Deelregeling meerjarige productiesubsidies Fonds Podiumkunsten 2021–2024

Type ZBO-regeling
Publication 2019-11-22
State In force
Source BWB
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

Gelet op artikel 10 lid 4 van de Wet op het specifiek cultuurbeleid en artikel 2 van het Algemeen Reglement van het Nederlands Fonds voor Podiumkunsten;

Besluit

Paragraaf 1. Algemene bepalingen

Artikel 1.1. Definities

In deze regeling wordt verstaan onder:

Artikel 1.2. Doel

Het bestuur kan meerjarige subsidies verstrekken voor activiteiten die bijdragen aan een kwalitatief hoogwaardig en pluriform aanbod van professionele podiumkunsten in Nederland in de jaren 2021 tot en met 2024 en het opbouwen en bereiken van een publiek daarvoor.

Artikel 1.3. Subsidievorm
1.

Een instelling die meerjarige subsidie wil aanvragen heeft de keuze tussen drie categorieën aan subsidie:

2.

Subsidie wordt verstrekt voor een periode van vier jaar.

3.

Het bestuur kan in afwijking van het bepaalde in het tweede lid subsidie verlenen voor een kortere periode als de financiële gegevens met betrekking tot de aanvrager daartoe aanleiding geven.

4.

Een instelling kan slechts een aanvraag indienen. Een instelling vraagt aan voor een van de categorieën.

Artikel 1.4. Subsidieplafonds
1.

Voor de periode 2021–2024 is per kalenderjaar het volgende bedrag beschikbaar voor het verstrekken van subsidies in de categorie I: € 3.000.000.

2.

Voor de periode 2021–2024 is per kalenderjaar het volgende bedrag beschikbaar voor het verstrekken van subsidies in de categorie II: € 9.000.000.

3.

Voor de periode 2021–2024 is per kalenderjaar het volgende bedrag beschikbaar voor het verstrekken van subsidies in de categorie III: € 5.000.000.

4.

Voor de periode 2021–2024 is per kalenderjaar een flexibel budget beschikbaar voor de drie categorieën gezamenlijk ten bedrage van: € 3.000.000.

5.

De bedragen genoemd in de eerste vier leden gelden als subsidieplafond.

6.

Het bestuur kan eerder vastgestelde subsidieplafonds verhogen of verlagen. Een besluit tot het vaststellen, verhogen of verlagen van een subsidieplafond wordt bekendgemaakt via de website van het Fonds.

Artikel 1.5. Weigeringsgronden
1.

Het bestuur kan subsidie weigeren:

2.

Het subsidie wordt in ieder geval geweigerd:

Paragraaf 2. Procedure

Artikel 2.1. Indienen aanvraag
1.

Aanvragen dienen uiterlijk 2 maart 2020 om 17.00 uur te zijn ontvangen.

2.

De aanvraag wordt digitaal ingediend.

3.

Een aanvraag wordt ingediend met behulp van een door het bestuur opgesteld formulier voor de betreffende periode.

4.

Een aanvraag wordt alleen in behandeling genomen als het volledig ingevulde aanvraagformulier tijdig is ontvangen door het Fonds Podiumkunsten en vergezeld gaat van de op het formulier vermelde bijlagen.

Artikel 2.2. Beoordeling
1.

Aanvragen worden voorgelegd aan een adviescommissie, mits zij voldoen aan de vereisten om voor subsidie in aanmerking te komen.

2.

De adviescommissie beoordeelt de aanvragen aan de hand van de criteria in deze regeling.

3.

De adviescommissie adviseert over de subsidiehoogte op basis van het bepaalde in deze regeling.

Artikel 2.3. Verdeling budget
1.

Aanvragen voor een meerjarige subsidie die aan de voorwaarden voldoen om voor subsidie in aanmerking te komen worden onderverdeeld in:

2.

Als een subsidieplafond ontoereikend is om alle aanvragen met het advies 'honoreren voor zover het budget dat toelaat' te honoreren, worden de aanvragen in een rangorde geplaatst op basis van de van toepassing zijnde criteria.

3.

Het bestuur honoreert eerst de aanvragen met het advies 'honoreren'. Vervolgens worden de aanvragen met het advies 'honoreren voor zover het budget dat toelaat' gehonoreerd in volgorde van de rangorde. Het bestuur verdeelt het beschikbare budget volgens de rangorde, waarbij aanvragen worden toegewezen of gedeeltelijk toegewezen totdat het van toepassing zijnde subsidieplafond is bereikt. De resterende aanvragen worden afgewezen.

4.

Indien het bestuur een subsidieplafond verhoogt, wordt eerst het subsidie van een aanvraag die wegens ontoereikendheid van het budget gedeeltelijk was toegewezen alsnog verhoogd tot het geadviseerde bedrag. Vervolgens wordt steeds de eerstvolgende aanvraag toegewezen totdat het subsidieplafond is bereikt.

Artikel 2.4. Verdeling flexibel budget

Het flexibel budget wordt verdeeld over de drie verschillende categorieën op basis van het totaalbedrag dat gemoeid is met de aanvragen die een positief advies hebben ontvangen, maar niet kunnen worden gehonoreerd uit de subsidieplafonds als bedoeld in artikel 1.4. De bedragen van alle aanvragen met een b-advies waar onvoldoende budget voor is om te kunnen honoreren worden daartoe bij elkaar opgeteld. Vervolgens wordt per categorie het aandeel berekend ten opzichte van het totale bedrag dat gemoeid is met b-adviezen. Het flexibel budget wordt pro rato verdeeld over de drie categorieën.

Artikel 2.5. Besluit

Het bestuur informeert de aanvrager binnen 22 weken na de uiterlijke indiendatum schriftelijk over zijn besluit. Als voor de motivering van het besluit wordt verwezen naar een over de aanvraag uitgebracht advies wordt de tekst van het advies aan de aanvrager toegezonden.

Paragraaf 3. Meerjarige productiesubsidie

Artikel 3.1. Wie kan aanvragen

Een aanvraag voor een meerjarige subsidie kan uitsluitend worden gedaan door een organisatie op het gebied van podiumkunsten met een herkenbare artistieke signatuur.

Artikel 3.2. Waarvoor kan worden aangevraagd
1.

Een aanvraag voor meerjarige productiesubsidie kan worden ingediend voor het produceren van voorstellingen of concerten en andere aan podiumkunst gerelateerde activiteiten door professionele podiumkunstenaars.

2.

Een aanvrager dient in de periode 2021–2024 een minimaal aantal uitvoeringen per jaar te realiseren. Per categorie geldt het volgende minimum per jaar:

3.

Een aanvrager voor de categorie II of III dient in de periode 2021–2024 een minimaal aantal uitvoeringen per jaar buiten Amsterdam uit te voeren. Per categorie geldt het volgende minimum per jaar:

Artikel 3.3. Instapeisen
1.

Een aanvrager dient te kunnen aantonen dat hij dan wel de maker(s) waarop de aanvraag betrekking heeft c.q. hebben in de jaren 2017–2019 artistiek verantwoordelijk is of zijn geweest voor de totstandkoming van meerdere producties die meermaals zijn uitgevoerd op verschillende podia of festivals die door het Fonds Podiumkunsten worden gesubsidieerd of daarmee gelijk te stellen zijn.

2.

Een aanvrager dient in elk geval te kunnen aantonen dat hij voor het moment van het indienen van de aanvraag een minimaal aantal producties en uitvoeringen heeft gerealiseerd in de periode 2017–2019. Per categorie geldt het volgende minimum:

3.

Een aanvrager voor de categorie II of III dient te voldoen aan de volgende eisen:

4.

Een aanvrager voor de categorie III dient in aanvulling op de eisen in de voorgaande leden ook aan te tonen dat de solvabiliteit en liquiditeit in 2019 minimaal hoger zijn dan de volgende waarden:

Als een aanvrager hier niet aan voldoet, kan het bestuur voorwaarden verbinden aan het besluit om de aanvraag te honoreren. Het besluit om voorwaarden te stellen is afhankelijk van de mate waarin de aanvraag niet voldoet aan de voornoemde waarden.

5.

Het bestuur kan besluiten om een aanvraag in behandeling te nemen die niet voldoet aan de vereisten uit de leden een tot en met drie als de aanvrager slechts in zeer beperkte mate niet voldoet aan de vereisten.

Artikel 3.4. Beoordeling
1.

Aanvragen in de categorie I worden beoordeeld aan de hand van de volgende criteria:

2.

Aanvragen in de categorie II worden beoordeeld aan de hand van de volgende criteria:

3.

Aanvragen in de categorie III worden beoordeeld aan de hand van de volgende criteria:

Artikel 3.5. Subsidiehoogte
1.

Voor de hoogte van het subsidie heeft de aanvrager de keuze uit de volgende bedragen per jaar:

Deze bedragen zijn per jaar en kunnen worden geïndexeerd.

2.

Alle aanvragers dienen in de aanvraag aannemelijk te maken dat zij substantiële andere inkomsten zullen genereren.

3.

Aanvragers van de categorie II of de categorie III dienen in de aanvraag aannemelijk te maken dat zij het gevraagde subsidiebedrag minimaal kunnen verdubbelen. Als de aanvrager daar onvoldoende in slaagt kan het bestuur, gehoord de commissie, binnen de categorie een lager subsidiebedrag toekennen.

Paragraaf 4. Verplichtingen en verantwoording

Artikel 4.1. Aan het subsidie verbonden verplichtingen
1.

De subsidieontvanger meldt onverwijld aan het bestuur als:

2.

De subsidieontvanger plaatst het logo of de naam van het Fonds Podiumkunsten op alle publiciteitsuitingen die betrekking hebben op de gesubsidieerde activiteiten en stuurt exemplaren van drukwerk dat betrekking heeft op de gesubsidieerde activiteiten aan het Fonds Podiumkunsten.

3.

Het bestuur kan bij beschikking andere dan de in het eerste en tweede lid opgenomen verplichtingen aan het subsidie verbinden.

Artikel 4.2. Verantwoording
1.

De subsidieontvanger stuurt jaarlijks voor 1 april een inhoudelijke en financiële verantwoording in van de uitgevoerde activiteiten in het vorige kalenderjaar.

2.

De inhoudelijke verantwoording bestaat uit een verslag over de verrichte activiteiten waarmee kan worden aangetoond dat de gesubsidieerde activiteiten volgens plan hebben plaatsgevonden.

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.