Verkeersregeling Defensie
Handelende in overeenstemming met de Minister van Infrastructuur en Waterstaat;
Gelet op artikel 44 van de Grondwet en artikel 4, tweede lid, van de Wegenverkeerswet 1994,
Besluit:
Paragraaf 1. Algemeen
Artikel 1. Definities
In deze regeling wordt verstaan onder:
- civiel defensievoertuig: personenauto of bedrijfsauto zoals genoemd in artikel 1.1 van de Regeling voertuigen, niet bedoeld voor specifiek militair operationeel gebruik, die wordt gebruikt ten behoeve van Defensie;
- civiel rijbewijs: rijbewijs als bedoeld in artikel 107 van de Wegenverkeerswet 1994;
- commandant: de commandant als bedoeld in artikel 2 van het Mandaatbesluit Personele Bevoegdheden Defensie;
- defensievoertuig: een voertuig toebehorende aan of ingezet door Defensie;
- defensieterrein: terrein dat in gebruik is bij het Ministerie van Defensie en niet openstaat voor openbaar verkeer; onder terrein wordt ook begrepen de daarop liggende wegen, paden, de daarin liggende bruggen en duikers, de tot de wegen behorende paden en bermen of zijkanten, en parkeerplaatsen;
- militair rijbewijs: een door de Commandant Opleidings- en Trainingscentrum Rijden en Bergen afgegeven rijbewijs;
- militair motorrijtuig: defensievoertuig dat wordt gebruikt ten behoeve van de Nederlandse strijdkrachten, bestemd om anders dan langs spoorstaven te worden voortbewogen uitsluitend of mede door een mechanische kracht, op of aan het voertuig zelf aanwezig dan wel door elektrische tractie met stroomtoevoer van elders, met uitzondering van fietsen met trapondersteuning of bromfietsen;
- militair oefenterrein: een terrein dat gebruikt wordt voor oefeningen door Defensie;
- specifiek militair operationeel gebruik: het besturen van defensievoertuigen buiten verharde wegen en paden, tijdens inzet bij vredesoperaties, crisisbeheersingsoperaties of andere internationale en/of humanitaire operaties;
- verlicht transparant: verlichting op een voertuig die uitsluitend informatie biedt over de bestemming of het gebruik van het voertuig, dan wel aanwijzingen weergeeft voor het overige wegverkeer, als bedoeld in artikel 1.1 van de Regeling voertuigen.
Artikel 2. Reikwijdte en toepasselijkheid Wegenverkeerswet 1994
Deze regeling is van toepassing op de openbare weg en op defensieterrein, tenzij anders staat aangegeven.
De Wegenverkeerswet 1994 en de daarop gebaseerde regelgeving, met uitzondering van het Besluit administratieve bepalingen inzake het wegverkeer, zijn van overeenkomstige toepassing op verkeer op defensieterreinen in Nederland, voorzover daarvan in deze regeling niet wordt afgeweken.
Artikel 3. Vrijstelling
Een commandant is bevoegd tot het verlenen van vrijstelling in de gevallen, genoemd in de betreffende artikelen.
Een commandant kan voorwaarden verbinden aan een vrijstelling die is verleend ten behoeve van specifiek militair operationeel gebruik.
De vrijstelling kan onder beperkingen worden verleend.
Een vrijstelling is vormvrij en kan ter plekke worden verleend.
Paragraaf 2. Verkeersgedrag
Artikel 4. Buitenland
Voorafgaand aan vertrek naar het buitenland stelt de bestuurder zich op de hoogte van de geldende verkeersregels en van verplichte benodigdheden in het defensievoertuig in de landen van doorkomst en van verblijf.
De bestuurder neemt tijdig de nodige maatregelen om te voldoen aan de in het eerste lid bedoelde verkeersregels en verplichtingen.
Artikel 5. Brancherichtlijnen
Op bestuurders van hulpverleningsvoertuigen van Defensie is de Brancherichtlijn optische- en geluidssignalen Defensie van toepassing.
Op chauffeurs van bewindspersonen van Defensie is de Brancherichtlijn Vrijstelling RVV Chauffeurs Bewindspersonen 2019 van toepassing.
Artikel 6. Maximumsnelheid defensievoertuigen
De Commandant der Strijdkrachten kan met inachtneming van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 voor militaire motorrijtuigen een lagere maximumsnelheid vaststellen.
Artikel 7. Beperkt zicht
Bij het rijden met een defensievoertuig op de weg wordt het uitzicht van de bestuurder op het aan het voertuig grenzende gebied uitsluitend beperkt:
- a. wanneer specifiek militair operationele omstandigheden daartoe noodzaken; of
- b. wanneer bijstand wordt verleend aan de politie als bedoeld in artikel 57, 58 of 59 van de Politiewet 2012.
Bij een beperking van het uitzicht als genoemd in het eerste lid, verschaffen de inzittenden aan de bestuurder op zijn verzoek zoveel mogelijk de informatie die hij voor het besturen nodig heeft.
De bestuurder van een defensievoertuig roept bij het achteruit rijden de hulp in van een gids, tenzij:
- a. de weg achter het defensievoertuig voor de bestuurder duidelijk en volledig is te overzien;
- b. er niemand aanwezig is om hulp te verlenen; of
- c. op het defensievoertuig een achteruitrijbeveiliging of camerasysteem is aangebracht.
Degene die in dienst is van of werkzaam is bij het Ministerie van Defensie, geeft gevolg aan het verzoek van de bestuurder om als gids behulpzaam te zijn.
Het gidsen geschiedt met eventueel voorgeschreven tekens die voor beide partijen duidelijk zijn.
Artikel 8. Slepen
Het slepen van een defensievoertuig geschiedt door een ander defensievoertuig dan wel door een civiel bergingsvoertuig dat is aangevraagd bij de meldkamer van de Koninklijke Marechaussee.
Voor het slepen van een defensievoertuig gelden de richtlijnen zoals vermeld in de voertuigdocumentatie van het betreffende type voertuig.
De bestuurder van het slepende voertuig is steeds op de hoogte van de gedragingen van het gesleepte defensievoertuig door spiegels, een camera of door waarneming van een mede-inzittende van het slepende voertuig.
Paragraaf 3. Weggebruik
Artikel 9. Camouflage
Camouflagemateriaal is in de vorm van een bundel of rol op een deugdelijke manier bevestigd aan de buitenkant van een defensievoertuig.
De bundel of rol:
- a. maakt geen contact met hete delen van het voertuig;
- b. laat kenteken- en registratieplaten, verlichting en retroreflecterende oppervlakten zoals zijmarkering en gevaarsborden onbedekt; en
- c. laat het zicht met de aanwezige spiegels of camerasystemen onbeperkt.
Ten behoeve van specifiek militair operationeel gebruik kan de commandant in verband met operationele noodzaak vrijstelling verlenen van de verplichting, genoemd in het eerste lid.
Artikel 10. Autogordel
De bestuurder en de passagiers van een defensievoertuig maken, in overeenstemming met artikel 59, eerste lid, van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990, gebruik van de voor hen beschikbare autogordel.
De commandant kan vrijstelling verlenen van de verplichting genoemd in het eerste lid, ten behoeve van specifiek militair operationeel gebruik.
Artikel 11. Verlichting
Het defensievoertuig voert tijdens het rijden dimlicht.
In plaats van dimlicht kan het defensievoertuig overdag dagrijlicht voeren als het zicht niet ernstig wordt belemmerd.
De commandant kan vrijstelling verlenen van de verplichtingen, genoemd in het eerste en tweede lid, ten behoeve van specifiek militair operationeel gebruik op een militair oefenterrein, waaronder het rijden met black-out verlichting en het rijden met gebruikmaking van warmtebeeldkijkers en helderheidversterkers.
Na toestemming van de commandant kan een verlicht transparant worden gevoerd.
Artikel 12. Verplaatsing afwijkende voertuigen: toestemming
Voor verplaatsingen met defensievoertuigen in of aanvangende in Nederland of het buitenland over de weg is voorafgaand toestemming vereist van de Commandant Landstrijdkrachten:
- a. indien één of meer defensievoertuigen voor wat betreft lengte, breedte of hoogte niet voldoen aan het bepaalde in hoofdstuk 5 van de Regeling voertuigen; of
- b. in geval van een militaire colonne.
De Commandant Landstrijdkrachten beslist op het verzoek om toestemming na overleg met de Commandant Koninklijke Marechaussee.
Voorafgaande toestemming is niet vereist voor verplaatsingen in missiegebieden.
Artikel 13. Verplaatsing afwijkende voertuigen: begeleiding
Verplaatsingen als bedoeld in artikel 12 worden begeleid door de Koninklijke Marechaussee.
De Commandant Landstrijdkrachten kan in overeenstemming met de Commandant Koninklijke Marechaussee of de Commandant Landelijk Tactisch Commando afwijken van de verplichting, genoemd in het eerste lid.
Het afwijken kan bij verplaatsingen, genoemd in artikel 12, eerste lid, onderdeel a, er toe leiden dat:
- a. er geen begeleiding hoeft plaats te vinden;
- b. de begeleiding wordt uitgevoerd door een andere aangewezen defensie-eenheid; of
- c. de begeleiding wordt uitgevoerd door een partij buiten Defensie.
Het afwijken kan bij verplaatsingen, genoemd in artikel 12, eerste lid, onderdeel b, er toe leiden dat er geen begeleiding hoeft plaats te vinden.
Bij het afwijken kunnen voorwaarden worden gesteld.
Artikel 14. Verplaatsing te voet
Een verplaatsing te voet geschiedt in colonne of individueel.
Voor de toepassing van dit artikel wordt onder colonne verstaan: een groep militairen die onder leiding van een commandant in een aaneengesloten formatie marcheert.
Ieder lid van de colonne draagt een zilvergrijze reflecterende armband om de bovenarm of op een andere plaats als dat beter zichtbaar is.
De armband wordt gedragen aan de kant waar gevaar het meest waarschijnlijk is.
De laatste deelnemer aan de colonne draagt een reflecterende gevarendriehoek op de rug.
De colonne voert buiten de bebouwde kom bij dag, indien het zicht ernstig wordt belemmerd, en bij nacht aan de linker voorzijde een naar alle zijden wit of geel licht uitstralende lantaarn en aan de linker achterzijde een naar alle zijden rood licht uitstralende lantaarn mee.
Artikel 15. Vervoer personen
Personen worden vervoerd door een defensievoertuig dat daarvoor is bestemd, overeenkomstig de tabel van het derde lid.
Het vervoer van personen is in overeenstemming met het voorziene gebruik van het defensievoertuig en vindt plaats overeenkomstig de voertuigdocumentatie.
Tabel:
| Type defensievoertuig | Verharde weg | Verharde weg | Onverharde weg |
|---|---|---|---|
| Openbare weg (art. 1 WVW 94) | Defensie terrein | ||
| Civiel defensievoertuig | Ja | ja | nee |
| Autobus | ja | ja | nee |
| Vrachtauto met rolbeugel-unit | ja | ja | ja |
| Vrachtauto in uitvoering YAD | nee | ja | nee |
| Vrachtauto met personeelscontainer | ja | ja | Ja |
| Defensievoertuig rijbewijscategorie F | ja | ja | ja |
Artikel 16. Vervoer van derden
De commandant kan degene die niet in dienst is van of werkzaam bij of voor het Ministerie van Defensie toestemming geven voor het besturen van of meerijden met een defensievoertuig als dat in het belang is van Defensie.
De toestemming wordt vooraf en schriftelijk gegeven, tenzij er sprake is van een noodgeval
De rit en de bestuurder of bestuurders worden geregistreerd.
De Commandant der Strijdkrachten kan nadere uitvoeringsrichtlijnen geven.
Paragraaf 4. Verkeersregels op defensieterreinen
Artikel 17. Overeenkomstige toepassing Wegenverkeerswet 1994
De Wegenverkeerswet 1994 en de daarop gebaseerde regelgeving, met uitzondering van het Besluit administratieve bepalingen inzake het wegverkeer, zijn van overeenkomstige toepassing op verkeer op defensieterreinen in Nederland, voor zover daarvan in deze paragraaf niet wordt afgeweken.
Op defensieterreinen buiten Nederland is de verkeerswetgeving van het land waarin het defensieterrein is gelegen van toepassing, voor zover daarvan bij internationale overeenkomst niet wordt afgeweken.
De commandant kan voor specifieke, individuele gevallen vrijstelling verlenen van hetgeen is gesteld omtrent het onder zijn verantwoordelijkheid vallende defensieterrein.
Artikel 18. Vaststellen maximumsnelheid
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.