Wet van 8 april 2020, houdende regels met betrekking tot de openbare registers voor registergoederen en de kadasters op Bonaire, Sint Eustatius en Saba (Kadasterwet BES)
Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:
Alzo Wij in overweging genomen hebben dat het wenselijk is dat de kadasterfunctie die ondergebracht is bij de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba onder de verantwoordelijkheid van de Dienst voor het kadaster en de openbare registers komt;
Zo is het, dat Wij, de Afdeling advisering van de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:
Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen
Titel 1. Toepassingsbereik van de wet
Artikel 1
Deze wet is van toepassing in de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba.
Titel 2. Begripsbepalingen
Artikel 2
In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:
- bewaarder: bewaarder als bedoeld in artikel 9;
- Dienst: Dienst voor het kadaster en de openbare registers als bedoeld in artikel 2 van de Organisatiewet Kadaster;
- Kadasters: onderdelen van de Dienst als bedoeld in artikel 3;
- kadastrale registratie: registratie als bedoeld in artikel 55, eerste lid, en de kadastrale kaart van een openbaar lichaam, bedoeld in artikel 55, derde lid;
- Onze Minister: Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties;
- openbaar lichaam: openbaar lichaam Bonaire, Sint Eustatius of Saba;
- openbare registers: openbare registers als bedoeld in artikel 16 van Boek 3 van het Burgerlijk Wetboek BES;
- privéschip: visserijvaartuig, plezierjacht of ander vaartuig bestemd voor privédoeleinden;
- registratie voor luchtvaartuigen: registratie als bedoeld in artikel 58, eerste lid;
- registratie voor schepen: registratie als bedoeld in artikel 56, eerste lid.
De begripsomschrijvingen, opgenomen in de artikelen 1, 2, 3, eerste lid, 8 en 10 van Boek 3, en de artikelen 1, 2, 3a en 190 van Boek 8 van het Burgerlijk Wetboek BES, gelden ook voor deze wet.
Titel 3. De kadasters
Artikel 3
In ieder van de openbare lichamen is een onderdeel van de Dienst aanwezig, belast met de uitvoering van de taken, bedoeld in artikel 7. Deze onderdelen ressorteren onder het bestuur van de Dienst.
Artikel 4
In afwijking van artikel 4 van de Ambtenarenwet BES wordt onder «bevoegd gezag» in de zin van die wet voor wat betreft het personeel van de Kadasters verstaan: het bestuur van de Dienst.
Voor zover in de regels die zijn gesteld bij of krachtens de Ambtenarenwet BES onderscheid wordt gemaakt tussen ambtenaren in dienst van de Staat en andere ambtenaren, gelden voor het personeel van de Kadasters de regels die van toepassing zijn op de ambtenaren in dienst van de Staat.
Artikel 5
Het bestuur van de Dienst bepaalt:
- a. op welke plaatsen de Kadasters kantoor houden;
- b. op welke plaatsen en gedurende welke tijden in de openbare lichamen stukken ter inschrijving in de openbare registers kunnen worden aangeboden, en
- c. op welke plaatsen en gedurende welke tijden in de openbare lichamen loket wordt gehouden voor het publiek.
Artikel 6
De Kadasters hebben, onverminderd het bepaalde in andere wettelijke voorschriften, als doeleinden:
- a. de bevordering van de rechtszekerheid ten aanzien van registergoederen in het:
- 1°. rechtsverkeer;
- 2°. economisch verkeer;
- 3°. bestuurlijk verkeer tussen burgers en bestuursorganen;
- b. de bevordering van een doelmatige geo-informatie-infrastructuur;
- c. een doelmatige informatievoorziening van de overheid ten behoeve van de goede vervulling van publiekrechtelijke taken en de nakoming van wettelijke verplichtingen door bestuursorganen, en
- d. ondersteuning en bevordering van de economische activiteiten.
Artikel 7
De Kadasters hebben, onverminderd het bepaalde in andere wettelijke voorschriften, tot taak:
- a. het houden van de openbare registers;
- b. het houden en bijwerken van de kadastrale registratie;
- c. het in stand houden van een net van coördinaatpunten;
- d. dit onderdeel is nog niet in werking getreden;
- e. dit onderdeel is nog niet in werking getreden;
- f. dit onderdeel is nog niet in werking getreden;
- g. het verstrekken van inlichtingen omtrent gegevens, die de Kadasters hebben verkregen in het kader van de uitvoering van de taken, bedoeld onder a tot en met f;
- h. het bevorderen van de toegankelijkheid en de uitwisselbaarheid van gegevens als bedoeld onder a tot en met f;
- i. het vervaardigen en verstrekken van informatie door verwerking van gegevens als bedoeld onder a tot en met f, voor zover het vervaardigen en verstrekken van die informatie niet onverenigbaar is met de doeleinden, genoemd in artikel 6;
- j. het in opdracht van een of meer van Onze Ministers verrichten van werkzaamheden of het aan een of meer van Onze Ministers verstrekken van informatie over gegevens als bedoeld onder a tot en met f, ter nakoming van op Nederland rustende internationale verplichtingen uit verdragen en overeenkomsten of daarop gebaseerde besluiten overeenkomstig die verdragen, overeenkomsten of besluiten, voor zover die de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius of Saba betreffen;
- k. het voor de Dienst houden van loket voor de teboekstelling van andere schepen dan privéschepen in de openbare registers, bedoeld in artikel 16 van Boek 3 van het Burgerlijk Wetboek.
De werkzaamheden, bedoeld in het eerste lid, onder k, vinden plaats onder verantwoordelijkheid van een bewaarder van het kadaster en de openbare registers als bedoeld in artikel 6 van de Kadasterwet.
Bij algemene maatregel van bestuur kunnen aan de Kadasters andere taken dan genoemd in het eerste lid worden opgedragen of marktactiviteiten worden toegestaan, voor zover die taken en marktactiviteiten verband houden met de taken, genoemd in het eerste lid, en niet onverenigbaar zijn met de doeleinden, genoemd in artikel 6. Bij die algemene maatregel van bestuur kan worden bepaald dat bij ministeriële regeling nadere regels kunnen worden gesteld met betrekking tot de uitvoering van de bij die maatregel opgedragen taken of toegestane marktactiviteiten.
Artikel 8
De Kadasters verzamelen persoonsgegevens als bedoeld in artikel 1, tweede lid, onder a, van de Wet bescherming persoonsgegevens BES voor de doeleinden, genoemd in artikel 6, onverminderd het bepaalde in andere wettelijke voorschriften.
De Kadasters verwerken geen persoonsgegevens in verband met de totstandbrenging of de instandhouding van een directe relatie tussen een Kadaster of een derde en de betrokkene met het oog op werving voor commerciële of charitatieve doelen.
Ten aanzien van verwerkingen als bedoeld in dit artikel is het bestuur van de Dienst verantwoordelijke in de zin van artikel 1, tweede lid, onder d, van de Wet bescherming persoonsgegevens BES.
Artikel 9
Onder de benaming van bewaarder van het kadaster en de openbare registers worden door het bestuur van de Dienst voor de Kadasters gezamenlijk, ten minste een en ten hoogste drie bewaarders benoemd.
Tot bewaarder kan uitsluitend worden benoemd degene die:
- a. op grond van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek gerechtigd is de titel meester of Master of Laws te voeren;
- b. een door het bestuur van de Dienst voldoende verklaarde opleiding of ervaring van gelijkwaardige aard hebben, of
- c. in het bezit is van een ten aanzien van het beroep van bewaarder verleende erkenning van beroepskwalificaties als bedoeld in artikel 5 van de Algemene wet erkenning EU-beroepskwalificaties.
Bij algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels worden gesteld met betrekking tot de beroepsvereisten, bedoeld in het tweede lid, onder a.
Bij afwezigheid, belet, ontstentenis of schorsing van een bewaarder wordt hij vervangen door een of meer van de andere bewaarders, door het bestuur van de Dienst aan te wijzen op een daarbij door dat bestuur te bepalen wijze.
Het bestuur van de Dienst kan een of meer personen die zijn aangesteld door de Dienst belasten met de waarneming van het ambt van bewaarder.
Artikel 10
De bewaarder is, onverminderd het bepaalde bij of krachtens deze of een andere wet, belast met:
- a. het verrichten van inschrijvingen in de openbare registers en het stellen van aantekeningen in die registers;
- b. het bijwerken van de kadastrale registratie; en
- c. het bijwerken van de registratie voor schepen en de registratie voor luchtvaartuigen.
De bewaarder kan met betrekking tot een of meer van zijn bevoegdheden die hem zijn toegekend bij of krachtens deze of een andere wet, mandaat of machtiging verlenen aan een of meer ambtenaren of personen die op basis van een privaatrechtelijke overeenkomst werkzaamheden verrichten voor de Kadasters. Verlening van mandaat of machtiging behoeft de instemming van het bestuur van de Dienst.
Het bestuur van de Dienst kan richtlijnen en instructies geven aan de bewaarder met betrekking tot:
- a. het verrichten van werkzaamheden en het uitoefenen van bevoegdheden die hem zijn opgedragen onderscheidenlijk toegekend bij of krachtens deze of een andere wet, en
- b. de toepassing van het tweede lid, eerste zin.
Artikel 11
Het bestuur van de Dienst raadpleegt ten minste een maal per kalenderjaar de bestuurscolleges van de openbare lichamen over de kwaliteit en de doelmatigheid van de dienstverlening, over toekomstige ontwikkelingen met betrekking tot de Kadasters en over andere zaken van gemeenschappelijk belang.
Indien het bestuur van de Dienst voornemens is in zijn beleid wijzigingen aan te brengen die betrekking hebben op de in het eerste lid genoemde aangelegenheden, geeft het bestuur aan de bestuurscolleges van de openbare lichamen de gelegenheid daarover binnen acht weken na verzending van een verzoek daartoe hun zienswijze naar voren te brengen.
De bestuurscolleges van de openbare lichamen kunnen het bestuur van de Dienst daarnaast uit eigen beweging schriftelijk in kennis stellen van de binnen de bestuurscolleges levende standpunten over een onderwerp als bedoeld in het eerste lid.
Bij ministeriële regeling worden regels gesteld over:
- a. de werkwijze met betrekking tot het raadplegen, bedoeld in het eerste lid,
- b. de wijze waarop een zienswijze als bedoeld in het tweede lid tot stand komt, waaronder in ieder geval het betrekken van zienswijzen van personen die gebruiker zijn van de door de Kadasters geleverde diensten, en
- c. het betrekken van de zienswijze bij beleidswijzigingen als bedoeld in het tweede lid.
Hoofdstuk 2. Openbare registers voor registergoederen
Titel 1. Algemene bepalingen
Afdeling 1. Omschrijving en vorm van de openbare registers; aantekeningen in de openbare registers, daaronder begrepen doorhalingen van inschrijvingen; vervanging van de inhoud van de openbare registers
Artikel 12
De openbare registers waarin feiten die voor de rechtstoestand van registergoederen van belang zijn, worden ingeschreven, zijn:
- a. de registers van inschrijving van feiten die betrekking hebben op onroerende zaken en de rechten waaraan die onderworpen zijn:
- b. de registers van inschrijving van feiten die betrekking hebben op schepen en de rechten waaraan deze onderworpen zijn;
- c. de registers van inschrijving van feiten die betrekking hebben op luchtvaartuigen en de rechten waaraan deze onderworpen zijn;
- d. het register van voorlopige aantekeningen onderscheidenlijk voor onroerende zaken, schepen en luchtvaartuigen en de rechten waaraan deze onderworpen zijn, waarin de aanbieding van stukken waarvan de inschrijving door de bewaarder ingevolge artikel 20 van Boek 3 van het Burgerlijk Wetboek BES is geweigerd, wordt aangetekend onder vermelding van de gerezen bedenkingen.
Indien naar het oordeel van de bewaarder in de stukken die ter inschrijving worden aangeboden niet genoegzaam wordt aangetoond dat het een privéschip betreft, tekent de bewaarder de aanbieding van de stukken aan in het register van voorlopige aantekeningen.
Tot de openbare registers behoren ook de openbare registers, bedoeld in de Wet openbare registers BES, zoals die luidde onmiddellijk voorafgaand aan het tijdstip van de inwerkingtreding van deze wet.
Het bestuur van de Dienst stelt nadere regels vast ter zake van de vorm van de in het eerste lid bedoelde registers.
Bij regeling van het bestuur van de Dienst worden, onverminderd het bepaalde in andere wettelijke voorschriften, de gevallen vastgesteld waarin in de in het eerste lid bedoelde registers door de bewaarder aantekeningen, daaronder begrepen doorhalingen van inschrijvingen in die registers, worden gesteld, de aard van die aantekeningen en de wijze waarop deze worden gesteld, zodanig dat:
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.