO-arrest gewezen.1Hoge Raad 22 januari 2016, nr. 14/02281, ECLI:NL:HR:2016:83. In het arrest oordeelde de Hoge Raad voor de situatie dat twee onderwijsinstellingen in samenwerking vrijgesteld onderwijs aanboden, onderwijsondersteunende diensten onderdeel kunnen zijn van de btw-vrijgestelde onderwijsprestatie die iedere onderwijsinstelling verricht in het kader van de samenwerking.2Daarbij blijft in het midden of de samenwerking voor de btw geldt als een zelfstandig ondernemer. Het arrest ziet op de toepassing van het zogenoemde leerstuk ‘eenheid van prestatie’. In dit besluit wordt nader ingegaan op de reikwijdte van het arrest.
De toepassing van het leerstuk ‘eenheid van prestatie’ is niet beperkt tot de onderwijssector.
2. Toepassing van het VAVO-arrest
Het bijzondere van het VAVO-arrest is dat het leerstuk ‘eenheid van prestatie’ in de in het arrest beschreven situatie van toepassing wordt geacht op de bijkomstige prestaties die de gezamenlijke uitvoering dienen van de van btw vrijgestelde hoofdprestatie.
Voor deze toepassing van het VAVO-arrest geldt het volgende:
Ondersteunende werkzaamheden die worden verricht door een deelnemer gaan niet in alle gevallen op in de btw-vrijgestelde prestatie die in samenwerking wordt verricht. Steeds moet een feitelijke beoordeling plaatsvinden op basis van het leerstuk ‘eenheid van prestatie’ bij ieder van de deelnemers. Het betreft een zeer feitelijke toets: ieder beroep op het VAVO-arrest moet op zijn eigen fiscale merites worden beoordeeld aan de hand van de specifieke feiten en omstandigheden van het geval.
Als één van de deelnemers bijvoorbeeld alleen ondersteunende werkzaamheden (tegen vergoeding) verricht die nodig zijn voor de hoofdprestatie die door een andere deelnemer in de samenwerking wordt verricht, gaan deze werkzaamheden niet als bijkomstige prestatie op in die hoofdprestatie. Er moet dan worden beoordeeld in hoeverre de ondersteunende werkzaamheden btw-belast dan wel van btw vrijgesteld zijn.
Het uitlenen van personeel door de ene deelnemer aan de andere deelnemer valt buiten de reikwijdte van het VAVO-arrest. Deze situatie dient beoordeeld te worden binnen het kader van het besluit van 14 december 2018, nr. 2018-22809, Stcrt. 2018, nr. 68656.
3. Inwerkingtreding
Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin het wordt geplaatst en werkt terug tot en met de dagtekening besluit.
Dit besluit wordt in de Staatscourant gepubliceerd.
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.