Besluit van de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap van 17 maart 2020, nr. 23680942 houdende de aanwijzing van een rechtspersoon als bedoeld in artikel 7.15a, eerste lid, van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek (Aanwijzingsbesluit Stichting Studiekeuze123)

Type Ministeriële regeling
Publication 2024-07-10
State In force
Source BWB
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

Gelet op artikel 7.15a van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek;

Besluit:

Artikel 1. Begripsbepalingen

In dit besluit wordt verstaan onder:

Artikel 2. Aanwijzing

Als de rechtspersoon, bedoeld in artikel 7.15a, eerste lid van de wet, wordt aangewezen de Stichting Landelijk Centrum Studiekeuze die is belast met het vervullen van een niet-economische dienst van algemeen belang op het terrein van het hoger onderwijs. Stichting Landelijk Centrum Studiekeuze wordt belast met de uitoefening van de taken, bedoeld in artikel 7.15a, eerste en tweede lid, van de wet.

Artikel 3. Verplichtingen
1.

Stichting Landelijk Centrum Studiekeuze draagt in verband met de uitoefening van haar taken zorg voor:

2.

Stichting Landelijk Centrum Studiekeuze draagt zorg voor een zorgvuldige uitvoering van haar taken en toezicht daarop, door:

Artikel 4. Toezicht en verantwoording
1.

Landelijk Centrum Studiekeuze is gehouden het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap vooraf schriftelijk te consulteren over te nemen besluiten die van wezenlijke invloed zijn op de uitoefening door de rechtspersoon van haar wettelijke taken.

2.

Landelijk Centrum Studiekeuze verstrekt desgevraagd aan Onze Minister voor de uitoefening van zijn taak de benodigde inlichtingen.

3.

Onze Minister kan Landelijk Centrum Studiekeuze aanwijzingen geven met betrekking tot de uitoefening van haar wettelijke taken. De rechtspersoon is gehouden overeenkomstig de aanwijzingen te handelen.

4.

Onze Minister kan slechts een aanwijzing geven indien het bestuur van Landelijk Centrum Studiekeuze, binnen een door de Raad van Toezicht te bepalen periode, na ontvangst van een voorafgaand advies van de Raad van Toezicht niet opvolgt.

5.

Onze Minister kan, indien het daartoe gronden aanwezig acht, de boekhouding van Landelijk Centrum Studiekeuze laten onderzoeken door een accountant als bedoeld in artikel 393, eerste lid, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek. De kosten van dit onderzoek komen voor rekening van de rechtspersoon.

Artikel 6. Archiefbescheiden

Stichting Landelijk Centrum Studiekeuze draagt op verzoek van de Minister zo spoedig mogelijk na beëindiging van haar werkzaamheden in het kader van de uitvoering van haar taken of, zo de omstandigheden daartoe aanleiding geven, zoveel eerder, de bescheiden betreffende die werkzaamheden over aan het archief van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap.

Artikel 7. Inwerkingtreding

Dit besluit treedt in werking met ingang van 1 april 2020. Indien de Staatscourant waarin dit besluit wordt geplaatst, wordt uitgegeven na 1 april 2020, treedt het in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin dit besluit wordt geplaatst.

Artikel 8. Citeertitel

Dit besluit wordt aangehaald als: Aanwijzingsbesluit Landelijk Centrum Studiekeuze.

Artikel 9. Citeertitel

Dit besluit wordt aangehaald als: Aanwijzingsbesluit Studiekeuze123.

Dit besluit zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

Artikel 5. Intrekking
1.

Naast de gronden tot intrekking, bedoeld in artikel 7.15a, derde lid, van de wet, kan Onze Minister de aanwijzing van Stichting Landelijk Centrum Studiekeuze in ieder geval intrekken indien Stichting Landelijk Centrum Studiekeuze de algemene verplichtingen en voorwaarden omtrent toezicht en verantwoording, bedoeld in de artikelen 3 en 4 van dit besluit, niet naar behoren nakomt. Indien dit zich voordoet, zal Onze Minister in de eerste plaats een waarschuwing geven. Indien deze waarschuwing niet of in onvoldoende mate binnen 4 weken wordt opgevolgd, kan Onze Minister besluiten de aanwijzing in te trekken.

2.

Onze Minister draagt er zorg voor dat uiterlijk vijf jaar na inwerkingtreding van artikel 7.15a van de wet en dit besluit de taken van de aangewezen rechtspersoon en de uitvoering hiervan, worden geëvalueerd. Op basis van deze evaluatie kan Onze Minister besluiten het aanwijzingsbesluit te wijzingen of in te trekken.

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.