← Geldende tekst · Geschiedenis

Regeling van de Minister voor Rechtsbescherming van 13 december 2019, nr. 2772910, houdende regels over de tenuitvoerlegging van strafrechtelijke beslissingen (Regeling tenuitvoerlegging strafrechtelijke beslissingen)

Geldende tekst a fecha 2020-01-01

Gelet op de artikelen 6:1:5, eerste lid, en 6:1:25, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering en de artikelen 1:2, eerste en tweede lid, onder a, b en d, 2:23, onder b, 3:27, onder a en b, 4:3, derde lid, en 4:15, eerste lid, van het Besluit tenuitvoerlegging strafrechtelijke beslissingen;

Besluit:

Treedt in werking op het tijdstip waarop het Besluit tenuitvoerlegging strafrechtelijke beslissingen in werking treedt.

Hoofdstuk 1. Algemeen

Titel 1.1. Algemene bepalingen

Artikel 1:1. Begripsbepalingen

In deze regeling wordt verstaan onder:

Titel 1.2. Persoonsgerichte tenuitvoerlegging

Artikel 1:2. Operationeel ketenregisseur

De Minister belast een onder zijn ministerie ressorterende dienst met de coördinatie van de tenuitvoerlegging van strafrechtelijke beslissingen en de persoonsgerichte invulling daarvan als bedoeld in artikel 1:2, tweede lid, onder a, van het besluit. Die dienst functioneert als operationeel ketenregisseur.

Artikel 1:3. Jeugdigen

De persoonsgerichte invulling van de tenuitvoerlegging als bedoeld in artikel 1:2, tweede lid, onder a, van het besluit van strafrechtelijke beslissingen met betrekking tot jeugdigen strekt er in ieder geval toe dat:

Titel 1.3. Tenuitvoerleggingsvolgorde

Artikel 1:4. Tenuitvoerlegging van vrijheidsbenemende sancties
1.

Vrijheidsbenemende sancties worden zoveel mogelijk aaneensluitend op elkaar ten uitvoer gelegd overeenkomstig de navolgende volgorde:

2.

De terbeschikkingstelling met bevel tot verpleging van overheidswege of plaatsing in een inrichting voor jeugdigen wordt opgeschort, indien tijdens de tenuitvoerlegging van die maatregelen het vonnis of arrest van een andere vrijheidsbenemende sanctie, met uitzondering van plaatsing in een inrichting voor stelselmatige daders, onherroepelijk wordt. De tenuitvoerlegging van die maatregelen wordt voortgezet vanaf het moment dat de vrijheidsbeneming op grond van het tussentijds onherroepelijk geworden vonnis of arrest eindigt.

3.

De plaatsing in een inrichting voor stelselmatige daders kan worden opgeschort, indien het vonnis of arrest van een andere vrijheidsbenemende sanctie tijdens die plaatsing onherroepelijk is geworden en uit een persoonsgerichte beoordeling volgt dat die sanctie eerst ten uitvoer moet worden gelegd. De plaatsing wordt voortgezet vanaf het moment dat de vrijheidsbeneming op grond van het tussentijds onherroepelijk geworden vonnis of arrest eindigt.

4.

Bij de beoordeling, bedoeld in het derde lid, worden in ieder geval betrokken:

Artikel 1:5. Tenuitvoerlegging van vrijheidsbeperkende sancties
1.

Vrijheidsbeperkende sancties worden zoveel mogelijk gelijktijdig ten uitvoer gelegd. Indien gelijktijdige tenuitvoerlegging niet mogelijk is, worden vrijheidsbeperkende sancties aaneensluitend op elkaar ten uitvoer gelegd in chronologische volgorde van de datum waarop deze sancties vatbaar zijn geworden voor tenuitvoerlegging.

2.

Vrijheidsbeperkende sancties worden zoveel mogelijk aaneensluitend op vrijheidsbenemende sancties ten uitvoer gelegd.

3.

Vrijheidsbeperkende sancties worden opgeschort, indien tijdens de tenuitvoerlegging daarvan een vrijheidsbenemende sanctie vatbaar wordt voor tenuitvoerlegging. De tenuitvoerlegging van de vrijheidsbeperkende sancties wordt voortgezet vanaf het moment dat de vrijheidsbeneming eindigt.

4.

Een of meerdere vrijheidsbeperkende sancties kunnen worden opgeschort, indien de veroordeelde tijdens de tenuitvoerlegging daarvan in een zorginstelling wordt opgenomen of behandeld ter voldoening van een bijzondere voorwaarde. De tenuitvoerlegging van de opgeschorte vrijheidsbeperkende sancties wordt voortgezet vanaf het moment dat de opneming of behandeling eindigt.

Artikel 1:6. Tenuitvoerlegging van geldelijke sancties

Geldelijke sancties worden ten uitvoer gelegd ongeacht eventuele samenloop met vrijheidsbenemende, vrijheidsbeperkende of andere geldelijke sancties.

Artikel 1:7. Tenuitvoerlegging bij gesloten jeugdhulp

Strafrechtelijke beslissingen worden zodanig ten uitvoer gelegd dat gesloten jeugdhulp als bedoeld in artikel 1.1 van de Jeugdwet zoveel mogelijk onafgebroken kan plaatsvinden.

Artikel 1:8. Tenuitvoerlegging bij schorsing van voorlopige hechtenis
1.

Voor zover uit een wettelijk voorschrift niet anders voortvloeit, kan de tenuitvoerlegging van één of meerdere strafrechtelijke beslissingen worden opgeschort in verband met:

2.

De tenuitvoerlegging wordt opgeschort met ten hoogste de duur van de schorsing van de voorlopige hechtenis.

Artikel 1:9. Uitzonderingen op de tenuitvoerleggingsvolgorde
1.

Van de bepalingen van deze titel wordt niet afgeweken, tenzij uit een persoonsgerichte beoordeling volgt dat dit bijdraagt aan een persoonsgerichte invulling van de tenuitvoerlegging als bedoeld in artikel 1:2, tweede lid, onder a, van het besluit.

2.

Bij de beoordeling, bedoeld in het eerste lid, worden in ieder geval betrokken:

Hoofdstuk 2. Vrijheidsbenemende sancties

Artikel 2:1. Oproep tot zelfmelding
1.

De Minister roept een veroordeelde in ieder geval niet op om zich te melden bij de inrichting voor de tenuitvoerlegging van een vrijheidsbenemende sanctie, indien:

2.

Onverminderd artikel 6:1:3 van de wet betrekt de Minister bij de afweging om een veroordeelde op te roepen in ieder geval:

3.

Indien de oproep is gericht aan een jeugdige, stelt de Minister de raad voor de kinderbescherming, de gecertificeerde instelling die belast is met de uitvoering van jeugdreclassering ten aanzien van de jeugdige, en de personen die gezag uitoefenen over de jeugdige daarvan op de hoogte. De Minister stelt hen voorts op de hoogte van daarop volgende mededelingen.

Artikel 2:2. Intrekken en vervallen van de oproep tot zelfmelding
1.

De Minister kan een oproep aan de veroordeelde om zich te melden bij de inrichting te allen tijde intrekken. De Minister kan de oproep in ieder geval intrekken, indien:

2.

De oproep vervalt in ieder geval op het moment dat de veroordeelde rechtens zijn vrijheid is ontnomen.

Hoofdstuk 3. Vrijheidsbeperkende sancties

Artikel 3:1. Uitvoering van taakstraffen
1.

Taakstraffen worden niet uitgevoerd gedurende het weekend en algemeen erkende feestdagen.

2.

De uitvoerder taakstraffen kan uitsluitend van het eerste lid afwijken voor zover dit niet verhindert dat de taakstraf naar behoren en binnen de gestelde termijn wordt uitgevoerd en de taakgestrafte aannemelijk maakt dat dit noodzakelijk is met het oog op:

3.

De taakgestrafte overlegt ter staving van het gestelde in het tweede lid in ieder geval een verklaring van respectievelijk:

Artikel 3:2. Verslaglegging van taakstraffen

De uitvoerder taakstraffen meldt op voldoende duidelijke wijze in een afloopbericht als bedoeld in artikel 3:15 van het besluit met betrekking tot iedere taakstraf die niet naar behoren is verricht, in ieder geval:

Hoofdstuk 4. Geldelijke sancties

Artikel 4:1. Bestemvolgorde ongerichte betalingen
1.

Met inachtneming van artikel 6:4:2, vijfde en zesde lid, van de wet bestemt de Minister gelden die voortvloeien uit een ongerichte betaling op vorderingen ter zake van een opgelegde geldelijke sanctie alsmede bijkomende vorderingen, overeenkomstig de navolgende volgorde:

2.

De Minister kan bij de bestemming van gelden die zijn ontvangen uit een ongerichte betaling afwijken van de volgorde, bedoeld in het eerste lid, indien uitzonderlijke omstandigheden hiertoe aanleiding geven.

Artikel 4:2. Betalingsregelingen
1.

De Minister stelt op algemeen toegankelijke wijze informatie beschikbaar over:

2.

De Minister betrekt in de overwegingen om een betalingsregeling toe te staan of te weigeren alle openstaande vorderingen van de veroordeelde.

3.

De veroordeelde komt in ieder geval niet in aanmerking voor een betalingsregeling, indien:

4.

De Minister bericht de veroordeelde op duidelijke en gepaste wijze over de voorwaarden die worden verbonden aan de betalingsregeling, waaronder in ieder geval de betaaltermijnen en termijnbedragen.

5.

De Minister kan een betalingsregeling wijzigen of beëindigen, indien gewijzigde omstandigheden hiertoe aanleiding geven.

6.

De Minister kan een betalingsregeling in ieder geval beëindigen, indien:

Artikel 4:3. Beëindiging tenuitvoerlegging niet-gratieerbare geldboetes

De Minister betrekt bij het vormen van een oordeel als bedoeld in artikel 6:1:11 van de wet met betrekking tot de bevoegdheid om de tenuitvoerlegging van geldboeten te beëindigen, in ieder geval:

Artikel 4:4. Uitkering resterend bedrag schadevergoedingsmaatregel
1.

Indien de veroordeelde bij de oplegging van een schadevergoedingsmaatregel niet of niet volledig binnen de termijn, bedoeld in artikel 6:4:2, zevende lid, van de wet, aan de hieruit voortvloeiende verplichting tot betaling heeft voldaan, wordt het resterende bedrag binnen veertien dagen na het verstrijken van die termijn uitgekeerd aan het slachtoffer dat geen rechtspersoon is, voor zover diens bankrekening bekend is.

2.

Voor zover de bankrekening van het slachtoffer, bedoeld in het eerste lid, onbekend is, wordt het resterende bedrag uitgekeerd binnen veertien dagen na de datum waarop kennis is genomen van die bankrekening.

Hoofdstuk 5. Wijzigingen van andere regelingen en besluiten

Artikel 5:1. Wijziging van het Aanwijzingsbesluit functionarissen en ambtenaren arrondissement Amsterdam

Wijzigt het Aanwijzingsbesluit functionarissen en ambtenaren arrondissement Amsterdam.

Artikel 5:2. Wijziging van de Regeling aanwijzing ambtenaren van politie en functionarissen t.b.v. uitreiking en betekening van gerechtelijke stukken

Wijzigt de Regeling aanwijzing ambtenaren van politie en functionarissen t.b.v. uitreiking en betekening van gerechtelijke stukken.

Artikel 5:3. Wijziging van de Regeling aanwijzing vermogenstraceerders werkzaam bij het Openbaar Ministerie, de [...] als ambtenaren ex artikel 556, Wetboek van Strafvordering

Wijzigt de Regeling tot aanwijzing van vermogenstraceerders en bijzondere opsporingsambtenaren.

Artikel 5:4. Wijziging van de Regeling vaststelling administratiekosten 2012

Wijzigt de Regeling vaststelling administratiekosten 2012.

Artikel 5:5. Wijziging van de Regeling vaststelling invorderingskosten

Wijzigt de Regeling vaststelling invorderingskosten.

Artikel 5:6. Wijziging van de Regeling vrijwillige begeleiding jeugdreclassering

Wijzigt de Regeling vrijwillige begeleiding jeugdreclassering.

Artikel 5:7. Wijziging van de regeling Verlening bevoegheden aan douane-ambtenaren i.v.m. tenuitvoerlegging strafvonnissen

Wijzigt de Regeling executiebevoegdheden douane-ambtenaren bij strafvonnissen.

Hoofdstuk 6. Slotbepalingen

Artikel 6:1. Inwerkingtreding

Deze regeling treedt in werking op het tijdstip dat het Besluit tenuitvoerlegging strafrechtelijke beslissingen in werking treedt.

Artikel 6:2. Citeertitel

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling tenuitvoerlegging strafrechtelijke beslissingen.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.