Besluit van 4 oktober 2019, houdende een wijziging van het Besluit langdurige zorg en het Uitvoeringsbesluit Wmo 2015 voor de verdere doorvoering van het abonnementstarief voor maatschappelijke ondersteuning, de aanpassing van de bijdragesystematiek voor persoonsgebonden budgetten voor beschermd wonen en het regelen van een bevoegdheid voor het inkorten van de termijn waarover de bijdrage wordt geïnd of kwijtschelden van een bijdrage in het geval een verzuim in het opleggen daarvan niet aan de verzekerde of cliënt te wijten is
Artikel I
Wijzigt het Besluit langdurige zorg.
Artikel II
Wijzigt het Uitvoeringsbesluit Wmo 2015.
Artikel III
Het in artikel I, onderdeel B opgenomen artikel 3.3.1.5, derde lid, en het in onderdeel C opgenomen artikel 3.3.1.6, vijfde en zesde lid, van het Besluit langdurige zorg en het in artikel II, onderdeel C opgenomen artikel 3.5, zevende lid, en het in onderdeel D opgenomen artikel 3.6, vierde en vijfde lid, van het Uitvoeringsbesluit Wmo 2015 zijn van toepassing op besluiten met betrekking tot de vaststellingen en herzieningen van bijdragen die worden genomen na 31 december 2019.
In geval van een vaststelling of herziening die ziet op de periode voor 1 januari 2020 aangaande een bijdrage als bedoeld in artikel 3.1, tweede lid, wordt voor «maand» of «maanden» respectievelijk gelezen «bijdrageperiode als bedoeld in artikel 3.8, derde lid, van het Uitvoeringsbesluit Wmo 2015, zoals dat luidde voor 1 januari 2020» of «bijdrageperioden als bedoeld in artikel 3.8, derde lid, van het Uitvoeringsbesluit Wmo 2015, zoals dat luidde voor 1 januari 2020».
Artikel IV
Dit besluit treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip. Artikel I, onderdeel E, en de in artikel II, onderdeel A, eerste lid, opgenomen artikelonderdelen tweede lid, onderdeel 2°, en derde lid, onderdeel 2°, van artikel 3.1, en artikel II, onderdeel I, werken terug tot en met 1 januari 2019.
Op de voordracht van Onze Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport van 29 mei 2019, kenmerk 1531643-190719-WJZ;
Gelet op de artikelen 3.2.5 van de Wet langdurige zorg, en 2.1.4, vierde lid, onderdeel b, 2.1.4a, derde en vierde lid, en vijfde lid, onderdeel b, en zevende lid, 2.1.4b, derde lid, 8.3, zesde lid, en 8.4, tweede lid, van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015;
De Afdeling advisering van de Raad van State gehoord (advies van 3 juli 2019, no. W13.19.0131/III);
Gezien het nader rapport van Onze Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport van 1 oktober 2019, kenmerk 1531635-190719-WJZ;
Hebben goedgevonden en verstaan:
Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.