← Geldende tekst · Geschiedenis

Regeling van de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport van 6 december 2019, kenmerk 1617702-199192-J, houdende regels voor het verstrekken van subsidie voor continuïteit van cruciale jeugdzorg (Subsidieregeling continuïteit cruciale jeugdzorg)

Geldende tekst a fecha 2024-01-01

Handelende in overeenstemming met de Minister voor Rechtsbescherming,

Gelet op artikel 3 en 5 van de Kaderwet VWS-subsidies;

Besluit:

Artikel 1

In deze regeling wordt verstaan onder:

Artikel 2

De Kaderregeling subsidies OCW, SZW en VWS is niet van toepassing, met uitzondering van de artikelen 4.1, eerste lid, 4.2, 5.1, 5.2, 5.4, 5.6 en 5.7.

Artikel 3
1.

De minister kan ten behoeve van het jaar 2022, 2023 en 2024 aan een organisatie een subsidie verstrekken voor activiteiten voor het borgen van de continuïteit van cruciale jeugdzorg, indien:

2.

Onder cruciale jeugdzorg als bedoeld in het eerste lid wordt verstaan:

3.

Van een aantoonbaar liquiditeitsprobleem is sprake indien de organisatie binnen 6 maanden na de datum van ontvangst van haar complete aanvraag zonder subsidie niet over voldoende liquide middelen beschikt om aan haar betaalverplichtingen te voldoen.

4.

De activiteiten, bedoeld in het eerste lid, worden aangewezen als diensten van algemeen economisch belang als bedoeld in artikel 106, tweede lid, van het Verdrag betreffende de Werking van de Europese Unie.

5.

Subsidie wordt uitsluitend verstrekt indien:

Artikel 4
1.

Het subsidieplafond bedraagt voor de periode 2020–2021 € 20.000.000.

2.

Het subsidieplafond bedraagt voor het jaar 2022 € 5.000.000.

3.

Het subsidieplafond bedraagt voor het jaar 2023 € 10.000.000.

4.

Het subsidieplafond bedraagt voor het jaar 2024 € 10.000.000.

5.

De minister verdeelt het uit hoofde van het subsidieplafond beschikbare bedrag in volgorde van ontvangst van de aanvragen, met dien verstande dat als de aanvrager krachtens artikel 4:5 van de Algemene wet bestuursrecht de gelegenheid heeft gehad de aanvraag aan te vullen, de dag waarop de aanvraag is aangevuld, met betrekking tot de verdeling, geldt als de datum van ontvangst.

Artikel 5
1.

Een subsidie wordt voor ten hoogste 1 jaar verstrekt.

2.

De subsidie wordt berekend op basis van de liquiditeitsbehoefte, bedoeld in artikel 3, derde lid, en de liquiditeitsprognose, bedoeld in artikel 6, derde lid, onder f.

3.

De subsidie bedraagt ten hoogste 15% van dat deel van de jaaromzet van de organisatie dat jeugdhulp of de uitvoering van kinderbeschermingsmaatregelen of jeugdreclassering betreft, waaronder de vorm van cruciale jeugdzorg ten behoeve waarvan subsidie wordt aangevraagd.

4.

De subsidie wordt terugbetaald binnen een in het besluit tot subsidieverlening te bepalen termijn, op basis van de liquiditeitsprognose, bedoeld in artikel 6, derde lid, onder f, maar uiterlijk binnen één jaar na het besluit tot subsidieverlening, door de subsidieontvanger of door een andere rechtspersoon. De subsidie wordt na de volledige terugbetaling van het desbetreffende bedrag ambtshalve op nihil vastgesteld.

Artikel 6
1.

Een aanvraag tot verlening van een subsidie wordt uiterlijk 31 december 2024 ontvangen.

2.

Voor de aanvraag wordt een door de minister vastgesteld formulier gebruikt.

3.

De aanvraag gaat vergezeld van de volgende documenten:

4.

De aanvraag gaat daarnaast vergezeld van een continuïteitsplan van de aanvrager, opgesteld in overleg met de betrokken gemeenten, waaruit blijkt:

Artikel 7

De minister kan bij het besluit tot subsidieverlening ambtshalve voorschotten verlenen, op basis van de liquiditeitsprognose, bedoeld in artikel 6, derde lid, onder f.

Artikel 8

De minister kan verlangen dat de subsidieontvanger periodiek verslag doet van de voortgang van haar continuïteitsplan, bedoeld in artikel 6, vierde lid, in het bijzonder de aspecten genoemd onder d, e, f, en g. Het besluit tot subsidieverlening vermeldt op welke tijdstippen verslag wordt gedaan en waaruit het verslag bestaat.

Artikel 9

De minister kan een of meer bepalingen van deze regeling buiten toepassing laten of daarvan afwijken voor zover toepassing gelet op het belang dat de desbetreffende bepaling beoogt te beschermen, zal leiden tot een onbillijkheid van overwegende aard.

Artikel 10
1.

Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 januari 2020.

2.

Deze regeling vervalt met ingang van 1 oktober 2025.

Artikel 11

Deze regeling wordt aangehaald als: Subsidieregeling continuïteit cruciale jeugdzorg.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

Artikel 10a

Op aanvragen tot verlening van een subsidie die voor 1 januari 2024 zijn ingediend, blijft de regeling van toepassing zoals deze luidde voor dat tijdstip.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.