Regeling vierjarige subsidies Nederlands Letterenfonds 2021–2024

Type ZBO-regeling
Publication 2019-12-21
State In force
Source BWB
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

Gelet op artikel 10 lid 4 van de Wet op het specifiek cultuurbeleid

Besluit

§ 1. Algemeen

Artikel 1.1. Definities

In deze regeling wordt verstaan onder:

Artikel 1.2. Doel

Het Letterenfonds beoogt door meerjarige subsidieverlening op grond van deze regeling een bijdrage te leveren aan de kwaliteit en diversiteit van het literaire landschap en bij een breed publiek belangstelling te wekken voor en kennis te vergroten van literatuur.

Artikel 1.3. Subsidieperiode
1.

Subsidie wordt verstrekt voor de duur van de subsidieperiode.

2.

Het bestuur kan in afwijking van het bepaalde in het eerste lid besluiten subsidie te verlenen voor een kortere periode als de financiële gegevens met betrekking tot de aanvrager daartoe aanleiding geven.

Artikel 1.4. Weigeringsgronden en algemene drempelnorm
1.

Subsidie wordt in ieder geval geweigerd indien voor de activiteiten waarvoor op grond van

deze regeling subsidie wordt aangevraagd, aan de aanvrager subsidie is of zal worden verleend op grond van een andere regeling van het Letterenfonds dan wel op grond van de Regeling op het specifiek cultuurbeleid of een regeling van één van de andere rijkscultuurfondsen zoals genoemd in artikel 9 van de Wet op het specifiek cultuurbeleid.

2.

Subsidie wordt in ieder geval geweigerd, voor zover de aanvrager in de aanvraag niet verklaart dat hij de Fair Practice Code, Governance Code Cultuur en de Code Diversiteit & Inclusie onderschrijft en dat hij aansluit bij bestaande afspraken over honorering en de sociale dialoog tussen werkgevers-opdrachtgevers en werknemers-opdrachtnemers.

3.

Het bestuur kan subsidie weigeren:

4.

Een aanvrager dient te kunnen aantonen dat een substantiële financiële bijdrage is verleend of toegezegd door andere overheden voor de structurele kosten van de organisatie:

5.

Het bestuur kan besluiten om een aanvraag die niet voldoet aan het vereiste genoemd in het vierde lid, onder b, in behandeling te nemen mits de aanvrager aannemelijk maakt dat redelijkerwijze te verwachten is dat binnen een bepaalde tijd wel aan dit vereiste zal zijn voldaan. Het bestuur kan in dat geval opschortende of ontbindende voorwaarden verbinden aan het besluit om de aanvraag te honoreren.

Artikel 1.5. Hoogte subsidie
1.

De hoogte van de subsidie wordt gebaseerd op de omvang van de organisatie en de activiteiten van de aanvrager.

2.

De aanvragen worden aan de hand van de totale baten van de aanvrager in 2018 geplaatst in de volgende categorieën waarbij een aanvrager maximaal één categorie kan dalen ten opzichte van de indeling genoemd in het vorige lid en niet kan stijgen:

3.

De categorieën met betrekking tot de manifestatie-subsidies zijn de volgende:

4.

In categorie MA kunnen maximaal drie subsidies worden verstrekt, waarvan maximaal twee van € 245.000,–

5.

Het bestuur kan besluiten dat een aanvraag in categorie MA slechts in aanmerking komt voor een subsidie van € 210.000,–, wanneer uit de in 2018 aan het Letterenfonds verstrekte prestatiegegevens bij de goedgekeurde jaarrekening blijkt dat het totaal aantal bezoekers en deelnemers aan activiteiten dat met behulp van subsidie is gerealiseerd lager is dan 10.000.

6.

De categorieën met betrekking tot de subsidies literatuur-educatie zijn de volgende:

7.

In de aanvraag wordt onderbouwd dat het niveau van de totale baten gedurende de subsidieperiode gehandhaafd blijft.

8.

Het bestuur verleent niet een bedrag dat meer is dan het subsidiebedrag zoals aangevraagd.

9.

Het bestuur kan besluiten dat een aanvraag in een lagere categorie wordt geplaatst indien de eigen inkomsten ten opzichte van de overige baten onvoldoende zijn dan wel indien naar het oordeel van het bestuur de verhouding tussen organisatie- en activiteitenlasten uit balans is.

Artikel 1.6. Subsidieplafonds en soorten
1.

Er zijn twee soorten subsidies, te weten een manifestatie-subsidie als bedoeld in § 3 en een literatuur-educatie-subsidie als bedoeld in § 4.

2.

Het bestuur verstrekt in totaal maximaal zes manifestatie-subsidies volgens de verdeling genoemd in artikel 1.5, derde lid.

3.

Het bestuur verstrekt aan subsidies literatuur-educatie volgens de verdeling genoemd in artikel 1.5, zesde lid, maximaal één in categorie EA, één in categorie EB en één in categorie EC.

4.

Per kalenderjaar is € 1.130.000,– beschikbaar voor het verstrekken van manifestatie-subsidie en € 490.000,– voor literatuur-educatie-subsidie.

5.

De in dit artikel genoemde bedragen en maxima gelden als subsidieplafond. Het bestuur kan een eerder vastgesteld subsidieplafond verhogen of verlagen.

6.

Een besluit tot het vaststellen, verhogen of verlagen van een subsidieplafond wordt bekendgemaakt via de website van het Letterenfonds.

§ 2. Procedure

Artikel 2.1. Indieningsperiode en termijn

Aanvragen dienen uiterlijk 3 maart 2020 om 17.00 uur door het Letterenfonds te zijn ontvangen.

Artikel 2.2. Aanvraagformulier
1.

Een aanvraag voor subsidie wordt ingediend met behulp van een door het bestuur opgesteld formulier voor de betreffende periode en soort als bedoeld in artikel 1.6, eerste lid.

2.

Een aanvraag wordt alleen in behandeling genomen als het volledig ingevulde aanvraagformulier tijdig is ontvangen door het Letterenfonds en vergezeld gaat van de vereiste bijlagen.

Artikel 2.3. Soorten subsidie

De aanvrager kan voor niet meer dan één soort subsidie aanvragen en dient in zijn aanvraag te vermelden voor welke subsidie hij een aanvraag indient, te weten voor:

Artikel 2.4. Adviescommissie
1.

Aanvragen worden voor advies voorgelegd aan de adviescommissie meerjarige subsidies.

2.

De adviescommissie beoordeelt de aanvragen aan de hand van de per soort bepaalde beoordelingscriteria.

3.

De adviescommissie kan daarbij gebruik maken van eerder aan het Letterenfonds uitgebrachte adviezen en rapportages.

4.

De adviescommissie adviseert over de subsidiehoogte met inachtneming van het bepaalde in deze regeling.

Artikel 2.5. Honorering en verdeling budget
1.

Over de honorering van de aanvragen en de verdeling van het budget wordt voor manifestatie- of literatuur-educatie-subsidies afzonderlijk geadviseerd en besloten.

2.

De adviescommissie verdeelt de aanvragen onder in twee groepen: de Groep Honoreren en de Groep Niet Honoreren.

3.

Als de subsidieplafonds ontoereikend zijn om alle subsidiabele aanvragen te honoreren, worden de aanvragen in een rangorde geplaatst op basis van de van toepassing zijnde criteria.

4.

Het bestuur verdeelt de beschikbare manifestatie-subsidies volgens de rangorde, waarbij aanvragen worden toegewezen of gedeeltelijk toegewezen totdat het in artikel 1.6, tweede lid, genoemde maximum of het subsidieplafond genoemd in artikel 1.6, vierde lid, is bereikt. Het bestuur honoreert daarbij eerst de aanvragen in de Groep Honoreren voor categorie MA zoals bedoeld in artikel 1.5, derde lid, vervolgens honoreert het bestuur de aanvragen voor categorie MB en tenslotte die voor categorie MC. De resterende aanvragen worden afgewezen.

5.

Het bestuur verdeelt de beschikbare literatuur-educatie-subsidies volgens de rangorde, waarbij aanvragen worden toegewezen of gedeeltelijk toegewezen totdat het in artikel 1.6, zesde lid, genoemde maximum of het subsidieplafond genoemd in artikel 1.6, vierde lid, is bereikt. Het bestuur honoreert daarbij eerst de aanvragen in de Groep Honoreren voor categorie EA zoals bedoeld in artikel 1.5, zesde lid, totdat het maximum is bereikt, vervolgens honoreert het bestuur de aanvragen voor categorie EB tot het maximum is bereikt en tenslotte die voor categorie EC tot aan het maximum. De resterende aanvragen worden afgewezen.

6.

Indien het bestuur een subsidieplafond verhoogt, wordt eerst het subsidiebedrag van een aanvraag die wegens ontoereikendheid van het budget gedeeltelijk was toegewezen alsnog verhoogd tot het subsidiebedrag genoemd in artikel 1.5, zesde lid. Vervolgens wordt steeds de eerstvolgende aanvraag in de Groep Honoreren toegewezen voor het geadviseerde subsidiebedrag totdat het subsidieplafond is bereikt.

Artikel 2.6. Besluit
1.

Het bestuur informeert de aanvrager binnen 22 weken na de uiterlijke indieningsdatum schriftelijk over zijn besluit.

2.

Als het besluit samenhangt met een subsidiebeslissing van een ander bestuursorgaan, dan kan het bestuur een ontbindende voorwaarde in zijn besluit opnemen.

§ 3. Manifestatie-subsidie

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.