Besluit van 18 december 2019 tot wijziging van de Algemene douanewet, enige uitvoeringsbesluiten op het gebied van de belastingen en enige andere besluiten
Artikel I
Wijzigt het Uitvoeringsbesluit inkomstenbelasting 2001.
Artikel II
Als administratieplichtigen als bedoeld in artikel 10.8, eerste lid, van de Wet inkomstenbelasting 2001 worden mede aangewezen levensverzekeraars in de zin van de Wet op het financieel toezicht die een recht op periodieke uitkeringen of verstrekkingen als bedoeld in hoofdstuk 2, artikel I, onderdeel Q, tweede lid, van de Invoeringswet Wet inkomstenbelasting 2001 verzekeren.
Als gegevens en inlichtingen als bedoeld in artikel 10.8, eerste lid, van de Wet inkomstenbelasting 2001 worden met betrekking tot het recht, bedoeld in het eerste lid, aangewezen:
- a. de naam, het adres en de geboortedatum van de gerechtigde tot de uitkering of verstrekking;
- b. de waarde in het economische verkeer van het recht op 31 december 2020;
- c. het gezamenlijke bedrag van de tot en met 31 december 2020 betaalde premies;
- d. het gezamenlijke bedrag van de tot en met 31 december 2020 genoten uitkeringen en verstrekkingen.
Een administratieplichtige als bedoeld in het eerste lid is gehouden de gegevens en inlichtingen te verstrekken op de door de inspecteur voorgeschreven wijze. De gegevens en inlichtingen dienen uiterlijk te worden verstrekt op 31 januari 2021.
Artikel III
Wijzigt het Uitvoeringsbesluit loonbelasting 1965.
Artikel IV
Wijzigt het Besluit beleggingsinstellingen.
Artikel V
Wijzigt het Uitvoeringsbesluit Successiewet 1956.
Artikel VI
Wijzigt het Uitvoeringsbesluit omzetbelasting 1968.
Artikel VII
Wijzigt de Algemene douanewet.
Artikel VIII
Wijzigt het Uitvoeringsbesluit accijns.
Artikel IX
Wijzigt het Uitvoeringsbesluit motorrijtuigenbelasting 1994.
Artikel X
Wijzigt het Uitvoeringsbesluit belastingen op milieugrondslag.
Artikel XI
Wijzigt het Uitvoeringsbesluit kostenverrekening en gegevensuitwisseling Wet waardering onroerende zaken.
Artikel XII
Wijzigt het Besluit voorkoming dubbele belasting 2001.
Artikel XIII
Wijzigt het Uitvoeringsbesluit internationale bijstandsverlening bij de heffing van belastingen.
Artikel XIV
Wijzigt het Uitvoeringsbesluit Belastingwet BES.
Artikel XV
Wijzigt het Wijzigingsbesluit enige wetten, enz. (belastingen) (Stb. 2016, 549)
Artikel XVI
Wijzigt het Wijzigingsbesluit Uitvoeringsbesluit inkomstenbelasting 2001, enz. (belastingen)
Artikel XVII
Dit besluit treedt in werking met ingang van 1 januari 2020, met dien verstande dat:
- a. artikel V, onderdeel A, terugwerkt tot en met 1 januari 2010;
- b. artikel III, onderdeel B, terugwerkt tot en met 1 januari 2013;
- c. artikel I, onderdeel B, onder 2, eerste zin, terugwerkt tot en met 1 januari 2014;
- d. artikel I, onderdeel B, onder 1 en onder 2, tweede zin, terugwerkt tot en met 1 januari 2017;
- e. artikel XI, onderdeel D, onder 2, tweede zin, terugwerkt tot en met 1 januari 2018.
In afwijking van het eerste lid treedt artikel XIII, onderdelen A en D, in werking met ingang van 1 juli 2020.
In afwijking van het eerste lid treden artikel I, onderdeel C, en artikel XIII, onderdeel C, in werking met ingang van 1 januari 2021.
Op de voordracht van de Staatssecretaris van Financiën van 15 november 2019, nr. 2019-0000191387;
Gelet op de artikelen 3.54, 3.126a, 3.127, 4.21, 5.16b, 7.6 en 10.8 van de Wet inkomstenbelasting 2001, hoofdstuk 2, artikel I, van de Invoeringswet Wet inkomstenbelasting 2001, de artikelen 4, 31a en 34 van de Wet op de loonbelasting 1964, artikel 28 van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969, artikel 67 van de Successiewet 1956, de artikelen 9 en 12 van de Wet op de omzetbelasting 1968, artikel 1:1 van de Algemene douanewet, artikel 65 van de Wet op de accijns, artikel 4 van de Wet op de motorrijtuigenbelasting 1994, de artikelen 20, 45, 67, 68, 69, 70 en 70a van de Wet belastingen op milieugrondslag, de artikelen 37h, 39 en 40a van de Wet waardering onroerende zaken, artikel 38 van de Algemene wet inzake rijksbelastingen, de artikelen 8 en 10h van de Wet op de internationale bijstandsverlening bij de heffing van belastingen en artikel 4 van de Wet loonbelasting BES;
De Afdeling advisering van de Raad van State gehoord (advies van 5 december 2019, nr. W06.19.0371/III);
Gezien het nader rapport van de Staatssecretaris van Financiën van 17 december 2019, nr. 2019-0000214518;
Hebben goedgevonden en verstaan:
Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.