Beleidsregel van de Minister van Infrastructuur en Waterstaat over de sturing van en het toezicht op Airport Coordination The Netherlands (ACNL) (Beleidsregel sturing van en toezicht op ACNL)
Gelet op de artikelen 11, eerste lid, 17, eerste lid, 29 en 39 van de Kaderwet zelfstandige bestuursorganen, artikel 8a.66, vierde lid, van de Wet Luchtvaart en artikel 4:81 van de Algemene wet bestuursrecht;
Besluit:
§ 1. Algemene bepalingen
Artikel 1. Begripsomschrijvingen
In deze Beleidsregel wordt verstaan onder:
- Kaderwet: Kaderwet zelfstandige bestuursorganen;
- minister: Minister van Infrastructuur en Waterstaat;
- wet: Wet luchtvaart;
- zbo: Airport Coordination The Netherlands, bedoeld in artikel 8a.64 van de wet.
§ 2. Directie van het zbo
Artikel 2. Goedkeuring bestuursreglement
Bij de goedkeuring van het bestuursreglement op grond van artikel 11 van de Kaderwet juncto artikel 8a.65 van de wet beoordeelt de minister in ieder geval of ten aanzien van de volgende onderwerpen bepalingen zijn opgenomen:
- a. een nadere omschrijving van de taken van de leden van de directie;
- b. een nadere bepaling van de bevoegdheden van de directie;
- c. de besluitvorming in en buiten de vergadering;
- d. de notulen van de vergadering;
- e. het hebben en melden van nevenfuncties aan de minister;
- f. de handelwijze in geval van tegenstrijdige belangen van de directie.
Artikel 3. Schorsing of ontstentenis van een lid van de directie
Bij ontstentenis of schorsing van een lid van de directie, als bedoeld in artikel 8a.66, vierde lid, van de wet, kan de minister een lid aanstellen dat voor de duur van de ontstentenis of de schorsing in de plaats treedt van het lid dat niet in staat is zijn functie te vervullen.
§ 3. Financieel toezicht
Artikel 4. Goedkeuring van tarieven
Bij de goedkeuring van de tarieven, bedoeld in artikel 8a.67, tweede lid, van de wet, krachtens artikel 17 van de Kaderwet besteedt de minister in ieder geval aandacht aan de volgende aspecten:
- a. departementsoverstijgende aangelegenheden;
- b. maatschappelijke belangen;
- c. ontwikkeling van de doelmatigheid;
- d. de wijze waarop de tarieven zich verhouden tot de tarieven van het jaar ervoor;
- e. rechtmatigheid van de tarieven;
- f. ontwikkeling van het eigen vermogen van het zbo, op basis van het jaarverslag van het voorgaande jaar, de geprognosticeerde realisatie van het lopende jaar, en de begroting voor het komende jaar.
Artikel 5. Beoordeling tarievenvoorstel
De minister besteedt bij de beoordeling van het voorstel voor de tarieven en tariefwijzigingen van het zbo ten behoeve van de goedkeuring op grond van artikel 17 van de Kaderwet in ieder geval aandacht aan de volgende aspecten:
- a. de voorgestelde tarieven per taak;
- b. de voorgestelde wijzigingen in het tarievenbeleid;
- c. de invloed van en consequenties voor de vermogenspositie;
- d. de mate van kostendekkendheid en de kostenontwikkeling per taak;
- e. de invloed van efficiëntie-ontwikkelingen;
- f. de invloed van loon- en prijsontwikkelingen;
- g. de reactie van de gebruikers, zoals weergegeven door het zbo.
Artikel 6. Beoordeling begroting
Indien de beoordeling van de begroting door de minister daartoe aanleiding geeft, overlegt de minister met het zbo over de noodzakelijke aanpassingen.
§ 4. Taakuitoefening
Artikel 7. Risicoprofiel
De minister stelt om risicogestuurd toezicht te kunnen houden een risicoprofiel op. Daarbij maakt de minister zo mogelijk gebruik van een risicoanalyse die is opgesteld door het zbo. Het risicoprofiel wordt besproken met het zbo.
Artikel 8. Oordeelsvorming kwaliteit taakuitoefening
De minister vormt zich, onder meer op basis van het jaarverslag, de door het zbo verschafte inlichtingen en door hem uitgevoerde evaluaties, met regelmaat een oordeel over de kwaliteit van de taakuitoefening van het zbo.
§ 5. Overige onderwerpen
Artikel 9. Evaluatie conform artikel 39 van de Kaderwet
De minister voert de evaluatie, bedoeld in artikel 39, eerste lid, van de Kaderwet, uit conform de op het moment van evaluatie geldende evaluatierichtlijnen van de minister van Financiën.
Alvorens de minister de evaluatie en zijn visie daarop aan de Staten-Generaal zendt, stelt hij het zbo in staat hierop binnen een door hem gestelde termijn te reageren.
Artikel 10. Citeertitel
Deze beleidsregel wordt aangehaald als: Beleidsregel sturing van en toezicht op ACNL.
Artikel 11. Inwerkingtreding
Deze beleidsregel treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin hij wordt geplaatst.
Deze beleidsregel zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.