← Geldende tekst · Geschiedenis

Regeling van de Minister voor Rechtsbescherming van 3 december 2019, kenmerk 2758802, houdende regels voor subsidiëring van reclassering op de BES (Subsidieregeling reclassering BES)

Geldende tekst a fecha 2020-01-01

Gelet op artikel 3, eerste lid, onderdeel b, van het Reclasseringsbesluit 1953 BES;

Besluit:

Artikel 1

In deze regeling wordt verstaan onder:

Artikel 2
1.

De reclasseringsinstelling ontvangt jaarlijks ten laste van de begroting van het Ministerie van Justitie en Veiligheid een subsidie voor de reclasseringswerkzaamheden die door haar of onder haar verantwoordelijkheid worden verricht.

2.

De verlening van subsidie geschiedt voor 1 januari van het subsidiejaar.

3.

De vaststelling van subsidie geschiedt voor 1 oktober van het op het subsidiejaar volgende jaar.

Artikel 3
1.

Voor 1 juli van het jaar voorafgaand aan het subsidiejaar nodigt de Minister de reclasseringsinstelling uit tot het indienen van een subsidieaanvraag.

2.

Daarbij geeft hij aan in hoeverre wijziging is opgetreden of naar verwachting wijziging zal optreden in het voor de reclassering in het subsidiejaar beschikbare bedrag.

3.

De Minister informeert de reclasseringsinstelling zoveel mogelijk over wijzigingen als bedoeld in het tweede lid die zich daarna voordoen.

Artikel 4
1.

Voor 1 oktober van het jaar voorafgaand aan het subsidiejaar dient de reclasseringsinstelling bij de Minister een subsidieaanvraag in.

2.

De reclasseringsinstelling houdt daarbij rekening met de financiële ruimte zoals die door de wetgever is vastgesteld of naar verwachting zal worden vastgesteld.

De subsidieaanvraag gaat vergezeld van:

3.

Het activiteitenplan, bedoeld in het tweede lid, wordt afgestemd op de behoefte aan reclasseringswerkzaamheden en op de behoeften van de opdrachtgevers.

Artikel 5
1.

De begroting en het beleidsplan met de voorgenomen werkzaamheden geeft voor het komende subsidiejaar en indicatief voor de drie daarop volgende jaren in ieder geval aan:

2.

de Minister kan in de uitnodiging, bedoeld in artikel 3, eerste lid, met betrekking tot de eisen van de begroting en het beleidsplan aanwijzingen geven.

Artikel 6
1.

De begroting en het activiteitenplan bedoeld in artikel 4, tweede lid onder a, bevatten een voorstel voor te maken managementafspraken over in ieder geval:

2.

de Minister kan in de uitnodiging, bedoeld in 3, eerste lid, met betrekking tot de eisen van de begroting en het activiteitenplan aanwijzingen geven.

Artikel 7
1.

In het besluit wordt aangegeven voor welke categorieën activiteiten subsidie wordt verleend.

2.

In het besluit worden de managementafspraken vastgelegd.

3.

In het

besluit wordt kenbaar gemaakt volgens welke aanwijzingen op grond van artikel 20, derde lid, de subsidie wordt verrekend.

Artikel 8
1.

De subsidie kan in ieder geval geheel of gedeeltelijk worden geweigerd indien een gegronde reden bestaat om aan te nemen dat:

2.

De subsidie kan voorts in ieder geval worden geweigerd indien de aanvrager:

Artikel 9
1.

De reclasseringsinstelling voert een zodanig ingerichte administratie, dat daaruit te allen tijde de voor de vaststelling van de subsidie van belang zijnde rechten en verplichtingen alsmede de betalingen en ontvangsten kunnen worden nagegaan.

2.

De administratie en de daartoe behorende bescheiden worden gedurende tien jaren bewaard.

Artikel 10
1.

Indien gedurende het subsidiejaar aanmerkelijke verschillen ontstaan of dreigen te ontstaan tussen de werkelijke uitgaven en inkomsten en de begrote uitgaven en inkomsten doet de reclasseringsinstelling daarvan onverwijld mededeling aan de Minister, onder vermelding van de oorzaak van de verschillen.

2.

De reclasseringsinstelling geeft de Minister zo spoedig mogelijk tevens kennis van omstandigheden die hetzij van belang kunnen zijn voor de vaststelling van de subsidie, hetzij aanleiding kunnen geven tot een wijziging van de subsidieverlening.

Artikel 11

De reclasseringsinstelling kan de Minister verzoeken de subsidieverlening te wijzigen.

Artikel 12
1.

Zolang de subsidie niet is vastgesteld, kan de Minister de subsidieverlening intrekken of ten nadele van de reclasseringsinstelling wijzigen indien:

2.

De intrekking of wijziging werkt terug tot en met het tijdstip waarop de subsidie is verleend, tenzij bij de intrekking of wijziging anders is bepaald.

Artikel 13
1.

Zolang de subsidie niet is vastgesteld kan de Minister de subsidieverlening met inachtneming van een redelijke termijn intrekken of ten nadele van de reclasseringsinstelling wijzigen:

2.

Bij intrekking of wijziging op grond van het eerste lid, onderdeel a of b, vergoedt de Minister de schade die de reclasseringsinstelling lijdt doordat zij in vertrouwen op de subsidie anders heeft gehandeld dan zij zonder subsidie zou hebben gedaan.

Artikel 14
1.

Voor 1 juni van het op het subsidiejaar volgende jaar dient de reclasseringsinstelling bij de Minister de aanvraag in voor de vaststelling van het subsidiebedrag.

2.

De aanvraag gaat vergezeld van:

Artikel 15
1.

De Minister kan vooruitlopend op de vaststelling van de subsidie een voorschot verlenen indien redelijkerwijs kan worden aangenomen de subsidie zal worden vastgesteld.

2.

In de beschikking tot verlening van een voorschot kan worden volstaan met de vermelding van de wijze waarop het bedrag van het voorschot wordt bepaald.

3.

De Minister kan aan de verlening van een voorschot voorschriften verbinden.

Artikel 16
1.

De Minister kan de subsidievaststelling intrekken of ten nadele van de reclasseringsinstelling wijzigen:

2.

De intrekking of wijziging werkt terug tot en met het tijdstip waarop de subsidie is vastgesteld, tenzij bij de intrekking of wijziging anders is bepaald.

3.

De subsidievaststelling kan niet meer worden ingetrokken of ten nadele van de reclasseringsinstelling worden gewijzigd indien vijf jaren zijn verstreken sinds de dag waarop zij is bekendgemaakt dan wel, in het geval, bedoeld in het eerste lid, onderdeel c, sinds de dag waarop de handeling in strijd met de verplichting is verricht of de dag waarop aan de verplichting had moeten zijn voldaan.

Artikel 17
1.

De jaarrekening, bedoeld in artikel 14, tweede lid, onderdeel a, bestaat uit de balans en de exploitatierekening met een toelichting en de overige relevante gegevens.

2.

De op grond van artikel 14, tweede lid, onderdeel c, gecontroleerde jaarrekening geeft in samenhang met het verslag, bedoeld in artikel 14, tweede lid, onder b, en volgens normen die in het maatschappelijk verkeer als aanvaardbaar worden beschouwd, een zodanig inzicht dat de Minister een verantwoord oordeel kan vormen omtrent:

3.

De balans met de toelichting geeft getrouw, duidelijk en stelselmatig de grootte en de samenstelling in actief- en passiefposten van het vermogen op het einde van het boekjaar weer.

4.

De exploitatierekening met de toelichting geeft getrouw, duidelijk en stelselmatig de grootte van het exploitatiesaldo op het einde van het boekjaar weer.

5.

De in de jaarrekening opgenomen baten en lasten, alsmede de balansmutaties zijn tot stand gekomen in overeenstemming met van toepassing zijnde wettelijke regelingen.

6.

De jaarrekening sluit aan op de begroting, waarvoor subsidie is verleend en op de subsidieverlening van dat jaar. Zij behelst een vergelijking met de gerealiseerde producten, de werkelijke uitgaven voor de projecten en de overige budgetten, in het jaar voorafgaand aan het boekjaar.

Artikel 18

Het jaarverslag bedoeld in artikel 14, tweede lid, onderdeel b, beschrijft in samenhang met de jaarrekening in ieder geval de vergelijking tussen de afgesproken en de gerealiseerde managementafspraken, met name ten aanzien van de aantallen producten, de projecten, de overige budgetten en een toelichting op de verschillen.

Artikel 19
1.

Het subsidiebedrag wordt overeenkomstig de subsidievaststelling betaald.

2.

De subsidievaststelling geschiedt op basis van de werkelijke uitgaven, zoals opgenomen in de exploitatierekening tot het maximum van de daarvoor verleende subsidie.

3.

De subsidievaststelling kan ten hoogste het bedrag zijn dat in de subsidieverlening voor het boekjaar waarop de subsidievaststelling betrekking heeft, is vermeld.

4.

Betaalde voorschotten worden verrekend met de te betalen subsidie. Onverschuldigd betaalde voorschotten kunnen worden teruggevorderd.

Artikel 20
1.

Ten behoeve van de accountantscontrole bedoeld in artikel 14, tweede lid, onderdeel c, is er een controleprotocol dat wordt opgesteld onder de verantwoordelijkheid van de Minister.

2.

Indien geen goedkeurende accountantsverklaring (zonder beperkingen) kan worden afgegeven, stelt de Minister de subsidie vast met inachtneming van de bevindingen van de accountant, zoals die blijken uit de accountantsverklaring en het daarbij behorende rapport van bevindingen. Tevens kan de Minister een korting opleggen van maximaal 10% van de verleende subsidie.

Artikel 21
1.

De reclasseringsinstelling informeert de Minister uiterlijk vier weken na iedere vier maanden over de uitvoering van de managementafspraken, bedoeld in artikel 7 met een inhoudelijke en financiële toelichting ten aanzien van de verschillen met de vorige periodes van vier maanden en de planning voor het desbetreffende jaar.

2.

In het besluit, bedoeld in artikel 7, wordt nader aangegeven welke informatie als bedoeld in het eerste en tweede lid van dat artikel aan de Minister moet worden verstrekt.

Artikel 22

Een reclasseringsinstelling verstrekt aan de Raad voor de Rechtshandhaving en de Rijksinspecties de inlichtingen die deze in het kader van zijn taak vraagt.

Artikel 23
1.

Een reclasseringsinstelling behoeft de voorafgaande toestemming van de Minister voor:

2.

De Minister beslist binnen vier weken omtrent de toestemming.

3.

De beslissing kan éénmaal voor ten hoogste vier weken worden verdaagd.

4.

Indien omtrent de toestemming niet tijdig is beslist, wordt de toestemming geacht te zijn verleend.

5.

De reclasseringsinstelling doet onverwijld melding aan de Minister van:

Artikel 24
1.

De reclasseringsinstelling verzekert haar aansprakelijkheid naar burgerlijk recht tegenover derden in voldoende mate.

2.

De reclasseringsinstelling verzekert haar onroerende zaken tegen brandschade naar herbouwwaarde en haar roerende zaken tegen brandschade, waterschade en diefstal.

3.

De van de Minister ontvangen subsidiegelden worden risicomijdend beheerd.

Artikel 25
1.

Voor het ter beschikking stellen van goederen aan of het verrichten van diensten voor derden brengt de reclasseringsinstelling een vergoeding in rekening die ten minste kostendekkend is.

2.

Het eerste lid is niet van toepassing indien daarbij geen middelen verkregen met de subsidie van het Ministerie van Justitie en Veiligheid worden aangewend.

3.

Een reclasseringsinstelling verstrekt desgevraagd aan de Minister een beschrijving van de tussen haar en andere rechtspersonen bestaande organisatorische en financiële banden, alsmede van zodanig nog in het leven te roepen of te wijzigen banden, voor zover deze banden van invloed kunnen zijn op de bepaling van de vergoedingen, bedoeld in het eerste lid.

Artikel 26
1.

Indien de reclasseringsinstelling haar reclasseringswerkzaamheden beëindigt, komt de Minister een direct opeisbare vordering op de reclasseringsinstelling toe op het vermogen of de vermogensbestanddelen.

2.

Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing, indien gebouwen, terreinen of roerende zaken ten behoeve waarvan de Minister subsidie heeft verleend, worden vervreemd of geheel of gedeeltelijk aan hun bestemming worden onttrokken. Het bedrag van de vordering is in dit geval gelijk aan de directe opbrengstwaarde van de desbetreffende zaken.

3.

De Minister komt de in het eerste lid bedoelde vordering niet toe, indien de werkzaamheden van de reclasseringsinstelling met toestemming van de Minister door een andere reclasseringsinstelling waarvan de bereidverklaring is aanvaard, worden voortgezet en de activa en passiva tegen boekwaarde aan die reclasseringsinstelling in eigendom worden overgedragen.

Artikel 27. Citeertitel

Deze regeling wordt aangehaald als: Subsidieregeling reclassering BES.

Artikel 28. Inwerkingtreding

Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 januari 2020.

Deze regeling zal met toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.