Regeling 75 jaar vrijheid

Type ZBO-regeling
Publication 2019-10-01
State In force
Source BWB
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

Hoofdstuk I. Definities

Artikel 1

In deze regeling wordt verstaan onder:

Hoofdstuk II. Doel

Artikel 2

In 2019 en 2020 is het 75 jaar geleden dat Nederland werd bevrijd en er een einde kwam aan WOII. Om de grootheid van het lustrum te benadrukken heeft het kabinet besloten om eenmalig € 15 miljoen te investeren in de herinnering aan WOII. Doel van deze investering is dat ook de komende jaren, als de ooggetuigen wegvallen, de gebeurtenissen voorafgaand, in en vlak na WOII op indringende wijze verteld kan blijven worden, op een manier die de komende generaties aanspreekt en verbonden is met het belang van de waarden vrijheid en democratie.

Daartoe kan het bestuur van het fonds volgens de bepalingen vastgesteld in dit reglement subsidies verstrekken.

Hoofdstuk III. Algemeen

Artikel 3
1.

De aanvrager dient in Nederland gevestigd te zijn.

2.

De aanvraag dient betrekking te hebben op gebeurtenissen in de aanloop naar, tijdens of vlak na WOII in Nederland en/of de voormalige koloniën.

Artikel 4
1.

Bij de verlening van de subsidie wordt de periode waarover de subsidie zich uitstrekt bepaald.

2.

Subsidies worden niet met terugwerkende kracht verstrekt.

3.

Het recht op een bijdrage vervalt bij overlijden, faillissement of schuldsanering van de persoon, of faillissement van de instelling waaraan een subsidie is toegekend.

4.

De subsidie heeft een maximale looptijd van drie jaar, tenzij er sprake is van zwaarwegende omstandigheden die door de aanvrager zijn gemotiveerd.

Artikel 5

Tijdens de periode waarin een aanvrager aanspraak maakt op een subsidie van het fonds of een andere voorziening gefinancierd uit publieke middelen kan geen subsidie worden verstrekt die naar het oordeel van het bestuur in dezelfde dekking van kosten voorziet.

Artikel 6
1.

Het bestuur kan een subsidieplafond instellen voor één of meerdere subsidies.

2.

Bij bestuursbesluit wordt bepaald bij welke subsidie soorten een subsidieplafond wordt ingesteld en op welke wijze het beschikbare bedrag wordt verdeeld.

3.

De besluiten, zoals bedoeld in het tweede lid, worden bekendgemaakt op de website van het fonds.

4.

Het bestuur stelt één of meer aanvraagrondes per subsidiesoort vast. De bijbehorende indiendata worden tijdig bekend gemaakt.

5.

Bij de openstelling van een aanvraagronde kan het bestuur voor die ronde nadere voorwaarden stellen.

6.

Het bestuur kan voor iedere aanvraagronde, als bedoeld in het vorige lid, het budget per subsidiesoort vaststellen.

Artikel 7

Aan de verstrekking van de subsidie kan het bestuur nadere verplichtingen verbinden met betrekking tot de uitvoering van het plan, de presentatie van de resultaten, de verslaglegging en de afrekening van de subsidie.

Artikel 8

Geen subsidie wordt verstrekt:

Hoofdstuk IV. Aanvraagprocedure

Artikel 9
1.

Een aanvrager die voor een subsidie in aanmerking wenst te komen, dient bij het fonds een aanvraag daartoe in met gebruikmaking van een voor dit doel door het bestuur te verstrekken aanvraagformulier.

2.

Een aanvraag wordt alleen in behandeling genomen als het volledig ingevulde aanvraagformulier tijdig is ontvangen, volgens de in de toelichting bij het formulier vermelde richtlijnen is ingevuld en vergezeld gaat van het in de toelichting bij het formulier aangegeven documentatie- en informatiemateriaal.

Hoofdstuk V. Advisering

Artikel 10
1.

In verband met advisering over toekenning van subsidies benoemt het bestuur, een poule van adviseurs.

2.

Uit deze poule worden vaste en flexibele commissies samengesteld.

3.

Het bestuur benoemt de adviseurs en ontslaat deze.

4.

Niet tot adviseur kan worden benoemd:

5.

Adviseurs melden hun functies en nevenfuncties schriftelijk aan het bestuur van het fonds.

6.

Het bestuur kan ad-hoc-adviseurs benoemen.

7.

Het bestuur kan een adviseur tussentijds uit zijn functie ontslaan.

8.

Adviseurs genieten een door het bestuur vast te stellen vacatiegeld en een vergoeding van de reiskosten.

Artikel 11
1.

De adviescommissies hebben tot taak het bestuur te adviseren over de voorgelegde aanvragen met inachtneming van het bepaalde in de desbetreffende regeling.

2.

De adviescommissies dienen voor een door het bestuur te bepalen datum hun adviezen en aanbevelingen schriftelijk ter kennis te brengen van het bestuur.

3.

Al hetgeen de adviseurs uit hoofde van deze functie ter kennis komt, is strikt vertrouwelijk.

4.

De vergaderingen van de adviescommissies zijn niet openbaar.

Artikel 12
1.

De adviescommissies vergaderen zo vaak het fonds dit nodig acht.

2.

Het bestuur voegt een of meerdere medewerkers als secretaris toe aan elke adviescommissie. De secretaris roept op tot de vergaderingen. Deze maakt van het ter vergadering verhandelde notulen op, die door deze en de voorzitter worden geaccordeerd.

3.

Het bureau formuleert in voorkomende gevallen, voorafgaande aan de commissievergadering, een preadvies. Het preadvies bindt de adviescommissie niet.

Artikel 13
1.

Adviseurs voeren een aanvullend gesprek met aanvragers voor zover dit voor een verantwoorde advisering noodzakelijk is, en brengen hiervan verslag uit aan de adviescommissie.

2.

De adviescommissies dienen zich bij hun oordeel over een aanvraag te baseren op de door de aanvrager verstrekte gegevens.

3.

De adviescommissie stelt de adviezen vast bij meerderheid van stemmen. Adviezen worden geaccordeerd door de voorzitter en de secretaris.

4.

Ieder lid, dan wel plaatsvervangend lid van de adviescommissie, alsmede de voorzitter heeft één stem.

5.

Wanneer geen stemmenmeerderheid als bedoeld in het eerste lid wordt bereikt, brengt de adviescommissie een negatief advies uit.

6.

De stemverhouding, alsmede de overwegingen die tot het uiteindelijke advies hebben geleid, worden door de secretaris als bedoeld in artikel 12 lid 2 genotuleerd.

7.

Ieder lid van de adviescommissie is bevoegd een afwijkende mening in de adviezen op te doen nemen.

8.

Geldige adviezen van een adviescommissie kunnen slechts tot stand komen indien minimaal drie stemgerechtigde personen aanwezig zijn.

9.

Leden van de adviescommissie zijn niet gerechtigd hun persoonlijke advies naar buiten te brengen indien dit afwijkend is. De commissie ‘praat met één mond’.

Artikel 14
1.

Indien in een adviescommissievergadering kwesties aan de orde komen waarbij een adviseur middellijk of onmiddellijk een eigen belang heeft, of kan hebben of wanneer het gaat om belangen van rechtspersonen waarbij hij als lid van het bestuur, adviseur of commissaris of functionaris is betrokken, dan woont hij de beraadslaging en besluitvorming over het desbetreffende onderwerp niet bij. Het is de plicht van de adviseur om dit onverwijld aan de secretaris mede te delen. Het is de taak van de secretaris om dit gedurende het beoordelingsproces strikt te bewaken.

2.

Bij aanvang van iedere adviescommissievergadering controleert de secretaris of de betrokken adviseurs een belang hebben bij de beraadslaging en besluitvorming. Bij twijfel besluit het bestuur.

Hoofdstuk VI. Besluit

Artikel 15
1.

Indien de aanvraag in behandeling wordt genomen, legt het bestuur de aanvraag ter advisering voor aan het hiertoe ingestelde adviesorgaan.

2.

Besluiten over aanvragen worden genomen binnen dertien weken na de laatste dag van de inzendtermijn, tenzij in een deelregeling een andere beslistermijn is bepaald.

3.

Aan de verlening van een subsidie kunnen geen rechten worden ontleend met betrekking tot een volgende aanvraag.

Hoofdstuk VII. De subsidies

A. Subsidie bouwkundige uitbreiding of verbouwing

Artikel 16. Toepasselijkheid
1.

Subsidies voor een bouwkundige uitbreiding of verbouwing kunnen worden verstrekt aan musea die lid zijn van de Stichting Musea en Herinneringscentra ’40-’45.

2.

Geen bijdrage kan worden toegekend aan de Herinneringscentra.

3.

Een subsidie kan worden verstrekt voor:

4.

In de toelichting bij het aanvraagformulier zijn de hoogte van de subsidiebedragen, de maximale tegemoetkoming en de hoogte van de eigen bijdrage van de aanvrager genoemd.

5.

In afwijking van artikel 4 lid 2 kan een subsidie worden verstrekt voor een verbouwing die reeds gestart is. De subsidie kan dan alleen worden verstrekt voor kosten die nog niet zijn gemaakt.

Artikel 17. Aanvraag

Naast de bepalingen in het aanvraagformulier en de toelichting daarbij dient de aanvraag vergezeld te gaan van:

Artikel 18. Beoordeling
1.

Bij de beoordeling of een aanvraag voor een subsidie bouwkundige uitbreiding of verbouwing voldoet aan de in artikel 2 geformuleerde doelstelling weegt het bevoegd adviesorgaan de onderstaande aspecten in onderlinge samenhang.

2.

Indien het bevoegd adviesorgaan de in het tweede lid van dit artikel bedoelde aspecten niet van voldoende belang acht, komt het tot een negatief advies over de aanvraag. Indien het bevoegd adviesorgaan de in het tweede lid van dit artikel bedoelde aspecten wel van voldoende belang acht, komt het tot een positief advies over de aanvraag.

3.

Een positief advies kan vergezeld gaan van een aanbeveling over de hoogte van de toe te kennen financiële bijdrage.

4.

Het bestuur kan het bevoegd adviesorgaan verzoeken de positieve adviezen in volgorde van prioriteit te rangschikken op basis van het oordeel zoals bedoeld in het eerste lid van dit artikel.

B. Subsidie herinrichting

Artikel 19. Toepasselijkheid

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.