Tijdelijke vrijstelling op grond van artikel 46, eerste lid van de Wet gewasbeschermingsmiddelen en biociden inzake desinfectiemiddelen in verband met de uitbraak COVID-19 (Tijdelijke vrijstelling handdesinfectie COVID-19 2020)
Handelende in overeenstemming met de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit;
Gezien het verzoek van het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport van 16 maart 2020 (kenmerk 1663054-203234-PG) tot vrijstelling van het verbod op de distributie en het gebruik van in Nederland toegelaten handdesinfectiemiddelen op basis van de werkzame stoffen alcoholen, waterstofperoxide en natriumhypochloriet, door professionals in de zorg ten behoeve van de bestrijding van infecties ten tijde van de uitbraak van het coronavirus SARS-CoV-2;
Gelet op artikel 46, eerste lid, van de Wet gewasbeschermingsmiddelen en biociden en artikel 55 van Verordening (EU) nr. 528/2012;
BESLUIT:
Artikel 1
Ten behoeve van de bestrijding van infecties ten tijde van de uitbraak van het coronavirus SARS-CoV-2 en in verband met de bij deze bestrijding dreigende tekorten van handdesinfectiemiddelen die de werkzaamheden in een bedrijfs- of beroepsmatige omgeving compromitteren ten tijde van deze uitbraak, wordt op grond van:
- a). artikel 46, eerste lid van de Wet gewasbeschermingsmiddelen en biociden vrijstelling verleend van het verbod, bedoeld in artikel 43, eerste en tweede lid, van de Wet gewasbeschermingsmiddelen en biociden, om in strijd te handelen met artikel 17, eerste lid van Verordening (EU) nr. 528/2012, in dit geval inzake het onder voorwaarden op de markt aanbieden en het gebruiken van middelen die als Product Type 11Producten in deze groep zijn biociden voor menselijke hygiëne, aangebracht op of in contact gebracht met de huid met als hoofddoel deze te desinfecteren (PT 1). in Nederland zijn toegelaten op basis van de werkzame stoffen alcoholen, waterstofperoxide en natriumhypochloriet;
- b). artikel 55 van Verordening (EU) nr. 528/2012 toegestaan dat de in onderdeel a bedoelde middelen onder de daarin bedoelde voorwaarden op de markt worden aangeboden en gebruikt.
Artikel 2
Aan de vrijstelling en toestemming, bedoeld in artikel 1, onderdelen a onderscheidenlijk b, zijn de in de bijlage bij dit besluit opgenomen beperkingen en voorschriften verbonden.
Artikel 3
De vrijstelling en toestemming wordt verleend tot en met 9 september 2020.
Artikel 4
Dit besluit wordt aangehaald als: Tijdelijke vrijstelling handdesinfectie COVID-19 2020.
Artikel 5
Dit besluit treedt in werking op de dag na de datum van plaatsing in de Staatscourant waarin het wordt gepubliceerd en werkt terug tot en met 14 maart 2020.
Bijlage. bedoeld in artikel 2
De biociden moeten op de Nederlandse markt zijn toegelaten voor menselijke hygiëne, aangebracht op of in contact gebracht met de huid met als hoofddoel deze te desinfecteren (PT01).
De biociden moeten minimaal één van de volgende actieve stoffen bevatten:
- –. Alcoholen (minimaal 70%);
- –. Waterstofperoxide (minimaal 0,5%); en
- –. natriumhypochloriet (minimaal 0,1%).
De biociden mogen alleen verkocht worden aan professionele gebruikers en gebruikt worden in een bedrijfs- of beroepsmatige omgeving.
Dit besluit zal met bijlage en de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.