Besluit van de Minister van Infrastructuur en Waterstaat, van 24 december 2019, nr. IENW/BSK-2019/269660, tot vaststelling van het Besluit tot goedkeuring examenreglementen en examenprogramma's voor de binnenvaart 2020

Type Ministeriële regeling
Publication 2020-01-01
State In force
Source BWB
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

Gelet op de artikelen 1.12, 1.18, eerste lid, 2.3, 2.10, achtste lid, 7.6, derde lid, 7.8, tiende lid, 7.9, vierde lid, 7.19a, en 7.21, eerste en tweede lid, van de Binnenvaartregeling en de artikelen 4.01 en 4a.05 van het Reglement betreffende scheepvaartpersoneel op de Rijn;

BESLUIT:

Artikel 1

Het algemeen examenreglement CCV, alsmede de examenprogramma’s voor de volgende diploma’s van het Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen te Rijswijk, opgenomen in bijlage 1, worden goedgekeurd:

Artikel 2

De Examenregeling cursus Zoute Veren Nautisch en de Examenregeling cursus Zoute Veren Technisch, houdende de examenprogramma’s en examenvoorschriften voor de diploma’s Zoute Veren Nautisch en Zoute Veren Technisch van het Maritiem Instituut Willem Barentsz. te West-Terschelling, opgenomen in bijlage 2 worden goedgekeurd.

Artikel 3

Het Besluit van de Staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu van 21 januari 2013, nr. IENM/BSK-2013/6117, tot goedkeuring van de examenreglementen en examenprogramma’s voor de binnenvaart 2013 wordt ingetrokken.

Artikel 4

Dit besluit treedt in werking op 1 januari 2020.

Bijlage 1. Examenreglementen en examenprogramma’s van het CBR/CCV als bedoeld in artikel 1 van het Besluit tot goedkeuring van de examenreglementen en examenprogramma's voor de binnenvaart 2020

Schipper alle binnenwateren

Examenreglement

Zie algemeen examenreglement CCV op de website van het CBR.

Examenprogramma

Voor het behalen van het diploma schipper alle binnenwateren moeten de volgende examenonderdelen zijn behaald:

De eindtermen, cesuur en vorm van het examen staan per examenonderdeel in de vigerende CBR/CCV-toetsmatrijs vermeld. De toetsmatrijs alsmede de tijdsduur van het examen zijn terug te vinden op de website van het CBR. Een kandidaat is voor een onderdeel geslaagd als tenminste een voldoende is behaald. De examenresultaten blijven geldig voor een termijn van twee jaar na de examendatum.

Een kandidaat krijgt vrijstelling van een examenonderdeel of een gedeelte daarvan als hij in het bezit is van een of meer diploma’s en/of vaarbewijzen die daartoe in de vrijstellingsregeling zijn genoemd.

De directie van CCV kan beslissingen nemen over vrijstellingen in geval een diploma niet in de vrijstellingsregeling is genoemd.

Aanvullende toelatingseisen

Voor deelname aan examenonderdeel Navigatie 1 moet een vaartijd zijn opgebouwd van drie jaar. Als vaartijd wordt aangemerkt de vaartijd die na het bereiken van de 16 jarige leeftijd wordt opgebouwd als lid van de dekbemanning van een schip dat bestemd is voor de bedrijfsmatige vaart op de binnenwateren, en/of van een schip met een lengte van 15 meter of meer dat bestemd is voor de niet-bedrijfsmatige vaart op de binnenwateren. Een jaar vaartijd bestaat uit 180 effectieve vaardagen. Binnen een periode van 365 opeenvolgende dagen kunnen maximaal 180 dagen als vaartijd worden meegerekend.

De vereiste vaartijd kan met maximaal drie jaar verminderd worden als een kandidaat een beroepsopleiding met praktijkgedeelten op het gebied van de binnenvaart heeft voltooid. Afhankelijk van de gevolgde opleiding wordt de termijn van vrijstelling bepaald.

De vereiste vaartijd is met maximaal twee jaar te verminderen als de kandidaat aantoont te hebben gevaren als lid van de dekbemanning van een schip:

De kandidaat moet de vaartijd aantonen door middel van zijn dienstboekje indien het bezit ervan op grond van wettelijke voorschriften verplicht is. Indien hij niet in het bezit is van voornoemd dienstboekje, bepaalt CCV de wijze waarop de vaartijd moet worden aangetoond.

Een kandidaat die zowel een diploma van een opleiding in de binnenvaart heeft behaald als op zee heeft gevaren, kan de vaartijdvermindering zoals hierboven bedoeld bij elkaar optellen tot een maximum van drie jaar.

Schipper rivieren, kanalen en meren

Examenreglement

Zie algemeen examenreglement CCV op de website van het CBR.

Examenprogramma

Voor het behalen van het diploma Schipper rivieren, kanalen en meren moeten de volgende examenonderdelen zijn behaald:

De eindtermen, cesuur en vorm van het examen staan per examenonderdeel in de vigerende CBR/CCV-toetsmatrijs vermeld. De toetsmatrijs alsmede de tijdsduur van het examen zijn terug te vinden op de website van het CBR.

Een kandidaat is voor een onderdeel geslaagd als tenminste een voldoende is behaald.

De examenresultaten blijven geldig voor een termijn van twee jaar na de examendatum.

Een kandidaat krijgt vrijstelling van een examenonderdeel of een gedeelte daarvan als hij in het bezit is van een of meer diploma’s en/of vaarbewijzen die daartoe in de vrijstellingsregeling zijn genoemd.

De directie van CCV kan beslissingen nemen over vrijstellingen in geval een diploma niet in de vrijstellingsregeling is genoemd.

Aanvullende toelatingseisen

Voor deelname aan examenonderdeel Navigatie 1 moet een vaartijd zijn opgebouwd van drie jaar. Als vaartijd wordt aangemerkt de vaartijd die na het bereiken van de 16 jarige leeftijd wordt opgebouwd als lid van de dekbemanning van een schip dat bestemd is voor de bedrijfsmatige vaart op de binnenwateren, en/of van een schip met een lengte van 15 meter of meer dat bestemd is voor de niet-bedrijfsmatige vaart op de binnenwateren. Een jaar vaartijd bestaat uit 180 effectieve vaardagen. Binnen een periode van 365 opeenvolgende dagen kunnen maximaal 180 dagen als vaartijd worden meegerekend.

De vereiste vaartijd kan met maximaal drie jaar verminderd worden als een kandidaat een beroepsopleiding met praktijkgedeelten op het gebied van de binnenvaart heeft voltooid. Afhankelijk van de gevolgde opleiding wordt de termijn van vrijstelling bepaald.

De vereiste vaartijd is met maximaal twee jaar te verminderen als de kandidaat aantoont te hebben gevaren als lid van de dekbemanning van een schip:

Hierbij gelden 250 zeedagen als één jaar vaartijd.

De kandidaat moet de vaartijd aantonen door middel van zijn dienstboekje indien het bezit ervan op grond van wettelijke voorschriften verplicht is. Indien hij niet in het bezit is van voornoemd dienstboekje, bepaalt CCV de wijze waarop de vaartijd moet worden aangetoond.

Een kandidaat die zowel een diploma van een opleiding in de binnenvaart heeft behaald als op zee heeft gevaren, kan de vaartijdvermindering zoals hiervoor bedoeld, bij elkaar optellen tot een maximum van drie jaar.

Schipper zeilvaart

Examenreglement

Zie algemeen examenreglement CCV op de website van het CBR.

Examenprogramma

Voor het behalen van het diploma Schipper Zeilvaart moeten de volgende examenonderdelen zijn behaald:

De eindtermen, cesuur, tijdsduur en vorm van het examen staan per examenonderdeel in de vigerende CBR/CCV-toetsmatrijs vermeld. De toetsmatrijzen zijn terug te vinden op de website van het CBR.

Een kandidaat is voor een onderdeel geslaagd als tenminste een voldoende is behaald.

De examenresultaten blijven geldig voor een termijn van twee jaar na de examendatum.

Een kandidaat krijgt vrijstelling van een examenonderdeel of een gedeelte daarvan als hij in het bezit is van een of meer diploma’s en/of vaarbewijzen die daartoe in de vrijstellingsregeling zijn genoemd.

De directie van CCV kan beslissingen nemen over vrijstellingen in geval een diploma niet in de vrijstellingsregeling is genoemd.

Aanvullende toelatingseisen

Voor deelname aan examenonderdeel Navigatie Zeilvaart 1 moet een vaartijd van twee jaar zijn opgebouwd. De kandidaat moet een vaartijd hebben opgebouwd van twee jaar als lid van de dekbemanning van een zeilschip dat bestemd is voor de bedrijfsmatige vaart op de binnenwateren en/of van een zeilschip met een lengte van 15 meter of meer dat bestemd is voor de niet-bedrijfsmatige vaart op de binnenwateren. Een jaar vaartijd bestaat uit 180 effectieve vaardagen. Binnen een periode van 365 opeenvolgende dagen kunnen maximaal 180 dagen als vaartijd worden meegerekend.

CCV bepaalt of een kandidaat aan de vereiste vaartijd voldoet en bepaalt in voorkomende gevallen eventueel in overleg met de voorzitter de wijze waarop de vaartijd moet worden aangetoond.

De vereiste vaartijd is met maximaal een jaar ter verminderen als de kandidaat aantoont te hebben gevaren als lid van de dekbemanning van een zeilschip:

De kandidaat moet de vaartijd aantonen door middel van zijn dienstboekje indien het bezit ervan op grond van wettelijke voorschriften verplicht is. Indien hij niet in het bezit is van voornoemd dienstboekje, bepaalt CCV de wijze waarop de vaartijd moet worden aangetoond.

Ondernemer in de binnenvaart

Examenreglement

Zie algemeen examenreglement CCV op de website van het CBR.

Examenprogramma

Voor het behalen van het diploma Ondernemer in de binnenvaart moeten de volgende examenonderdelen zijn behaald:

Tevens moet de kandidaat in het bezit zijn van het diploma AOV of gelijkwaardig, het Ondernemersdiploma of de deelcertificaten ‘Financiering’, ‘Organisatie’ en ‘Administratie’ van het Ondernemersexamen of een door STEVES 1 afgegeven ‘Bewijs van vrijstelling’ voor genoemde opleidingen.

De eindtermen, cesuur en vorm van het examen staan per examenonderdeel in de vigerende CBR/CCV-toetsmatrijs vermeld. De toetsmatrijs alsmede de tijdsduur van het examen zijn terug te vinden op de website van het CBR.

Een kandidaat is voor een onderdeel geslaagd als tenminste een voldoende is behaald.

De examenresultaten blijven geldig voor een termijn van twee jaar na de examendatum.

Een kandidaat krijgt vrijstelling van een examenonderdeel of een gedeelte daarvan als hij in het bezit is van een of meer diploma’s en/of vaarbewijzen die daartoe in de vrijstellingsregeling zijn genoemd.

De directie van CCV kan beslissingen nemen over vrijstellingen in geval een diploma niet in de vrijstellingsregeling is genoemd.

Aanvullende toelatingseisen

Geen.

Radar

Examenreglement

Zie algemeen examenreglement CCV op de website van het CBR.

Examenprogramma

Voor het behalen van het diploma Radar moeten de volgende examenonderdelen zijn behaald:

De eindtermen, cesuur en vorm van het examen staan per examenonderdeel in de vigerende CBR/CCV-toetsmatrijs vermeld. De toetsmatrijs alsmede de tijdsduur van het examen zijn terug te vinden op de website van het CBR.

Een kandidaat is voor een onderdeel geslaagd als tenminste een voldoende is behaald.

De examenresultaten blijven geldig voor een termijn van één jaar na de examendatum.

Een kandidaat krijgt vrijstelling van een examenonderdeel of een gedeelte daarvan als hij in het bezit is van een of meer diploma’s en/of vaarbewijzen die daartoe in de vrijstellingsregeling zijn genoemd.

De directie van CCV kan beslissingen nemen over vrijstellingen in geval een diploma niet in de vrijstellingsregeling is genoemd.

Aanvullende toelatingseisen

De kandidaat moet op de examendatum in het bezit zijn van een geldig schipperspatent als bedoeld in het Besluit Reglement radarpatenten en een geldig basiscertificaat marifonie.

ADN

Examenreglement

Zie algemeen examenreglement CCV op de website van het CBR.

Examenprogramma

Het ADN kent de volgende examenmogelijkheden en de daarbij behorende diploma’s:

De eindtermen, cesuur en vorm van het examen staan per examenonderdeel in de vigerende CBR/CCV-toetsmatrijs vermeld. De toetsmatrijzen zijn terug te vinden op de website van het CBR.

Aanvullende toelatingseisen

Een kandidaat moet voorafgaande aan de eerste maal dat het Basis examen wordt afgelegd, hebben deelgenomen aan een ADN-opleiding.

Het examen ADN basisopleiding kan of onmiddellijk of binnen zes maanden na het einde van de opleiding plaatsvinden (8.2.2.7.1.1).

De opleidingen moeten zijn erkend door CCV.

Conform 8.2.2.7.2 kunnen kandidaten die geslaagd zijn voor het examen ADN Basisopleiding een vervolgcursus gassen of chemicaliën volgen. Deze cursus moet afgerond worden door een examen.

Praktijkexamen schipper binnenvaart

Examenreglement

Zie algemeen examenreglement CCV op de website van het CBR.

Examenprogramma

Een kandidaat die het praktijkexamen schipper binnenvaart, zoals bedoeld in artikel 7.19a van de Binnenvaartregeling, met goed gevolg aflegt, ontvangt een Verklaring Praktijkexamen Vaartijd afgegeven door CBR. De Verklaring Praktijkexamen Vaartijd is onbeperkt geldig en geeft recht op vermindering van de vaartijd, bedoeld in artikel 7.18, eerste lid, van de Binnenvaartregeling, met drie jaar.

Het praktijkexamen schipper binnenvaart bestaat uit minimaal 180 dagen vaartijd, een portfolio en vier praktijktoetsen:

Praktijktoets 1;

Praktijktoets 2;

Praktijktoets 3;

Praktijktoets 4.

Voor het behalen van de Verklaring Praktijkexamen Vaartijd moet de kandidaat voor alle vier de praktijktoetsen zijn geslaagd, een goedgekeurd portfolio hebben en 180 dagen vaartijd kunnen aantonen.

Voor iedere praktijktoets is een toetsmatrijs vastgesteld. De toetsmatrijs bestaat uit competenties/eindtermen, die aangeven waar een kandidaat aan moet voldoen. Tevens staan de cesuur en de vorm van de toetsen in de toetsmatrijs. De toetsmatrijzen zijn terug te vinden op de website van het CBR.

Het portfolio moet voldoen aan het format van het CBR. Dit vaste format staat op de website van het CBR.

De praktijktoetsen 1, 2 en 3 worden namens het CBR afgenomen door een organisatie, vermeld op de website van het CBR.

Praktijktoets 4 wordt afgenomen door een CBR-examinator. Deze toets wordt afgenomen op een schip van een organisatie, genoemd op de website van het CBR.

Het praktijkexamen start op de dag dat een kandidaat zich aanmeldt bij één van de organisaties, die praktijktoets 1 tot en met 3 afneemt.

Alle praktijktoetsen bestaan uit een aantal deeltoetsen. Alle deeltoetsen moeten zijn behaald om te zijn geslaagd voor de betreffende praktijktoets. Een kandidaat is voor een deeltoets geslaagd als tenminste een voldoende is behaald. De resultaten van de praktijktoetsen zijn geldig voor een termijn van twee jaar na de examendatum.

Een kandidaat die slaagt voor praktijktoets 1, minimaal 60 dagen vaartijd kan aantonen, en in het bezit is van het CBR-diploma Aspirant Schipper kan de functie Matroos aanvragen in zijn dienstboekje.

De Verklaring Praktijkexamen Vaartijd geeft vrijstelling voor het CBR-examen Navigatie 1. De Verklaring geeft geen vrijstelling voor de overige theorie-examens.

Een herkansing kan niet eerder plaatsvinden dan wanneer de onderdelen waar de kandidaat voor is gezakt opnieuw zijn aangetoond in het portfolio.

Aanvullende toelatingseisen praktijkexamen

De kandidaat moet minimaal 21 jaar oud zijn.

De kandidaat moet een schriftelijk overeenkomst hebben met een officieel erkend leerbedrijf voor het invullen van zijn portfolio.

Aanvullende toelatingseisen praktijktoetsen

De kandidaat moet minimaal het volgende aantal vaardagen hebben opgebouwd (binnen het praktijkexamentraject), voordat hij deel mag nemen aan een praktijktoets:

Praktijktoets 1: 45 dagen;

Praktijktoets 2: 90 dagen;

Praktijktoets 3: 135 dagen;

Praktijktoets 4: 180 dagen.

De kandidaat moet per praktijktoets een door de assessor goedgekeurd portfolio hebben. Alleen assessoren van organisaties, die op de website van het CBR vermeld staan, mogen deze beoordelen.

De kandidaat moet voor alle theorie-examens behorende bij het diploma Schipper AB of het diploma Schipper RKM, met uitzondering van Navigatie 1, zijn geslaagd voordat hij praktijktoets 4 mag afleggen.

Voor praktijktoets 2, 3 en 4 geldt dat de kandidaat voor de daaraan voorafgaande toetsen is geslaagd.

Praktijkexamen matroos

Examenreglement

Zie algemeen examenreglement CCV op de website van CBR.

Examenprogramma

Een kandidaat die het praktijkexamen matroos binnenvaart, zoals bedoeld in artikel 2.9, zevende lid, onderdeel b, onder 2⁰, van de Binnenvaartregeling, met goed gevolg aflegt, ontvangt een Verklaring Praktijkexamen Matroos afgegeven door het CBR.

Het praktijkexamen matroos binnenvaart bestaat uit een portfolio en een praktijktoets.

Voor het behalen van de Verklaring Praktijkexamen Matroos moet de kandidaat voor de praktijktoets zijn geslaagd, een goedgekeurd portfolio hebben en 60 dagen vaartijd binnen het examentraject kunnen aantonen.

Voor de praktijktoets is een toetsmatrijs vastgesteld. De toetsmatrijs bestaat uit competenties/eindtermen, die aangeven waar een kandidaat aan moet voldoen. Tevens staan de cesuur en de vorm van de toetsen in de toetsmatrijs. De toetsmatrijs is terug te vinden op de website van het CBR.

Het portfolio moet voldoen aan het format van het CBR. Dit vaste format staat op de website van het CBR.

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.