Besluit van de inspecteur-generaal Leefomgeving en Transport, van 12 maart 2020, nr. ILT-2020/2848, houdende inrichting van de Inspectie Leefomgeving en Transport en verlening van mandaat, volmacht en machtiging (Organisatie- en mandaatbesluit Inspectie Leefomgeving en Transport 2020)

Type Ministeriële regeling
Publication 2025-05-31
State In force
Source BWB
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

Gelet op artikel 21, tweede lid, aanhef en onder a en b, van het Organisatie- en mandaatbesluit Infrastructuur en Waterstaat, artikel 1, vierde lid, van het Instellingsbesluit Inspectie Leefomgeving en Transport, artikel 8, eerste en tweede lid, van het Besluit mandaat Autoriteit woningcorporaties en aanwijzing toezichthouders Woningwet en WNTen de artikelen 10:3 en 10:12 van de Algemene wet bestuursrecht;

BESLUIT:

Paragraaf 1. Algemene bepalingen organisatie en mandaat

Artikel 1. Begripsbepalingen

In dit besluit en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:

Paragraaf 2. Organisatie

Artikel 2. Hoofdstructuur Inspectie Leefomgeving en Transport
1.

De Inspectie Leefomgeving en Transport, bestaat uit:

2.

De directeuren zijn ieder verantwoordelijk voor een portefeuille.

3.

De afdelingen staan onder leiding van een afdelingshoofd.

4.

De teams staan onder leiding van een teamleider.

5.

De Inspectie Leefomgeving en Transport is ingedeeld volgens de structuur, bedoeld in de bijlage bij dit besluit.

6.

In afwijking van de bijlage bij dit besluit kan de inspecteur-generaal elk van de directeuren schriftelijk belasten met andere taken en verantwoordelijkheden naast de verantwoordelijkheden voor de eigen portefeuille.

Artikel 3. Plaatsvervanging
1.

Bij afwezigheid of verhindering van de inspecteur-generaal is de directeur Toezicht en opsporing bevoegd om als diens plaatsvervanger op te treden.

2.

Bij afwezigheid of verhindering van een directeur zijn de overige directeuren bevoegd om als plaatsvervanger op te treden.

3.

Bij afwezigheid of verhindering van een afdelingshoofd zijn de overige afdelingshoofden bevoegd om als plaatsvervanger op te treden.

4.

Bij afwezigheid of verhindering van een teamleider zijn de overige teamleiders van de desbetreffende afdeling bevoegd om als plaatsvervanger op te treden.

5.

Plaatsvervanging geschiedt voor het overige overeenkomstig daartoe strekkende instructies van de inspecteur-generaal.

Paragraaf 3. Mandaat en machtiging

Artikel 4. Mandaat en machtiging van aan de inspecteur-generaal gemandateerde bevoegdheden
1.

Aan de directeuren, afdelingshoofden, programmamanagers en teamleiders worden de aan de inspecteur-generaal gemandateerde bevoegdheden die behoren bij hun taken, in mandaat verleend.

2.

Aan de inspecteurs ILT worden de aan de inspecteur-generaal gemandateerde bevoegdheden die behoren bij hun taken, eveneens in mandaat verleend.

3.

Aan de daartoe door de inspecteur-generaal aangewezen functionarissen van de afdeling Juridische zaken wordt machtiging verleend voor het behandelen van bezwaarschriften, beroepschriften en hoger beroepschriften en het voeren van procedures bij de rechter over de op grond van het eerste en tweede lid genomen besluiten.

4.

Aan de medewerkers verwerken en behandelen en de medewerkers behandelen en ontwikkelen worden de aan de inspecteur-generaal gemandateerde bevoegdheden die behoren bij hun taken, eveneens in mandaat verleend.

Artikel 5. Mandaat en machtiging van aan de inspecteur-generaal geattribueerde bevoegdheden
1.

Aan de directeuren, afdelingshoofden, programmamanagers en teamleiders worden de aan de inspecteur-generaal geattribueerde bevoegdheden die behoren bij hun taken, in mandaat verleend.

2.

Aan de inspecteurs ILT worden de aan de inspecteur-generaal geattribueerde bevoegdheden die behoren bij hun taken, eveneens in mandaat verleend.

3.

Aan de daartoe door de inspecteur-generaal aangewezen functionarissen van de afdeling Juridische zaken wordt machtiging verleend voor het behandelen van bezwaarschriften, beroepschriften en hoger beroepschriften en het voeren van procedures bij de rechter over de op grond van het eerste en tweede lid genomen besluiten.

4.

Aan de medewerkers verwerken en behandelen en de medewerkers behandelen en ontwikkelen worden de aan de inspecteur-generaal geattribueerde bevoegdheden die behoren bij hun taken, eveneens in mandaat verleend.

Paragraaf 4. Overige bepalingen mandaat, volmacht en machtiging

Artikel 6. Beperking mandaatverlening inspecteurs ILT

Het op grond van dit besluit aan de inspecteurs ILT verleende mandaat omvat niet mede de bevoegdheid tot het beslissen op bezwaar.

Artikel 7. Volmacht personele aangelegenheden

Voor personele aangelegenheden wordt volmacht verleend aan uitsluitend de directeuren, afdelingshoofden en teamleiders.

Artikel 8. Volmacht en machtiging

Voor de toepassing van dit besluit en de daarop berustende bepalingen wordt met de verlening van mandaat gelijkgesteld de verlening van:

Artikel 9. Mandaat en volmacht financiële verplichtingen
1.

Mandaat en volmacht tot het aangaan van financiële verplichtingen wordt, voor zover het behoort bij hun taken, verleend aan de directeuren, de afdelingshoofden, de programmamanagers en de teamleiders.

2.

Aan de in artikel 7 bedoelde functionarissen wordt ten behoeve van het aan hen verleende mandaat van personele aangelegenheden volmacht verleend tot het aangaan van financiële verplichtingen.

3.

De uitoefening van bevoegdheden die in dit artikel zijn verleend, geschiedt met inachtneming van:

Artikel 10. Instructies
1.

De inspecteur-generaal kan instructies geven terzake van de uitoefening van de bevoegdheden die verleend zijn bij dit besluit.

2.

De in het eerste lid bedoelde instructies hebben in ieder geval betrekking op de verantwoordingscyclus binnen de Inspectie Leefomgeving en Transport.

3.

De bij of krachtens dit besluit gemandateerde bevoegdheden worden uitgeoefend met inachtneming van de gegeven instructies.

Artikel 11. Wijze van ondertekening
1.

Het in een document vastleggen van een besluit, een privaatrechtelijke rechtshandeling of een andere handeling, geschiedt op briefpapier van het ministerie met het hoofd:

INSPECTIE LEEFOMGEVING EN TRANSPORT

MINISTERIE VAN INFRASTRUCTUUR EN WATERSTAAT.

2.

In geval van mandaat of machtiging op grond van de artikelen 4, 7 en 9, eerste lid, luidt de ondertekening:

DE MINISTER VAN INFRASTRUCTUUR EN WATERSTAAT,

namens deze,

gevolgd door de aanduiding van de gemandateerde of gemachtigde functionaris.

3.

In geval van mandaat of machtiging op grond van artikel 5 luidt de ondertekening als volgt:

DE INSPECTEUR-GENERAAL LEEFOMGEVING EN TRANSPORT,

namens deze,

gevolgd door de aanduiding van de gemandateerde of gemachtigde functionaris.

4.

In geval van volmacht op grond van de artikelen 4, 7 en 9, eerste lid, luidt de ondertekening:

NAMENS DE STAAT DER NEDERLANDEN

DE MINISTER VAN INFRASTRUCTUUR EN WATERSTAAT,

namens deze,

gevolgd door de aanduiding van de gevolmachtigde functionaris.

5.

In geval van volmacht op grond van artikel 5 luidt de ondertekening als volgt:

NAMENS DE STAAT DER NEDERLANDEN

DE INSPECTEUR-GENERAAL LEEFOMGEVING EN TRANSPORT,

namens deze,

gevolgd door de aanduiding van de gemandateerde of gemachtigde functionaris.

6.

In geval van mandaat, volmacht of machtiging voor een aangelegenheid die behoort tot de verantwoordelijkheid van de Staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat, wordt de in het tweede, onderscheidenlijk vierde lid voorgeschreven vermelding van de Minister van Infrastructuur en Waterstaat vervangen door:

DE STAATSSECRETARIS VAN INFRASTRUCTUUR EN WATERSTAAT.

7.

In geval van plaatsvervanging overeenkomstig dit besluit bevat de ondertekening zowel een aanduiding van de plaatsvervanger als de functionaris die bij afwezigheid of verhindering wordt vervangen.

8.

Indien de ondertekening, bedoeld in het tweede tot en met vijfde lid, betrekking heeft op de uitoefening van de taken van de ILT-Luchtvaartautoriteit, genoemd in artikel 1, wordt aan de ondertekening toegevoegd ‘ILT-Luchtvaartautoriteit’.

Paragraaf 5. Slotbepalingen

Artikel 12. Intrekking oud besluit

Het Organisatie- en mandaatbesluit Tijdelijke werkorganisatie Inspectie Leefomgeving en Transport wordt ingetrokken.

Artikel 13. Inwerkingtreding

Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin het wordt geplaatst en werkt terug tot en met 1 januari 2020.

Artikel 14. Citeertitel

Dit besluit wordt aangehaald als: Organisatie- en mandaatbesluit Inspectie Leefomgeving en Transport 2020.

Bijlage. behorende bij artikel 2 van het Organisatie- en mandaatbesluit Inspectie Leefomgeving en Transport 2020

Inspecteur-generaal

Informatie en programmeren

Omgeving, Dienstverlening en Vergunningen

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.