← Geldende tekst · Geschiedenis

Besluit van de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport van 5 september 2019, kenmerk 1564875-193879-LZ, houdende de instelling van de Commissie Expertisecentra langdurige zorg (Instellingsbesluit Commissie Expertisecentra langdurige zorg)

Geldende tekst a fecha 2022-10-15

Gelet op artikel 2, eerste lid, van de Wet vergoedingen adviescolleges en commissies;

Besluit:

Artikel 1. Begripsbepalingen

In dit besluit wordt verstaan onder:

Artikel 2. Instelling en taak
1.

Er is een Commissie Expertisecentra langdurige zorg.

2.

De commissie heeft tot taak het voeren van regie op de inrichting van de (kennis)infrastructuur van specifieke doelgroepen met hoog complexe zorgbehoefte en een laag volume. Het gaat om de realisatie van expertisecentra langdurige zorg, de daarbij behorende Kenniscentra en de zorgaanbieders (satellieten) waarmee de Expertisecentra en Kenniscentra samenwerken. Daartoe gelden de volgende deelopdrachten:

3.

De commissie heeft tevens tot taak:

Artikel 3. Samenstelling, benoeming, ontslag
1.

De commissie bestaat uit een voorzitter en ten minste twee en ten hoogste vier andere leden.

2.

De voorzitter en de leden hebben zitting op persoonlijke titel en oefenen hun functie uit zonder last of ruggespraak.

3.

De voorzitter en de andere leden worden door de minister benoemd.

4.

De benoeming geschiedt voor de duur van de commissie.

5.

Bij tussentijds vertrek van een lid kan de minister op voordracht van de voorzitter onderscheidenlijk de resterende leden een ander lid dan wel een andere voorzitter benoemen.

6.

De voorzitter en overige leden kunnen op eigen verzoek of wegens ongeschiktheid, onbekwaamheid of op andere zwaarwegende gronden worden geschorst en ontslagen door de minister.

Artikel 4. Instelling

De commissie wordt ingesteld met ingang van 1 oktober 2019 en wordt opgeheven met ingang van 1 januari 2023.

Artikel 5. Leden

Met ingang van 1 januari 2022 worden voor de periode van 1 januari 2022 tot en met 1 januari 2023 tot lid van de commissie benoemd:

Artikel 6. Secretariaat
1.

De commissie wordt ondersteund door een secretariaat.

2.

Het secretariaat is voor de inhoudelijke uitvoering van zijn taak verantwoording schuldig aan de voorzitter van de commissie.

3.

In het secretariaat wordt voorzien door de minister.

Artikel 7. Werkwijze
1.

De commissie stelt in overleg met de minister haar werkwijze vast.

2.

De commissie kan zich door andere personen doen bijstaan voor zover dat voor de vervulling van haar taak nodig is.

Artikel 8. Informatieplicht
1.

De commissie verstrekt aan de minister desgevraagd de door hem gewenste inlichtingen.

2.

De commissie is bevoegd zich voor het inwinnen van inlichtingen rechtstreeks te wenden tot personen en instellingen en hen te verzoeken die medewerking te verlenen die redelijkerwijs nodig is voor de vervulling van haar taak.

Artikel 9. Vergoeding
1.

De voorzitter en de andere leden (alsmede personen als bedoeld in artikel 7, tweede lid, die de commissie bijstaan) ontvangen per vergadering een vergoeding, voor zover zij niet vallen onder de uitzondering van artikel 2, derde lid, van de Wet vergoedingen adviescolleges en commissies en hiermee niet het in artikel 6, eerste lid, van het Besluit vergoedingen adviescolleges en commissies bedoelde maximumbedrag overschrijden.

2.

De vergoeding per vergadering van de leden (alsmede personen als bedoeld in artikel 7, tweede lid, die de commissie bijstaan) bedraagt 3% van het maximum van salarisschaal 18 van bijlage B van het Bezoldigingsbesluit Burgerlijke Rijksambtenaren 1984.

3.

De vergoeding per vergadering van de voorzitter van de commissie bedraagt 130% van de hoogte van de vergoeding die aan de andere leden van de commissie is toegekend.

Artikel 10. Kosten van de commissie
1.

De kosten van de commissie komen, voor zover goedgekeurd, voor rekening van de minister. Onder kosten worden in ieder geval verstaan:

2.

De commissie biedt zo spoedig mogelijk na haar instelling een begroting en een planning aan de minister aan.

Artikel 11. Verantwoording

De commissie biedt de minister bij voorkeur vóór 1 december 2022, doch uiterlijk 31 december 2022 een eindverslag aan waarin verslag wordt gedaan over de activiteiten van de periode waarin de commissie werkzaam is geweest.

Artikel 12. Archiefbescheiden

De commissie draagt zo spoedig mogelijk na beëindiging van haar werkzaamheden of, zo de omstandigheden daartoe aanleiding geven, zoveel eerder, de bescheiden betreffende die werkzaamheden over aan het archief van de Directie Langdurige Zorg van het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport.

Artikel 13. Inwerkingtreding
1.

Dit besluit treedt in werking met ingang van 1 oktober 2019.

2.

Dit besluit vervalt met ingang van 1 januari 2022.

Artikel 14. Citeertitel

Dit besluit wordt aangehaald als: Instellingsbesluit Commissie Expertisecentra langdurige zorg.

Dit besluit zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst en in afschrift worden gezonden aan betrokkenen.