← Geldende tekst · Geschiedenis

Regeling van de Minister voor Medische Zorg van 4 oktober 2019, kenmerk 1562477-193693-Z, houdende bepalingen omtrent de in de Zorgverzekeringswet bedoelde vereveningsbijdrage voor het jaar 2020 (Regeling risicoverevening 2020)

Geldende tekst a fecha 2019-09-30

Gelet op artikel 32, vierde lid, van de Zorgverzekeringswet en de artikelen 1, onderdelen i, j, aa en ii, 3.1, derde lid, 3.2, 3.4, derde lid, 3.6, derde lid, 3.8, tweede lid, 3.10, tweede lid, 3.11, derde, vijfde en zesde lid, 3.12a, 3.13, 3.14, 3.15, eerste en derde lid, 3.19, tweede lid, en 3.22, tweede lid, van het Besluit zorgverzekering;

Besluit:

Hoofdstuk 1. Definities en algemene bepalingen

Artikel 1

In deze regeling wordt verstaan onder:

Artikel 2
1.

Het macro-prestatiebedrag voor het jaar 2020 bedraagt € 48.546,3 miljoen.

2.

Het macro-prestatiebedrag is opgebouwd uit de volgende macro-deelbedragen:

Artikel 3
1.

De opbrengst van de nominale rekenpremie wordt voor het jaar 2020 geraamd op € 19.264,6 miljoen.

2.

De opbrengst van het verplicht eigen risico wordt voor het jaar 2020 geraamd op € 3.189,7 miljoen.

Artikel 4

De beschikbare middelen voor het verstrekken van de bijdragen aan zorgverzekeraars, bedoeld in artikel 32, vierde lid, onderdeel a, van de wet, omvatten voor het jaar 2020, naast de middelen, bedoeld in § 1.5 van hoofdstuk 3 van het Besluit zorgverzekering, een bedrag van € 26.092,0 miljoen.

Hoofdstuk 2. Regels ten behoeve van de toekenning van de vereveningsbijdrage (ex ante) aan een zorgverzekeraar

Artikel 5
1.

De klassen en gewichten, bedoeld in de artikelen 3.4 en 3.6 van het Besluit zorgverzekering, zijn vermeld in de bijlagen 1 en 2.

2.

Bij de indeling van verzekerden bij de klassen van het vereveningscriterium MHK laat het Zorginstituut de kosten van verpleging en verzorging buiten beschouwing.

3.

Bij de indeling van verzekerden bij de klassen van het vereveningscriterium GGZ-MHK laat het Zorginstituut de kosten van het tweede en derde jaar intramurale geestelijke gezondheidszorg buiten beschouwing.

Artikel 6

In afwijking van artikel 5 en bijlage 1, tabellen 1.2, 1.3, 1.4, 1.5 en 1.11, en bijlage 2, tabellen 2.2 en 2.3, wordt een verzekerde die in het buitenland woont ingedeeld in de klassen ‘Geen FKG’, ‘Geen primaire DKG’, ‘Geen secundaire DKG’, ‘Geen HKG’, ’Geen FDG’, ‘Geen FKG psychische aandoeningen’ en ‘Geen DKG psychische aandoeningen’, waarbij voor hem het gewicht van die klassen door het Zorginstituut wordt vastgesteld op een percentage van de gewichten van de desbetreffende klassen zoals deze op grond van de genoemde tabellen voor in Nederland wonende verzekerden gelden.

Artikel 7
1.

De nominale rekenpremie per jaar bedraagt € 1.373 per zorgverzekering waarvoor premie moet worden betaald.

2.

Het Zorginstituut raamt de opbrengst van de nominale rekenpremie per zorgverzekeraar, bedoeld in artikel 3.10, tweede lid, van het Besluit zorgverzekering, door het geraamde aantal zorgverzekeringen waarvoor premie moet worden betaald te vermenigvuldigen met de nominale rekenpremie.

3.

Het Zorginstituut raamt het aantal zorgverzekeringen waarvoor premie moet worden betaald, bedoeld in het tweede lid, door het geraamde aantal zorgverzekeringen van verzekerden van achttien jaar en ouder bij een zorgverzekeraar, te verminderen met het geraamde aantal zorgverzekeringen van verzekerden, bedoeld in artikel 24 van de wet.

Artikel 8
1.

Het Zorginstituut raamt de opbrengst van het verplicht eigen risico per zorgverzekeraar, bedoeld in artikel 3.10, tweede lid, van het Besluit zorgverzekering, door per verzekerde van achttien jaar en ouder, met uitzondering van verzekerden, bedoeld in artikel 24 van de wet, de geraamde opbrengst van het verplicht eigen risico te bepalen en vervolgens de geraamde opbrengsten per zorgverzekeraar te sommeren.

2.

Het Zorginstituut gaat voor de bepaling van de geraamde opbrengst per verzekerde, bedoeld in het eerste lid, voor verzekerden van achttien jaar of ouder die zowel onder de klasse ‘Geen FKG’, als onder de klassen ‘Geen primaire DKG’, ‘Geen secundaire DKG’, ‘Geen HKG’, ‘Geen MVV’ en ‘Geen FDG’ vallen en niet worden ingedeeld bij MHK-klasse ‘2 voorafgaande jaren variabele zorgkosten in top 10 procent’ of hoger, uit van verzekerdenaantallen onderverdeeld in klassen naar leeftijd en geslacht, AVI, regio en MHK en de in bijlage 4 genoemde gewichten. Hierbij wordt de in de bijlage 4 aangegeven klassenindeling van de criteria aangehouden.

3.

De geraamde opbrengst per verzekerde, bedoeld in het eerste lid, bedraagt € 359,53 voor verzekerden van achttien jaar of ouder waarop het tweede lid niet van toepassing is.

Artikel 9
1.

Het Zorginstituut wijst bij samenloop van klassen van een vereveningscriterium alleen de hoogste klasse van dat criterium toe.

2.

In afwijking van het eerste lid wijst het Zorginstituut alle toepasselijke klassen van het vereveningscriterium FKG’s toe met inachtneming van de volgende uitzonderingen:

3.

Het Zorginstituut deelt bij het vereveningscriterium FKG’s een verzekerde niet in op basis van het gebruik van geneesmiddelen die in een van de twee aan het vereveningsjaar voorafgaande kalenderjaren zijn opgehouden dure intramurale geneesmiddelen te zijn.

4.

Voor de indeling van een verzekerde bij het vereveningscriterium AVI geldt dat:

5.

In afwijking van het eerste lid wijst het Zorginstituut alle toepasselijke klassen van het vereveningscriterium FKG’s psychische aandoeningen toe met inachtneming van de volgende uitzondering: In geval van samenloop bij de klassen ‘Psychose depot’, ‘Chronische stemmingsstoornissen complex’, ‘Psychose’, ‘Bipolaire stoornissen complex’, ‘Bipolaire stoornissen regulier’ en ‘Chronische stemmingsstoornissen’, deelt het Zorginstituut een verzekerde in bij eerstgenoemde klasse die voor de betreffende verzekerde van toepassing is en niet bij de andere genoemde klassen.

6.

Het Zorginstituut deelt verzekerden in een Wlz-instelling bij het vereveningscriterium SES in in de klasse ‘1 (zeer laag)’ en bij het vereveningscriterium MVV in de klasse ‘Geen MVV’.

7.

Het Zorginstituut deelt verzekerden in de DKG’s psychische aandoeningen 15 tot en met 18 bij het vereveningscriterium SES in de klasse ‘1 (zeer laag)’ in.

8.

Het Zorginstituut deelt bij het vereveningscriterium GGZ-MHK verzekerden met kosten op de percentielgrens ’98,5 procent met kosten >10 euro’ naar rato in bij de betreffende klassen.

9.

Het Zorginstituut deelt bij het vereveningscriterium MVV verzekerden met kosten op de percentielgrens naar rato in bij de betreffende klassen.

10.

Indien een percentielgrens als bedoeld in het negende lid, gelijk is aan nul euro, deelt het Zorginstituut, in afwijking van het negende lid, verzekerden met kosten op die percentielgrens in bij de klasse ‘Geen MVV’.

11.

Het Zorginstituut stelt als bijlage bij de beleidsregels, bedoeld in artikel 32, vijfde lid, van de Zorgverzekeringswet, referentiebestanden vast voor de vereveningscriteria FKG’s, primaire DKG’s, secundaire DKG’s, HKG’s, AVI, SES, PPA, regio, FDG, FKG’s psychische aandoeningen, DKG’s psychische aandoeningen en GGZ-regio ter onderbouwing van de indeling van verzekerden in de klassen van het betreffende vereveningscriterium.

Hoofdstuk 3. Regels ten behoeve van de vaststelling van de vereveningsbijdrage (ex post) ten behoeve van een zorgverzekeraar

Artikel 10
1.

Een verzekerde die slechts gedurende een deel van het vereveningsjaar bij een zorgverzekeraar verzekerd was, telt voor het vaststellen van de vereveningsbijdrage voor die zorgverzekeraar mee in een mate die bepaald wordt door het aantal dagen dat hij in dat jaar bij die zorgverzekeraar verzekerd was te delen door het aantal dagen in dat jaar.

2.

Indien een verzekerde gedurende een aantal dagen van het vereveningsjaar bij meer dan één zorgverzekeraar verzekerd was, telt hij voor het vaststellen van de vereveningsbijdrage over die periode mee in een mate die bepaald wordt door het getal 1 te delen door het aantal zorgverzekeraars waarbij hij in die periode verzekerd was.

Artikel 11
1.

Nadat het Zorginstituut de gerealiseerde kosten op de in de artikelen 12 tot en met 15 beschreven wijze heeft toegedeeld, herberekent het Zorginstituut voor de clusters ‘variabele zorgkosten’ en ‘kosten van geneeskundige geestelijke gezondheidszorg’ de relevante deelbedragen.

2.

Het Zorginstituut gaat bij de herberekening, bedoeld in het eerste lid, uit van de gerealiseerde kosten voor elk van de in het eerste lid genoemde clusters van prestaties en van gerealiseerde aantallen verzekerden per klasse van ieder vereveningscriterium. Voor de herberekening van de vereveningsbijdrage voor het cluster ‘variabele zorgkosten’ past het Zorginstituut de gewichten in de tabellen van bijlage 1 toe. Voor de herberekening van de vereveningsbijdrage voor het cluster ‘kosten van geneeskundige geestelijke gezondheidszorg’ past het Zorginstituut de gewichten in de tabellen van bijlage 3 toe.

3.

De gerealiseerde aantallen verzekerden per klasse van ieder vereveningscriterium worden voor de hiernavolgende criteria aan de hand van realisatiecijfers over de volgende jaren berekend:

4.

In afwijking van het tweede lid herberekent het Zorginstituut het gewicht van de klasse ‘Geen FKG’ zodanig dat het voor de klassen ‘Auto-immuunziekten o.b.v. add-on’, ‘Kanker o.b.v. add-on’, ‘Groeistoornissen o.b.v. add-on’, ‘Immunoglobuline o.b.v. add-on’, ‘COPD/Zware astma o.b.v. add-on’, ‘Extreem hoge kosten cluster 1’, ‘Extreem hoge kosten cluster 2’ en ‘Extreem hoge kosten cluster 3’ gesommeerde verschil tussen de vermenigvuldiging van het gerealiseerde aantal verzekerden met het gewicht in tabel 1.2 en de vermenigvuldiging van het bij toekenning van de vereveningsbijdrage verwachte aantal verzekerden met het gewicht in tabel 1.2, teniet wordt gedaan. Het Zorginstituut rondt het herberekende gewicht af op twee decimalen.

5.

In afwijking van het tweede lid herberekent het Zorginstituut het gewicht voor elke klasse van de vereveningscriteria primaire DKG’s en secundaire DKG’s zodanig dat per klasse het resultaat van de vermenigvuldiging van het herberekende gewicht met het gerealiseerde aantal verzekerden gelijk is aan het resultaat van de vermenigvuldiging van het gewicht in tabel 1.3 respectievelijk tabel 1.4 met het bij toekenning van de vereveningsbijdragen verwachte aantal verzekerden. Het Zorginstituut rondt de herberekende gewichten af op twee decimalen.

6.

In afwijking van het tweede lid herberekent het Zorginstituut het gewicht voor de klasse ‘Geen MHK’ zodanig dat het voor de klassen ‘3 voorafgaande jaren variabele zorgkosten in top 4 procent’, ‘3 voorafgaande jaren variabele zorgkosten in top 1,5 procent’ en ‘3 voorafgaande jaren variabele zorgkosten in top 0,5 procent’ gesommeerde verschil tussen de vermenigvuldiging van het gerealiseerde aantal verzekerden met het gewicht in tabel 1.10 en de vermenigvuldiging van het bij toekenning van de vereveningsbijdrage verwachte aantal verzekerden met het gewicht in tabel 1.10, teniet wordt gedaan. Het Zorginstituut rondt het herberekende gewicht af op twee decimalen.

7.

In afwijking van het tweede lid, herberekent het Zorginstituut het gewicht van de klasse ‘Geen DKG psychische aandoeningen’ zodanig dat voor het criterium DKG’s psychische aandoeningen de gesommeerde resultaten van de vermenigvuldiging van de gewichten met het gerealiseerde aantal verzekerden, nul bedragen. Het Zorginstituut rondt het herberekende gewicht af op twee decimalen.

8.

Het Zorginstituut gebruikt bij de herberekening, bedoeld in het eerste lid, de referentiebestanden, bedoeld in artikel 9, elfde lid.

Artikel 12
1.

Het Zorginstituut merkt kosten als bedoeld in artikel 3.13 van het Besluit zorgverzekering, voor prestaties van grensoverschrijdende zorg die zodanig zijn gespecificeerd, dat:

2.

Het Zorginstituut merkt kosten voor prestaties van grensoverschrijdende zorg die gemaakt zijn met toepassing van internationale regelingen inzake sociale zekerheid, aan als kosten van het cluster ‘variabele zorgkosten’.

Artikel 13
1.

Met uitzondering van betalingen uit hoofde van een verplicht of vrijwillig eigen risico, deelt het Zorginstituut zorgkosten die voor rekening komen van de verzekerden niet toe aan een cluster van prestaties.

2.

Het Zorginstituut deelt renteheffingskosten niet toe aan een cluster van prestaties.

Artikel 14
1.

Het Zorginstituut merkt de kosten van prestaties, geleverd door instellingen die meedoen aan experimenten in de zin van de Wet marktordening gezondheidszorg, voor een door hem per instelling vast te stellen percentage aan als kosten van het cluster ‘variabele zorgkosten’.

2.

Het Zorginstituut merkt de kosten van de Stichting Kinderoncologie Nederland en van de Nederlandse Transplantatiestichting voor 75 procent aan als kosten van het cluster ‘variabele zorgkosten’.

Artikel 15
1.

Het Zorginstituut merkt de kosten van prestaties, geleverd door instellingen die meedoen aan experimenten in de zin van de Wet marktordening gezondheidszorg, per instelling voor medisch-specialistisch zorg voor 100 procent minus het door hem op basis van artikel 14, eerste lid, vastgestelde percentage, aan als kosten van het cluster ‘vaste zorgkosten’.

2.

Het Zorginstituut merkt de kosten van de Stichting Kinderoncologie Nederland en van de Nederlandse Transplantatiestichting voor 25 procent aan als kosten van het cluster ‘vaste zorgkosten’.

3.

Het Zorginstituut merkt de kosten van geneesmiddelen die in het vereveningsjaar of de twee daaraan voorafgaande kalenderjaren zijn opgehouden dure intramurale geneesmiddelen te zijn aan als kosten van het cluster ‘vaste zorgkosten’.

4.

Het Zorginstituut calculeert 100 procent na op het verschil tussen de kosten van het cluster ‘vaste zorgkosten’, vastgesteld ingevolge het eerste tot en met derde lid enerzijds, en het herberekende deelbedrag ‘vaste zorgkosten’ na toepassing van artikel 3.15, tweede lid van het Besluit zorgverzekering.

Artikel 16
1.

Het Zorginstituut past als volgt hogekostencompensatie toe op het herberekende deelbedrag kosten van geneeskundige geestelijke gezondheidszorg, bedoeld in artikel 3.12, derde lid, van het Besluit zorgverzekering:

2.

Het Zorginstituut kan bij een voorlopige vaststelling als bedoeld in artikel 3.20, eerste lid, van het Besluit zorgverzekering, de toepassing van hogekostencompensatie achterwege laten. Het Zorginstituut past dan in afwijking van artikel 11, tweede lid, voor de herberekening van de vereveningsbijdrage voor het cluster ‘kosten van geneeskundige geestelijke gezondheidszorg’ de gewichten in de tabellen van bijlage 2 toe.

Artikel 17
1.

De opbrengst van de nominale rekenpremie, bedoeld in artikel 3.19, tweede lid, van het Besluit zorgverzekering, wordt berekend overeenkomstig artikel 7, met dien verstande, dat wordt uitgegaan van het gerealiseerde aantal zorgverzekeringen waarvoor premie moest worden betaald.

2.

De opbrengst van het verplicht eigen risico, bedoeld in artikel 3.19, tweede lid, van het Besluit zorgverzekering, wordt berekend overeenkomstig artikel 8, met dien verstande, dat wordt uitgegaan van het gerealiseerde aantal verzekerden van achttien jaar en ouder verminderd met het gerealiseerde aantal verzekerden, bedoeld in artikel 24, van de wet.

Artikel 18

De artikelen 5, tweede en derde lid, 6 en 9 zijn van overeenkomstige toepassing bij de vaststelling van de vereveningsbijdrage ten behoeve van een zorgverzekeraar met dien verstande dat bij toepassing van hogekostencompensatie een verzekerde die in het buitenland woont, in afwijking van bijlage 3, tabellen 3.2 en 3.3, wordt ingedeeld in ‘Geen FKG psychische aandoeningen’ en ‘Geen DKG psychische aandoeningen’.

Hoofdstuk 4. Aanvullingen op de vereveningsbijdrage aan een zorgverzekeraar

Artikel 19

Het in artikel 3.22, tweede lid, van het Besluit zorgverzekering bedoelde bedrag per verzekerde bedraagt € 41.

Hoofdstuk 5. Betaling van de vereveningsbijdrage aan zorgverzekeraar door het zorginstituut

Artikel 20

De betaling van de bijdrage geschiedt overeenkomstig door het Zorginstituut te stellen beleidsregels, waarin een betaalschema is opgenomen dat rekening houdt met declaratiepatronen van zorgaanbieders.

Hoofdstuk 6. Slotbepalingen

Artikel 21

Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst en werkt terug tot en met 30 september 2019.

Artikel 22

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling risicoverevening 2020.

Bijlage 1. Normbedragen vereveningsmodel variabele zorgkosten (behorende bij artikel 5, eerste lid, en artikel 11, tweede lid van de Regeling risicoverevening 2020)

De bijlage betreft kosten van zorg behorende tot het cluster ‘variabele zorgkosten’. De in deze bijlage genoemde gewichten zijn bedoeld voor de ex ante berekening van het normatieve bedrag ten behoeve van een zorgverzekeraar (artikel 5, eerste lid) en vormen de basis voor de ex post berekening van het normatieve bedrag ten behoeve van een zorgverzekeraar (artikel 11, tweede lid).

Variabele zorgkosten
Mannen 0 jaar, geboren in het vereveningsjaar 9735.62
0 jaar, geboren in het voorafgaande jaar 2872.85
1–4 jaar 2193.99
5–9 jaar 2010.78
10–14 jaar 2021.98
15–17 jaar 2111.78
18–24 jaar 1879.16
25–29 jaar 1891.18
30–34 jaar 1887.18
35–39 jaar 1955.11
40–44 jaar 2018.54
45–49 jaar 2141.85
50–54 jaar 2308.47
55–59 jaar 2577.09
60–64 jaar 2827.12
65–69 jaar 3158.19
70–74 jaar 3655.62
75–79 jaar 4069.32
80–84 jaar 4626.41
85–89 jaar 5195.83
90+ jaar 6183.60
Vrouwen en onbepaald geslacht 0 jaar, geboren in het vereveningsjaar 8530.34
0 jaar, geboren in het voorafgaande jaar 2610.32
1–4 jaar 1927.53
5–9 jaar 1983.71
10–14 jaar 2050.50
15–17 jaar 2213.58
18–24 jaar 2132.29
25–29 jaar 2585.00
30–34 jaar 2728.28
35–39 jaar 2410.03
40–44 jaar 2186.14
45–49 jaar 2255.39
50–54 jaar 2341.32
55–59 jaar 2425.13
60–64 jaar 2583.58
65–69 jaar 2849.18
70–74 jaar 3181.51
75–79 jaar 3520.14
80–84 jaar 4034.95
85–89 jaar 4718.37
90+ jaar 5603.59
Variabele zorgkosten
--- ---
Geen FKG –313.04
Schildklieraandoeningen 24.69
Glaucoom 205.45
Depressie 115.58
Psychose en verslaving 392.10
Epilepsie 559.19
Chronische antistolling 790.07
Transplantaties 1319.11
Parkinson 2208.41
Hartaandoeningen 1782.07
Chronische pijn exclusief opioïden 895.03
Neuropatische pijn 1548.89
Diabetes type II zonder hypertensie 434.17
Diabetes type II met hypertensie 841.53
Diabetes type I zonder hypertensie 1710.70
Diabetes type I met hypertensie 2059.18
Cystic fibrosis/pancreasenzymen 3411.43
Groeistoornissen o.b.v. add-on 2521.57
Aandoeningen van hersenen/ruggenmerg: overig 2992.60
Aandoeningen van hersenen/ruggenmerg: multiple sclerose 4535.84
HIV/AIDS 4523.07
Psoriasis 521.91
Ziekte van Crohn/Colitis Ulcerosa 629.89
Reuma 733.49
Auto-immuunziekten o.b.v. add-on 5424.27
Nieraandoeningen 7602.15
Acromegalie 12288.86
Immunoglobuline o.b.v. add-on 10782.89
Astma 451.57
COPD/Zware astma 1677.02
COPD/Zware astma o.b.v. add-on 12118.02
Hormoongevoelige tumoren 842.31
Kanker 1553.67
Kanker o.b.v. add-on 11425.79
Pulmonale arteriële hypertensie 20591.73
Extreem hoge kosten cluster 1 123993.38
Extreem hoge kosten cluster 2 262028.94
Extreem hoge kosten cluster 3 385821.47
Variabele zorgkosten
--- ---
Geen primaire DKG –227.23
1 627.21
2 1328.67
3 1344.43
4 1661.31
5 2765.72
6 2283.41
7 4936.77
8 6320.33
9 7038.99
10 8021.10
11 12358.08
12 15785.97
13 8162.58
14 64321.45
15 51023.38
Variabele zorgkosten
--- ---
Geen secundaire DKG –91.03
1 932.12
2 2403.52
3 3898.61
4 7535.25
5 14713.47
6 19243.22
7 74449.92
Variabele zorgkosten
--- ---
Geen HKG –54.81
CPAP apparatuur 286.01
Therapeutische elastische kousen 448.43
Voorzieningen voor stomapatiënten 1498.91
Vernevelaar met toebehoren 1375.84
Middelen voor urine-opvang 2049.97
Injectiespuiten met toebehoren (excl. diabetes) 2253.80
Zuurstofapparaten met toebehoren 4482.92
Voedingshulpmiddelen (excl. zuigelingen) 7929.07
Slijmuitzuigapparatuur 20691.00
Draagbare infuuspompen 9294.56
Variabele zorgkosten
--- --- ---
70+ jaar 0.00
Duurzaam en volledig arbeidsongeschikten (IVA) 0–17 jaar 124.18
18–34 jaar 1292.91
35–44 jaar 881.74
45–54 jaar 1131.56
55–64 jaar 713.59
65–69 jaar 643.19
Arbeidsongeschikten excl. IVA 0–17 jaar 155.69
18–34 jaar 286.41
35–44 jaar 491.44
45–54 jaar 501.26
55–64 jaar 427.03
65–69 jaar 387.21
Bijstandsgerechtigden 0–17 jaar 147.63
18–34 jaar 323.47
35–44 jaar 324.24
45–54 jaar 378.57
55–64 jaar 326.17
65–69 jaar 401.08
Studenten 0–17 jaar –37.98
18–34 jaar –166.78
Zelfstandigen 0–17 jaar –73.30
18–34 jaar –77.15
35–44 jaar –124.00
45–54 jaar –179.61
55–64 jaar –213.12
65–69 jaar –74.93
Hoogopgeleiden 0–17 jaar –96.15
18–34 jaar –13.92
35–44 jaar –74.36
Referentiegroep 0–17 jaar –8.17
18–34 jaar 18.35
35–44 jaar –21.47
45–54 jaar –59.38
55–64 jaar –82.21
65–69 jaar –113.90
Variabele zorgkosten
--- ---
1 82.29
2 48.02
3 19.81
4 19.55
5 –14.01
6 –16.13
7 –23.23
8 –30.39
9 –38.98
10 –48.13
Variabele zorgkosten
--- --- ---
1 (zeer laag) 0–17 jaar 61.89
18–69 jaar –1.91
70+ jaar –91.37
2 (laag) 0–17 jaar 32.30
18–69 jaar 18.47
70+ jaar –58.57
3 (midden) 0–17 jaar –15.08
18–69 jaar 19.08
70+ jaar 43.99
4 (hoog) 0–17 jaar –47.85
18–69 jaar –30.10
70+ jaar 75.91
Variabele zorgkosten
--- --- ---
0–17 jaar 0.00
Wlz-instelling, blijvend 18–69 jaar –574.75
70–79 jaar –1898.04
80+ jaar –3232.04
Wlz-instelling, instromend 18–69 jaar 9089.49
70–79 jaar 12930.58
80+ jaar 10597.71
Eenpersoonshuishouden 18–69 jaar –30.88
70–79 jaar 169.97
80+ jaar 44.51
Overig 18–69 jaar 3.61
70–79 jaar –117.14
80+ jaar –156.55
Variabele zorgkosten
--- ---
Geen MHK –616.07
Ten minste 1 van de 3 voorafgaande jaren variabele zorgkosten in top 30 procent 153.39
2 voorafgaande jaren variabele zorgkosten in top 10 procent 2557.80
3 voorafgaande jaren variabele zorgkosten in top 15 procent 2345.17
3 voorafgaande jaren variabele zorgkosten in top 10 procent 3707.38
3 voorafgaande jaren variabele zorgkosten in top 7 procent 5678.11
3 voorafgaande jaren variabele zorgkosten in top 4 procent 8737.85
3 voorafgaande jaren variabele zorgkosten in top 1,5 procent 18529.80
3 voorafgaande jaren variabele zorgkosten in top 0,5 procent 45209.32
Variabele zorgkosten
--- ---
Geen FDG –23.57
1 637.18
2 2042.64
3 1524.84
4 8652.76
Variabele zorgkosten
--- ---
Geen MVV –198.14
Gesommeerde kosten V&V 3 voorafgaande jaren in top 3,5 procent 1258.89
Gesommeerde kosten V&V 3 voorafgaande jaren in top 3 procent 1908.55
Gesommeerde kosten V&V 3 voorafgaande jaren in top 2,5 procent 3331.90
Gesommeerde kosten V&V 3 voorafgaande jaren in top 2 procent 5936.76
Gesommeerde kosten V&V 3 voorafgaande jaren in top 1,5 procent 8808.05
Gesommeerde kosten V&V 3 voorafgaande jaren in top 1 procent 12614.04
Gesommeerde kosten V&V 3 voorafgaande jaren in top 0,5 procent 18174.57
Gesommeerde kosten V&V 3 voorafgaande jaren in top 0,25 procent 30979.61
Kosten V&V voorafgaand jaar in top 0,25%; 0–17 jaar 68284.87

Bijlage 2. Normbedragen vereveningsmodel geneeskundige GGZ (behorende bij artikel 5, eerste lid, van de Regeling risicoverevening 2020)

De bijlage betreft de kosten van zorg behorende tot het cluster ‘geneeskundige geestelijke gezondheidszorg’.

De in deze bijlage genoemde vereveningscriteria zijn van toepassing voor verzekerden van achttien jaar en ouder; de gewichten zijn bedoeld voor de ex ante berekening van het normatieve bedrag ten behoeve van een zorgverzekeraar (artikel 5, eerste lid). De gewichten bevatten geen correctie voor hogekostencompensatie.

Kosten van geneeskundige GGZ
Mannen 18–24 jaar 341.10
25–29 jaar 332.55
30–34 jaar 322.20
35–39 jaar 311.59
40–44 jaar 294.04
45–49 jaar 268.80
50–54 jaar 265.83
55–59 jaar 250.85
60–64 jaar 250.85
65–69 jaar 244.02
70–74 jaar 253.62
75–79 jaar 253.62
80–84 jaar 244.05
85–89 jaar 244.05
90+ jaar 244.05
Vrouwen en onbepaald geslacht 18–24 jaar 424.09
25–29 jaar 385.28
30–34 jaar 345.11
35–39 jaar 331.84
40–44 jaar 311.82
45–49 jaar 282.96
50–54 jaar 273.27
55–59 jaar 250.85
60–64 jaar 250.85
65–69 jaar 244.02
70–74 jaar 253.62
75–79 jaar 253.62
80–84 jaar 244.05
85–89 jaar 244.05
90+ jaar 244.05
Kosten van geneeskundige GGZ
--- ---
Geen FKG psychische aandoeningen –29.37
ADHD 159.06
Verslaving 220.31
Angststoornissen 907.33
Chronische stemmingsstoornissen 265.36
Bipolaire stoornissen regulier 746.21
Bipolaire stoornissen complex 1669.06
Psychose 1542.84
Chronische stemmingsstoornissen complex 1863.56
Psychose depot 3878.35
Kosten van geneeskundige GGZ
--- ---
Geen DKG psychische aandoeningen –122.56
1 (gebruik basis GGZ in het voorgaande jaar) 274.84
2 439.03
3 983.25
4 1813.36
5 3902.85
6 4783.84
7 5074.19
8 7556.60
9 11119.87
10 11828.82
11 17778.64
12 20955.19
13 35455.80
14 30191.88
15 37606.51
16 37691.84
17 74348.69
18 30676.09
Kosten van geneeskundige GGZ
--- --- ---
70+ jaar 0.00
Duurzaam en volledig arbeidsongeschikten (IVA) 18–34 jaar 446.39
35–44 jaar 10.51
45–54 jaar –21.81
55–64 jaar –6.83
65–69 jaar 0.00
Arbeidsongeschikten excl. IVA 18–34 jaar 406.58
35–44 jaar 404.39
45–54 jaar 140.10
55–64 jaar 52.97
65–69 jaar 0.00
Bijstandsgerechtigden 18–34 jaar 362.36
35–44 jaar 157.93
45–54 jaar 67.44
55–64 jaar 17.97
65–69 jaar 0.00
Studenten 18–34 jaar –58.73
Zelfstandigen 18–34 jaar –65.17
35–44 jaar –50.02
45–54 jaar –21.81
55–64 jaar –6.83
65–69 jaar 0.00
Hoogopgeleiden 18–34 jaar –64.41
35–44 jaar –42.21
Referentiegroep 18–34 jaar –7.08
35–44 jaar –19.48
45–54 jaar –12.36
55–64 jaar –6.83
65–69 jaar 0.00
Kosten van geneeskundige GGZ
--- ---
1 79.59
2 16.37
3 –10.77
4 –12.26
5 –10.92
6 –12.45
7 –12.45
8 –12.45
9 –12.45
10 –12.45
Kosten van geneeskundige GGZ
--- --- ---
1 (zeer laag) 18–69 jaar 9.79
70+ jaar 14.09
2 (laag) 18–69 jaar –9.98
70+ jaar 2.33
3 (midden) 18–69 jaar –9.98
70+ jaar –7.84
4 (hoog) 18–69 jaar 9.88
70+ jaar –6.19
Kosten van geneeskundige GGZ
--- --- ---
Wlz-instelling, blijvend 18–69 jaar –31.62
70–79 jaar –45.52
80+ jaar –35.95
Wlz-instelling, instromend 18–69 jaar 714.00
70–79 jaar 376.50
80+ jaar 111.55
Eenpersoonshuishouden 18–69 jaar 72.36
70–79 jaar 21.53
80+ jaar –1.55
Overig 18–69 jaar –11.85
70–79 jaar –9.31
80+ jaar 0.66
Kosten van geneeskundige GGZ
--- ---
Geen GGZ-MHK –57.81
Ten minste 1 van de 3 voorafgaande jaren kosten GGZ in top 98,5 procent met kosten GGZ >10 euro 194.57
Ten minste 2 van de 5 voorafgaande jaren kosten GGZ in top 10 promille* 1285.20
Ten minste 2 van de 5 voorafgaande jaren kosten GGZ in top 5 promille* 2821.00
Ten minste 2 van de 5 voorafgaande jaren kosten GGZ in top 2,5 promille* 4743.20
Ten minste 2 van de 5 voorafgaande jaren kosten GGZ in top 1 promille* 9966.15
5 voorafgaande jaren kosten GGZ in top 5 promille 12995.10
5 voorafgaande jaren kosten GGZ in top 2,5 promille 23764.20

Bijlage 3. Normbedragen vereveningsmodel geneeskundige GGZ bij toepassing van hogekostencompensatie (behorende bij artikel 11, tweede lid, van de Regeling risicoverevening 2020)

De bijlage betreft de kosten van zorg behorende tot het cluster ‘geneeskundige geestelijke gezondheidszorg’.

De in deze bijlage genoemde vereveningscriteria zijn van toepassing voor verzekerden van achttien jaar en ouder; de gewichten vormen de basis voor de ex post berekening van het normatieve bedrag ten behoeve van een zorgverzekeraar (artikel 11, tweede lid). De gewichten bevatten een correctie voor hogekostencompensatie.

Kosten van geneeskundige GGZ
Mannen 18–24 jaar 340.50
25–29 jaar 332.54
30–34 jaar 319.44
35–39 jaar 312.07
40–44 jaar 294.23
45–49 jaar 271.03
50–54 jaar 266.25
55–59 jaar 249.80
60–64 jaar 249.80
65–69 jaar 243.16
70–74 jaar 252.07
75–79 jaar 252.07
80–84 jaar 243.76
85–89 jaar 243.76
90+ jaar 243.76
Vrouwen en onbepaald geslacht 18–24 jaar 422.17
25–29 jaar 387.21
30–34 jaar 348.43
35–39 jaar 333.49
40–44 jaar 313.22
45–49 jaar 286.06
50–54 jaar 275.31
55–59 jaar 249.80
60–64 jaar 249.80
65–69 jaar 243.16
70–74 jaar 252.07
75–79 jaar 252.07
80–84 jaar 243.76
85–89 jaar 243.76
90+ jaar 243.76
Kosten van geneeskundige GGZ
Geen FKG psychische aandoeningen –29.58
ADHD 163.47
Verslaving 303.52
Angststoornissen 890.33
Chronische stemmingsstoornissen 274.05
Bipolaire stoornissen regulier 780.31
Bipolaire stoornissen complex 1701.38
Psychose 1538.27
Chronische stemmingsstoornissen complex 1926.91
Psychose depot 3714.17
Kosten van geneeskundige GGZ
Geen DKG psychische aandoeningen –122.12
1 (gebruik basis GGZ in het voorgaande jaar) 284.59
2 476.33
3 1012.57
4 1851.77
5 3972.33
6 4938.10
7 5203.31
8 7521.85
9 10876.88
10 11643.87
11 16790.39
12 19936.97
13 30497.27
14 28055.01
15 35354.68
16 36620.29
17 59772.98
18 30550.44
Kosten van geneeskundige GGZ
70+ jaar 0.00
Duurzaam en volledig arbeidsongeschikten (IVA) 18–34 jaar 289.61
35–44 jaar 23.42
45–54 jaar –23.09
55–64 jaar –6.64
65–69 jaar 0.00
Arbeidsongeschikten excl. IVA 18–34 jaar 353.03
35–44 jaar 386.82
45–54 jaar 143.26
55–64 jaar 51.67
65–69 jaar 0.00
Bijstandsgerechtigden 18–34 jaar 353.10
35–44 jaar 157.48
45–54 jaar 69.31
55–64 jaar 17.05
65–69 jaar 0.00
Studenten 18–34 jaar –54.90
Zelfstandigen 18–34 jaar –62.99
35–44 jaar –51.06
45–54 jaar –23.09
55–64 jaar –6.64
65–69 jaar 0.00
Hoogopgeleiden 18–34 jaar –62.02
35–44 jaar –40.13
Referentiegroep 18–34 jaar –4.74
35–44 jaar –18.66
45–54 jaar –12.54
55–64 jaar –6.64
65–69 jaar 0.00
Kosten van geneeskundige GGZ
1 73.01
2 15.25
3 –8.31
4 –10.33
5 –9.57
6 –12.05
7 –12.05
8 –12.05
9 –12.05
10 –12.05
Kosten van geneeskundige GGZ
1 (zeer laag) 18–69 jaar 12.70
70+ jaar 15.07
2 (laag) 18–69 jaar –9.39
70+ jaar 1.99
3 (midden) 18–69 jaar –9.70
70+ jaar –8.02
4 (hoog) 18–69 jaar 7.20
70+ jaar –6.64
Kosten van geneeskundige GGZ
Wlz-instelling, blijvend 18–69 jaar –34.67
70–79 jaar –45.94
80+ jaar –37.63
Wlz-instelling, instromend 18–69 jaar 871.49
70–79 jaar 430.58
80+ jaar 122.06
Eenpersoonshuishouden 18–69 jaar 74.47
70–79 jaar 19.35
80+ jaar –2.35
Overig 18–69 jaar –12.27
70–79 jaar –8.97
80+ jaar 0.94
Kosten van geneeskundige GGZ
Geen GGZ-MHK –57.45
Ten minste 1 van de 3 voorafgaande jaren kosten GGZ in top 98,5 procent met kosten GGZ >10 euro 200.84
Ten minste 2 van de 5 voorafgaande jaren kosten GGZ in top 10 promille** 1294.59
Ten minste 2 van de 5 voorafgaande jaren kosten GGZ in top 5 promille** 2859.60
Ten minste 2 van de 5 voorafgaande jaren kosten GGZ in top 2,5 promille** 4701.83
Ten minste 2 van de 5 voorafgaande jaren kosten GGZ in top 1 promille** 9030.15
5 voorafgaande jaren kosten GGZ in top 5 promille 12714.41
5 voorafgaande jaren kosten GGZ in top 2,5 promille 22391.53

** Voor verzekerden jonger dan 24 jaar: ten minste 1 van de 5 voorafgaande jaren.

Bijlage 4. Normbedragen vereveningsmodel voor de eigen betalingen ten gevolge van het verplicht eigen risico alleen volwassenen zonder FKG/primaire DKG/secundaire DKG/ HKG/FDG/MVV en niet ingedeeld bij MHK-klasse ‘2 voorafgaande jaren variabele zorgkosten in top 10 procent’ of hoger (behorende bij artikel 8, tweede lid van de Regeling risicoverevening 2020)

De bijlage betreft de eigen betalingen ten gevolge van het verplicht eigen risico.

De in deze bijlage genoemde gewichten zijn bedoeld voor de berekening van de specifiek voor een zorgverzekeraar geraamde opbrengst van het verplicht eigen risico (artikel 8, tweede lid) en vormen de basis voor de herberekening van de opbrengst van het verplicht eigen risico ten behoeve van de vaststelling van de vereveningsbijdrage van een zorgverzekeraar (artikel 17, tweede lid).

Eigen betaling ten gevolge van verplicht eigen risico
Mannen 18–24 jaar 130.08
25–29 jaar 128.84
30–34 jaar 130.52
35–39 jaar 135.44
40–44 jaar 140.38
45–49 jaar 148.65
50–54 jaar 161.56
55–59 jaar 180.55
60–64 jaar 201.11
65–69 jaar 221.55
70–74 jaar 240.01
75–79 jaar 256.82
80–84 jaar 262.68
85–89 jaar 267.16
90+ jaar 258.61
Vrouwen en onbepaald geslacht 18–24 jaar 179.87
25–29 jaar 178.74
30–34 jaar 173.90
35–39 jaar 171.33
40–44 jaar 177.66
45–49 jaar 185.32
50–54 jaar 194.18
55–59 jaar 200.42
60–64 jaar 211.17
65–69 jaar 228.55
70–74 jaar 243.72
75–79 jaar 259.67
80–84 jaar 261.85
85–89 jaar 254.28
90+ jaar 228.82
Eigen betaling ten gevolge van verplicht eigen risico
--- --- ---
70+ 0.00
Duurzaam en volledig arbeidsongeschikten (IVA) 18–34 jaar 92.19
35–44 jaar 75.75
45–54 jaar 61.39
55–64 jaar 46.88
65–69 jaar 28.91
Arbeidsongeschikten excl. IVA 18–34 jaar 54.43
35–44 jaar 64.09
45–54 jaar 51.39
55–64 jaar 34.87
65–69 jaar 18.68
Bijstandsgerechtigden 18–34 jaar 43.51
35–44 jaar 47.00
45–54 jaar 38.63
55–64 jaar 17.98
65–69 jaar –3.66
Studenten 18–34 jaar –8.20
Zelfstandigen 18–34 jaar –5.02
35–44 jaar –7.90
45–54 jaar –10.04
55–64 jaar –12.45
65–69 jaar –9.00
Hoogopgeleiden 18–34 jaar –8.73
35–44 jaar –12.43
Referentiegroep 18–34 jaar 0.46
35–44 jaar –0.25
45–54 jaar –2.78
55–64 jaar –2.15
65–69 jaar –1.59
Eigen betaling ten gevolge van verplicht eigen risico
--- ---
1 6.03
2 3.99
3 2.10
4 0.72
5 –0.01
6 –1.95
7 –2.10
8 –2.72
9 –3.39
10 –2.89
Eigen betaling ten gevolge van verplicht eigen risico
--- ---
Geen MHK –31.51
Ten minste 1 van de 3 voorafgaande jaren variabele zorgkosten in top 30 procent 60.75

Deze regeling zal (met toelichting) in de Staatscourant worden geplaatst.