Besluit van 4 februari 2020 tot wijziging van het Besluit rechtspositie rechterlijke ambtenaren en enige andere besluiten ter formalisering van de Arbeidsvoorwaardenovereenkomst sector Rechterlijke Macht 2017 en enige andere aanpassingen

Type AMvB
Publication 2020-02-15
State In force
Source BWB
Wijzigingsgeschiedenis JSON API
Artikel I

Wijzigt het Besluit rechtspositie rechterlijke ambtenaren.

Artikel II

Wijzigt het Besluit beëdiging en vergoeding buitengriffiers en waarnemend griffiers.

Artikel III
Salariscategorie Per 1 januari 2017
12 aanvang 2.616,69
na 1 jaar 2.735,86
na 2 jaar 3.109,74
na 3 jaar 3.483,59
na 4 jaar 3.612,00
na 5 jaar 3.731,74
na 6 jaar 3.840,10
na 7 jaar 3.953,34
na 8 jaar 4.080,66
2.

De rechterlijk ambtenaar in opleiding, die is aangesteld voor een minder dan volledige arbeidsduur of voor wie de arbeidsduur op basis van artikel 8b, eerste lid, van het Besluit rechtspositie rechterlijke ambtenaren is vastgesteld op meer dan gemiddeld 36 uren per week, ontvangt een salaris overeenkomstig het eerste lid, vermenigvuldigd met de voor hem geldende arbeidsduurfactor.

Artikel IV
1.

Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin het wordt geplaatst.

2.

Artikel I, onderdelen A en E, en artikel III werken terug tot en met 1 januari 2017.

3.

Artikel I, onderdeel B, werkt terug tot en met 1 januari 2018.

Op de voordracht van Onze Minister voor Rechtsbescherming van 10 december 2019, nr. 2767699, Directie Wetgeving en Juridische Zaken

Gelet op de artikelen 7, derde lid, 9, tweede lid, en 19b van de Wet rechtspositie rechterlijke ambtenaren, de artikelen 14, vierde lid, en 73, derde lid, van de Wet op de rechterlijke organisatie en artikel VI van de Wet van 2 december 2015 tot wijziging van de Wet rechtspositie rechterlijke ambtenaren en enkele andere wetten in verband met een herziening van de opleiding van rechters en officieren van justitie;

De Afdeling advisering van de Raad van State gehoord (advies van 22 januari 2020, No. W16.19.0404/II);

Gezien het nader rapport van Onze Minister voor Rechtsbescherming van 30 januari 2020, nr. 2808619, Directie Wetgeving en Juridische Zaken;

Hebben goedgevonden en verstaan:

Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.