Wet van 5 februari 2020, houdende regels betreffende beschermende maatregelen tegen schadelijke organismen bij planten (Plantgezondheidswet)

Type Wet
Publication 2021-03-01
State In force
Source BWB
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:

Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het noodzakelijk is regels te stellen ter uitvoering van Verordening (EU) 2016/2031 betreffende beschermende maatregelen tegen plaagorganismen bij planten en Verordening (EU) 2017/625 betreffende officiële controles en andere officiële activiteiten die worden uitgevoerd om de toepassing van de levensmiddelen- en diervoederwetgeving en van de voorschriften inzake diergezondheid, dierenwelzijn, plantgezondheid en gewasbeschermingsmiddelen te waarborgen en ter versterking van de handhaving;

Zo is het, dat Wij, de Afdeling advisering van de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

Hoofdstuk 1. Begripsbepalingen

Hoofdstuk 2. Bevoegde autoriteit

Hoofdstuk 2. Bevoegde autoriteit

Hoofdstuk 4. Binnen brengen van planten, plantaardige producten en andere materialen

Hoofdstuk 3. EU-quarantaineorganismen en EU-gereguleerde niet-quarantaineorganismen

Hoofdstuk 6. Binnen brengen voor bijzondere doeleinden

Hoofdstuk 7. Registratie en gegevensverstrekking

Hoofdstuk 8. Plantenpaspoort, certificaten, merktekens

Hoofdstuk 9. Aanwijzing laboratorium en grenscontroleposten

Hoofdstuk 4. Binnen brengen van planten, plantaardige producten en andere materialen

Hoofdstuk 11. Financiële bepalingen

Hoofdstuk 5. Fytosanitaire maatregelen

Hoofdstuk 13. Wijziging van de Landbouwkwaliteitswet

Hoofdstuk 14. Wijziging van de Wet gewasbeschermingsmiddelen en biociden

Hoofdstuk 6. Binnen brengen voor bijzondere doeleinden

Hoofdstuk 15a. Wijziging van de Meststoffenwet

Artikel 32a

Wijzigt de Meststoffenwet.

Hoofdstuk 15b. Overgangsbepalingen

Hoofdstuk 16. Slotbepalingen

Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren die zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

Artikel 1
1.

In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:

2.

Onder verordening 2016/2031 wordt mede verstaan de door de Europese Commissie vastgestelde gedelegeerde handelingen en uitvoeringshandelingen op grond van deze verordening.

Artikel 2
1.

Onze Minister wordt aangewezen als bevoegde autoriteit, bedoeld in:

2.

Onze Minister wordt aangewezen als de coördinerende instantie, bedoeld in artikel 4, tweede lid, onderdeel b, van verordening 2017/625.

3.

Bij algemene maatregel van bestuur worden één of meer bevoegde autoriteiten als bedoeld in artikel 2, zesde lid, van verordening 2016/2031 en artikel 3, derde lid, onderdeel b, van verordening 2017/625 aangewezen voor artikelen van bindende onderdelen van EU-rechtshandelingen betreffende beschermende maatregelen tegen schadelijke organismen bij planten.

Artikel 3
1.

Onze Minister treft fytosanitaire maatregelen in een situatie als bedoeld in artikel 10, derde alinea en artikel 29, eerste lid, vierde alinea, van verordening 2016/2031 met inachtneming van bijlage II, deel 2, van verordening 2016/2031.

2.

Onze Minister treft fytosanitaire maatregelen als bedoeld in bijlage II van verordening 2016/2031 in een situatie als bedoeld in artikel 29, eerste lid, eerste alinea, van verordening 2016/2031.

Artikel 4
1.

Onze Minister kan in situaties als bedoeld in artikel 31, eerste lid, van verordening 2016/2031, strengere fytosanitaire maatregelen treffen dan de fytosanitaire maatregelen, bedoeld in artikel 28, eerste, tweede en derde lid, en artikel 30, eerste, derde en vierde lid, van verordening 2016/2031.

2.

Onze Minister kan in situaties als bedoeld in artikel 37, negende lid, van verordening 2016/2031, strengere fytosanitaire maatregelen treffen dan de fytosanitaire maatregelen, bedoeld in artikel 37, vierde lid, van verordening 2016/2031.

Artikel 5

Bij ministeriële regeling kan vrijstelling worden verleend van de verplichting, bedoeld in artikel 14, eerste lid, of artikel 15, eerste lid, van verordening 2016/2031 in situaties als bedoeld in artikel 14, tweede lid, of artikel 15, tweede lid, van verordening 2016/2031.

Artikel 6
1.

Bij ministeriële regeling kan een afgebakend gebied als bedoeld in artikel 18, eerste lid, van verordening 2016/2031 worden ingesteld, gewijzigd of opgeheven en worden fytosanitaire maatregelen getroffen als bedoeld in bijlage II van verordening 2016/2031.

2.

De burgemeester van een betrokken gemeente verleent medewerking aan Onze Minister bij het nemen van fytosanitaire maatregelen.

Artikel 7

Onze Minister kan tijdelijke fytosanitaire maatregelen treffen als bedoeld in artikel 52, tweede lid, van verordening 2016/2031.

Artikel 8
1.

De fytosanitaire maatregelen, bedoeld in de hoofdstukken 3 en 4, kunnen, indien zij een besluit zijn, voor één of meer afzonderlijke gevallen worden genomen.

2.

Aan deze besluiten kunnen voorschriften of beperkingen worden verbonden.

3.

Het is verboden te handelen in strijd met deze besluiten.

Artikel 9

Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld over de fytosanitaire maatregelen, bedoeld in de hoofdstukken 3 en 4.

Artikel 10
1.

Onze Minister kan een ontheffing verlenen van artikel 5, eerste lid, van verordening 2016/2031 in verband met de in artikel 8, eerste lid, van verordening 2016/2031 genoemde situaties.

2.

Onze Minister kan een ontheffing verlenen van artikel 40, eerste lid, 41, eerste lid, en 42, tweede lid, van verordening 2016/2031 in verband met de in artikel 48, eerste lid, van verordening 2016/2031 genoemde situaties.

3.

Onze Minister kan een ontheffing verlenen van artikel 53, eerste lid, en 54, eerste lid, van verordening 2016/2031 in verband met de in artikel 58 van verordening 2016/2031 genoemde situaties.

4.

Een verzoek om ontheffing wordt bij Onze Minister ingediend met gebruikmaking van een middel dat door Onze Minister beschikbaar wordt gesteld.

Artikel 11
1.

Onze Minister kan een quarantainestation of een gesloten faciliteit als bedoeld in artikel 60, eerste lid, onder a, van verordening 2016/2031 aanwijzen.

2.

Onze Minister kan op verzoek een bedrijfsruimte tijdelijk als gesloten faciliteit als bedoeld in artikel 60, eerste lid, onder c, van verordening 2016/2031 aanwijzen.

3.

Een verzoek om aanwijzing wordt bij Onze Minister ingediend met gebruikmaking van een middel dat door Onze Minister beschikbaar wordt gesteld.

Artikel 12
1.

Onze Minister kan op verzoek een vergunning verlenen voor het gebruik van een aangewezen quarantainestation of een gesloten faciliteit in een andere lidstaat als bedoeld in artikel 60, eerste lid, onder b, van verordening 2016/2031.

2.

Onze Minister kan op verzoek een vergunning verlenen voor het verlaten van planten, plantaardige producten of andere materialen uit een quarantainestation of een gesloten faciliteit als bedoeld in artikel 64, eerste lid, van verordening 2016/2031.

3.

Onze Minister kan op verzoek een vergunning verlenen voor het overbrengen van planten, plantaardige producten of andere materialen die besmet zijn, van een quarantainestation of een gesloten faciliteit naar een ander quarantainestation of een gesloten faciliteit als bedoeld in artikel 64, tweede lid, van verordening 2016/2031.

4.

Een verzoek om een vergunning wordt bij Onze Minister ingediend met gebruikmaking van een middel dat door Onze Minister beschikbaar wordt gesteld.

Artikel 13
1.

Aan een besluit als bedoeld in de hoofdstukken 6, 8 en 9, kunnen voorschriften of beperkingen worden verbonden.

2.

Het is verboden te handelen in strijd met deze besluiten.

Hoofdstuk 7. Registratie en gegevensverstrekking

Artikel 14
1.

Bij ministeriële regeling kunnen andere categorieën telers of professionele marktdeelnemers dan bedoeld in artikel 65, eerste lid, onderdeel a tot en met e, van verordening 2016/2031, worden verplicht zich in te schrijven in het register.

2.

Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld omtrent het register.

3.

Onze Minister stelt de in het register opgenomen gegevens ter beschikking overeenkomstig artikel 68 van verordening 2016/2031.

Artikel 15

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.