Regeling van de Minister voor Medische Zorg van 4 oktober 2019, kenmerk 1562477-193693-Z, houdende bepalingen omtrent de in de Zorgverzekeringswet bedoelde vereveningsbijdrage voor het jaar 2020 (Regeling risicoverevening 2020)
Gelet op artikel 32, vierde lid, van de Zorgverzekeringswet en de artikelen 1, onderdelen i, j, aa en ii, 3.1, derde lid, 3.2, 3.4, derde lid, 3.6, derde lid, 3.8, tweede lid, 3.10, tweede lid, 3.11, derde, vijfde en zesde lid, 3.12a, 3.13, 3.14, 3.15, eerste en derde lid, 3.19, tweede lid, en 3.22, tweede lid, van het Besluit zorgverzekering;
Besluit:
Hoofdstuk 1. Definities en algemene bepalingen
Artikel 1
In deze regeling wordt verstaan onder:
- dure intramurale geneesmiddelen: intramurale geneesmiddelen die de zorg, bedoeld in artikel 2.4, eerste lid, van het Besluit zorgverzekering krachtens het tweede lid van dat artikel, of artikel 2.4a, eerste lid, van dat besluit niet omvat.
Artikel 2
Het macro-prestatiebedrag voor het jaar 2020 bedraagt € 48.546,3 miljoen.
Het macro-prestatiebedrag is opgebouwd uit de volgende macro-deelbedragen:
- a. het macro-deelbedrag variabele zorgkosten ad € 44.219,5 miljoen;
- b. het macro-deelbedrag vaste zorgkosten ad € 224,8 miljoen;
- c. het macro-deelbedrag kosten van geneeskundige geestelijke gezondheidszorg ad € 4.102,0 miljoen.
Artikel 3
De opbrengst van de nominale rekenpremie wordt voor het jaar 2020 geraamd op € 19.264,6 miljoen.
De opbrengst van het verplicht eigen risico wordt voor het jaar 2020 geraamd op € 3.189,7 miljoen.
Artikel 4
De beschikbare middelen voor het verstrekken van de bijdragen aan zorgverzekeraars, bedoeld in artikel 32, vierde lid, onderdeel a, van de wet, omvatten voor het jaar 2020, naast de middelen, bedoeld in § 1.5 van hoofdstuk 3 van het Besluit zorgverzekering, een bedrag van € 26.092,0 miljoen.
Hoofdstuk 2. Regels ten behoeve van de toekenning van de vereveningsbijdrage (ex ante) aan een zorgverzekeraar
Artikel 5
De klassen en gewichten, bedoeld in de artikelen 3.4 en 3.6 van het Besluit zorgverzekering, zijn vermeld in de bijlagen 1 en 2.
Bij de indeling van verzekerden bij de klassen van het vereveningscriterium MHK laat het Zorginstituut de kosten van verpleging en verzorging buiten beschouwing.
Bij de indeling van verzekerden bij de klassen van het vereveningscriterium GGZ-MHK laat het Zorginstituut de kosten van het tweede en derde jaar intramurale geestelijke gezondheidszorg buiten beschouwing.
Artikel 6
In afwijking van artikel 5 en bijlage 1, tabellen 1.2, 1.3, 1.4, 1.5 en 1.11, en bijlage 2, tabellen 2.2 en 2.3, wordt een verzekerde die in het buitenland woont ingedeeld in de klassen ‘Geen FKG’, ‘Geen primaire DKG’, ‘Geen secundaire DKG’, ‘Geen HKG’, ’Geen FDG’, ‘Geen FKG psychische aandoeningen’ en ‘Geen DKG psychische aandoeningen’, waarbij voor hem het gewicht van die klassen door het Zorginstituut wordt vastgesteld op een percentage van de gewichten van de desbetreffende klassen zoals deze op grond van de genoemde tabellen voor in Nederland wonende verzekerden gelden.
Artikel 7
De nominale rekenpremie per jaar bedraagt € 1.373 per zorgverzekering waarvoor premie moet worden betaald.
Het Zorginstituut raamt de opbrengst van de nominale rekenpremie per zorgverzekeraar, bedoeld in artikel 3.10, tweede lid, van het Besluit zorgverzekering, door het geraamde aantal zorgverzekeringen waarvoor premie moet worden betaald te vermenigvuldigen met de nominale rekenpremie.
Het Zorginstituut raamt het aantal zorgverzekeringen waarvoor premie moet worden betaald, bedoeld in het tweede lid, door het geraamde aantal zorgverzekeringen van verzekerden van achttien jaar en ouder bij een zorgverzekeraar, te verminderen met het geraamde aantal zorgverzekeringen van verzekerden, bedoeld in artikel 24 van de wet.
Artikel 8
Het Zorginstituut raamt de opbrengst van het verplicht eigen risico per zorgverzekeraar, bedoeld in artikel 3.10, tweede lid, van het Besluit zorgverzekering, door per verzekerde van achttien jaar en ouder, met uitzondering van verzekerden, bedoeld in artikel 24 van de wet, de geraamde opbrengst van het verplicht eigen risico te bepalen en vervolgens de geraamde opbrengsten per zorgverzekeraar te sommeren.
Het Zorginstituut gaat voor de bepaling van de geraamde opbrengst per verzekerde, bedoeld in het eerste lid, voor verzekerden van achttien jaar of ouder die zowel onder de klasse ‘Geen FKG’, als onder de klassen ‘Geen primaire DKG’, ‘Geen secundaire DKG’, ‘Geen HKG’, ‘Geen MVV’ en ‘Geen FDG’ vallen en niet worden ingedeeld bij MHK-klasse ‘2 voorafgaande jaren variabele zorgkosten in top 10 procent’ of hoger, uit van verzekerdenaantallen onderverdeeld in klassen naar leeftijd en geslacht, AVI, regio en MHK en de in bijlage 4 genoemde gewichten. Hierbij wordt de in de bijlage 4 aangegeven klassenindeling van de criteria aangehouden.
De geraamde opbrengst per verzekerde, bedoeld in het eerste lid, bedraagt € 359,53 voor verzekerden van achttien jaar of ouder waarop het tweede lid niet van toepassing is.
Artikel 9
Het Zorginstituut wijst bij samenloop van klassen van een vereveningscriterium alleen de hoogste klasse van dat criterium toe.
In afwijking van het eerste lid wijst het Zorginstituut alle toepasselijke klassen van het vereveningscriterium FKG’s toe met inachtneming van de volgende uitzonderingen:
- a. In geval van samenloop bij de klassen ‘Diabetes type I met hypertensie’, ‘Diabetes type I zonder hypertensie’, ‘Diabetes type II met hypertensie’ en ‘Diabetes type II zonder hypertensie’, deelt het Zorginstituut een verzekerde in bij eerstgenoemde klasse die voor de betreffende verzekerde van toepassing is en niet bij de andere genoemde klassen;
- b. Indien een verzekerde is ingedeeld bij de klasse ’Psychose en verslaving’, deelt het Zorginstituut deze verzekerde niet in bij de klasse ‘Depressie’;
- c. Indien een verzekerde is ingedeeld bij de klasse ‘Neuropathische pijn’, deelt het Zorginstituut deze verzekerde niet in bij de klasse ‘Chronische pijn exclusief opioïden’;
- d. In geval van samenloop bij de klassen ‘COPD/Zware astma o.b.v. add-on’, ‘COPD/Zware astma’ en ‘Astma’, deelt het Zorginstituut een verzekerde in bij eerstgenoemde klasse die voor de betreffende verzekerde van toepassing is en niet bij de andere genoemde klassen;
- e. Indien een verzekerde is ingedeeld bij de klasse ‘Auto-immuunziekten o.b.v. add-on’, deelt het Zorginstituut deze verzekerde niet in bij de klasse ‘Reuma’ en niet bij de klasse ‘Psoriasis’ en niet bij de klasse ‘Ziekte van Crohn/Colitis Ulcerosa’;
- f. Indien een verzekerde is ingedeeld bij de klasse ‘Aandoeningen van hersenen/ruggenmerg: multiple sclerose’, deelt het Zorginstituut deze verzekerde niet in bij de klasse ‘Aandoeningen van hersenen/ruggenmerg: overig’;
- g. In geval van samenloop bij de klassen ‘Kanker o.b.v. add-on’, ‘Kanker’ en ‘Hormoongevoelige tumoren’, deelt het Zorginstituut een verzekerde in bij eerstgenoemde klasse die voor de betreffende verzekerde van toepassing is en niet bij de andere genoemde klassen;
- h. Indien een verzekerde is ingedeeld bij de klasse ‘COPD/Zware astma o.b.v. add-on’, ‘COPD/Zware astma’, ‘Hartaandoeningen’ of ‘Pulmonale arteriële hypertensie’, deelt het Zorginstituut deze verzekerde niet in bij de klasse ‘Chronische antistolling’.
Het Zorginstituut deelt bij het vereveningscriterium FKG’s een verzekerde niet in op basis van het gebruik van geneesmiddelen die in een van de twee aan het vereveningsjaar voorafgaande kalenderjaren zijn opgehouden dure intramurale geneesmiddelen te zijn.
Voor de indeling van een verzekerde bij het vereveningscriterium AVI geldt dat:
- a. het Zorginstituut een verzekerde van 18 tot en met 64 jaar die in meerdere klassen van het vereveningscriterium AVI is in te delen, in afwijking van het eerste lid, indeelt op basis van de volgorde in de volgende trechtering:
-
- duurzaam en volledig arbeidsongeschikten (IVA);
-
- arbeidsongeschikten;
-
- bijstandsgerechtigden;
-
- studenten van 18 tot en met 34 jaar;
-
- werklozen en loontrekkers, behalve als zij hoogopgeleid en 18 tot en met 44 jaar zijn;
-
- zelfstandigen;
-
- hoogopgeleiden van 18 tot en met 44 jaar;
-
- alle verzekerden die niet zijn ingedeeld onder 1 tot en met 7. Zij vormen samen met de verzekerden onder 5 de referentiegroep.
- b. het Zorginstituut een verzekerde van 0 tot en met 17 jaar indeelt op basis van de AVI-indeling van de volwassenen op hetzelfde adres. Indien er meerdere volwassenen op hetzelfde adres wonen, deelt het Zorginstituut de verzekerde, bedoeld in de eerste volzin van dit onderdeel, in de relevante AVI-klasse in die het eerst voorkomt in de trechtering onder a.
- c. het Zorginstituut een verzekerde van 65 tot en met 69 jaar indeelt op basis van de laatst bekende AVI-indeling.
In afwijking van het eerste lid wijst het Zorginstituut alle toepasselijke klassen van het vereveningscriterium FKG’s psychische aandoeningen toe met inachtneming van de volgende uitzondering: In geval van samenloop bij de klassen ‘Psychose depot’, ‘Chronische stemmingsstoornissen complex’, ‘Psychose’, ‘Bipolaire stoornissen complex’, ‘Bipolaire stoornissen regulier’ en ‘Chronische stemmingsstoornissen’, deelt het Zorginstituut een verzekerde in bij eerstgenoemde klasse die voor de betreffende verzekerde van toepassing is en niet bij de andere genoemde klassen.
Het Zorginstituut deelt verzekerden in een Wlz-instelling bij het vereveningscriterium SES in in de klasse ‘1 (zeer laag)’ en bij het vereveningscriterium MVV in de klasse ‘Geen MVV’.
Het Zorginstituut deelt verzekerden in de DKG’s psychische aandoeningen 15 tot en met 18 bij het vereveningscriterium SES in de klasse ‘1 (zeer laag)’ in.
Het Zorginstituut deelt bij het vereveningscriterium GGZ-MHK verzekerden met kosten op de percentielgrens ’98,5 procent met kosten >10 euro’ naar rato in bij de betreffende klassen.
Het Zorginstituut deelt bij het vereveningscriterium MVV verzekerden met kosten op de percentielgrens naar rato in bij de betreffende klassen.
Indien een percentielgrens als bedoeld in het negende lid, gelijk is aan nul euro, deelt het Zorginstituut, in afwijking van het negende lid, verzekerden met kosten op die percentielgrens in bij de klasse ‘Geen MVV’.
Het Zorginstituut stelt als bijlage bij de beleidsregels, bedoeld in artikel 32, vijfde lid, van de Zorgverzekeringswet, referentiebestanden vast voor de vereveningscriteria FKG’s, primaire DKG’s, secundaire DKG’s, HKG’s, AVI, SES, PPA, regio, FDG, FKG’s psychische aandoeningen, DKG’s psychische aandoeningen en GGZ-regio ter onderbouwing van de indeling van verzekerden in de klassen van het betreffende vereveningscriterium.
Hoofdstuk 3. Regels ten behoeve van de vaststelling van de vereveningsbijdrage (ex post) ten behoeve van een zorgverzekeraar
Artikel 10
Een verzekerde die slechts gedurende een deel van het vereveningsjaar bij een zorgverzekeraar verzekerd was, telt voor het vaststellen van de vereveningsbijdrage voor die zorgverzekeraar mee in een mate die bepaald wordt door het aantal dagen dat hij in dat jaar bij die zorgverzekeraar verzekerd was te delen door het aantal dagen in dat jaar.
Indien een verzekerde gedurende een aantal dagen van het vereveningsjaar bij meer dan één zorgverzekeraar verzekerd was, telt hij voor het vaststellen van de vereveningsbijdrage over die periode mee in een mate die bepaald wordt door het getal 1 te delen door het aantal zorgverzekeraars waarbij hij in die periode verzekerd was.
Artikel 11
Nadat het Zorginstituut de gerealiseerde kosten op de in de artikelen 12 tot en met 15 beschreven wijze heeft toegedeeld, herberekent het Zorginstituut voor de clusters ‘variabele zorgkosten’ en ‘kosten van geneeskundige geestelijke gezondheidszorg’ de relevante deelbedragen.
Het Zorginstituut gaat bij de herberekening, bedoeld in het eerste lid, uit van de gerealiseerde kosten voor elk van de in het eerste lid genoemde clusters van prestaties en van gerealiseerde aantallen verzekerden per klasse van ieder vereveningscriterium. Voor de herberekening van de vereveningsbijdrage voor het cluster ‘variabele zorgkosten’ past het Zorginstituut de gewichten in de tabellen van bijlage 1 toe. Voor de herberekening van de vereveningsbijdrage voor het cluster ‘kosten van geneeskundige geestelijke gezondheidszorg’ past het Zorginstituut de gewichten in de tabellen van bijlage 3 toe.
De gerealiseerde aantallen verzekerden per klasse van ieder vereveningscriterium worden voor de hiernavolgende criteria aan de hand van realisatiecijfers over de volgende jaren berekend:
- a. leeftijd en geslacht: 2020;
- b. FKG’s: 2019;
- c. primaire DKG’s: 2018 en 2019;
- d. secundaire DKG’s: 2018 en 2019;
- e. HKG’s: 2019;
- f. AVI: 2020;
- g. regio: 2020;
- h. SES: 2019 en 2020;
- i. MHK: 2017, 2018 en 2019;
- j. GGZ-regio: 2020;
- k. FKG’s psychische aandoeningen: 2019;
- l. DKG’s psychische aandoeningen: 2017, 2018 en 2019;
- m. PPA: 2019 en 2020;
- n. GGZ-MHK: 2015, 2016, 2017, 2018 en 2019;
- o. FDG: 2019;
- p. MVV: 2017, 2018 en 2019.
In afwijking van het tweede lid herberekent het Zorginstituut het gewicht van de klasse ‘Geen FKG’ zodanig dat het voor de klassen ‘Auto-immuunziekten o.b.v. add-on’, ‘Kanker o.b.v. add-on’, ‘Groeistoornissen o.b.v. add-on’, ‘Immunoglobuline o.b.v. add-on’, ‘COPD/Zware astma o.b.v. add-on’, ‘Extreem hoge kosten cluster 1’, ‘Extreem hoge kosten cluster 2’ en ‘Extreem hoge kosten cluster 3’ gesommeerde verschil tussen de vermenigvuldiging van het gerealiseerde aantal verzekerden met het gewicht in tabel 1.2 en de vermenigvuldiging van het bij toekenning van de vereveningsbijdrage verwachte aantal verzekerden met het gewicht in tabel 1.2, teniet wordt gedaan. Het Zorginstituut rondt het herberekende gewicht af op twee decimalen.
In afwijking van het tweede lid herberekent het Zorginstituut het gewicht voor elke klasse van de vereveningscriteria primaire DKG’s en secundaire DKG’s zodanig dat per klasse het resultaat van de vermenigvuldiging van het herberekende gewicht met het gerealiseerde aantal verzekerden gelijk is aan het resultaat van de vermenigvuldiging van het gewicht in tabel 1.3 respectievelijk tabel 1.4 met het bij toekenning van de vereveningsbijdragen verwachte aantal verzekerden. Het Zorginstituut rondt de herberekende gewichten af op twee decimalen.
In afwijking van het tweede lid herberekent het Zorginstituut het gewicht voor de klasse ‘Geen MHK’ zodanig dat het voor de klassen ‘3 voorafgaande jaren variabele zorgkosten in top 4 procent’, ‘3 voorafgaande jaren variabele zorgkosten in top 1,5 procent’ en ‘3 voorafgaande jaren variabele zorgkosten in top 0,5 procent’ gesommeerde verschil tussen de vermenigvuldiging van het gerealiseerde aantal verzekerden met het gewicht in tabel 1.10 en de vermenigvuldiging van het bij toekenning van de vereveningsbijdrage verwachte aantal verzekerden met het gewicht in tabel 1.10, teniet wordt gedaan. Het Zorginstituut rondt het herberekende gewicht af op twee decimalen.
In afwijking van het tweede lid, herberekent het Zorginstituut het gewicht van de klasse ‘Geen DKG psychische aandoeningen’ zodanig dat voor het criterium DKG’s psychische aandoeningen de gesommeerde resultaten van de vermenigvuldiging van de gewichten met het gerealiseerde aantal verzekerden, nul bedragen. Het Zorginstituut rondt het herberekende gewicht af op twee decimalen.
Het Zorginstituut gebruikt bij de herberekening, bedoeld in het eerste lid, de referentiebestanden, bedoeld in artikel 9, elfde lid.
Artikel 12
Het Zorginstituut merkt kosten als bedoeld in artikel 3.13 van het Besluit zorgverzekering, voor prestaties van grensoverschrijdende zorg die zodanig zijn gespecificeerd, dat:
- a. uit de specificatie blijkt dat zij ofwel gelden als kosten van geneeskundige zorg zoals medisch specialisten die plegen te bieden als bedoeld in artikel 2.4 van het Besluit Zorgverzekering – met uitzondering van de kosten, bedoeld in subonderdeel b – ofwel als kosten van verblijf als bedoeld in artikel 2.12 van het Besluit zorgverzekering – met uitzondering van de kosten, bedoeld in subonderdeel b – ofwel als kosten van geneeskundige zorg zoals verpleegkundigen die plegen te bieden als bedoeld in artikel 2.10 van het Besluit zorgverzekering en, voor zover die zorg daarmee gepaard gaat, kosten van verblijf, aan als kosten van het cluster ‘variabele zorgkosten’;
- b. uit de specificatie blijkt dat zij gelden als kosten van geneeskundige zorg zoals klinisch psychologen en psychiaters die plegen te bieden die gericht is op het herstel van een psychische aandoening alsmede het daarmee gepaard gaande verblijf gedurende een onafgebroken periode van niet meer dan 1095 dagen, aan als kosten van het cluster ‘kosten van geneeskundige geestelijke gezondheidszorg’;
- c. uit de specificatie niet blijkt dat zij gelden als kosten als bedoeld onder a of b aan als kosten van het cluster ‘variabele zorgkosten’.
Het Zorginstituut merkt kosten voor prestaties van grensoverschrijdende zorg die gemaakt zijn met toepassing van internationale regelingen inzake sociale zekerheid, aan als kosten van het cluster ‘variabele zorgkosten’.
Artikel 13
Met uitzondering van betalingen uit hoofde van een verplicht of vrijwillig eigen risico, deelt het Zorginstituut zorgkosten die voor rekening komen van de verzekerden niet toe aan een cluster van prestaties.
Het Zorginstituut deelt renteheffingskosten niet toe aan een cluster van prestaties.
Artikel 14
Het Zorginstituut merkt de kosten van prestaties, geleverd door instellingen die meedoen aan experimenten in de zin van de Wet marktordening gezondheidszorg, voor een door hem per instelling vast te stellen percentage aan als kosten van het cluster ‘variabele zorgkosten’.
Het Zorginstituut merkt de kosten van de Stichting Kinderoncologie Nederland en van de Nederlandse Transplantatiestichting voor 75 procent aan als kosten van het cluster ‘variabele zorgkosten’.
Artikel 15
Het Zorginstituut merkt de kosten van prestaties, geleverd door instellingen die meedoen aan experimenten in de zin van de Wet marktordening gezondheidszorg, per instelling voor medisch-specialistisch zorg voor 100 procent minus het door hem op basis van artikel 14, eerste lid, vastgestelde percentage, aan als kosten van het cluster ‘vaste zorgkosten’.
Het Zorginstituut merkt de kosten van de Stichting Kinderoncologie Nederland en van de Nederlandse Transplantatiestichting voor 25 procent aan als kosten van het cluster ‘vaste zorgkosten’.
Het Zorginstituut merkt de kosten van geneesmiddelen die in het vereveningsjaar of de twee daaraan voorafgaande kalenderjaren zijn opgehouden dure intramurale geneesmiddelen te zijn aan als kosten van het cluster ‘vaste zorgkosten’.
Het Zorginstituut calculeert 100 procent na op het verschil tussen de kosten van het cluster ‘vaste zorgkosten’, vastgesteld ingevolge het eerste tot en met derde lid enerzijds, en het herberekende deelbedrag ‘vaste zorgkosten’ na toepassing van artikel 3.15, tweede lid van het Besluit zorgverzekering.
Artikel 16
Het Zorginstituut past als volgt hogekostencompensatie toe op het herberekende deelbedrag kosten van geneeskundige geestelijke gezondheidszorg, bedoeld in artikel 3.12, derde lid, van het Besluit zorgverzekering:
- a. de drempelwaarde wordt bepaald, zodanig dat 0,5% van de verzekerden met kosten van geneeskundige geestelijke gezondheidszorg kosten gelijk aan of boven deze drempelwaarde heeft;
- b. 75% van de kosten van geneeskundige geestelijke gezondheidszorg van de verzekerde, voor zover deze kosten de drempelwaarde overschrijden, wordt berekend;
- c. vervolgens worden de uitkomsten uit onderdeel b per zorgverzekeraar gesommeerd;
- d. daarna wordt het percentage berekend dat voortvloeit uit de verhouding tussen de som van de uitkomsten van onderdeel c van alle zorgverzekeraars samen en de herberekende deelbedragen kosten geneeskundige geestelijke gezondheidszorg van alle zorgverzekeraars samen, en dit percentage wordt toegepast op het corresponderende herberekende deelbedrag van een zorgverzekeraar.
- e. ten slotte wordt het herberekende deelbedrag per zorgverzekeraar nogmaals herberekend door hierbij het resultaat van onderdeel c op te tellen en vervolgens te verminderen met het resultaat van onderdeel d.
Het Zorginstituut kan bij een voorlopige vaststelling als bedoeld in artikel 3.20, eerste lid, van het Besluit zorgverzekering, de toepassing van hogekostencompensatie achterwege laten. Het Zorginstituut past dan in afwijking van artikel 11, tweede lid, voor de herberekening van de vereveningsbijdrage voor het cluster ‘kosten van geneeskundige geestelijke gezondheidszorg’ de gewichten in de tabellen van bijlage 2 toe.
Artikel 17
De opbrengst van de nominale rekenpremie, bedoeld in artikel 3.19, tweede lid, van het Besluit zorgverzekering, wordt berekend overeenkomstig artikel 7, met dien verstande, dat wordt uitgegaan van het gerealiseerde aantal zorgverzekeringen waarvoor premie moest worden betaald.
De opbrengst van het verplicht eigen risico, bedoeld in artikel 3.19, tweede lid, van het Besluit zorgverzekering, wordt berekend overeenkomstig artikel 8, met dien verstande, dat wordt uitgegaan van het gerealiseerde aantal verzekerden van achttien jaar en ouder verminderd met het gerealiseerde aantal verzekerden, bedoeld in artikel 24, van de wet.
Artikel 18
De artikelen 5, tweede en derde lid, 6 en 9 zijn van overeenkomstige toepassing bij de vaststelling van de vereveningsbijdrage ten behoeve van een zorgverzekeraar met dien verstande dat bij toepassing van hogekostencompensatie een verzekerde die in het buitenland woont, in afwijking van bijlage 3, tabellen 3.2 en 3.3, wordt ingedeeld in ‘Geen FKG psychische aandoeningen’ en ‘Geen DKG psychische aandoeningen’.
Hoofdstuk 4. Aanvullingen op de vereveningsbijdrage aan een zorgverzekeraar
Artikel 19
Het in artikel 3.22, tweede lid, van het Besluit zorgverzekering bedoelde bedrag per verzekerde bedraagt € 41.
Hoofdstuk 5. Betaling van de vereveningsbijdrage aan zorgverzekeraar door het zorginstituut
Artikel 20
De betaling van de bijdrage geschiedt overeenkomstig door het Zorginstituut te stellen beleidsregels, waarin een betaalschema is opgenomen dat rekening houdt met declaratiepatronen van zorgaanbieders.
Hoofdstuk 6. Slotbepalingen
Artikel 21
Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst en werkt terug tot en met 30 september 2019.
Artikel 22
Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling risicoverevening 2020.
Bijlage 1. Normbedragen vereveningsmodel variabele zorgkosten (behorende bij artikel 5, eerste lid, en artikel 11, tweede lid van de Regeling risicoverevening 2020)
De bijlage betreft kosten van zorg behorende tot het cluster ‘variabele zorgkosten’. De in deze bijlage genoemde gewichten zijn bedoeld voor de ex ante berekening van het normatieve bedrag ten behoeve van een zorgverzekeraar (artikel 5, eerste lid) en vormen de basis voor de ex post berekening van het normatieve bedrag ten behoeve van een zorgverzekeraar (artikel 11, tweede lid).
| Variabele zorgkosten | ||
|---|---|---|
| Mannen | 0 jaar, geboren in het vereveningsjaar | 9735.62 |
| 0 jaar, geboren in het voorafgaande jaar | 2872.85 | |
| 1–4 jaar | 2193.99 | |
| 5–9 jaar | 2010.78 | |
| 10–14 jaar | 2021.98 | |
| 15–17 jaar | 2111.78 | |
| 18–24 jaar | 1879.16 | |
| 25–29 jaar | 1891.18 | |
| 30–34 jaar | 1887.18 | |
| 35–39 jaar | 1955.11 | |
| 40–44 jaar | 2018.54 | |
| 45–49 jaar | 2141.85 | |
| 50–54 jaar | 2308.47 | |
| 55–59 jaar | 2577.09 | |
| 60–64 jaar | 2827.12 | |
| 65–69 jaar | 3158.19 | |
| 70–74 jaar | 3655.62 | |
| 75–79 jaar | 4069.32 | |
| 80–84 jaar | 4626.41 | |
| 85–89 jaar | 5195.83 | |
| 90+ jaar | 6183.60 | |
| Vrouwen en onbepaald geslacht | 0 jaar, geboren in het vereveningsjaar | 8530.34 |
| 0 jaar, geboren in het voorafgaande jaar | 2610.32 | |
| 1–4 jaar | 1927.53 | |
| 5–9 jaar | 1983.71 | |
| 10–14 jaar | 2050.50 | |
| 15–17 jaar | 2213.58 | |
| 18–24 jaar | 2132.29 | |
| 25–29 jaar | 2585.00 | |
| 30–34 jaar | 2728.28 | |
| 35–39 jaar | 2410.03 | |
| 40–44 jaar | 2186.14 | |
| 45–49 jaar | 2255.39 | |
| 50–54 jaar | 2341.32 | |
| 55–59 jaar | 2425.13 | |
| 60–64 jaar | 2583.58 | |
| 65–69 jaar | 2849.18 | |
| 70–74 jaar | 3181.51 | |
| 75–79 jaar | 3520.14 | |
| 80–84 jaar | 4034.95 | |
| 85–89 jaar | 4718.37 | |
| 90+ jaar | 5603.59 | |
| Variabele zorgkosten | ||
| --- | --- | |
| Geen FKG | –313.04 | |
| Schildklieraandoeningen | 24.69 | |
| Glaucoom | 205.45 | |
| Depressie | 115.58 | |
| Psychose en verslaving | 392.10 | |
| Epilepsie | 559.19 | |
| Chronische antistolling | 790.07 | |
| Transplantaties | 1319.11 | |
| Parkinson | 2208.41 | |
| Hartaandoeningen | 1782.07 | |
| Chronische pijn exclusief opioïden | 895.03 | |
| Neuropatische pijn | 1548.89 | |
| Diabetes type II zonder hypertensie | 434.17 | |
| Diabetes type II met hypertensie | 841.53 | |
| Diabetes type I zonder hypertensie | 1710.70 | |
| Diabetes type I met hypertensie | 2059.18 | |
| Cystic fibrosis/pancreasenzymen | 3411.43 | |
| Groeistoornissen o.b.v. add-on | 2521.57 | |
| Aandoeningen van hersenen/ruggenmerg: overig | 2992.60 | |
| Aandoeningen van hersenen/ruggenmerg: multiple sclerose | 4535.84 | |
| HIV/AIDS | 4523.07 | |
| Psoriasis | 521.91 | |
| Ziekte van Crohn/Colitis Ulcerosa | 629.89 | |
| Reuma | 733.49 | |
| Auto-immuunziekten o.b.v. add-on | 5424.27 | |
| Nieraandoeningen | 7602.15 | |
| Acromegalie | 12288.86 | |
| Immunoglobuline o.b.v. add-on | 10782.89 | |
| Astma | 451.57 | |
| COPD/Zware astma | 1677.02 | |
| COPD/Zware astma o.b.v. add-on | 12118.02 | |
| Hormoongevoelige tumoren | 842.31 | |
| Kanker | 1553.67 | |
| Kanker o.b.v. add-on | 11425.79 | |
| Pulmonale arteriële hypertensie | 20591.73 | |
| Extreem hoge kosten cluster 1 | 123993.38 | |
| Extreem hoge kosten cluster 2 | 262028.94 | |
| Extreem hoge kosten cluster 3 | 385821.47 | |
| Variabele zorgkosten | ||
| --- | --- | |
| Geen primaire DKG | –227.23 | |
| 1 | 627.21 | |
| 2 | 1328.67 | |
| 3 | 1344.43 | |
| 4 | 1661.31 | |
| 5 | 2765.72 | |
| 6 | 2283.41 | |
| 7 | 4936.77 | |
| 8 | 6320.33 | |
| 9 | 7038.99 | |
| 10 | 8021.10 | |
| 11 | 12358.08 | |
| 12 | 15785.97 | |
| 13 | 8162.58 | |
| 14 | 64321.45 | |
| 15 | 51023.38 | |
| Variabele zorgkosten | ||
| --- | --- | |
| Geen secundaire DKG | –91.03 | |
| 1 | 932.12 | |
| 2 | 2403.52 | |
| 3 | 3898.61 | |
| 4 | 7535.25 | |
| 5 | 14713.47 | |
| 6 | 19243.22 | |
| 7 | 74449.92 | |
| Variabele zorgkosten | ||
| --- | --- | |
| Geen HKG | –54.81 | |
| CPAP apparatuur | 286.01 | |
| Therapeutische elastische kousen | 448.43 | |
| Voorzieningen voor stomapatiënten | 1498.91 | |
| Vernevelaar met toebehoren | 1375.84 | |
| Middelen voor urine-opvang | 2049.97 | |
| Injectiespuiten met toebehoren (excl. diabetes) | 2253.80 | |
| Zuurstofapparaten met toebehoren | 4482.92 | |
| Voedingshulpmiddelen (excl. zuigelingen) | 7929.07 | |
| Slijmuitzuigapparatuur | 20691.00 | |
| Draagbare infuuspompen | 9294.56 | |
| Variabele zorgkosten | ||
| --- | --- | --- |
| 70+ jaar | 0.00 | |
| Duurzaam en volledig arbeidsongeschikten (IVA) | 0–17 jaar | 124.18 |
| 18–34 jaar | 1292.91 | |
| 35–44 jaar | 881.74 | |
| 45–54 jaar | 1131.56 | |
| 55–64 jaar | 713.59 | |
| 65–69 jaar | 643.19 | |
| Arbeidsongeschikten excl. IVA | 0–17 jaar | 155.69 |
| 18–34 jaar | 286.41 | |
| 35–44 jaar | 491.44 | |
| 45–54 jaar | 501.26 | |
| 55–64 jaar | 427.03 | |
| 65–69 jaar | 387.21 | |
| Bijstandsgerechtigden | 0–17 jaar | 147.63 |
| 18–34 jaar | 323.47 | |
| 35–44 jaar | 324.24 | |
| 45–54 jaar | 378.57 | |
| 55–64 jaar | 326.17 | |
| 65–69 jaar | 401.08 | |
| Studenten | 0–17 jaar | –37.98 |
| 18–34 jaar | –166.78 | |
| Zelfstandigen | 0–17 jaar | –73.30 |
| 18–34 jaar | –77.15 | |
| 35–44 jaar | –124.00 | |
| 45–54 jaar | –179.61 | |
| 55–64 jaar | –213.12 | |
| 65–69 jaar | –74.93 | |
| Hoogopgeleiden | 0–17 jaar | –96.15 |
| 18–34 jaar | –13.92 | |
| 35–44 jaar | –74.36 | |
| Referentiegroep | 0–17 jaar | –8.17 |
| 18–34 jaar | 18.35 | |
| 35–44 jaar | –21.47 | |
| 45–54 jaar | –59.38 | |
| 55–64 jaar | –82.21 | |
| 65–69 jaar | –113.90 | |
| Variabele zorgkosten | ||
| --- | --- | |
| 1 | 82.29 | |
| 2 | 48.02 | |
| 3 | 19.81 | |
| 4 | 19.55 | |
| 5 | –14.01 | |
| 6 | –16.13 | |
| 7 | –23.23 | |
| 8 | –30.39 | |
| 9 | –38.98 | |
| 10 | –48.13 | |
| Variabele zorgkosten | ||
| --- | --- | --- |
| 1 (zeer laag) | 0–17 jaar | 61.89 |
| 18–69 jaar | –1.91 | |
| 70+ jaar | –91.37 | |
| 2 (laag) | 0–17 jaar | 32.30 |
| 18–69 jaar | 18.47 | |
| 70+ jaar | –58.57 | |
| 3 (midden) | 0–17 jaar | –15.08 |
| 18–69 jaar | 19.08 | |
| 70+ jaar | 43.99 | |
| 4 (hoog) | 0–17 jaar | –47.85 |
| 18–69 jaar | –30.10 | |
| 70+ jaar | 75.91 | |
| Variabele zorgkosten | ||
| --- | --- | --- |
| 0–17 jaar | 0.00 | |
| Wlz-instelling, blijvend | 18–69 jaar | –574.75 |
| 70–79 jaar | –1898.04 | |
| 80+ jaar | –3232.04 | |
| Wlz-instelling, instromend | 18–69 jaar | 9089.49 |
| 70–79 jaar | 12930.58 | |
| 80+ jaar | 10597.71 | |
| Eenpersoonshuishouden | 18–69 jaar | –30.88 |
| 70–79 jaar | 169.97 | |
| 80+ jaar | 44.51 | |
| Overig | 18–69 jaar | 3.61 |
| 70–79 jaar | –117.14 | |
| 80+ jaar | –156.55 | |
| Variabele zorgkosten | ||
| --- | --- | |
| Geen MHK | –616.07 | |
| Ten minste 1 van de 3 voorafgaande jaren variabele zorgkosten in top 30 procent | 153.39 | |
| 2 voorafgaande jaren variabele zorgkosten in top 10 procent | 2557.80 | |
| 3 voorafgaande jaren variabele zorgkosten in top 15 procent | 2345.17 | |
| 3 voorafgaande jaren variabele zorgkosten in top 10 procent | 3707.38 | |
| 3 voorafgaande jaren variabele zorgkosten in top 7 procent | 5678.11 | |
| 3 voorafgaande jaren variabele zorgkosten in top 4 procent | 8737.85 | |
| 3 voorafgaande jaren variabele zorgkosten in top 1,5 procent | 18529.80 | |
| 3 voorafgaande jaren variabele zorgkosten in top 0,5 procent | 45209.32 | |
| Variabele zorgkosten | ||
| --- | --- | |
| Geen FDG | –23.57 | |
| 1 | 637.18 | |
| 2 | 2042.64 | |
| 3 | 1524.84 | |
| 4 | 8652.76 | |
| Variabele zorgkosten | ||
| --- | --- | |
| Geen MVV | –198.14 | |
| Gesommeerde kosten V&V 3 voorafgaande jaren in top 3,5 procent | 1258.89 | |
| Gesommeerde kosten V&V 3 voorafgaande jaren in top 3 procent | 1908.55 | |
| Gesommeerde kosten V&V 3 voorafgaande jaren in top 2,5 procent | 3331.90 | |
| Gesommeerde kosten V&V 3 voorafgaande jaren in top 2 procent | 5936.76 | |
| Gesommeerde kosten V&V 3 voorafgaande jaren in top 1,5 procent | 8808.05 | |
| Gesommeerde kosten V&V 3 voorafgaande jaren in top 1 procent | 12614.04 | |
| Gesommeerde kosten V&V 3 voorafgaande jaren in top 0,5 procent | 18174.57 | |
| Gesommeerde kosten V&V 3 voorafgaande jaren in top 0,25 procent | 30979.61 | |
| Kosten V&V voorafgaand jaar in top 0,25%; 0–17 jaar | 68284.87 |
Bijlage 2. Normbedragen vereveningsmodel geneeskundige GGZ (behorende bij artikel 5, eerste lid, van de Regeling risicoverevening 2020)
De bijlage betreft de kosten van zorg behorende tot het cluster ‘geneeskundige geestelijke gezondheidszorg’.
De in deze bijlage genoemde vereveningscriteria zijn van toepassing voor verzekerden van achttien jaar en ouder; de gewichten zijn bedoeld voor de ex ante berekening van het normatieve bedrag ten behoeve van een zorgverzekeraar (artikel 5, eerste lid). De gewichten bevatten geen correctie voor hogekostencompensatie.
| Kosten van geneeskundige GGZ | ||
|---|---|---|
| Mannen | 18–24 jaar | 341.10 |
| 25–29 jaar | 332.55 | |
| 30–34 jaar | 322.20 | |
| 35–39 jaar | 311.59 | |
| 40–44 jaar | 294.04 | |
| 45–49 jaar | 268.80 | |
| 50–54 jaar | 265.83 | |
| 55–59 jaar | 250.85 | |
| 60–64 jaar | 250.85 | |
| 65–69 jaar | 244.02 | |
| 70–74 jaar | 253.62 | |
| 75–79 jaar | 253.62 | |
| 80–84 jaar | 244.05 | |
| 85–89 jaar | 244.05 | |
| 90+ jaar | 244.05 | |
| Vrouwen en onbepaald geslacht | 18–24 jaar | 424.09 |
| 25–29 jaar | 385.28 | |
| 30–34 jaar | 345.11 | |
| 35–39 jaar | 331.84 | |
| 40–44 jaar | 311.82 | |
| 45–49 jaar | 282.96 | |
| 50–54 jaar | 273.27 | |
| 55–59 jaar | 250.85 | |
| 60–64 jaar | 250.85 | |
| 65–69 jaar | 244.02 | |
| 70–74 jaar | 253.62 | |
| 75–79 jaar | 253.62 | |
| 80–84 jaar | 244.05 | |
| 85–89 jaar | 244.05 | |
| 90+ jaar | 244.05 | |
| Kosten van geneeskundige GGZ | ||
| --- | --- | |
| Geen FKG psychische aandoeningen | –29.37 | |
| ADHD | 159.06 | |
| Verslaving | 220.31 | |
| Angststoornissen | 907.33 | |
| Chronische stemmingsstoornissen | 265.36 | |
| Bipolaire stoornissen regulier | 746.21 | |
| Bipolaire stoornissen complex | 1669.06 | |
| Psychose | 1542.84 | |
| Chronische stemmingsstoornissen complex | 1863.56 | |
| Psychose depot | 3878.35 | |
| Kosten van geneeskundige GGZ | ||
| --- | --- | |
| Geen DKG psychische aandoeningen | –122.56 | |
| 1 (gebruik basis GGZ in het voorgaande jaar) | 274.84 | |
| 2 | 439.03 | |
| 3 | 983.25 | |
| 4 | 1813.36 | |
| 5 | 3902.85 | |
| 6 | 4783.84 | |
| 7 | 5074.19 | |
| 8 | 7556.60 | |
| 9 | 11119.87 | |
| 10 | 11828.82 | |
| 11 | 17778.64 | |
| 12 | 20955.19 | |
| 13 | 35455.80 | |
| 14 | 30191.88 | |
| 15 | 37606.51 | |
| 16 | 37691.84 | |
| 17 | 74348.69 | |
| 18 | 30676.09 | |
| Kosten van geneeskundige GGZ | ||
| --- | --- | --- |
| 70+ jaar | 0.00 | |
| Duurzaam en volledig arbeidsongeschikten (IVA) | 18–34 jaar | 446.39 |
| 35–44 jaar | 10.51 | |
| 45–54 jaar | –21.81 | |
| 55–64 jaar | –6.83 | |
| 65–69 jaar | 0.00 | |
| Arbeidsongeschikten excl. IVA | 18–34 jaar | 406.58 |
| 35–44 jaar | 404.39 | |
| 45–54 jaar | 140.10 | |
| 55–64 jaar | 52.97 | |
| 65–69 jaar | 0.00 | |
| Bijstandsgerechtigden | 18–34 jaar | 362.36 |
| 35–44 jaar | 157.93 | |
| 45–54 jaar | 67.44 | |
| 55–64 jaar | 17.97 | |
| 65–69 jaar | 0.00 | |
| Studenten | 18–34 jaar | –58.73 |
| Zelfstandigen | 18–34 jaar | –65.17 |
| 35–44 jaar | –50.02 | |
| 45–54 jaar | –21.81 | |
| 55–64 jaar | –6.83 | |
| 65–69 jaar | 0.00 | |
| Hoogopgeleiden | 18–34 jaar | –64.41 |
| 35–44 jaar | –42.21 | |
| Referentiegroep | 18–34 jaar | –7.08 |
| 35–44 jaar | –19.48 | |
| 45–54 jaar | –12.36 | |
| 55–64 jaar | –6.83 | |
| 65–69 jaar | 0.00 | |
| Kosten van geneeskundige GGZ | ||
| --- | --- | |
| 1 | 79.59 | |
| 2 | 16.37 | |
| 3 | –10.77 | |
| 4 | –12.26 | |
| 5 | –10.92 | |
| 6 | –12.45 | |
| 7 | –12.45 | |
| 8 | –12.45 | |
| 9 | –12.45 | |
| 10 | –12.45 | |
| Kosten van geneeskundige GGZ | ||
| --- | --- | --- |
| 1 (zeer laag) | 18–69 jaar | 9.79 |
| 70+ jaar | 14.09 | |
| 2 (laag) | 18–69 jaar | –9.98 |
| 70+ jaar | 2.33 | |
| 3 (midden) | 18–69 jaar | –9.98 |
| 70+ jaar | –7.84 | |
| 4 (hoog) | 18–69 jaar | 9.88 |
| 70+ jaar | –6.19 | |
| Kosten van geneeskundige GGZ | ||
| --- | --- | --- |
| Wlz-instelling, blijvend | 18–69 jaar | –31.62 |
| 70–79 jaar | –45.52 | |
| 80+ jaar | –35.95 | |
| Wlz-instelling, instromend | 18–69 jaar | 714.00 |
| 70–79 jaar | 376.50 | |
| 80+ jaar | 111.55 | |
| Eenpersoonshuishouden | 18–69 jaar | 72.36 |
| 70–79 jaar | 21.53 | |
| 80+ jaar | –1.55 | |
| Overig | 18–69 jaar | –11.85 |
| 70–79 jaar | –9.31 | |
| 80+ jaar | 0.66 | |
| Kosten van geneeskundige GGZ | ||
| --- | --- | |
| Geen GGZ-MHK | –57.81 | |
| Ten minste 1 van de 3 voorafgaande jaren kosten GGZ in top 98,5 procent met kosten GGZ >10 euro | 194.57 | |
| Ten minste 2 van de 5 voorafgaande jaren kosten GGZ in top 10 promille* | 1285.20 | |
| Ten minste 2 van de 5 voorafgaande jaren kosten GGZ in top 5 promille* | 2821.00 | |
| Ten minste 2 van de 5 voorafgaande jaren kosten GGZ in top 2,5 promille* | 4743.20 | |
| Ten minste 2 van de 5 voorafgaande jaren kosten GGZ in top 1 promille* | 9966.15 | |
| 5 voorafgaande jaren kosten GGZ in top 5 promille | 12995.10 | |
| 5 voorafgaande jaren kosten GGZ in top 2,5 promille | 23764.20 |
- Voor verzekerden jonger dan 24 jaar: ten minste 1 van de 5 voorafgaande jaren.
Bijlage 3. Normbedragen vereveningsmodel geneeskundige GGZ bij toepassing van hogekostencompensatie (behorende bij artikel 11, tweede lid, van de Regeling risicoverevening 2020)
De bijlage betreft de kosten van zorg behorende tot het cluster ‘geneeskundige geestelijke gezondheidszorg’.
De in deze bijlage genoemde vereveningscriteria zijn van toepassing voor verzekerden van achttien jaar en ouder; de gewichten vormen de basis voor de ex post berekening van het normatieve bedrag ten behoeve van een zorgverzekeraar (artikel 11, tweede lid). De gewichten bevatten een correctie voor hogekostencompensatie.
| Kosten van geneeskundige GGZ | ||
|---|---|---|
| Mannen | 18–24 jaar | 340.50 |
| 25–29 jaar | 332.54 | |
| 30–34 jaar | 319.44 | |
| 35–39 jaar | 312.07 | |
| 40–44 jaar | 294.23 | |
| 45–49 jaar | 271.03 | |
| 50–54 jaar | 266.25 | |
| 55–59 jaar | 249.80 | |
| 60–64 jaar | 249.80 | |
| 65–69 jaar | 243.16 | |
| 70–74 jaar | 252.07 | |
| 75–79 jaar | 252.07 | |
| 80–84 jaar | 243.76 | |
| 85–89 jaar | 243.76 | |
| 90+ jaar | 243.76 | |
| Vrouwen en onbepaald geslacht | 18–24 jaar | 422.17 |
| 25–29 jaar | 387.21 | |
| 30–34 jaar | 348.43 | |
| 35–39 jaar | 333.49 | |
| 40–44 jaar | 313.22 | |
| 45–49 jaar | 286.06 | |
| 50–54 jaar | 275.31 | |
| 55–59 jaar | 249.80 | |
| 60–64 jaar | 249.80 | |
| 65–69 jaar | 243.16 | |
| 70–74 jaar | 252.07 | |
| 75–79 jaar | 252.07 | |
| 80–84 jaar | 243.76 | |
| 85–89 jaar | 243.76 | |
| 90+ jaar | 243.76 |
- Gewichten inclusief correctie voor hogekostencompensatie.
| Kosten van geneeskundige GGZ | |
|---|---|
| Geen FKG psychische aandoeningen | –29.58 |
| ADHD | 163.47 |
| Verslaving | 303.52 |
| Angststoornissen | 890.33 |
| Chronische stemmingsstoornissen | 274.05 |
| Bipolaire stoornissen regulier | 780.31 |
| Bipolaire stoornissen complex | 1701.38 |
| Psychose | 1538.27 |
| Chronische stemmingsstoornissen complex | 1926.91 |
| Psychose depot | 3714.17 |
- Gewichten inclusief correctie voor hogekostencompensatie.
| Kosten van geneeskundige GGZ | |
|---|---|
| Geen DKG psychische aandoeningen | –122.12 |
| 1 (gebruik basis GGZ in het voorgaande jaar) | 284.59 |
| 2 | 476.33 |
| 3 | 1012.57 |
| 4 | 1851.77 |
| 5 | 3972.33 |
| 6 | 4938.10 |
| 7 | 5203.31 |
| 8 | 7521.85 |
| 9 | 10876.88 |
| 10 | 11643.87 |
| 11 | 16790.39 |
| 12 | 19936.97 |
| 13 | 30497.27 |
| 14 | 28055.01 |
| 15 | 35354.68 |
| 16 | 36620.29 |
| 17 | 59772.98 |
| 18 | 30550.44 |
- Gewichten inclusief correctie voor hogekostencompensatie.
| Kosten van geneeskundige GGZ | ||
|---|---|---|
| 70+ jaar | 0.00 | |
| Duurzaam en volledig arbeidsongeschikten (IVA) | 18–34 jaar | 289.61 |
| 35–44 jaar | 23.42 | |
| 45–54 jaar | –23.09 | |
| 55–64 jaar | –6.64 | |
| 65–69 jaar | 0.00 | |
| Arbeidsongeschikten excl. IVA | 18–34 jaar | 353.03 |
| 35–44 jaar | 386.82 | |
| 45–54 jaar | 143.26 | |
| 55–64 jaar | 51.67 | |
| 65–69 jaar | 0.00 | |
| Bijstandsgerechtigden | 18–34 jaar | 353.10 |
| 35–44 jaar | 157.48 | |
| 45–54 jaar | 69.31 | |
| 55–64 jaar | 17.05 | |
| 65–69 jaar | 0.00 | |
| Studenten | 18–34 jaar | –54.90 |
| Zelfstandigen | 18–34 jaar | –62.99 |
| 35–44 jaar | –51.06 | |
| 45–54 jaar | –23.09 | |
| 55–64 jaar | –6.64 | |
| 65–69 jaar | 0.00 | |
| Hoogopgeleiden | 18–34 jaar | –62.02 |
| 35–44 jaar | –40.13 | |
| Referentiegroep | 18–34 jaar | –4.74 |
| 35–44 jaar | –18.66 | |
| 45–54 jaar | –12.54 | |
| 55–64 jaar | –6.64 | |
| 65–69 jaar | 0.00 |
- Gewichten inclusief correctie voor hogekostencompensatie.
| Kosten van geneeskundige GGZ | |
|---|---|
| 1 | 73.01 |
| 2 | 15.25 |
| 3 | –8.31 |
| 4 | –10.33 |
| 5 | –9.57 |
| 6 | –12.05 |
| 7 | –12.05 |
| 8 | –12.05 |
| 9 | –12.05 |
| 10 | –12.05 |
- Gewichten inclusief correctie voor hogekostencompensatie.
| Kosten van geneeskundige GGZ | ||
|---|---|---|
| 1 (zeer laag) | 18–69 jaar | 12.70 |
| 70+ jaar | 15.07 | |
| 2 (laag) | 18–69 jaar | –9.39 |
| 70+ jaar | 1.99 | |
| 3 (midden) | 18–69 jaar | –9.70 |
| 70+ jaar | –8.02 | |
| 4 (hoog) | 18–69 jaar | 7.20 |
| 70+ jaar | –6.64 |
- Gewichten inclusief correctie voor hogekostencompensatie.
| Kosten van geneeskundige GGZ | ||
|---|---|---|
| Wlz-instelling, blijvend | 18–69 jaar | –34.67 |
| 70–79 jaar | –45.94 | |
| 80+ jaar | –37.63 | |
| Wlz-instelling, instromend | 18–69 jaar | 871.49 |
| 70–79 jaar | 430.58 | |
| 80+ jaar | 122.06 | |
| Eenpersoonshuishouden | 18–69 jaar | 74.47 |
| 70–79 jaar | 19.35 | |
| 80+ jaar | –2.35 | |
| Overig | 18–69 jaar | –12.27 |
| 70–79 jaar | –8.97 | |
| 80+ jaar | 0.94 |
- Gewichten inclusief correctie voor hogekostencompensatie.
| Kosten van geneeskundige GGZ | |
|---|---|
| Geen GGZ-MHK | –57.45 |
| Ten minste 1 van de 3 voorafgaande jaren kosten GGZ in top 98,5 procent met kosten GGZ >10 euro | 200.84 |
| Ten minste 2 van de 5 voorafgaande jaren kosten GGZ in top 10 promille** | 1294.59 |
| Ten minste 2 van de 5 voorafgaande jaren kosten GGZ in top 5 promille** | 2859.60 |
| Ten minste 2 van de 5 voorafgaande jaren kosten GGZ in top 2,5 promille** | 4701.83 |
| Ten minste 2 van de 5 voorafgaande jaren kosten GGZ in top 1 promille** | 9030.15 |
| 5 voorafgaande jaren kosten GGZ in top 5 promille | 12714.41 |
| 5 voorafgaande jaren kosten GGZ in top 2,5 promille | 22391.53 |
- Gewichten inclusief correctie voor hogekostencompensatie.
** Voor verzekerden jonger dan 24 jaar: ten minste 1 van de 5 voorafgaande jaren.
Bijlage 4. Normbedragen vereveningsmodel voor de eigen betalingen ten gevolge van het verplicht eigen risico alleen volwassenen zonder FKG/primaire DKG/secundaire DKG/ HKG/FDG/MVV en niet ingedeeld bij MHK-klasse ‘2 voorafgaande jaren variabele zorgkosten in top 10 procent’ of hoger (behorende bij artikel 8, tweede lid van de Regeling risicoverevening 2020)
De bijlage betreft de eigen betalingen ten gevolge van het verplicht eigen risico.
De in deze bijlage genoemde gewichten zijn bedoeld voor de berekening van de specifiek voor een zorgverzekeraar geraamde opbrengst van het verplicht eigen risico (artikel 8, tweede lid) en vormen de basis voor de herberekening van de opbrengst van het verplicht eigen risico ten behoeve van de vaststelling van de vereveningsbijdrage van een zorgverzekeraar (artikel 17, tweede lid).
| Eigen betaling ten gevolge van verplicht eigen risico | ||
|---|---|---|
| Mannen | 18–24 jaar | 130.08 |
| 25–29 jaar | 128.84 | |
| 30–34 jaar | 130.52 | |
| 35–39 jaar | 135.44 | |
| 40–44 jaar | 140.38 | |
| 45–49 jaar | 148.65 | |
| 50–54 jaar | 161.56 | |
| 55–59 jaar | 180.55 | |
| 60–64 jaar | 201.11 | |
| 65–69 jaar | 221.55 | |
| 70–74 jaar | 240.01 | |
| 75–79 jaar | 256.82 | |
| 80–84 jaar | 262.68 | |
| 85–89 jaar | 267.16 | |
| 90+ jaar | 258.61 | |
| Vrouwen en onbepaald geslacht | 18–24 jaar | 179.87 |
| 25–29 jaar | 178.74 | |
| 30–34 jaar | 173.90 | |
| 35–39 jaar | 171.33 | |
| 40–44 jaar | 177.66 | |
| 45–49 jaar | 185.32 | |
| 50–54 jaar | 194.18 | |
| 55–59 jaar | 200.42 | |
| 60–64 jaar | 211.17 | |
| 65–69 jaar | 228.55 | |
| 70–74 jaar | 243.72 | |
| 75–79 jaar | 259.67 | |
| 80–84 jaar | 261.85 | |
| 85–89 jaar | 254.28 | |
| 90+ jaar | 228.82 | |
| Eigen betaling ten gevolge van verplicht eigen risico | ||
| --- | --- | --- |
| 70+ | 0.00 | |
| Duurzaam en volledig arbeidsongeschikten (IVA) | 18–34 jaar | 92.19 |
| 35–44 jaar | 75.75 | |
| 45–54 jaar | 61.39 | |
| 55–64 jaar | 46.88 | |
| 65–69 jaar | 28.91 | |
| Arbeidsongeschikten excl. IVA | 18–34 jaar | 54.43 |
| 35–44 jaar | 64.09 | |
| 45–54 jaar | 51.39 | |
| 55–64 jaar | 34.87 | |
| 65–69 jaar | 18.68 | |
| Bijstandsgerechtigden | 18–34 jaar | 43.51 |
| 35–44 jaar | 47.00 | |
| 45–54 jaar | 38.63 | |
| 55–64 jaar | 17.98 | |
| 65–69 jaar | –3.66 | |
| Studenten | 18–34 jaar | –8.20 |
| Zelfstandigen | 18–34 jaar | –5.02 |
| 35–44 jaar | –7.90 | |
| 45–54 jaar | –10.04 | |
| 55–64 jaar | –12.45 | |
| 65–69 jaar | –9.00 | |
| Hoogopgeleiden | 18–34 jaar | –8.73 |
| 35–44 jaar | –12.43 | |
| Referentiegroep | 18–34 jaar | 0.46 |
| 35–44 jaar | –0.25 | |
| 45–54 jaar | –2.78 | |
| 55–64 jaar | –2.15 | |
| 65–69 jaar | –1.59 | |
| Eigen betaling ten gevolge van verplicht eigen risico | ||
| --- | --- | |
| 1 | 6.03 | |
| 2 | 3.99 | |
| 3 | 2.10 | |
| 4 | 0.72 | |
| 5 | –0.01 | |
| 6 | –1.95 | |
| 7 | –2.10 | |
| 8 | –2.72 | |
| 9 | –3.39 | |
| 10 | –2.89 | |
| Eigen betaling ten gevolge van verplicht eigen risico | ||
| --- | --- | |
| Geen MHK | –31.51 | |
| Ten minste 1 van de 3 voorafgaande jaren variabele zorgkosten in top 30 procent | 60.75 |
Deze regeling zal (met toelichting) in de Staatscourant worden geplaatst.