Regeling van de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid van 16 december 2019, nr. 2019-0000139944, tot het verstrekken van subsidies in het kader van leren en ontwikkelen in het mkb en in het grootbedrijf in de sectoren landbouw, horeca en recreatie (Stimuleringsregeling voor leren en ontwikkelen in mkb-ondernemingen en specifiek voor de grootbedrijven in de landbouw-, horeca- of recreatiesector)

Type Ministeriële regeling
Publication 2026-04-04
State In force
Source BWB
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

Gelet op artikelen 3, eerste lid, en 5 van de Kaderwet SZW-subsidies;

Besluit:

Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen

Artikel 1. Begripsbepalingen

In deze regeling wordt verstaan onder:

Artikel 2. Toepasselijkheid kaderregeling en benodigde formulieren
1.

Op het aanvragen en verstrekken van subsidies op grond van deze regeling is de kaderregeling, met uitzondering van de artikelen 3.1, 3.6, 5.5, tweede lid, 6.1, vijfde lid, en 7.1, van toepassing.

2.

De formulieren, modellen en formats waarnaar in deze regeling wordt verwezen, zijn door de minister elektronisch beschikbaar gesteld op www.uitvoeringvanbeleidszw.nl.

Artikel 3. Doel van de regeling

Het doel van deze regeling is om door middel van subsidie een bijdrage te leveren aan initiatieven in mkb-ondernemingen, gericht op het stimuleren van leren en ontwikkelen.

Artikel 4. Subsidiabele activiteiten
1.

De minister kan op aanvraag subsidie verstrekken voor het bekostigen van onderstaande activiteiten die uiting geven aan het doel van deze regeling:

2.

Een activiteit komt niet voor subsidie in aanmerking, indien de werkenden in de onderneming waarop de activiteit zich richt, enkel bestaan uit werkenden die bestuurder van de onderneming zijn of in het handelsregister, bedoeld in artikel 2 van de Handelsregisterwet 2007, zijn geregistreerd als degenen aan wie de onderneming toebehoort.

3.

Een loopbaan- of ontwikkeladviestraject als bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, komt alleen voor subsidie in aanmerking indien de loopbaanadviseur individuele gesprekken met de deelnemer voert met een tijdsbeslag van in totaal minimaal vier uren.

4.

Een initiatief waarvoor subsidie wordt aangevraagd op grond van hoofdstuk 2 en dat bestaat uit een activiteit als bedoeld in het eerste lid, onderdelen a en c, komt alleen voor subsidie in aanmerking indien de subsidiabele kosten ten minste € 5.000 bedragen.

5.

Een initiatief waarvoor subsidie wordt aangevraagd op grond van hoofdstuk 3 komt alleen voor subsidie in aanmerking, indien het initiatief ten minste de activiteit, bedoeld in het eerste lid, onderdeel c, bevat en de subsidiabele kosten ten minste € 210.000 bedragen.

Artikel 5. Aanvraagtijdvakken

Een subsidieaanvraag kan voor het jaar 2025 bij de minister worden ingediend in de volgende tijdvakken:

Artikel 6. Subsidieplafond
1.

Het subsidieplafond voor subsidies op grond van hoofdstuk 2 bedraagt voor het jaar 2025:

2.

Het subsidieplafond voor subsidies op grond van hoofdstuk 3 bedraagt voor het jaar 2025 € 20 miljoen.

3.

Indien een deel van het bedrag dat beschikbaar is in een aanvraagtijdvak niet volledig wordt benut, kunnen de resterende middelen worden toegevoegd aan de middelen van een ander aanvraagtijdvak van hetzelfde kalenderjaar. De minister maakt de verschuivingen van het beschikbare budget bekend op www.uitvoeringvanbeleidszw.nl.

Artikel 7. Subsidieaanvraag
1.

De subsidieaanvrager dient de subsidieaanvraag in door middel van het daartoe bestemde elektronisch aanvraagformulier dat is getekend door een functionaris, bevoegd om namens de subsidieaanvrager te handelen, en voegt hierbij:

2.

De subsidieaanvrager dient een de-minimisverklaring in en, indien de subsidieaanvrager een mkb-onderneming is, een mkb-verklaring. Indien sprake is van een samenwerkingsverband, is een de-minimisverklaring vereist van alle partijen van het samenwerkingsverband en een mkb-verklaring van alle partijen van het samenwerkingsverband die een mkb-onderneming zijn.

3.

Het activiteitenplan, de begroting, de de-minimisverklaring en de mkb-verklaring worden opgesteld overeenkomstig het door de minister vastgestelde model.

4.

Per aanvraagtijdvak wordt per subsidieaanvrager, of partij in een samenwerkingsverband, maximaal één subsidieaanvraag in behandeling genomen. Brancheorganisaties, onderwijsinstellingen, O&O-fondsen en werknemers- of werkgeversverenigingen kunnen binnen een aanvraagtijdvak deelnemen in meerdere samenwerkingsverbanden en daardoor partij zijn bij meerdere subsidieaanvragen binnen hetzelfde aanvraagtijdvak.

5.

Een subsidieaanvraag kan bestaan uit meerdere activiteiten.

6.

Voor zover de subsidieaanvrager voor dezelfde begrote kosten of een deel daarvan ook subsidie of een andere financiële bijdrage heeft aangevraagd of zal aanvragen bij een ander bestuursorgaan of rechtspersoon, doet hij daarvan mededeling in de subsidieaanvraag, onder vermelding van de stand van zaken van de beoordeling van die andere aanvraag.

7.

Door het indienen van een aanvraag stemt de subsidieaanvrager ermee in dat het subsidiedossier, met uitzondering van persoonsgegevens, openbaar wordt gemaakt.

Artikel 8. Rangschikking behandeling subsidieaanvragen
1.

Bij overschrijding van een subsidieplafond als bedoeld in artikel 6, eerste lid, wordt na afloop van het aanvraagtijdvak door middel van loting de volgorde vastgesteld waarin de ontvangen subsidieaanvragen worden afgehandeld.

2.

Indien een subsidieaanvrager meerdere aanvragen heeft ingediend voor soortgelijke of vergelijkbare initiatieven, wordt slechts de als eerste ingediende aanvraag in de loting meegenomen.

3.

Onvolledige subsidieaanvragen voor subsidies op grond van hoofdstuk 2 worden, na aanvulling door de subsidieaanvrager, geplaatst aan het einde van de lijst die volgt uit de loting, waarbij het tijdstip van ontvangst van de volledige subsidieaanvraag bepalend is voor de volgorde van plaatsing op die lijst.

4.

Volledige subsidieaanvragen voor subsidies op grond van hoofdstuk 3 worden behandeld op volgorde van ontvangst.

Artikel 9. Beschikking tot subsidieverlening
1.

Op een subsidieaanvraag op basis van hoofdstuk 2 wordt binnen 13 weken na afloop van het aanvraagtijdvak, bedoeld in artikel 5 beslist. De subsidieaanvraag wordt beoordeeld op grond van de voorwaarden, bedoeld in artikel 7.

2.

Op een subsidieaanvraag op basis van hoofdstuk 3 wordt binnen 13 weken na ontvangst beslist. De subsidieaanvraag wordt beoordeeld op grond van de voorwaarden, bedoeld in artikel 7, en de eisen, bedoeld in artikel 21.

3.

Indien de minister op grond van artikel 16, tweede lid, een voorschot verleent, vermeldt de beschikking tot subsidieverlening, onverminderd artikel 4.2, eerste lid, van de Kaderregeling, de wijze van bevoorschotting.

4.

In geval van een samenwerkingsverband vermeldt de beschikking tot subsidieverlening, in aanvulling op het derde lid, de partijen van het samenwerkingsverband en de verdeling van het subsidiebedrag van de partijen in het samenwerkingsverband.

Artikel 10. Weigeringsgronden

Onverminderd artikel 4:35 van de Algemene wet bestuursrecht wordt de subsidie in ieder geval geheel of gedeeltelijk geweigerd, indien:

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.