Regeling van de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap van 17 februari 2020 nr. HO&S/19526911, houdende regels voor het verstrekken van subsidie aan studenten die een tweede lerarenopleiding willen volgen en die instellingscollegegeld moeten betalen (Subsidieregeling tweede lerarenopleiding)
Gelet op de artikelen 4 en 5 van de Wet overige OCW-subsidies en deartikelen 1.3 en 2.1 van de Kaderregeling subsidies OCW, SZW en VWS;
Besluit:
Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen
Artikel 1. Begripsbepalingen
In deze regeling wordt verstaan onder:
- DUO: dienst Uitvoering Onderwijs;
- instellingscollegegeld: collegegeld als bedoeld in artikel 7.46 van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek;
- lerarenopleiding: op basis van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek bekostigde bachelor- of masteropleiding die opleidt tot het verkrijgen van een bevoegdheid om les te geven in een school of instelling die valt onder de Wet op het primair onderwijs, de Wet op de expertisecentra, de Wet voortgezet onderwijs 2020, de Wet educatie en beroepsonderwijs of de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek;
- minister: Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap;
- studiejaar: tijdvak dat aanvangt op 1 september van een jaar en eindigt op 31 augustus van het daaropvolgende jaar.
Artikel 2. Toepassing Kaderregeling subsidies OCW, SZW en VWS
De Kaderregeling subsidies OCW, SZW en VWS is van toepassing op deze regeling.
Artikel 3. Te subsidiëren activiteiten
De minister kan subsidie verstrekken aan een aanvrager die instellingscollegegeld moet betalen in verband met het volgen van een eerste of tweede studiejaar waarin dezelfde tweede lerarenopleiding wordt gevolgd.
Onverminderd artikel 4:35 van de Algemene wet bestuursrecht weigert de minister subsidieverlening aan een aanvrager, indien deze van de minister al een tegemoetkoming in het collegegeld ontvangt of heeft ontvangen voor het volgen van de tweede lerarenopleiding.
In afwijking van het eerste lid kan de Minister voor het studiejaar 2025–2026 alleen subsidie verstrekken aan aanvragers die voor het studiejaar 2024–2025 een subsidie hebben toegekend gekregen voor het vervolg van de lerarenopleiding die zij in 2024–2025 zijn gestart.
Artikel 4. Subsidieaanvraag
Voor het eerste en het tweede studiejaar kan afzonderlijk subsidie worden aangevraagd met gebruikmaking van het daarvoor bestemde aanvraagformulier dat wordt bekendgemaakt op de website van DUO.
De minister kan een aanvrager vragen bewijsstukken van eerder behaalde getuigschriften aan te leveren.
Artikel 5. Termijn indiening aanvraag
Subsidieaanvragen kunnen worden ingediend van 1 oktober tot en met 31 december in het studiejaar van de lerarenopleiding waarvoor subsidie wordt aangevraagd. Aanvragen die na 31 december worden ontvangen, worden afgewezen.
Artikel 6. Hoogte subsidie en subsidieplafond
De subsidie bedraagt € 6.000,– per aanvrager per studiejaar, of bij lager instellingscollegegeld ten hoogste dat bedrag.
Voor subsidieverstrekking op grond van deze regeling is jaarlijks € 2.500.000,– beschikbaar.
Artikel 7. Verdeling van de subsidie
De minister verdeelt het beschikbare subsidiebedrag op volgorde van binnenkomst van de aanvragen.
Bij de verdeling wordt voorrang verleend aan aanvragen voor een tweede studiejaar, indien aan de desbetreffende aanvragers eerder op grond van deze regeling voor een eerste studiejaar subsidie is verstrekt.
Artikel 8. Verlening, vaststelling en betaling subsidie
De subsidie wordt verleend uiterlijk in januari van het desbetreffende studiejaar. De minister verstrekt een voorschot van 50% dat bij de subsidieverlening wordt uitbetaald.
Onverminderd artikel 4:35 van de Algemene wet bestuursrecht weigert de minister de subsidieverlening, indien de subsidieontvanger niet op of vóór 1 december van het desbetreffende studiejaar is ingeschreven voor de lerarenopleiding waarop de subsidieaanvraag betrekking heeft.
De subsidie wordt ambtshalve vastgesteld uiterlijk in juni van het desbetreffende studiejaar.
Onverminderd artikel 4:46 van de Algemene wet bestuursrecht wordt de subsidie, indien de subsidieontvanger na 1 december, doch vóór 1 mei van het desbetreffende studiejaar is uitgeschreven voor de lerarenopleiding waarop de subsidieaanvraag betrekking heeft, lager vastgesteld op 50% van het verleende subsidiebedrag.
In afwijking van het derde lid worden subsidies die zijn verstrekt voor een opleiding die in februari aanvangt, ambtshalve vastgesteld uiterlijk in juni na het einde van het desbetreffende studiejaar. Het vierde lid is ten aanzien van deze subsidies niet van toepassing.
Het tweede en vierde lid zijn niet van toepassing, indien de uitschrijving voor de lerarenopleiding volgt op de succesvolle afronding van die opleiding.
Artikel 9. Hardheidsclausule
De minister kan een of meer bepalingen van deze regeling buiten toepassing laten of daarvan afwijken voor zover de toepassing, gelet op het belang dat deze regeling beoogt te beschermen, zou leiden tot onbillijkheid van overwegende aard.
Artikel 10. Inwerkingtreding en vervaldatum
Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 oktober 2020.
Deze regeling vervalt met ingang van 1 oktober 2026.
Artikel 11. Citeertitel
Deze regeling wordt aangehaald als: Subsidieregeling tweede lerarenopleiding.
Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.
Artikel 9a. Overgangsbepalingen
Subsidies die vóór 1 oktober 2021 of eerder op grond van deze subsidieregeling zijn verstrekt voor het volgen van een tweede lerarenopleiding, worden geacht te zijn verstrekt voor het volgen van het eerste studiejaar van de lerarenopleiding.
Deze regeling, zoals die luidde vóór 1 oktober 2021, blijft van toepassing op de subsidies die voor die datum zijn verstrekt.
Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.