Regeling van de Minister van Financiën van 18 december 2019, tot vaststelling van het mandaatbesluit Ministerie van Financiën 2020
Gelet op de artikelen 10:3, 10:9 en 10:12 van de Algemene wet bestuursrecht en artikel 4.6, eerste lid, van de Comptabiliteitswet 2016.
Besluit:
Hoofdstuk 1. Begripsomschrijvingen
Artikel 1. Begrippen
In deze regeling en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:
- a. het Ministerie van Financiën: het kernministerie, de directoraten-generaal Belastingdienst (DGBD), Toeslagen (DGTSL) en Douane (DGD) en de inspectie belastingen, toeslagen en douane (IBTD);
- b. het kernministerie: de Generale Thesaurie, het directoraat-generaal Rijksbegroting, het directoraat-generaal Fiscale Zaken en het cluster secretaris-generaal;
- c. de minister: de Minister van Financiën;
- d. de staatssecretaris: de Staatssecretaris van Financiën;
- e. bewindspersoon: de Minister of de Staatssecretaris van Financiën;
- f. algemene leiding: de secretaris-generaal (SG), de plaatsvervangend secretaris-generaal (pSG), de directeuren-generaal (DG), en de thesaurier- generaal (TG);
- g. mandaat: de bevoegdheid om in naam van een bewindspersoon besluiten te nemen;
- h. volmacht: volmacht als bedoeld in artikel 3:60, eerste lid, van het Burgerlijk Wetboek, om namens de Staat der Nederlanden rechtshandelingen te verrichten;
- i. medewerker: de ambtenaar in de zin van de Ambtenarenwet 2017 die werkzaam is bij het ministerie;
- j. (hoofd)budgethouder: hoofd van een organisatie-eenheid verantwoordelijk voor het financieel beheer van één of meer budgetten;
- k. Bedrijfsvoering: onderwerpen op de terreinen van personeel en organisatie, informatievoorziening en ict, inkoop, huisvesting, facilitaire zaken en beveiliging;
- l. cao Rijk: de laatstelijk afgesloten collectieve arbeidsovereenkomst voor ambtenaren werkzaam binnen de sector Rijk;
- m. de organisatieonderdelen van het DGBD, het DGTSL en het DGD: de organisatieonderdelen genoemd in artikel 4, 7 en 9 van het Organisatiebesluit Directoraten-Generaal Belastingdienst, Toeslagen en Douane 2021;
- n. de (algemeen) directeuren: de (algemeen) directeuren van de organisatieonderdelen van het DGBD, het DGTSL en het DGD genoemd in artikel 4, 7, onderdelen a tot en met f, en 9 van het Organisatiebesluit Directoraten-Generaal Belastingdienst, Toeslagen en Douane 2021;
- o. de directie directeuren DGBD: de algemeen en (hoofd)directeuren die leidinggeven aan een directie als bedoeld in artikel 4 van het Organisatiebesluit Directoraten-Generaal Belastingdienst, Toeslagen en Douane 2021;
- p. de overige directeuren DGBD: de directeuren die rechtstreeks ressorteren onder een directie directeur DGBD of bij het ontbreken daarvan onder een (algemeen) directeur topstructuur DGBD;
- q. de overige directeuren DGD en DGTSL: de directeuren die rechtstreeks ressorteren onder een (algemeen) directeur topstructuur DGD respectievelijk DGTSL;
- r. Woo-verzoek: een verzoek om informatie op grond van de Wet open overheid;
- s. inspecteur: functionaris die als zodanig is aangewezen in artikel 5 van de Uitvoeringsregeling Belastingdienst 2003 en artikel 1:4 van de Algemene douaneregeling;
- t. ontvanger: functionaris die als zodanig is aangewezen in artikel 5 van de Uitvoeringsregeling Belastingdienst 2003 en artikel 1:4 van de Algemene douaneregeling;
- u. IG: inspecteur-generaal inspectie belastingen, toeslagen en douane;
- v. topstructuur van het Ministerie van Financiën: de algemene leiding en de directeuren van het kernministerie, de IG en de topstructuren van DGBD, DGD en DGTSL;
- w. topstructuur DGBD: de algemene leiding DGBD en de algemeen directeuren als bedoeld in artikel 4, aanhef en onder b, e en f, van het Organisatiebesluit Directoraten-Generaal Belastingdienst, Toeslagen en Douane 2021;
- x. topstructuur DGD: de algemene leiding DGD als bedoeld in artikel 1, aanhef en onder i, en de directeuren als bedoeld in artikel 9, eerste lid, aanhef en onder a tot en met e, van het Organisatiebesluit Directoraten-Generaal Belastingdienst, Toeslagen en Douane 2021;
- y. topstructuur DGTSL: de algemene leiding DGTSL als bedoeld in artikel 1, aanhef en onder h, de algemeen directeur als bedoeld in artikel 7a, eerste lid, de directeuren als bedoeld in het eerste lid van de artikelen 7b tot en met 7g en het afdelingshoofd als bedoeld in artikel 7h, eerste lid, van het Organisatiebesluit Directoraten-Generaal Belastingdienst, Toeslagen en Douane 2021;
- z. pDGBD: de plaatsvervangend directeuren-generaal Belastingdienst;
- aa. taakverdelingsbesluit: het laatstelijk vastgestelde besluit van de Minister houdende bekendmaking van de taken waarmee de Staatssecretaris van Financiën of Staatssecretarissen van Financiën in het bijzonder is respectievelijk zijn belast.
Hoofdstuk 2. Mandaten en volmachten
Artikel 2. Mandaat, volmacht en machtiging
Voor de toepassing van dit besluit en de daarop berustende bepalingen wordt met de verlening van mandaat gelijkgesteld de verlening van:
- a. volmacht om in naam van een bewindspersoon privaatrechtelijke rechtshandelingen te verrichten, en
- b. machtiging om in naam van een bewindspersoon handelingen te verrichten die noch een besluit, noch een privaatrechtelijke rechtshandeling zijn.
Artikel 3. Organisatie- en Mandaatbesluiten
De SG kan een mandaatbesluit vaststellen voor het ministerie, met inbegrip van de op grond van artikel 11, eerste lid, van het Organisatiebesluit Ministerie van Financiën 2020 ingestelde tijdelijke directoraten-generaal.
De SG stelt, in overeenstemming met de DGBD, de DGTSL en de DGD, een organisatiebesluit en een mandaatbesluit voor de directoraten-generaal Belastingdienst, Toeslagen en Douane vast.
Artikel 4. Mandaat aan SG en DG’s
Aan de secretaris-generaal wordt mandaat verleend ten aanzien van de tot de verantwoordelijkheid van de bewindspersoon behorende aangelegenheden, met uitzondering van de bevoegdheden als bedoeld in artikel 11.
De SG en DG’s hebben binnen het kader van de jaarplannen en binnen eventueel door de minister of namens de minister door de SG gegeven richtlijnen mandaat ten aanzien van het nemen van besluiten en afdoen van stukken betreffende alle aangelegenheden die behoren tot hun werkterrein tenzij bij wet anders is bepaald of de aard van de bevoegdheid zich daartegen verzet.
De ondertekening van uitgaande stukken zal luiden als volgt:
De Minister van Financiën, respectievelijk De Staatssecretaris van Financiën –
[aanduiding in overeenstemming met het taakverdelingsbesluit],
namens deze,
gevolgd door de naam en functie van de (onder)gemandateerde.
Artikel 5. Ondermandaat
De SG en de DG’s kunnen ieder voor hun werkterrein ondermandaat verlenen.
Directeuren kunnen het aan hen verleende ondermandaat doormandateren.
In een ondermandaat wordt de omvang ervan aangegeven.
Artikel 6. Mandaatregister
Onderdeel van deze regeling vormt een mandaatregister. Het mandaatregister bevat de functienamen van de in dit besluit gemandateerde, ondergemandateerde en gevolmachtigde functionarissen.
De directeur Juridische Zaken draagt zorg voor het bijhouden en online publiceren van het mandaatregister. Het mandaatregister wordt gepubliceerd op de webpagina van het ministerie van Financiën, te vinden via www.rijksoverheid.nl.
Hoofdstuk 3. Beslissingen met financiële gevolgen
Artikel 7. Hoofdbudgethouderschap
De SG en DG’s zijn hoofdbudgethouder voor wat betreft hun taken en zijn uit dien hoofde bevoegd verplichtingen – met financiële consequenties – aan te gaan en uitgaven goed te keuren binnen hun budgetten.
De hoofdbudgethouders zijn verantwoordelijk voor een adequaat financieel beheer.
Artikel 8. Budgethouderschap
Het mandaat van de DG met betrekking tot het aangaan van financiële verplichtingen en het doen van uitgaven is beperkt tot het budget dat aan de DG ter beschikking is gesteld op basis van een door de secretaris-generaal en de directeur Financieel-economische Zaken goedgekeurde budgettaire uitwerking van dat deel van de begroting waarvoor het diensthoofd verantwoordelijk is.
De SG en DG’s kunnen voor de in artikel 7 genoemde bevoegdheden ondermandaat verlenen aan budgethouders. In een ondermandaat kan een maximumbedrag worden aangegeven.
Artikel 9. Instemming van de directeur FEZ
Instemming van de directeur Financieel-Economische Zaken is vereist:
- a. voor zover voorgenomen besluiten met financiële consequenties niet passen binnen de door de SG vastgestelde budgetten;
- b. voor de benoeming van de directeuren control van het DGBD, het DGTSL en het DGD.
Artikel 10. Voorbehouden aan SG en DG’s van het kernministerie
Aan de DG is voorbehouden te beslissen over het afwijken van de procedures als bedoeld in de Aanbestedingswet 2012, alsmede over het toepassen van een uitzonderingsgrond als bedoeld in de artikelen 2.24 tot en met 2.24c van de Aanbestedingswet 2012.
Hoofdstuk 4. Algemene bepalingen ten aanzien van de uitoefening van taken
Artikel 11. Voorbehouden aan bewindspersonen
Aan de bewindspersonen is voorbehouden het afdoen en ondertekenen van stukken:
- a. gericht aan de Koning;
- b. gericht aan de Raad van State;
- c. gericht aan de ministerraad (van het Koninkrijk);
- d. gericht aan de Eerste of Tweede Kamer der Staten-Generaal;
- e. gericht aan de president van de Algemene Rekenkamer;
- f. gericht aan de Nationale Ombudsman;
- g. gericht aan autoriteiten in binnen- en buitenland, gelijk of hoger in rang dan een minister of staatssecretaris;
- h. zijnde Ministeriële regelingen houdende algemeen verbindende voorschriften.
Artikel 12. Voorbehouden aan de secretaris-generaal
Onverminderd de overige bepalingen van dit besluit waarin aan de SG mandaat wordt verleend, wordt aan de SG mandaat verleend voor:
- a. aangelegenheden op het gebied van de ambtelijke leiding van al hetgeen het ministerie betreft, zoals nader omschreven in de toelichting bij het Besluit regeling functie en verantwoordelijkheid van de secretaris-generaal (Stb. 1988, 499);
- b. het vaststellen van circulaires, met uitzondering van circulaires die naar het oordeel van de SG door een ander organisatieonderdeel genoemd in het Organisatiebesluit Ministerie van Financiën 2020 moeten worden vastgesteld;
- c. het vaststellen van de werkterreinen van de directeuren-generaal, genoemd in het Organisatiebesluit Ministerie van Financiën 2020;
- d. het uitoefenen van de bevoegdheden van de minister inzake benoeming, schorsing, ontslag en vergoeding van medewerkers en andere personen in organen van rechtspersonen en colleges, voor zover daarvoor geen mandaat, volmacht en machtiging is verleend aan een andere medewerker binnen het ministerie;
- e. het doen van voorstellen omtrent de vaststelling van de topstructuur van het ministerie, tot en met het niveau van directies, en hiermee samenhangend het besluiten tot reorganisaties;
- f. het vaststellen van de formatie, en hiermee samenhangend het besluiten tot reorganisaties van het kernministerie en van de topstructuren van het DGBD, DGD en DGTSL, als bedoeld in artikel 3, tweede lid, van het Coördinatiebesluit organisatie, bedrijfsvoering en informatiesystemen rijksdienst, en na gehoord hebbende de bestuursraad;
- g. het aangaan (waaronder mede wordt verstaan het maken van afspraken over beloning), wijzigen en beëindigen van de arbeidsovereenkomst met medewerkers in functies behorende tot de topstructuur van het Ministerie van Financiën, waarbij het aangaan van een arbeidsovereenkomst plaatsvindt na overleg met de bestuursraad;
- h. het toekennen van maatregelen van sociaal flankerend beleid aan functionarissen als bedoeld in het vorige onderdeel;
- i. het aanwijzen van vertrouwenspersonen integriteit en ongewenste omgangsvormen;
- j. het voeren van overleg met bonden over onderwerpen van algemeen belang voor de rechtstoestand van werknemers.
Artikel 13. Voorbehouden aan de pSG
Met inachtneming van artikel 12 is aan de pSG voorbehouden:
- a. het, na overleg met de bestuursraad, doen van voorstellen omtrent de vaststelling van de organisatie van het kernministerie vanaf het niveau van afdelingen (of daarmee vergelijkbare organisatieonderdelen) en lager, en hiermee samenhangend het besluiten tot reorganisaties;
- b. het vaststellen van de formatie van het DGBD, het DGTSL en het DGD, voor zover het een uitbreiding van de totale formatie betreft;
- c. het aangaan (waaronder mede wordt verstaan het maken van afspraken over beloning) en wijzigen van de arbeidsovereenkomst van medewerkers werkzaam in functies bij het kernministerie met een bezoldiging van salarisschaal 15 of hoger. Het aangaan van de arbeidsovereenkomst vindt plaats na overleg met de bestuursraad;
- d. het toekennen van maatregelen van sociaal flankerend beleid aan functionarissen als bedoeld in het vorige onderdeel;
- e. het toekennen van een bijzondere beloning aan functionarissen van het kernministerie;
- f. het voeren van overleg met bonden over onderwerpen van algemeen belang voor de rechtstoestand van werknemers bij afwezigheid van de SG;
- g. het vaststellen van regelingen of maken van afspraken met betrekking tot sociaal flankerend beleid;
- h. het vaststellen van regels en beleid(skaders) inzake de bedrijfsvoering, waaronder regels die leiden tot wijzigingen in de rechten of verplichtingen van medewerkers, voor zover van toepassing op medewerkers van het gehele ministerie of het kernministerie;
- i. het opleggen van ordemaatregelen en straffen aan functionarissen behorende tot de topstructuur van het Ministerie van Financiën;
⋯
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.