Regeling van de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport van 7 april 2020, kenmerk 1665225-201979-LZ, houdende regels voor het verstrekken van subsidie voor de realisatie van aardbevingsbestendige zorg in Groningen (Regeling subsidies aardbevingsbestendige zorg)

Type Ministeriële regeling
Publication 2026-01-23
State In force
Source BWB
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

Gelet op artikelen 3 en 5 van de Kaderwet VWS-subsidies;

Besluit:

Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen

Artikel 1.1. Definities

In deze regeling wordt verstaan onder:

Artikel 1.2. Voorwaarden voor subsidie

Een activiteit komt slechts eenmaal voor subsidie op grond van onderhavige regeling in aanmerking.

Hoofdstuk 2. Subsidie voor voorbereiding nieuwbouw

Artikel 2.1. Subsidiabele activiteiten

De minister kan subsidie verstrekken voor activiteiten ter voorbereiding van nieuwbouw ten behoeve van plaatsen in de intramurale zorg, dagbesteding of voor kinderdagcentrumplaatsen binnen het aardbevingsgebied Groningen.

Artikel 2.2. Hoogte van de subsidie

De subsidie voor activiteiten als bedoeld in artikel 2.1 bedraagt € 750.000 per beoogde zorglocatie.

Artikel 2.3. Voorwaarden voor subsidie
1.

Subsidie wordt uitsluitend verstrekt aan instellingen die een positieve reactie van de toetsgroep hebben ontvangen op het Visie- en haalbaarheidsdocument.

2.

Subsidie wordt uitsluitend verstrekt aan instellingen die ten minste 20 nieuwbouwplaatsen zullen realiseren.

Artikel 2.4. Aanvraag tot verlening en bevoorschotting
1.

Voor de aanvraag tot verlening van de subsidie wordt een door de minister vastgesteld modelformulier gebruikt.

2.

In aanvulling op artikel 3.3 van de Kaderregeling bevat de aanvraag tot verlening, het Visie- en haalbaarheidsdocument en een positieve reactie van de toetsgroep hierop.

3.

De minister verleent bij het besluit tot verlening van de subsidie een voorschot van 80 procent van het bedrag van de verlening, dat direct zal worden uitbetaald.

Artikel 2.5. Aanvraag tot vaststelling
1.

Voor de aanvraag tot vaststelling van de subsidie wordt een door de minister vastgesteld modelformulier gebruikt.

2.

In afwijking van op artikel 1.5, onder b, van de Kaderregeling toont de ontvanger van een subsidie aan dat de activiteiten waarvoor subsidie is verleend zijn verricht en dat is voldaan aan de aan de verleende subsidie verbonden verplichtingen door middel van het overleggen van een positief advies van de toetsgroep over het Definitief ontwerp van de te realiseren nieuwbouw.

3.

In afwijking van artikel 7.5, tweede lid, van de Kaderregeling, legt de subsidieontvanger geen verantwoording af door het overleggen van een assurancerapport.

4.

Indien de toetsgroep geen positief advies heeft gegeven over het Definitief ontwerp, wordt de subsidie vastgesteld op nihil.

Hoofdstuk 3. Subsidie voor het afstoten van bestaande panden binnen aardbevingsgebied

Artikel 3.1. Toepasselijkheid Kaderregeling

Op dit hoofdstuk van de regeling zijn de artikelen 1.5, 3.1, 3.2, tweede lid, en 7.1 tot en met 7.8 van de Kaderregeling niet van toepassing.

Artikel 3.2. Subsidiabele activiteiten

De minister kan subsidie verstrekken aan instellingen voor het afstoten van bestaande panden genoemd in Bijlage I bij het Groninger Zorgakkoord.

Artikel 3.3. Hoogte van de subsidie
1.

De hoogte van de subsidie voor het afstoten van bestaande panden bestaat uit de waarde van de betreffende locatie, minus de restwaarde van de locatie welke door een taxateur wordt vastgesteld, met peildatum 31 december 2018.

2.

De waarde van de locaties is reeds vastgesteld door onafhankelijke taxateurs en bijgevoegd in Bijlage I bij de onderhavige regeling.

Artikel 3.4. Voorwaarden voor subsidie
1.

Subsidies op grond van dit hoofdstuk worden slechts verstrekt voor activiteiten die aanvangen na datum van inwerkingtreding van deze regeling.

2.

Subsidie wordt uitsluitend verstrekt indien ofwel:

Artikel 3.5. Subsidieplafond
1.

Het subsidieplafond voor het afstoten van bestaande panden bedraagt € 82.000.000 voor de looptijd van deze regeling.

2.

Het uit hoofde van het plafond beschikbare bedrag wordt verdeeld op volgorde van binnenkomst van de aanvragen.

Artikel 3.6. Wijze van subsidieverstrekking

Subsidie wordt zonder voorafgaande verlening direct vastgesteld.

Artikel 3.7. Aanvraag tot vaststelling
1.

Voor de aanvraag tot vaststelling van de subsidie wordt een door de minister vastgesteld modelformulier gebruikt.

2.

De aanvraag tot vaststelling van de subsidie gaat vergezeld van het officiële taxatierapport van de af te stoten locatie die mede is ondertekend door het Rijksvastgoedbedrijf, een berekening als bedoeld in artikel 3.3 en een positief advies van de toetsgroep over het Definitief ontwerp van de te realiseren nieuwbouw.

3.

In afwijking van het tweede lid, kan de aanvraag tot vaststelling vergezeld gaan van een positief advies van de Nationaal Coördinator Groningen in plaats van een positief advies van de toetsgroep over het Definitief ontwerp van de te realiseren nieuwbouw.

4.

Indien er sprake is van een situatie als bedoeld in artikel 3.4, tweede lid, onder a, gaat de aanvraag tot vaststelling vergezeld van een ondertekende verklaring door de betreffende derde inhoudende dat er geen oogmerk is om zorg in de betreffende locatie te verlenen.

5.

De minister besluit binnen 22 weken op een aanvraag tot vaststelling.

Hoofdstuk 4. Subsidie voor te realiseren nieuwbouw

Artikel 4.1. Toepasselijkheid Kaderregeling

Op dit hoofdstuk van de regeling zijn artikelen 4.3 en 6.1 van de Kaderregeling niet van toepassing.

Artikel 4.2. Subsidiabele activiteiten
1.

De minister kan subsidie verstrekken aan zorginstellingen voor het realiseren van nieuwbouw voor plaatsen in de intramurale zorg, dagbesteding of voor kinderdagcentrumplaatsen binnen het aardbevingsgebied Groningen.

2.

Op grond van deze regeling wordt subsidie verstrekt voor in totaal ten hoogste 800 intramurale plaatsen, 85 dagbestedingsplaatsen en 30 kinderdagcentrumplaatsen.

Artikel 4.3. Hoogte van de subsidie
1.

De hoogte van de subsidie wordt berekend volgens de formule (A1 x B) + (A2 x B) + (A3 x B) – C = D, waarbij wordt verstaan onder:

A1: het aantal te realiseren plaatsen in de intramurale zorg;
A2: het aantal te realiseren plaatsen in de dagbesteding;
A3: het aantal te realiseren plaatsen in de kinderdagcentra;
B: het normbedrag dat is gekoppeld aan de realisatie van de betreffende plaatsen
C: de reeds aan de instelling verleende subsidie op grond van hoofdstuk 2 van deze regeling
D: het bedrag van de subsidie voor het realiseren van nieuwbouw door de aanvrager.
2.

Subsidie wordt verstrekt voor ten hoogste het aantal te realiseren plaatsen dat door de minister in de verleningsbeschikking wordt bepaald.

3.

Het normbedrag voor de realisatie van een intramurale plaats bedraagt € 123.223.

4.

Het normbedrag voor de realisatie van een kinderdagcentrumplaats bedraagt € 89.485.

5.

Het normbedrag voor de realisatie van een dagbestedingsplaats bedraagt € 36.672.

Artikel 4.4. Voorwaarden voor subsidie

Subsidie wordt uitsluitend verstrekt aan instellingen die een positief advies van de toetsgroep hebben ontvangen over het Definitief ontwerp.

Artikel 4.5. Aanvraag tot verlening en bevoorschotting
1.

Voor de aanvraag tot verlening van de subsidie wordt een door de minister vastgesteld modelformulier gebruikt.

2.

In aanvulling op artikel 3.3 van de Kaderregeling bevat de aanvraag tot verlening een definitief ontwerp van de te realiseren nieuwbouw, een overzicht van het aantal te realiseren plaatsen en een positief advies van de toetsgroep over het Definitief ontwerp.

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.