Beleidsregel van de Minister voor Basis- en Voortgezet Onderwijs en Media van 19 februari 2020, nr. PO/BenS/17873009, houdende regels voor een experiment ruimte in onderwijstijd in het basisonderwijs (Beleidsregel experiment ruimte in onderwijstijd)

Type Beleidsregel
Publication 2020-03-19
State In force
Source BWB
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

Gelet op artikel 2 van de Experimentenwet onderwijs en artikel 4:81 van de Algemene wet bestuursrecht;

Besluit:

Artikel 1. Begripsbepalingen

In deze beleidsregel wordt verstaan onder:

Artikel 2. Het experiment ruimte in onderwijstijd

Het bevoegd gezag dat met een school deelneemt aan het experiment mag op die school afwijken van:

Artikel 3. Het doel van het experiment

Het doel van het experiment is om bij maximaal 20 scholen te onderzoeken:

Artikel 4. De aanvraagprocedure en voorwaarden voor deelname
1.

Het bevoegd gezag dat met een school wil deelnemen aan het experiment kan bij Onze Minister een aanvraag doen.

2.

De aanvraag wordt gedaan in de periode van 1 mei 2020 tot en met 31 mei 2020.

3.

Het bevoegd gezag overlegt bij de aanvraag:

Artikel 5. Selectie
1.

Er kunnen maximaal 20 scholen deelnemen aan het experiment.

2.

Aanvragen worden gerangschikt op volgorde van binnenkomst. Tot de rangschikking wordt een school per provincie toegelaten.

3.

Behandeling van de aanvragen geschiedt op volgorde van de rangschikking.

4.

Onze Minister wijst de aanvraag af, indien:

5.

Indien alle op de rangschikking voorkomende aanvragen zijn behandeld, worden de resterende aanvragen op een rangschikking geplaatst en behandeld. Het tweede tot en met het vierde lid zijn daarop van toepassing.

6.

In afwijking van het tweede lid worden aanvragen met betrekking tot de scholen met de BRIN-nummers 30KD, 13JJ01, 17OF, 29YJ, 17NR, 30UX, 30PE en 17OV bovenaan de rangschikking geplaatst.

7.

In afwijking van het tweede lid worden aanvragen met betrekking tot de scholen met de waardering ‘goed’ bovenaan de rangschikking geplaatst, direct na de scholen bedoeld in het zesde lid.

Artikel 6. Beslistermijn

De minister besluit uiterlijk op 13 juli 2020 op aanvragen tot deelname aan het experiment.

Artikel 7. Looptijd en beëindiging van het experiment
1.

Het experiment begint op 1 augustus 2020 en duurt 5 schooljaren.

2.

Scholen die deelnemen aan het experiment dienen vanaf de start van het schooljaar 2027–2028 weer aan de wettelijke voorschriften, genoemd in artikel 2, te voldoen.

3.

Onze Minister kan een besluit tot toekenning van deelname aan het experiment intrekken op de gronden, bedoeld in artikel 2, zesde lid, van de Experimentenwet onderwijs.

4.

Onze Minister trekt een besluit tot toekenning van deelname aan het experiment onverwijld in als de Inspectie van het Onderwijs, blijkens een rapport als bedoeld in artikel 20 van de Wet op het onderwijstoezicht, oordeelt dat de kwaliteit van het onderwijs op de deelnemende school ‘onvoldoende’ of ‘zeer zwak’ is.

Artikel 8. Verlenging van het experiment

Indien naar aanleiding van het experiment wordt besloten tot aanpassing van de wettelijke voorschriften, genoemd in artikel 2, kan Onze Minister besluiten de duur van het experiment te verlengen tot de inwerkingtreding van de nieuwe wettelijke voorschriften.

Artikel 9. Informatieplicht

Het bevoegd gezag van een aan het experiment deelnemende school werkt mee aan onderzoek van Onze Minister ten behoeve van de evaluatie en ontwikkeling van het experiment en beleid, onder meer door het verschaffen van inlichtingen.

Artikel 10

De Beleidsregel experiment flexibiliseren onderwijstijd wordt per 1 augustus 2021 ingetrokken.

Artikel 11. Inwerkingtreding

Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.

Artikel 12. Citeertitel

Deze regeling wordt aangehaald als: Beleidsregel experiment ruimte in onderwijstijd.

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.