Wet van 19 februari 2020 tot wijziging van de Omgevingswet en enkele andere wetten met het oog op de beheersing van geluid afkomstig van wegen, spoorwegen en industrieterreinen (Aanvullingswet geluid Omgevingswet)
Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:
Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenselijk is om de Omgevingswet aan te vullen met regels over de beheersing van geluid afkomstig van wegen, spoorwegen en industrieterreinen;
Zo is het, dat Wij, de Afdeling advisering van de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:
Hoofdstuk 1. Wijzigingen in de Omgevingswet
Artikel 1.1. (Omgevingswet)
Wijzigt de Omgevingswet.
Hoofdstuk 2. Intrekking en wijziging van andere wetten
Paragraaf 2.1. Intrekken van de Wet geluidhinder
Artikel 2.1. (Intrekken wet geluidhinder)
De Wet geluidhinder wordt ingetrokken.
Paragraaf 2.2. Wijziging van andere wetten
Artikel 2.2. (Algemene douanewet)
Wijzigt de Algemene douanewet.
Artikel 2.3. (Algemene wet bestuursrecht)
Wijzigt de Algemene wet bestuursrecht.
Artikel 2.4. (Wet milieubeheer)
Wijzigt de Wet milieubeheer.
Hoofdstuk 3. Overgangsrecht
Artikel 3.1. (algemeen overgangsrecht hoofdstuk 11 Wet milieubeheer)
Het recht zoals dat gold voor het tijdstip van inwerkingtreding van deze wet blijft van toepassing op de onderstaande besluiten totdat deze onherroepelijk zijn:
- a. de vaststelling of wijziging van geluidproductieplafonds waarvoor voor dat tijdstip een verzoek als bedoeld in artikel 11.31, eerste lid, van de Wet milieubeheer is ingediend,
- b. de ambtshalve vaststelling of wijziging van geluidproductieplafonds als het besluit is bekendgemaakt voor dat tijdstip,
- c. een ontheffing van de verplichting tot naleving van een geluidproductieplafond als bedoeld in artikel 11.24, eerste lid, van de Wet milieubeheer waarvoor voor dat tijdstip een verzoek als bedoeld in dat artikel is ingediend,
- d. de vaststelling van een overschrijdingsbesluit als bedoeld in artikel 11.49, eerste lid, van de Wet milieubeheer waarvoor voor dat tijdstip een verzoek als bedoeld in dat artikel is ingediend.
Als op grond van hoofdstuk 11 van de Wet milieubeheer zoals dat gold voor het tijdstip van inwerkingtreding van deze wet een plicht bestond tot het treffen van geluidwerende of geluidbeperkende maatregelen op grond van een onherroepelijk besluit, of op grond van een besluit dat onder de werking van dit artikel valt, en die maatregelen op dat tijdstip nog niet zijn getroffen, blijft op die plicht de Wet milieubeheer van toepassing.
Artikel 11.22 van de Wet milieubeheer blijft van toepassing totdat de in dat artikel bedoelde beheerder over het laatste volledige kalenderjaar waarop hoofdstuk 11 van die wet van toepassing was een verslag over de naleving van de geluidproductieplafonds in dat kalenderjaar aan Onze Minister van Infrastructuur en Waterstaat heeft gezonden.
Artikel 3.2. (overgangsrecht geluidproductieplafonds)
De volgende geluidproductieplafonds worden door Onze Minister van Infrastructuur en Waterstaat met bij ministeriële regeling gestelde rekenvoorschriften herberekend:
- a. de op het tijdstip van inwerkingtreding van deze wet vastgestelde geluidproductieplafonds,
- b. de geluidproductieplafonds die onder de werking van artikel 3.1, eerste lid, onder a en d, of 3.3, tweede lid, onder c, vallen,
- c. de geluidproductieplafonds die onder de werking van artikel 4.44 of 4.45 van de Invoeringswet Omgevingswet vallen.
De herberekende geluidproductieplafonds gelden voor wegen in beheer bij het Rijk of hoofdspoorwegen als bij besluit als omgevingswaarden vastgestelde geluidproductieplafonds als bedoeld in artikel 2.15, tweede lid, van de Omgevingswet.
Een ontheffing van de verplichting tot naleving van een geluidproductieplafond als bedoeld in artikel 11.24 van de Wet milieubeheer geldt als een bij besluit als omgevingswaarde vastgesteld geluidproductieplafond als bedoeld in artikel 2.15, tweede lid, van de Omgevingswet.
Als in een ontheffing als bedoeld in het derde lid een voorschrift is opgenomen over de mate van overschrijding van het geluidproductieplafond, wordt die mate van overschrijding door Onze Minister van Infrastructuur en Waterstaat herberekend met de in het eerste lid bedoelde rekenmethode.
Artikel 3.2a. (overgangsrecht geluidproductieplafonds langs overgedragen wegen en lokale spoorwegen)
De op grond van artikel 3.2, eerste lid, herberekende geluidproductieplafonds gelden:
- a. voor provinciale wegen als bij besluit als omgevingswaarden vastgestelde geluidproductieplafonds als bedoeld in artikel 2.13a, eerste lid, aanhef en onder a, van de Omgevingswet, tenzij het gaat om een bij algemene maatregel van bestuur aangewezen geval,
- b. voor lokale spoorwegen voor zover gelegen buiten de gebieden die op grond van artikel 20, derde lid, van de Wet personenvervoer 2000 zijn aangewezen als bij besluit als omgevingswaarden vastgestelde geluidproductieplafonds als bedoeld in artikel 2.13a, eerste lid, aanhef en onder b, van de Omgevingswet,
- c. voor lokale spoorwegen voor zover gelegen binnen de gebieden die op grond van artikel 20, derde lid, van de Wet personenvervoer 2000 zijn aangewezen als bij omgevingsplan als bedoeld in artikel 4.6, eerste lid, van de Invoeringswet Omgevingswet als omgevingswaarden vastgestelde geluidproductieplafonds.
Artikel 3.2, derde en vierde lid, is van overeenkomstige toepassing.
Artikel 3.3. (overgangsrecht geluidsanering Wet milieubeheer)
Afdeling 11.3.6 van de Wet milieubeheer blijft van toepassing tot voor alle wegen en spoorwegen als bedoeld in artikel 11.56, eerste en tweede lid, van de Wet milieubeheer een besluit op een verzoek tot vaststelling van een saneringsplan dan wel een tracébesluit of een besluit op een verzoek tot wijziging van een geluidproductieplafond, beide als bedoeld in artikel 11.42, eerste lid, van de Wet milieubeheer, onherroepelijk is en de saneringsmaatregelen uit dat besluit, alsmede de geluidwerende maatregelen voor de saneringsobjecten volgend uit dat besluit, zijn uitgevoerd.
In geval van toepassing van het eerste lid blijft hoofdstuk 11 van de Wet milieubeheer van toepassing op:
- a. een op grond van artikel 11.56, eerste lid, van die wet ingediend verzoek om vaststelling van een saneringsplan, totdat dit saneringsplan onherroepelijk is,
- b. een wijziging van een saneringsplan of de termijn waarbinnen de daarin opgenomen saneringsmaatregelen moeten zijn getroffen als bedoeld in artikel 11.61 van die wet, totdat deze wijziging van dit saneringsplan of deze termijn onherroepelijk is,
- c. een op grond van artikel 11.63, eerste lid, van die wet ingediend verzoek tot verlaging van geluidproductieplafonds, totdat deze verlaging van geluidproductieplafonds onherroepelijk is, en
- d. de in de saneringsplannen opgenomen saneringsmaatregelen en de eventuele geluidwerende maatregelen, totdat deze maatregelen getroffen zijn.
In afwijking van artikel 11.64, derde lid, van de Wet milieubeheer strekt voor een besluit op grond van artikel 11.60, eerste lid, van de Wet milieubeheer dat onherroepelijk is geworden na 31 december 2023 de verplichting, bedoeld in het eerste en tweede lid van artikel 11.64 van de Wet milieubeheer, ertoe dat uiterlijk twee jaar na het onherroepelijk worden van dat besluit de geluidsbelasting binnen de geluidsgevoelige ruimten van het betreffende saneringsobject wordt teruggebracht tot een waarde die ten minste 3 dB is gelegen onder de binnenwaarde.
Een vastgesteld saneringsplan wordt voor de toepassing van artikel 11.6 van de Omgevingswet als een onteigeningsbelang aangemerkt.
Artikel 3.4. (algemeen overgangsrecht Wet geluidhinder)
Het recht zoals dat gold voor het tijdstip van inwerkingtreding van deze wet blijft van toepassing op de onderstaande besluiten totdat deze onherroepelijk zijn:
- a. het nemen van een besluit tot aanleg of reconstructie van een weg of aanleg of wijziging van een spoorweg buiten toepassing van de bestemmingsplanprocedure waarbij uitvoering wordt gegeven aan de Wet geluidhinder en waarvoor de resultaten van het vereiste akoestische onderzoek en een beschrijving van de maatregelen die nodig zijn voor dat tijdstip aan het college van burgemeester en wethouders zijn overgelegd,
- b. het vaststellen van een programma van maatregelen, een saneringsprogramma of het vaststellen van de ten hoogste toelaatbare waarde van de geluidsbelasting en maatregelen waarbij uitvoering wordt gegeven aan de Wet geluidhinder, voor bij algemene maatregel van bestuur aangewezen saneringsprojecten.
Als op grond van de Wet geluidhinder zoals die gold voor het tijdstip van inwerkingtreding van deze wet een plicht bestond tot het treffen van maatregelen als bedoeld in het eerste lid op grond van een onherroepelijk besluit, of op grond van een besluit dat onder de werking van dit artikel valt, en die maatregelen op dat tijdstip nog niet zijn getroffen, blijft op die plicht de Wet geluidhinder van toepassing.
Artikel 3.5. (overgangsrecht wegen Wet geluidhinder en invoering geluidproductieplafonds langs provinciale wegen)
Het recht zoals dat gold voor het tijdstip van inwerkingtreding van deze wet blijft van toepassing op:
- a. de op dat tijdstip aanwezige, in aanleg zijnde of geprojecteerde wegen in beheer bij de provincie en het geluid van die wegen op woningen, andere geluidsgevoelige gebouwen en geluidsgevoelige terreinen binnen de zones van die wegen, totdat provinciale staten op grond van artikel 2.13a, eerste lid, onder a, van de Omgevingswet bij besluit als omgevingswaarden geluidproductieplafonds hebben vastgesteld aan weerszijden van die wegen, en deze besluiten in werking zijn getreden, met dien verstande dat:
- 1°. in de artikelen 74, 76, 77, 79, 99 en 110c van de Wet geluidhinder voor «bestemmingsplan« wordt gelezen «omgevingsplan als bedoeld in artikel 2.4 van de Omgevingswet» of, waar van toepassing, «projectbesluit als bedoeld in afdeling 5.2 van de Omgevingswet»,
- 2°. in de artikelen 76 en 77 van de Wet geluidhinder voor «wijzigings- of uitwerkingsplan als bedoeld in artikel 3.6, eerste lid, onder a of b, van de Wet ruimtelijke ordening» en «wijzigings- of uitwerkingsplan» wordt gelezen «omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit die wordt verleend met toepassing van regels over een wijzigingsbevoegdheid of uitwerkingsplicht in het tijdelijke deel van het omgevingsplan, bedoeld in artikel 22.1, onder a, van de Omgevingswet»,
- 3°. in artikel 76a van de Wet geluidhinder voor «omgevingsvergunning waarbij met toepassing van artikel 2.12, eerste lid, onder a, onder 2° of 3°, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht van het bestemmingsplan wordt afgeweken» wordt gelezen «omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit als bedoeld in de Omgevingswet»,
- 4°. in de artikelen 98 en 104a van de Wet geluidhinder voor «tracébesluit» wordt gelezen «projectbesluit als bedoeld in afdeling 5.2 van de Omgevingswet»,
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.