← Geldende tekst · Geschiedenis

Aanwijzing van de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport van 25 september 2019, kenmerk 1533873-190928-PZo, inzake hervorming beschikbaarheidbijdrage academische zorg

Geldende tekst a fecha 2019-12-01

Gelet op artikel 7 van de Wet marktordening gezondheidszorg;

Na op 29 april 2019 schriftelijk mededeling te hebben gedaan aan de Eerste en Tweede Kamer der Staten-Generaal (Kamerstukken II 2018/19, 32 864, nr. 6) als bedoeld in artikel 8 van de Wet marktordening gezondheidszorg over de inzet van het instrument beschikbaarheidbijdrage academische zorg ten behoeve van medisch specialistische zorg;

Gezien het verslag van een schriftelijk overleg met de Tweede Kamer der Staten-Generaal (Kamerstukken II 2018/19, 32 864, nr. 7);

Gezien:

Het Interdepartementaal beleidsonderzoek (IBO) universitair medische centra (2012) (Kamerstukken II 2011/2012, 33 278, nr. 1);

Het onderhandelingsakkoord medisch specialistische zorg 2014-2017 (Kamerstukken II 2012/13, 29 248, nr. 257);

Het Addendum 2018 bij het onderhandelingsakkoord medisch specialistische zorg 2014-2017 (Kamerstukken II 2016/17, 29 248, nr. 303);

Het Bestuurlijk akkoord Plan van aanpak ROBIJN (Kamerstukken II 2016/17, 32 864, nr. 5);

Het Bestuurlijk akkoord medisch-specialistische zorg 2019 t/m 2022 (Kamerstukken II 2017/18, 29 248, nr. 311);

Besluit:

Artikel 1
1.

De Nederlandse Zorgautoriteit stelt met ingang van 1 januari 2020 overeenkomstig het gestelde in de bijlage bij deze aanwijzing beschikbaarheidbijdragen vast voor academische zorg als bedoeld in de bijlage behorende bij de artikelen 2 en 4 van het Besluit beschikbaarheidbijdrage WMG, onderdeel B, subonderdeel 2, met dien verstande dat het label wetenschap zoals bedoeld in de bijlage eerst bij de verlening en vaststelling van een beschikbaarheidbijdrage kan worden betrokken in het jaar volgend op het jaar waarop dat label naar het oordeel van de zorgautoriteit voldoende is uitontwikkeld.

2.

Het eerste lid is uitsluitend van toepassing voor medisch specialistische zorg.

Artikel 2

De Nederlandse Zorgautoriteit kan, op grond van de onderdeel B, sub 15, van de bijlage behorende bij het Besluit beschikbaarheidbijdrage WMG, in overeenstemming met het bepaalde in artikel 4:51 Algemene wet bestuursrecht voor een afbouwregeling van ten hoogste drie jaren een beschikbaarheidbijdrage verlenen, indien zorgaanbieders gedurende drie of meer achtereenvolgende jaren een beschikbaarheidbijdrage is verleend voor academische zorg als bedoeld in artikel 1.

Deze aanwijzing wordt aangehaald als: Aanwijzing hervorming beschikbaarheidbijdrage academische zorg.

Bijlage. bij artikel 1 van de Aanwijzing hervorming beschikbaarheidbijdrage academische zorg

In deze bijlage worden de hoofdlijnen van een nieuwe manier van verlenen en verantwoorden geschetst van een beschikbaarheidbijdrage voor academische zorg als bedoeld in de bijlage behorende bij de artikelen 2 en 4 van het Besluit beschikbaarheidbijdrage WMG, onderdeel B, subonderdeel 2. Daarbij wordt ook beschreven welke zorgaanbieders voor een beschikbaarheidbijdrage in aanmerking kunnen komen. De beschikbaarheidbijdrage voor academische zorg bedoeld in deze aanwijzing is uitsluitend bestemd voor medisch specialistische zorg.

De in deze bijlage opgenomen hoofdlijnen zijn het resultaat van een proces dat loopt vanaf het Interdepartementaal beleidsonderzoek (IBO) universitair medische centra (2012) 1Kamerstukken II 2011/2012, 33 278, nr. 1 via het Bestuurlijk Akkoord Plan van Aanpak ROBIJN 2Bestuurlijk Akkoord Plan van Aanpak ROBIJN (TK 2016-2017 32 863 nr. 5) naar het Bestuurlijk akkoord medisch-specialistische zorg 2019 t/m 2022 3Kamerstukken II 2017/2018, 29 248, nr. 311 en dat op basis van de ervaringen verder zal worden (door)ontwikkeld.

De hoofdlijnen zijn nu verder uitgewerkt. In deze bijlage worden de onderwerpen beschreven waarover verdere besluitvorming heeft plaatsgevonden waardoor de hervorming van de BBAZ ten behoeve van medisch specialistische zorg met ingang van 2020 fasegewijs ingevoerd kan worden. Bij de hervorming wordt voor de universitair medische centra (umc’s) uitgegaan van het niveau van de huidige voor hen beschikbare financiële middelen. De aanwijzing voorziet in de mogelijkheid van een afbouwregeling voor de zorgaanbieders die ten minste drie jaren achtereen een beschikbaarheidbijdrage hebben ontvangen.

1. Wat zijn de kenmerken van een topreferente patiënt?

Een beschikbaarheidbijdrage is bedoeld om de topreferente functie en de ontwikkeling van nieuwe vormen van diagnostiek en behandeling voor zeer complexe en specialistische zorg beschikbaar te houden. Hiervoor is een beschikbaarheidbijdrage mogelijk door middel waarvan topreferente patiëntenzorg en de bijbehorende infrastructuur, de kenniscomponent, en de ontwikkeling en innovatie die nodig is voor het behandelen van deze topreferente patiënten bekostigd kan worden. Om hier een objectief en transparant beeld over te ontwikkelen is het begrip ‘topreferente patiënt’ in het ROBIJN traject opnieuw gedefinieerd. Hiervoor is de zogeheten labelsystematiek ontwikkeld. De specifieke kenmerken van patiëntenpopulaties in umc’s zijn vergeleken met die in niet-umc’s. Vervolgens zijn de onderstaande acht labels gedefinieerd. Een patiënt wordt als topreferente patiënt geclassificeerd als zijn of haar patiëntkenmerken minimaal met één van de labels overeenkomt.

De labels zijn niet statisch maar kunnen op basis van opgedane ervaringen worden doorontwikkeld. Voor de onmiddellijke toepassing van het wetenschapslabel moet een voorbehoud worden gemaakt. Het wetenschapslabel is nog in ontwikkeling. Partijen voeren op dit moment over de inhoud nog gesprekken met het oog op invoeren vanaf 2021. Gegeven de fase waarin het wetenschapslabel verkeerd staat vast dat invoeren per 2020 daadwerkelijk niet lukt. Dit staat hervorming van de academische zorg niet in de weg. Het wetenschapslabel kan bij de verlening en vaststelling van een beschikbaarheidbijdrage worden betrokken in het jaar volgend op het jaar waarop dat label naar het oordeel van de Nederlandse Zorgautoriteit voldoende is uitontwikkeld. Dit zal naar alle waarschijnlijkheid 2021 zijn.

2. Welke zorgaanbieders komen in aanmerking voor een BBAZ?

Een BBAZ is bedoeld voor het uitvoeren van de topreferente functie. Alleen zorgaanbieders die zich in hoge mate toeleggen op het uitvoeren van de topreferente functie en daarvoor de benodigde voorzieningen in stand moeten houden kunnen in aanmerking komen voor een BBAZ. Om te kunnen bepalen welke zorgaanbieders hieraan voldoen zijn de hieronder beschreven toegangscriteria voor een BBAZ ontwikkeld. In het vervolg van deze bijlage worden de zorgaanbieders die voldoen aan de onderstaande toegangscriteria rechthebbenden worden genoemd. Om in aanmerking te komen voor een BBAZ moet aan alle drie de toegangscriteria worden voldaan.

3. Hoe wordt een BBAZ opgebouwd voor rechthebbenden?

Een BBAZ bestaat uit twee (samenhangende) delen: het (variabele) gedeelte voor topreferente patiëntenzorg en het (vaste) gedeelte voor ontwikkeling en innovatie (O&I). Het O&I-deel is bedoeld voor het bekostigen en beschikbaar houden van de infrastructuur voor het uitvoeren van fundamenteel wetenschappelijk onderzoek, het bedenken, uittesten en verspreiden van nieuwe behandelingen en diagnostiek en de ontwikkeling en innovatie die nodig is voor het behandelen van topreferente patiënten.

Voor de periode tot en met 2022 moet op basis van ervaring bij de verlening worden uitgegaan van de volgende verdeling tussen beide delen: 70% van de huidige totale middelen voor BBAZ zijn voor het bekostigen van de topreferente patiëntenzorg en 30% van de huidige totale middelen voor BBAZ zijn voor het bekostigen van het O&I-deel. Omdat de verhouding tussen deze twee delen per zorgaanbieder en per jaar kan verschillen is een zekere mate van substitutie tussen deze twee delen acceptabel indien de zorgaanbieder dit aantoonbaar kan verantwoorden. De NZa moet hiervoor een verantwoordingsregel uitwerken. De komende jaren zal, mede op basis van informatie afkomstig uit de ingediende verantwoordingen van verleende BBAZ, bepaald worden of de verhouding tussen het topreferente zorg deel en het O&I-deel bijgesteld moet worden.

Uitgaande van de nieuwe opbouw van de totale middelen voor BBAZ vinden voor het jaar 2020 nieuwe verleningen plaats aan rechthebbenden. Voor beide delen wordt een eigen verdelingssystematiek gebruikt:

Vervolgens muteert het topreferente deel jaarlijks mee op geleide van het aantal topreferente patiënten en muteert het O&I-deel jaarlijks mee op geleide van de academische zorgomzet.

4. Hoe wordt een BBAZ verleend, verantwoord en vastgesteld?

Een BBAZ wordt verleend voorafgaande aan het jaar waarvoor de BBAZ bedoeld is. In het najaar volgend op het jaar waarvoor de BBAZ is verleend wordt de BBAZ vastgesteld. Het verlenen en vaststellen gebeurt voor het topreferente patiëntenzorg deel op basis van de aantallen gelabelde patiënten en voor het O&I-deel op basis van de gerealiseerde academische zorgomzet. Gedurende de transitieperiode moet dit in de jaren 2020 en 2021 nog worden gebaseerd op het voortschrijdende gemiddelde van drie meest recente, opeenvolgende jaren waarvan de relevante data beschikbaar zijn. Vanaf 2022 moet dit worden gebaseerd op het meest recente en volledige jaar waarvan de valide data beschikbaar zijn.

Om dit jaarlijkse proces goed te laten verlopen is een goede verantwoording noodzakelijk. Ook voor het bepalen van de juiste verhouding tussen het topreferente patiëntenzorg deel en het O&I-deel is dit van belang. Zorgaanbieders aan wie een BBAZ is verleend voor topreferente patiëntenzorg zullen vanaf 2020 de bijdrage verantwoorden op basis van het aantal topreferente patiënten volgens de hiervoor omschreven labelsystematiek en de daarmee samenhangende meerkosten ten opzichte van algemene ziekenhuizen. De bijdrage voor het O&I-gedeelte wordt verantwoord aan de hand van onderstaande acht kostencategorieën.

Hierbij is van belang dat de verantwoording geen betrekking mag hebben op activiteiten die al op een andere wijze bekostigd worden. Als een individuele zorgaanbieder minder verantwoordt dan het bedrag dat aan hem is verleend of zou worden vastgesteld op basis van de toekenningsmethodiek zal zijn BBAZ op een lager bedrag worden vastgesteld.

5. Onderscheiden rechthebbenden op een BBAZ

Als zorgaanbieders aan de toegangscriteria voor een BBAZ voldoen volgen zij allen in beginsel dezelfde BBAZ systematiek zoals beschreven in deze aanwijzing. Echter, de zorgaanbieders kunnen van elkaar verschillen in de manier waarop ze georganiseerd zijn en/of in hoeverre de topreferente zorg die zij leveren uit prestaties en tarieven bekostigd kan worden. Daarom worden er binnen de BBAZ drie compartimenten onderscheiden:

Van deze aanwijzing wordt met de toelichting mededeling gedaan in de Staatscourant.