Regeling van de Staatssecretaris van Economische Zaken en Klimaat van 6 maart 2020 nr. WJZ/20062897, tot vaststelling van de aanvraag- en veilingprocedure voor vergunningen voor frequentieruimte in de 700, 1400 en 2100 MHz-band ten behoeve van mobiele communicatietoepassingen en wijziging van de Regeling vergoedingen Agentschap Telecom 2020 (Regeling aanvraag- en veilingprocedure vergunningen 700, 1400 en 2100 MHz)

Type Ministeriële regeling
Publication 2020-03-07
State In force
Source BWB
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

Gelet op de artikelen 8, 9 en 10 van het Frequentiebesluit 2013;

Besluit:

§ 1. Begripsbepalingen

Artikel 1

In deze regeling wordt verstaan onder:

§ 2. Beschikbare vergunningen

Artikel 2
1.

Ingevolge het bekendmakingsbesluit zijn beschikbaar om door middel van een veiling te worden verdeeld:

2.

Een vergunning komt overeen met het volgende aantal activiteitspunten:

3.

Aan een aanvrager worden niet meer activiteitspunten toegekend dan overeenkomt met de maximale hoeveelheid frequentieruimte die de aanvrager gelet op artikel 4, eerste lid, van de capregeling in de veiling kan verkrijgen.

4.

Aan een aanvrager worden niet meer vergunningen K verleend dan overeenkomt met de maximale hoeveelheid frequentieruimte lager dan 1 GHz die de aanvrager gelet op artikel 4, tweede lid, van de capregeling in de veiling kan verkrijgen.

§ 3. Vergunningaanvraag en zekerheidstelling (inschrijvingsfase)

Artikel 3
1.

Degene die voor een vergunning als bedoeld in artikel 2, eerste lid, in aanmerking wil komen, dient een aanvraag in.

2.

Een aanvraag wordt uiterlijk op 6 april 2020 om 12:00 uur:

3.

De persoonlijke overhandiging, bedoeld in het tweede lid, onderdeel b, vindt in de genoemde periode plaats op werkdagen tussen 8:30 uur en 18:00 uur. Bij persoonlijke overhandiging van de aanvraag wordt een bewijs van ontvangst afgegeven dat is voorzien van datum en tijdstip van ontvangst en ondertekening.

Artikel 4
1.

Een aanvrager dient ten hoogste één aanvraag in.

2.

Voor de toepassing van het eerste lid worden verbonden rechtspersonen als één aanvrager gezien.

3.

In de aanvraag worden de namen vermeld van ten minste één en ten hoogste vier natuurlijke personen, die ieder voor zich zelfstandig bevoegd zijn om namens de aanvrager handelingen te verrichten gedurende de veiling en die daartoe beschikken over een rechtsgeldige en toereikende volmacht.

4.

De aanvraag wordt ingediend met gebruikmaking van het in bijlage I opgenomen model en gaat, onverminderd de overigens in deze regeling gestelde eisen, vergezeld van de in dit model genoemde gegevens en bescheiden.

5.

De aanvraag is in de Nederlandse taal gesteld.

6.

Met de gegevens en bescheiden, bedoeld in het vierde lid, worden gelijkgesteld zodanige gegevens en bescheiden krachtens het recht van een van de andere lidstaten van de Europese Unie of een van de andere staten die partij zijn bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte.

7.

De gegevens en bescheiden, bedoeld in het zesde lid, mogen in afwijking van het vijfde lid, in een van de officiële talen van de Europese Unie of de Europese Economische Ruimte worden gesteld. In dat geval worden die gegevens en bescheiden vergezeld van een Nederlandse vertaling van die gegevens en bescheiden.

Artikel 5
1.

De aanvrager informeert de minister onmiddellijk over een wijziging met betrekking tot de gegevens en bescheiden, bedoeld in bijlage I. Hij informeert de minister op de wijze beschreven in artikel 3, tweede lid.

2.

Indien de aanvrager niet heeft voldaan aan de in artikel 4 of artikel 6 gestelde eisen deelt de minister dit de aanvrager mee en stelt hij de aanvrager in de gelegenheid het verzuim te herstellen.

3.

De aanvrager heeft gedurende zeven werkdagen, te rekenen vanaf de dag nadat de mededeling, bedoeld in het tweede lid, is verstuurd, de gelegenheid het verzuim te herstellen, met dien verstande dat de ontvangst geschiedt vóór 18.00 uur van de laatste werkdag van die termijn.

4.

De gegevens ten behoeve van het verzuimherstel worden ingediend op de wijze beschreven in artikel 3, tweede lid. Artikel 3, derde lid, is van overeenkomstige toepassing met dien verstande dat als datum en tijdstip van ontvangst gelden de datum en het tijdstip waarop de gegevens en bescheiden, bedoeld in het tweede lid, zijn ontvangen. Verzuimherstel aangaande de waarborgsom geschiedt met gebruikmaking van het bankrekeningnummer genoemd in artikel 6, derde lid.

5.

Indien het verzuim niet binnen de termijn, genoemd in het derde lid, en op de wijze, vermeld in het vierde lid, is hersteld of na herstel niet wordt voldaan aan de in artikel 4 of artikel 6 gestelde eisen, kan de minister besluiten de aanvraag overeenkomstig artikel 4:5 van de Algemene wet bestuursrecht niet te behandelen.

6.

Onverminderd het bepaalde in artikel 3.18 van de wet, wijst de minister de aanvraag af indien:

Artikel 6
1.

Een aanvrager verstrekt als zekerheid voor de betaling van zijn bod een waarborgsom of een bankgarantie ter grootte van € 35.279.000,–.

2.

De waarborgsom wordt verstrekt voor de periode tot:

3.

Een aanvrager zorgt ervoor dat uiterlijk op het in artikel 3, tweede lid, bedoelde tijdstip:

4.

Uiterlijk binnen twee weken nadat de minister overeenkomstig artikel 5, vijfde lid, heeft besloten de aanvraag niet te behandelen, de aanvraag heeft afgewezen op grond van artikel 5, zesde lid, of artikel 7, vijfde lid, de aanvraag heeft geweigerd op grond van artikel 3.18 van de wet, of een aanvrager of deelnemer heeft uitgesloten van deelname of verdere deelname op grond van artikel 11, vijfde lid, of artikel 13, vierde lid, stort de minister de waarborgsom terug aan de betreffende aanvrager of stuurt de minister een schriftelijke verklaring dat de bankgarantie vervalt aan de bank van die aanvrager die ter zekerstelling een bankgarantie heeft overgelegd. De minister stuurt een kopie van deze verklaring aan de aanvrager. Artikel 29, derde lid, is van overeenkomstige toepassing. De minister vergoedt aan de aanvrager rente over het gestorte bedrag over de periode vanaf de dag na de dag dat de minister heeft besloten de aanvraag niet te behandelen, de aanvraag heeft afgewezen of geweigerd, of de aanvrager of deelnemer heeft uitgesloten van deelname of verdere deelname tot en met de dag voorafgaand aan de dag waarop de waarborgsom door de minister wordt teruggestort. Deze rente wordt op dezelfde dag teruggestort als de dag waarop hij de waarborgsom terugstort.

Artikel 7
1.

De aanvrager is een privaatrechtelijke rechtspersoon naar Nederlands recht of het equivalent daarvan naar het recht van een van de overige lidstaten van de Europese Unie of een van de overige staten die partij zijn bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte, en heeft zijn statutaire zetel, zijn hoofdbestuur of zijn hoofdvestiging binnen de Europese Economische Ruimte.

2.

De aanvrager voldoet voorts aan de volgende eisen:

3.

Met de eisen van het tweede lid worden gelijkgesteld zodanige eisen volgens het recht van een van de andere lidstaten van de Europese Unie of een van de andere staten die partij zijn bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte.

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.