Regeling van de Minister van Financiën van 18 december 2019, tot vaststelling van het mandaatbesluit Ministerie van Financiën 2020

Type Ministeriële regeling
Publication 2026-04-03
State In force
Source BWB
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

Gelet op de artikelen 10:3, 10:9 en 10:12 van de Algemene wet bestuursrecht en artikel 4.6, eerste lid, van de Comptabiliteitswet 2016.

Besluit:

Hoofdstuk 1. Begripsomschrijvingen

Artikel 1. Begrippen

In deze regeling en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:

Hoofdstuk 2. Mandaten en volmachten

Artikel 2. Mandaat, volmacht en machtiging

Voor de toepassing van dit besluit en de daarop berustende bepalingen wordt met de verlening van mandaat gelijkgesteld de verlening van:

Artikel 3. Organisatie- en Mandaatbesluiten
1.

De SG kan een mandaatbesluit vaststellen voor het ministerie, met inbegrip van de op grond van artikel 11, eerste lid, van het Organisatiebesluit Ministerie van Financiën 2020 ingestelde tijdelijke directoraten-generaal.

2.

De SG stelt, in overeenstemming met de DGBD, de DGTSL en de DGD, een organisatiebesluit en een mandaatbesluit voor de directoraten-generaal Belastingdienst, Toeslagen en Douane vast.

Artikel 4. Mandaat aan SG en DG’s
1.

Aan de secretaris-generaal wordt mandaat verleend ten aanzien van de tot de verantwoordelijkheid van de bewindspersoon behorende aangelegenheden, met uitzondering van de bevoegdheden als bedoeld in artikel 11.

2.

De SG en DG’s hebben binnen het kader van de jaarplannen en binnen eventueel door de minister of namens de minister door de SG gegeven richtlijnen mandaat ten aanzien van het nemen van besluiten en afdoen van stukken betreffende alle aangelegenheden die behoren tot hun werkterrein tenzij bij wet anders is bepaald of de aard van de bevoegdheid zich daartegen verzet.

3.

De ondertekening van uitgaande stukken zal luiden als volgt:

De Minister van Financiën, respectievelijk De Staatssecretaris van Financiën –

[aanduiding in overeenstemming met het taakverdelingsbesluit],

namens deze,

gevolgd door de naam en functie van de (onder)gemandateerde.

Artikel 5. Ondermandaat
1.

De SG en de DG’s kunnen ieder voor hun werkterrein ondermandaat verlenen.

2.

Directeuren kunnen het aan hen verleende ondermandaat doormandateren.

3.

In een ondermandaat wordt de omvang ervan aangegeven.

Artikel 6. Mandaatregister
1.

Onderdeel van deze regeling vormt een mandaatregister. Het mandaatregister bevat de functienamen van de in dit besluit gemandateerde, ondergemandateerde en gevolmachtigde functionarissen.

2.

De directeur Juridische Zaken draagt zorg voor het bijhouden en online publiceren van het mandaatregister. Het mandaatregister wordt gepubliceerd op de webpagina van het ministerie van Financiën, te vinden via www.rijksoverheid.nl.

Hoofdstuk 3. Beslissingen met financiële gevolgen

Artikel 7. Hoofdbudgethouderschap
1.

De SG en DG’s zijn hoofdbudgethouder voor wat betreft hun taken en zijn uit dien hoofde bevoegd verplichtingen – met financiële consequenties – aan te gaan en uitgaven goed te keuren binnen hun budgetten.

2.

De hoofdbudgethouders zijn verantwoordelijk voor een adequaat financieel beheer.

Artikel 8. Budgethouderschap
1.

Het mandaat van de DG met betrekking tot het aangaan van financiële verplichtingen en het doen van uitgaven is beperkt tot het budget dat aan de DG ter beschikking is gesteld op basis van een door de secretaris-generaal en de directeur Financieel-economische Zaken goedgekeurde budgettaire uitwerking van dat deel van de begroting waarvoor het diensthoofd verantwoordelijk is.

2.

De SG en DG’s kunnen voor de in artikel 7 genoemde bevoegdheden ondermandaat verlenen aan budgethouders. In een ondermandaat kan een maximumbedrag worden aangegeven.

Artikel 9. Instemming van de directeur FEZ

Instemming van de directeur Financieel-Economische Zaken is vereist:

Artikel 10. Voorbehouden aan SG en DG’s van het kernministerie

Aan de DG is voorbehouden te beslissen over het afwijken van de procedures als bedoeld in de Aanbestedingswet 2012, alsmede over het toepassen van een uitzonderingsgrond als bedoeld in de artikelen 2.24 tot en met 2.24c van de Aanbestedingswet 2012.

Hoofdstuk 4. Algemene bepalingen ten aanzien van de uitoefening van taken

Artikel 11. Voorbehouden aan bewindspersonen

Aan de bewindspersonen is voorbehouden het afdoen en ondertekenen van stukken:

Artikel 12. Voorbehouden aan de secretaris-generaal

Onverminderd de overige bepalingen van dit besluit waarin aan de SG mandaat wordt verleend, wordt aan de SG mandaat verleend voor:

Artikel 13. Voorbehouden aan de pSG

Met inachtneming van artikel 12 is aan de pSG voorbehouden:

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.