Wet van 8 april 2020, houdende regels met betrekking tot de openbare registers voor registergoederen en de kadasters op Bonaire, Sint Eustatius en Saba (Kadasterwet BES)

Type Wet Bes
Publication 2024-12-11
State In force
Source BWB
artikelen 97
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:

Alzo Wij in overweging genomen hebben dat het wenselijk is dat de kadasterfunctie die ondergebracht is bij de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba onder de verantwoordelijkheid van de Dienst voor het kadaster en de openbare registers komt;

Zo is het, dat Wij, de Afdeling advisering van de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen

Titel 1. Toepassingsbereik van de wet

Artikel 1

Deze wet is van toepassing in de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba.

Titel 2. Begripsbepalingen

Artikel 2

1.

In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:

  • bewaarder: bewaarder als bedoeld in artikel 9;
  • Kadasters: onderdelen van de Dienst als bedoeld in artikel 3;
  • kadastrale registratie: registratie als bedoeld in artikel 55, eerste lid, en de kadastrale kaart van een openbaar lichaam, bedoeld in artikel 55, derde lid;
  • Onze Minister: Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties;
  • openbaar lichaam: openbaar lichaam Bonaire, Sint Eustatius of Saba;
  • privéschip: visserijvaartuig, plezierjacht of ander vaartuig bestemd voor privédoeleinden;
2.

De begripsomschrijvingen, opgenomen in de artikelen 1, 2, 3, eerste lid, 8 en 10 van Boek 3, en de artikelen 1, 2, 3a en 190 van Boek 8 van het Burgerlijk Wetboek BES, gelden ook voor deze wet.

Titel 3. De kadasters

Artikel 3

In ieder van de openbare lichamen is een onderdeel van de Dienst aanwezig, belast met de uitvoering van de taken, bedoeld in artikel 7. Deze onderdelen ressorteren onder het bestuur van de Dienst.

Artikel 4

1.

In afwijking van artikel 4 van de Ambtenarenwet BES wordt onder «bevoegd gezag» in de zin van die wet voor wat betreft het personeel van de Kadasters verstaan: het bestuur van de Dienst.

2.

Voor zover in de regels die zijn gesteld bij of krachtens de Ambtenarenwet BES onderscheid wordt gemaakt tussen ambtenaren in dienst van de Staat en andere ambtenaren, gelden voor het personeel van de Kadasters de regels die van toepassing zijn op de ambtenaren in dienst van de Staat.

Artikel 5

Het bestuur van de Dienst bepaalt:

  • a. op welke plaatsen de Kadasters kantoor houden;
  • b. op welke plaatsen en gedurende welke tijden in de openbare lichamen stukken ter inschrijving in de openbare registers kunnen worden aangeboden, en
  • c. op welke plaatsen en gedurende welke tijden in de openbare lichamen loket wordt gehouden voor het publiek.

Artikel 6

De Kadasters hebben, onverminderd het bepaalde in andere wettelijke voorschriften, als doeleinden:

  • a. de bevordering van de rechtszekerheid ten aanzien van registergoederen in het:
  • 1°. rechtsverkeer;
  • 2°. economisch verkeer;
  • 3°. bestuurlijk verkeer tussen burgers en bestuursorganen;
  • b. de bevordering van een doelmatige geo-informatie-infrastructuur;
  • c. een doelmatige informatievoorziening van de overheid ten behoeve van de goede vervulling van publiekrechtelijke taken en de nakoming van wettelijke verplichtingen door bestuursorganen, en
  • d. ondersteuning en bevordering van de economische activiteiten.

Artikel 7

1.

De Kadasters hebben, onverminderd het bepaalde in andere wettelijke voorschriften, tot taak:

  • a. het houden van de openbare registers;
  • b. het houden en bijwerken van de kadastrale registratie;
  • c. het in stand houden van een net van coördinaatpunten;
  • d. dit onderdeel is nog niet in werking getreden;
  • e. dit onderdeel is nog niet in werking getreden;
  • f. dit onderdeel is nog niet in werking getreden;
  • g. het verstrekken van inlichtingen omtrent gegevens, die de Kadasters hebben verkregen in het kader van de uitvoering van de taken, bedoeld onder a tot en met f;
  • h. het bevorderen van de toegankelijkheid en de uitwisselbaarheid van gegevens als bedoeld onder a tot en met f;
  • i. het vervaardigen en verstrekken van informatie door verwerking van gegevens als bedoeld onder a tot en met f, voor zover het vervaardigen en verstrekken van die informatie niet onverenigbaar is met de doeleinden, genoemd in artikel 6;
  • j. het in opdracht van een of meer van Onze Ministers verrichten van werkzaamheden of het aan een of meer van Onze Ministers verstrekken van informatie over gegevens als bedoeld onder a tot en met f, ter nakoming van op Nederland rustende internationale verplichtingen uit verdragen en overeenkomsten of daarop gebaseerde besluiten overeenkomstig die verdragen, overeenkomsten of besluiten, voor zover die de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius of Saba betreffen;
2.

De werkzaamheden, bedoeld in het eerste lid, onder k, vinden plaats onder verantwoordelijkheid van een bewaarder van het kadaster en de openbare registers als bedoeld in artikel 6 van de Kadasterwet.

3.

Bij algemene maatregel van bestuur kunnen aan de Kadasters andere taken dan genoemd in het eerste lid worden opgedragen of marktactiviteiten worden toegestaan, voor zover die taken en marktactiviteiten verband houden met de taken, genoemd in het eerste lid, en niet onverenigbaar zijn met de doeleinden, genoemd in artikel 6. Bij die algemene maatregel van bestuur kan worden bepaald dat bij ministeriële regeling nadere regels kunnen worden gesteld met betrekking tot de uitvoering van de bij die maatregel opgedragen taken of toegestane marktactiviteiten.

Artikel 8

1.

De Kadasters verzamelen persoonsgegevens als bedoeld in artikel 1, tweede lid, onder a, van de Wet bescherming persoonsgegevens BES voor de doeleinden, genoemd in artikel 6, onverminderd het bepaalde in andere wettelijke voorschriften.

2.

De Kadasters verwerken geen persoonsgegevens in verband met de totstandbrenging of de instandhouding van een directe relatie tussen een Kadaster of een derde en de betrokkene met het oog op werving voor commerciële of charitatieve doelen.

3.

Ten aanzien van verwerkingen als bedoeld in dit artikel is het bestuur van de Dienst verantwoordelijke in de zin van artikel 1, tweede lid, onder d, van de Wet bescherming persoonsgegevens BES.

Artikel 9

1.

Onder de benaming van bewaarder van het kadaster en de openbare registers worden door het bestuur van de Dienst voor de Kadasters gezamenlijk, ten minste een en ten hoogste drie bewaarders benoemd.

2.

Tot bewaarder kan uitsluitend worden benoemd degene die:

  • b. een door het bestuur van de Dienst voldoende verklaarde opleiding of ervaring van gelijkwaardige aard hebben, of
3.

Bij algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels worden gesteld met betrekking tot de beroepsvereisten, bedoeld in het tweede lid, onder a.

4.

Bij afwezigheid, belet, ontstentenis of schorsing van een bewaarder wordt hij vervangen door een of meer van de andere bewaarders, door het bestuur van de Dienst aan te wijzen op een daarbij door dat bestuur te bepalen wijze.

5.

Het bestuur van de Dienst kan een of meer personen die zijn aangesteld door de Dienst belasten met de waarneming van het ambt van bewaarder.

Artikel 10

1.

De bewaarder is, onverminderd het bepaalde bij of krachtens deze of een andere wet, belast met:

  • a. het verrichten van inschrijvingen in de openbare registers en het stellen van aantekeningen in die registers;
  • b. het bijwerken van de kadastrale registratie; en
  • c. het bijwerken van de registratie voor schepen en de registratie voor luchtvaartuigen.
2.

De bewaarder kan met betrekking tot een of meer van zijn bevoegdheden die hem zijn toegekend bij of krachtens deze of een andere wet, mandaat of machtiging verlenen aan een of meer ambtenaren of personen die op basis van een privaatrechtelijke overeenkomst werkzaamheden verrichten voor de Kadasters. Verlening van mandaat of machtiging behoeft de instemming van het bestuur van de Dienst.

3.

Het bestuur van de Dienst kan richtlijnen en instructies geven aan de bewaarder met betrekking tot:

  • a. het verrichten van werkzaamheden en het uitoefenen van bevoegdheden die hem zijn opgedragen onderscheidenlijk toegekend bij of krachtens deze of een andere wet, en
  • b. de toepassing van het tweede lid, eerste zin.

Artikel 11

1.

Het bestuur van de Dienst raadpleegt ten minste een maal per kalenderjaar de bestuurscolleges van de openbare lichamen over de kwaliteit en de doelmatigheid van de dienstverlening, over toekomstige ontwikkelingen met betrekking tot de Kadasters en over andere zaken van gemeenschappelijk belang.

2.

Indien het bestuur van de Dienst voornemens is in zijn beleid wijzigingen aan te brengen die betrekking hebben op de in het eerste lid genoemde aangelegenheden, geeft het bestuur aan de bestuurscolleges van de openbare lichamen de gelegenheid daarover binnen acht weken na verzending van een verzoek daartoe hun zienswijze naar voren te brengen.

3.

De bestuurscolleges van de openbare lichamen kunnen het bestuur van de Dienst daarnaast uit eigen beweging schriftelijk in kennis stellen van de binnen de bestuurscolleges levende standpunten over een onderwerp als bedoeld in het eerste lid.

4.

Bij ministeriële regeling worden regels gesteld over:

  • a. de werkwijze met betrekking tot het raadplegen, bedoeld in het eerste lid,
  • b. de wijze waarop een zienswijze als bedoeld in het tweede lid tot stand komt, waaronder in ieder geval het betrekken van zienswijzen van personen die gebruiker zijn van de door de Kadasters geleverde diensten, en
  • c. het betrekken van de zienswijze bij beleidswijzigingen als bedoeld in het tweede lid.

Hoofdstuk 2. Openbare registers voor registergoederen

Titel 1. Algemene bepalingen

Afdeling 1. Omschrijving en vorm van de openbare registers; aantekeningen in de openbare registers, daaronder begrepen doorhalingen van inschrijvingen; vervanging van de inhoud van de openbare registers

Artikel 12

1.

De openbare registers waarin feiten die voor de rechtstoestand van registergoederen van belang zijn, worden ingeschreven, zijn:

  • a. de registers van inschrijving van feiten die betrekking hebben op onroerende zaken en de rechten waaraan die onderworpen zijn:
  • b. de registers van inschrijving van feiten die betrekking hebben op schepen en de rechten waaraan deze onderworpen zijn;
  • c. de registers van inschrijving van feiten die betrekking hebben op luchtvaartuigen en de rechten waaraan deze onderworpen zijn;
  • d. het register van voorlopige aantekeningen onderscheidenlijk voor onroerende zaken, schepen en luchtvaartuigen en de rechten waaraan deze onderworpen zijn, waarin de aanbieding van stukken waarvan de inschrijving door de bewaarder ingevolge artikel 20 van Boek 3 van het Burgerlijk Wetboek BES is geweigerd, wordt aangetekend onder vermelding van de gerezen bedenkingen.
2.

Indien naar het oordeel van de bewaarder in de stukken die ter inschrijving worden aangeboden niet genoegzaam wordt aangetoond dat het een privéschip betreft, tekent de bewaarder de aanbieding van de stukken aan in het register van voorlopige aantekeningen.

3.

Tot de openbare registers behoren ook de openbare registers, bedoeld in de Wet openbare registers BES, zoals die luidde onmiddellijk voorafgaand aan het tijdstip van de inwerkingtreding van deze wet.

4.

Het bestuur van de Dienst stelt nadere regels vast ter zake van de vorm van de in het eerste lid bedoelde registers.

5.

Bij regeling van het bestuur van de Dienst worden, onverminderd het bepaalde in andere wettelijke voorschriften, de gevallen vastgesteld waarin in de in het eerste lid bedoelde registers door de bewaarder aantekeningen, daaronder begrepen doorhalingen van inschrijvingen in die registers, worden gesteld, de aard van die aantekeningen en de wijze waarop deze worden gesteld, zodanig dat:

  • a. de doorhaling behoudens in het onder d voorziene geval, slechts geschiedt op grond van de in de desbetreffende registers ingeschreven stukken die de bewaarder tot doorhaling machtigen;
  • b. na een inschrijving van een stuk dat tot doorhaling machtigt, deze terstond geschiedt;
  • c. tenzij ingevolge artikel 14, eerste lid, of artikel 16, zesde lid, van dat stuk een afschrift in de vorm van een mechanische reproductie is vervaardigd, op het stuk door middel waarvan het door te halen feit is ingeschreven, wordt vermeld op grond van welk stuk de doorhaling is geschied; en
  • d. als ingevolge een wettelijk voorschrift door een beschikking of door de inschrijving van enig stuk met betrekking tot een zaak bestaande lasten en rechten vervallen of tenietgaan, na de inschrijving van die beschikking of van dat stuk de inschrijvingen betreffende hypotheken en beslagen die door die beschikking, onderscheidenlijk de inschrijving van dat stuk, waardeloos zijn geworden, met bekwame spoed worden doorgehaald.

Artikel 13

1.

Het bestuur van de Dienst draagt zorg dat de openbare registers zodanig duurzaam worden bewaard dat de inhoud ervan naar de eisen van openbaarheid binnen redelijke termijn voor raadpleging beschikbaar is.

2.

De inhoud van de openbare registers kan worden gehouden op papieren, elektronische of andere gegevensdragers.

3.

Het bestuur van de Dienst kan ten aanzien van door hem aan te wijzen openbare registers of gedeelten ervan, de inhoud overbrengen op andere gegevensdragers van dezelfde of een andere soort, mits de overbrenging geschiedt met juiste en volledige weergave van alle desbetreffende gegevens, ter waarborging waarvan het bestuur van de Dienst passende maatregelen ten uitvoer legt. Het bestuur van de Dienst kan bepalen dat meer dan een duplicaat van dezelfde of een andere soort als bedoeld in de eerste zin wordt vervaardigd. Het bestuur van de Dienst draagt in elk geval zorg dat van de openbare registers zo spoedig mogelijk ten minste een duplicaat in dubbel aanwezig is, waarbij het bestuur rekening houdt met de stand van de techniek, de kosten van tenuitvoerlegging en de desbetreffende risico’s.

4.

Het bestuur van de Dienst kan bepalen dat een ingevolge het derde lid vervaardigd duplicaat de inhoud vervangt van de openbare registers of gedeelten ervan waarvan dat duplicaat een afschrift is.

5.

De duplicaten, bedoeld in het derde en vierde lid, hebben dezelfde bewijskracht als de inhoud van de registers die is geplaatst op de oorspronkelijke gegevensdragers onderscheidenlijk als de oorspronkelijke inhoud van de registers.

6.

Van elke vervaardiging van een duplicaat en vervanging als bedoeld in het derde onderscheidenlijk vierde lid wordt een verklaring opgemaakt, die ten minste een specificatie bevat van de desbetreffende vervaardiging onderscheidenlijk vervanging, en aangeeft op grond waarvan zij is geschied. Het bestuur van de Dienst stelt de vorm van de verklaring vast, en wanneer en door wie zij wordt opgemaakt en ondertekend.

7.

Het bestuur van de Dienst stelt met inachtneming van het eerste tot en met zesde lid nadere regels omtrent de wijze waarop de openbare registers worden gehouden. Daarbij wordt in elk geval geregeld de wijze waarop voor gebruik niet langer geschikte of beschikbare duplicaten als bedoeld in het derde lid worden vervangen door nieuwe duplicaten.

Artikel 14

1.

Het bestuur van de Dienst kan bepalen dat de inhoud van de registers, bedoeld in artikel 12, eerste lid, wordt vervangen door afschriften daarvan in tweevoud in de vorm van door de bewaarder vervaardigde mechanische reproducties.

2.

Het bestuur van de Dienst bepaalt de wijze waarop de vervanging, bedoeld in het eerste lid, geschiedt.

3.

De reproducties, bedoeld in het eerste lid, hebben dezelfde bewijskracht als de oorspronkelijke inhoud van de registers.

Afdeling 2. Plaats van inschrijving

Artikel 15

Stukken ter verkrijging van inschrijving van feiten die betrekking hebben op onroerende zaken of de rechten waaraan deze onderworpen zijn, worden aangeboden aan de Kadasters van het openbaar lichaam waarbinnen de onroerende zaken waarop de in te schrijven feiten betrekking hebben, zijn gelegen.

Afdeling 3. Vereisten voor inschrijving en de wijze waarop deze geschiedt

Artikel 16

1.

Voor inschrijving van een feit in de openbare registers, bedoeld in artikel 12, eerste lid, onder a tot en met c, is vereist:

  • a. een stuk dat voldoet aan de eisen gesteld in titel 2 van dit hoofdstuk; en
  • b. een afschrift van dat stuk, gesteld op een door de Kadasters verstrekt formulier en voorzien van een verklaring van eensluidendheid.
2.

De bewaarder is niet gehouden de juistheid van de verklaring, bedoeld in het eerste lid, onder b, te onderzoeken. De Dienst is niet aansprakelijk voor schade voortvloeiend uit onjuistheden en onvolledigheden in het afschrift.

3.

Bij ministeriële regeling:

  • a. wordt de vorm van de in het eerste lid bedoelde verklaring vastgesteld;
  • b. wordt bepaald, onverminderd het bepaalde in andere wettelijke voorschriften, door wie die verklaring wordt ondertekend;
  • c. kan voor bijzondere gevallen worden bepaald dat geen afschrift, als bedoeld in het eerste lid, behoeft te worden aangeboden;
  • d. worden de vereisten vastgesteld waaraan tekeningen die deel uitmaken van ter inschrijving aangeboden stukken moeten voldoen. Daarbij kan worden afgeweken van het eerste tot en met het vierde lid.
4.

In de gevallen, bedoeld in het derde lid, onder c, doet de bewaarder het afschrift van het ter inschrijving aangeboden stuk vervaardigen. Het zevende lid is dan van overeenkomstige toepassing.

5.

Bij regeling van het bestuur van de Dienst worden de vorm van het in het eerste lid bedoelde formulier, alsmede de vereisten met inachtneming waarvan dit formulier dient te worden ingevuld en aangeboden, vastgesteld.

6.

Bij ministeriële regeling kan worden bepaald dat in afwijking van het eerste lid, onder b, de bewaarder een afschrift van het ter inschrijving aangeboden stuk in tweevoud vervaardigt in de vorm van een mechanische reproductie. In dat geval voldoet het ter inschrijving aan te bieden stuk aan bij die regeling gestelde eisen en zijn het derde lid, onder c, en het vijfde lid, van overeenkomstige toepassing.

7.

De Dienst is aansprakelijk voor schade voortvloeiend uit onjuistheden en onvolledigheden in het afschrift, ontstaan ten gevolge van de vervaardiging van de mechanische reproductie, bedoeld in het zesde lid.

Artikel 17

1.

Bij ministeriële regeling kan worden bepaald dat de in artikel 18 bedoelde stukken in elektronische vorm kunnen worden aangeboden, voorzien van een elektronische handtekening.

2.

Bij regeling van het bestuur van de Dienst wordt bepaald:

  • a. aan welke vereisten de stukken in elektronische vorm moeten voldoen;
  • b. onder welke voorwaarden elektronische aanlevering van deze stukken kan plaatsvinden;
  • c. dat de aanbieder van het stuk een verklaring toevoegt dat het aangeboden stuk inhoudelijk een volledige en juiste weergave is van de inhoud van het stuk waarvan het een afschrift is onderscheidenlijk van de desbetreffende gedeelten van het stuk waarvan het een uittreksel is;
  • d. wiens elektronische handtekening is vereist, en
  • e. op welke wijze de inschrijving van stukken in elektronische vorm geschiedt en welke aantekeningen op de stukken in elektronische vorm worden geplaatst.

Artikel 18

1.

De inschrijving geschiedt door het in bewaring nemen van het afschrift van het stuk, bedoeld in artikel 16, eerste lid.

2.

De afschriften van de stukken worden zo veel mogelijk gerangschikt in de volgorde waarin zij ter inschrijving zijn aangeboden, met vermelding van het tijdstip waarop deze aanbieding is geschied.

3.

Het bestuur van de Dienst stelt nadere regels vast omtrent de rangschikking en de wijze van opberging van de afschriften.

4.

Indien artikel 16, zesde lid, toepassing heeft gevonden, geschiedt de inschrijving in afwijking van het eerste lid door de vervaardiging van het afschrift in tweevoud, bedoeld in dat lid. Het tweede en derde lid zijn dan van overeenkomstige toepassing.

Artikel 19

Na de inschrijving, bedoeld in artikel 18, eerste lid, worden de ter inschrijving aangeboden stukken aan de aanbieder teruggegeven nadat zij door de bewaarder zijn voorzien van een aantekening, vermeldende het kantoor, dag, uur en minuut van aanbieding, alsmede het deel van het desbetreffende register waarin en het nummer waaronder in dat deel de opberging van het afschrift is geschied, of ingeval artikel 16, zevende lid, toepassing heeft gevonden, de verwijzing naar de plaats waaronder de desbetreffende mechanische reproductie is opgeborgen.

Artikel 20

1.

Op de inschrijving van een feit, waarvan de inschrijving alsnog is bevolen overeenkomstig artikel 20, tweede lid, van Boek 3 van het Burgerlijk Wetboek BES of opnieuw is verzocht, als bedoeld in artikel 20, vierde lid, tweede zin, van Boek 3 van dat wetboek, zijn de artikelen 16 tot en met 19 van toepassing, voor zover daarvan in dit artikel niet wordt afgeweken.

2.

Voor een inschrijving als bedoeld in het eerste lid wordt vereist het oorspronkelijk aangeboden stuk dat is voorzien van de in artikel 21, tweede lid, bedoelde verklaring.

3.

De inschrijving geschiedt, tenzij artikel 16, zevende lid, toepassing heeft gevonden, door doorhaling van de voorlopige aantekening en door vermelding daarbij van het deel en nummer, bedoeld in artikel 19.

4.

Artikel 19 is van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat de bewaarder op het ingeschreven stuk eveneens van doorhaling van de voorlopige aantekening melding maakt overeenkomstig door het bestuur van de Dienst daartoe vast te stellen regels.

Afdeling 4. Voorlopige aantekeningen en bewijs van ontvangst

Artikel 21

1.

De boeking, bedoeld in artikel 20, eerste lid, van Boek 3 van het Burgerlijk Wetboek BES, geschiedt in het register van voorlopige aantekeningen voor goederen als waarop het aangeboden stuk betrekking heeft, met vermelding van de gerezen bedenkingen, alsmede voor zover bekend, van de naam en woonplaats met adres van de aanbieder.

2.

Na de boeking wordt dat stuk voorzien van een door de bewaarder ondertekende verklaring, vermeldende ten minste het kantoor, dag, uur en minuut van aanbieding, onder verwijzing naar de boeking in het desbetreffende register van voorlopige aantekeningen, alsmede de gerezen bedenkingen, en wordt het aan de aanbieder teruggegeven. Het voor inschrijving vereiste, aangeboden afschrift van het stuk wordt in bewaring genomen. Artikel 19, tweede en derde lid, is van overeenkomstige toepassing.

3.

Ingeval het voor inschrijving vereiste afschrift niet is aangeboden, vervaardigt de bewaarder een afschrift van het in het eerste lid bedoelde stuk overeenkomstig door het bestuur van de Dienst daartoe vast te stellen regels, waarbij artikel 16, zevende lid, van overeenkomstige toepassing is. De vorige zin is van overeenkomstige toepassing met betrekking tot in het eerste lid bedoelde stukken waarop ten aanzien van de inschrijving artikel 16, vierde lid, van toepassing is.

4.

Het bestuur van de Dienst stelt voorts regels vast in welke van de gevallen, waarin het in artikel 16, eerste lid, bedoelde formulier niet met inachtneming van de in artikel 16, zesde lid, bedoelde vereisten is ingevuld of aangeboden, de bewaarder een afschrift vervaardigt van het stuk waarvan de inschrijving is geweigerd, en op welke wijze deze vervaardiging geschiedt. Artikel 18, tweede en derde lid, is van overeenkomstige toepassing. Het aangeboden afschrift wordt opgeborgen in het desbetreffende register van voorlopige aantekeningen bij het desbetreffende door de bewaarder vervaardigde afschrift.

5.

Indien artikel 16, zesde lid, toepassing heeft gevonden, vervaardigt de bewaarder voor zover mogelijk een afschrift van het stuk waarvan de inschrijving is geweigerd overeenkomstig door het bestuur van de Dienst daartoe vast te stellen regels, alvorens dat stuk aan de aanbieder terug te geven. Artikel 16, zevende lid, is van overeenkomstige toepassing.

6.

Het eerste en tweede lid zijn van overeenkomstige toepassing op de boeking van de aanbieding van een stuk, dat krachtens artikel 43, tweede lid, slechts op bevel van de rechter kan worden ingeschreven.

Artikel 22

1.

Van aan de bewaarder uitgebrachte oproepingen, als bedoeld in artikel 20, vierde lid, van Boek 3 van het Burgerlijk Wetboek BES, en van uitspraken van de rechter in eerste aanleg, aangespannen ter verkrijging van het in artikel 20, tweede lid, van Boek 3 van dat wetboek bedoelde bevel, wordt aantekening gehouden in het desbetreffende register van voorlopige aantekeningen overeenkomstig door het bestuur van de Dienst daartoe vast te stellen regels.

2.

Het bestuur van de Dienst stelt voorts regels vast omtrent de wijze waarop in het register van voorlopige aantekeningen de in artikel 21, eerste lid, bedoelde boeking geschiedt, alsmede omtrent de wijze van doorhaling van voorlopige aantekeningen.

3.

Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing ten aanzien van oproepingen uitgebracht aan de bewaarder ter verkrijging van een bevel van de rechter tot inschrijving van een notariële verklaring, bedoeld in artikel 43, eerste lid, onder c. Het tweede lid is van overeenkomstige toepassing ten aanzien van de in artikel 43, tweede lid, eerste zin, bedoelde boeking en de doorhaling van een zodanige boeking in het register van voorlopige aantekeningen.

Artikel 23

Het bestuur van de Dienst stelt de vorm vast van het bewijs van ontvangst, bedoeld in artikel 18 van Boek 3 van het Burgerlijk Wetboek BES, alsmede regels omtrent de wijze waarop op dat bewijs de verrichte inschrijving desverlangd wordt aangetekend, bedoeld in artikel 19, derde lid, van Boek 3 van dat wetboek.

Titel 2. Vereisten met betrekking tot in te schrijven stukken

Afdeling 1. Algemene vereisten waaraan in te schrijven stukken moeten voldoen

Artikel 24

1.

Onverminderd de overige uit deze titel voortvloeiende eisen, moet een ter inschrijving aangeboden notariële akte, notariële verklaring of authentiek afschrift of uittreksel van een zodanige akte of verklaring vermelden:

  • a. naam, voornamen, geboortedatum en -plaats, woonplaats met adres en burgerlijke staat van de natuurlijke personen die blijkens het aangeboden stuk daarbij als partij zijn opgetreden;
  • b. aard, naam en woonplaats met adres van de rechtspersonen die blijkens het aangeboden stuk daarbij als partij zijn opgetreden;
  • c. dezelfde gegevens, behoudens de burgerlijke staat, ten aanzien van natuurlijke personen en rechtspersonen die blijkens het aangeboden stuk de voormelde partijen hebben vertegenwoordigd, alsmede de grond van hun bevoegdheid.
2.

Als opgave van een of meer van de in het eerste lid genoemde gegevens niet mogelijk is, worden de redenen daarvan vermeld.

3.

Andere ter inschrijving aangeboden stukken vermelden, zo mogelijk, dezelfde gegevens als in het eerste lid omschreven, tenzij anders voortvloeit uit hetgeen de wet voor een stuk van de aard als waarom het gaat, ten aanzien van de vermelding van voornamen, namen en woonplaatsen voorschrijft.

4.

In elk geval worden de in het eerste lid omschreven gegevens opgegeven van de partij ten behoeve van wie de aanbieding ter inschrijving geschiedt. Als het ter inschrijving aangeboden stuk een of meer van deze gegevens niet vermeldt en naar zijn aard niet voor aanvulling vatbaar is, wordt vermelding van de ontbrekende gegevens en, als opgave van een of meer van deze gegevens niet mogelijk is, de vermelding van de redenen daarvan in een nadere door of namens die partij ondertekende verklaring alsnog op het stuk gesteld of daaraan gehecht.

5.

Als een partij geen woonplaats heeft in het openbaar lichaam, waarin de inschrijving of teboekstelling plaatsvindt, kiest de partij ter zake van de inschrijving in dat openbaar lichaam een woonplaats.

6.

Indien een partij in een ter inschrijving aangeboden stuk woonplaats heeft gekozen in het openbaar lichaam, waarin de inschrijving of teboekstelling plaatsvindt, wordt niettemin daarin ook de wettelijke woonplaats met adres vermeld.

Artikel 25

Ingeval het ter inschrijving aangeboden stuk betrekking heeft op een bepaald reeds eerder ingeschreven stuk, bevat het een verwijzing naar dit eerdere stuk overeenkomstig bij ministeriële regeling te stellen regels.

Artikel 26

1.

Indien een stuk ter inschrijving wordt aangeboden en het daarin vermelde in te schrijven feit betrekking heeft op een onroerende zaak of op een recht waaraan een zodanige zaak is onderworpen, vermeldt dit stuk de aard, de plaatselijke aanduiding als deze er is, en de kadastrale aanduiding van die onroerende zaak onderscheidenlijk van de onroerende zaak die aan dat recht is onderworpen, dan wel indien die aanduiding ontbreekt een meetbrief, zijnde een verklaring van een daartoe bevoegde ambtenaar betreffende de grenzen en maatvoering van een nieuw gevormd perceel.

2.

Indien het in te schrijven feit betrekking heeft op een appartementsrecht, wordt in het ter inschrijving aangeboden stuk vermeld de plaatselijke aanduiding van het desbetreffende gedeelte van het gebouw dat is bestemd om als afzonderlijk geheel te worden gebruikt, alsmede de aard en de kadastrale aanduiding van dat appartementsrecht.

3.

Het bestuur van de Dienst kan regels vaststellen omtrent de wijze waarop de plaatselijke aanduiding, bedoeld in het eerste en tweede lid, in het ter inschrijving aangeboden stuk wordt vermeld.

Artikel 27

1.

Indien het in te schrijven feit betrekking heeft op een in de registratie voor schepen te boek staand privéschip of op een recht waaraan een zodanige zaak is onderworpen, bevat het ter inschrijving aangeboden stuk:

  • a. de naam van het privéschip met vermelding van het gebruik waartoe het is bestemd, en de bruto-inhoud of het bruto-tonnage van het privéschip;
  • b. het type en de inrichting van het privéschip, het materiaal waarvan de romp is gemaakt, jaar en plaats van de bouw, en, voor zover het een privéschip met een mechanische voortstuwing betreft, ook al betreft het slechts een hulpmotor, het aantal motoren, het type, vermogen en de fabrikant van elke motor, alsmede het fabrieksnummer daarvan met aanduiding van de plaats waar dit nummer is aangebracht;
  • c. het nummer waaronder de inschrijving van het verzoek tot teboekstelling van het privéschip in het desbetreffende register is geschied, de door de Kadasters vastgestelde afkorting van een privéschip ter onderscheiding van andere schepen dan privéschepen, de aanduiding van het kantoor waar de teboekstelling is geschied, en het jaar van teboekstelling, welke gegevens tezamen in genoemde volgorde het brandmerk van het privéschip vormen.
2.

Het eerste lid is niet van toepassing op ter inschrijving aangeboden rechterlijke uitspraken. Deze stukken kunnen, onverminderd andere vereisten gesteld bij of krachtens de wet, echter slechts worden ingeschreven, indien en voor zover de identiteit van het desbetreffende privéschip voldoende vaststaat.

3.

In afwijking van het eerste lid kan worden volstaan met het vermelden van de naam van het privéschip en de in het eerste lid, onder c, genoemde gegevens in het ter inschrijving aangeboden stuk, indien dat stuk betreft:

  • b. de aangifte van de eigenaar inhoudende dat het privéschip een wijziging heeft ondergaan waardoor de beschrijving van het privéschip in de registratie voor privéschip niet meer aan de werkelijkheid beantwoordt;
  • d. de verandering van een door de eigenaar van een privéschip in een ingeschreven stuk gekozen woonplaats.
4.

Het derde lid, aanhef, is van overeenkomstige toepassing op de inschrijving van stukken als bedoeld in de artikelen 38, eerste lid, 44, eerste lid, en 45.

Artikel 28

1.

Indien het in te schrijven feit betrekking heeft op een in de registratie voor luchtvaartuigen te boek staand luchtvaartuig of op een recht waaraan een zodanige zaak is onderworpen, bevat het ter inschrijving aangeboden stuk:

  • b. de naam en woonplaats van de fabrikant en het type van het luchtvaartuig, jaar en plaats van de bouw, het fabrieksnummer als het luchtvaartuig dat heeft, met vermelding van de plaats waar dit nummer is aangebracht, en het aantal motoren, het type, vermogen en de fabrikant van elke motor, alsmede het fabrieksnummer daarvan met aanduiding van de plaats waar dit nummer is aangebracht;
  • c. de maximaal toegelaten massa van het luchtvaartuig en, indien het luchtvaartuig een naam voert, de naam ervan, en
  • d. het nummer waaronder de inschrijving van het verzoek tot teboekstelling van dat luchtvaartuig in het desbetreffende register is geschied.
2.

Artikel 27, tweede lid, is van overeenkomstige toepassing.

Artikel 29

Indien een ter inschrijving aangeboden stuk niet een of meer van de gegevens die in de artikelen 25 tot en met 28 voor een zodanig stuk zijn voorgeschreven vermeldt en het naar zijn aard niet voor aanvulling vatbaar is, wordt de vermelding van de ontbrekende gegevens in een nadere, door degene die de inschrijving verlangt ondertekende, verklaring alsnog op het stuk gesteld of daaraan gehecht.

Afdeling 2. Vereisten waaraan ter inschrijving aangeboden stukken moeten voldoen in verband met de aard van het in te schrijven feit

Artikel 30

1.

Ter inschrijving van een akte van levering, vereist voor de overdracht van een registergoed, voor de vestiging, afstand of wijziging van een beperkt recht dat een registergoed is, of voor de overgang van een registergoed na toedeling uit hoofde van de verdeling van een gemeenschap, wordt aangeboden de notariële akte betreffende deze levering, of een authentiek afschrift of een authentiek uittreksel daarvan. In geval van vestiging van een recht van hypotheek op een privéschip in aanbouw wordt mede ter inschrijving aangeboden een verklaring van een ambtenaar of van een andere door de bewaarder daarmee belaste persoon, inhoudende dat de bouw van het privéschip nog niet is voltooid.

2.

Het ter inschrijving aangeboden stuk, bedoeld in het eerste lid, bevat in elk geval:

  • a. de titel op grond waarvan de levering plaatsvindt en, in geval van vestiging van een recht van hypotheek, tevens:
  • 1°. een aanduiding van de vordering waarvoor het recht van hypotheek tot zekerheid strekt, of van de feiten aan de hand waarvan die vordering zal kunnen worden bepaald;
  • 2°. het bedrag waarvoor het recht van hypotheek wordt gevestigd of, wanneer dit bedrag nog niet vaststaat, het maximumbedrag dat uit hoofde van dat recht van hypotheek op het goed kan worden verhaald;
  • 3°. in geval van vestiging van een recht van hypotheek op een teboekstaand privéschip of op een recht waaraan een zodanige zaak is onderworpen, bovendien: een duidelijke vermelding van het aan de hypotheek onderworpen privéschip;
  • 4°. in geval van vestiging van een recht van hypotheek op een teboekstaand luchtvaartuig, bovendien: een duidelijke vermelding van het aan de hypotheek onderworpen luchtvaartuig;
  • b. de wettelijke benaming van het recht, op levering waarvan het ter inschrijving aangeboden stuk betrekking heeft, of in geval dat recht geen wettelijke benaming heeft:
  • 1°. de gangbare benaming, of de vermelding dat het recht geen gangbare benaming heeft;
  • 2°. de wettelijk grondslag volgens welke het recht kan worden gevestigd of een registergoed is;
3.

Het eerste en tweede lid zijn van overeenkomstige toepassing op de inschrijving van het proces-verbaal van toewijzing, bedoeld in de artikelen 525, eerste lid, en 584o, eerste lid, van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering BES, onverminderd hetgeen in ieder van de artikelen in het tweede lid is bepaald.

4.

Het aangeboden stuk mag op meer leveringen als bedoeld in het eerste lid betrekking hebben, voor zover voor ieder daarvan aan de in de vorige leden gestelde eisen is voldaan. Indien het stuk een overdracht onder voorbehoud van een beperkt recht of van een beding als bedoeld in artikel 252 van Boek 6 van het Burgerlijk Wetboek BES betreft, wordt de vestiging van dit recht of het op zich nemen van het beding afzonderlijk en duidelijk vermeld, bij gebreke waarvan de inschrijving van het stuk geacht wordt niet mede dit recht of dit beding te betreffen.

5.

Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing op de inschrijving van een akte van grensvastlegging, opgemaakt krachtens artikel 31 van Boek 5 van het Burgerlijk Wetboek BES, alsmede op de inschrijving van een akte van splitsing als bedoeld in artikel 109, eerste lid, van Boek 5 van dat wetboek, en een akte tot wijziging of opheffing van een zodanige splitsing.

Artikel 31

1.

Ter inschrijving van een rechterlijke uitspraak die voor een akte van levering in de plaats treedt of die anderszins op grond van een wettelijke bepaling kan worden ingeschreven, wordt een expeditie van de rechterlijke uitspraak aangeboden, alsmede:

  • a. indien de rechterlijke uitspraak slechts inschrijfbaar is, nadat die in kracht van gewijsde is gegaan: een verklaring van de griffier van het gerecht dat de uitspraak heeft gedaan, inhoudende dat daartegen geen gewoon rechtsmiddel meer openstaat;
  • b. indien de onder a bedoelde eis voor inschrijfbaarheid niet is gesteld en de rechterlijke uitspraak niet uitvoerbaar bij voorraad is: een verklaring van de griffier van het gerecht dat de uitspraak heeft gedaan, inhoudende hetzij dat daartegen geen gewoon rechtsmiddel meer openstaat, hetzij dat hem zes weken na de uitspraak niet van het instellen van een gewoon rechtsmiddel is gebleken; betreft het een beroep in cassatie dan is een verklaring vereist van de griffier van de Hoge Raad der Nederlanden, inhoudende dat hem drie maanden na de uitspraak niet van een beroep in cassatie is gebleken;
  • c. indien voor de inschrijving betekening aan de veroordeelde vereist is, een door de deurwaarder getekend afschrift van het exploot waarbij de betekening is geschied.
2.

Ter inschrijving van een beslissing van de rechter van een vreemde Staat, wordt een authentiek afschrift van deze beslissing aangeboden.

3.

Indien de rechterlijke uitspraak in een verlof tot tenuitvoerlegging van een beslissing van arbiters bestaat, wordt ook een afschrift van deze beslissing aangeboden, getekend door de griffier van het gerecht dat het verlof gaf.

Artikel 32

1.

Ter inschrijving van een rechtshandeling naar burgerlijk recht die op grond van een wettelijke bepaling kan worden ingeschreven, wordt, tenzij anders is bepaald, aangeboden een door een notaris met inachtneming van artikel 43 opgemaakte verklaring, inhoudende dat de rechtshandeling naar de verklaring van degene die de inschrijving verlangt, is verricht en wat de rechtshandeling inhoudt, met daaraan gehecht de stukken waaruit van die rechtshandeling blijkt, of authentieke afschriften van die verklaring van de notaris en van die stukken.

2.

Ingeval voor de rechtshandeling of de inschrijving daarvan een notariële akte is vereist, wordt aangeboden hetzij die akte, hetzij een authentiek afschrift of een authentiek uittreksel daarvan.

3.

Ingeval van de rechtshandeling een notariële akte is opgemaakt, zonder dat dit vereist was, kan naar keuze van degene die de inschrijving verlangt het eerste of tweede lid worden toegepast.

4.

Ingeval het gaat om een eenzijdige tot een of meer bepaalde personen gerichte rechtshandeling, kan worden volstaan met aanbieding van een aan die persoon of personen uitgebracht exploot, waarbij die rechtshandeling is verricht of tijdig bevestigd, of een authentiek afschrift daarvan.

5.

Ter inschrijving van een afwijkend beding als bedoeld in artikel 1, vijfde lid, van Boek 8 van het Burgerlijk Wetboek BES, wordt, in afwijking van het eerste lid, een door de eigenaar van het privéschip ondertekende verklaring aangeboden, waarin het scheepstoebehoren ten aanzien waarvan het afwijkend beding is gemaakt, eenduidig is omschreven.

Artikel 33

1.

Ter inschrijving van erfopvolgingen die registergoederen betreffen, wordt een door een notaris opgemaakte verklaring van erfrecht, of een authentiek afschrift van de verklaring van de notaris aangeboden, waaruit van de erfopvolging blijkt.

2.

Ter inschrijving van een executele of een bij uiterste wilsbeschikking ingesteld bewind wordt een door een notaris opgemaakte verklaring van erfrecht of een authentiek afschrift van de verklaring van de notaris aangeboden, waaruit van deze executele, onderscheidenlijk van dit bewind blijkt.

Artikel 34

Ter inschrijving van de aanvaarding van een nalatenschap onder voorrecht van boedelbeschrijving of van de verwerping van een nalatenschap, wordt een door de griffier getekende verklaring aangeboden, inhoudende de verklaring betreffende de aanvaarding of verwerping die krachtens artikel 1055 of artikel 1083 van Boek 4 van het Burgerlijk Wetboek BES ter griffie is afgelegd.

Artikel 35

Ter inschrijving van de afstand van een huwelijksgemeenschap, wordt een door de griffier getekend uittreksel uit het huwelijksgoederenregister aangeboden, inhoudende de verklaring betreffende de afstand, die krachtens artikel 104 van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek BES in het huwelijksgoederenregister is ingeschreven.

Artikel 36

1.

Ter inschrijving van de vervulling van een voorwaarde, gesteld in een ingeschreven voorwaardelijke rechtshandeling, of van de verschijning van een onzeker tijdstip, aangeduid in de aan een ingeschreven rechtshandeling verbonden tijdsbepaling, wordt aangeboden een door een notaris met inachtneming van artikel 43 opgemaakte verklaring, inhoudende dat naar de verklaring van degene die de inschrijving verlangt, de voorwaarde is vervuld, onderscheidenlijk het tijdstip is verschenen, met daaraan gehecht de stukken waaruit van deze vervulling of verschijning blijkt, of authentieke afschriften van de verklaring van de notaris en van die stukken.

2.

Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing op de inschrijving van de dood van de vruchtgebruiker van een registergoed. De verklaring van de notaris houdt in dit geval tevens in:

  • a. het tijdstip van overlijden van de vruchtgebruiker; en
  • b. of het vruchtgebruik is vervallen of bij wie het vruchtgebruik na de dood van de vruchtgebruiker is verbleven.

Artikel 37

Op de inschrijving van reglementen en andere regelingen die tussen medegerechtigden in registergoederen zijn vastgesteld, zijn van overeenkomstige toepassing:

  • a. voor zover het reglement of de regeling door de rechter is vastgesteld: artikel 31;

Artikel 38

1.

Ter inschrijving van een proces-verbaal van inbeslagneming, wordt dit proces-verbaal of een door de deurwaarder of een advocaat getekend afschrift daarvan aangeboden. Artikel 24, derde tot en met zesde lid, is niet van toepassing.

2.

Ingeval een proces-verbaal van inbeslagneming van een luchtvaartuig in het buitenland is opgemaakt door een deurwaarder of andere volgens de daar geldende wet hiertoe bevoegde persoon, kan ook een zodanig proces-verbaal ter inschrijving worden aangeboden.

3.

Ter inschrijving van een van de in artikel 211 van Boek 8 van het Burgerlijk Wetboek BES genoemde voorrechten, wordt aangeboden een door een deurwaarder ondertekend verzoek tot inschrijving van het voorrecht, inhoudende naar de verklaring van degene die de inschrijving verlangt:

  • a. de aanduiding van de desbetreffende vordering;
  • b. het beloop van de vordering ten tijde van het ondertekenen door de deurwaarder van het verzoek of van de feiten aan de hand waarvan die vordering zal kunnen worden bepaald;
  • c. de omschrijving van het voorrecht door vermelding van het wettelijk voorschrift, op grond waarvan aan die vordering het voorrecht is toegekend; en
  • d. het tijdstip waarop de vordering is ontstaan.
4.

Indien het verzoek van de deurwaarder ter inschrijving wordt aangeboden na het verloop van de termijn, genoemd in artikel 219, eerste lid, van Boek 8 van het Burgerlijk Wetboek BES, wordt ter inschrijving tevens aangeboden een stuk waaruit blijkt dat de schuldeiser zijn vordering binnen die termijn in rechte heeft geldend gemaakt, op de inschrijving van welk bewijsstuk artikel 44 van overeenkomstige toepassing is.

5.

Op de inschrijving van een voorrecht als bedoeld in artikel 1320, eerste lid, van Boek 8 van het Burgerlijk Wetboek BES is het derde lid van overeenkomstige toepassing. Indien het verzoek van de deurwaarder ter inschrijving wordt aangeboden drie maanden of langer na het in dat lid, onder d, bedoelde tijdstip, wordt ter inschrijving tevens aangeboden een stuk waaruit blijkt dat binnen de in artikel 1320, eerste lid, van Boek 8 van het Burgerlijk Wetboek BES genoemde termijn:

  • a. het bedrag van de vordering in der minne is vastgesteld; of
  • b. langs gerechtelijke weg erkenning van het voorrecht en de omvang ervan is gevorderd, op de inschrijving van welk bewijsstuk artikel 44 van overeenkomstige toepassing is.

Artikel 39

1.

Ter inschrijving van een verandering in de voornaam of de geslachtsnaam van tot registergoederen gerechtigde natuurlijke personen, wordt een door of namens deze persoon ondertekend stuk aangeboden, inhoudende de gegevens, bedoeld in artikel 24, eerste lid, onder a, met vermelding van de oude en de nieuwe naam of voornaam, en de dag waarop de verandering is ingegaan. Indien de verandering blijkt uit de registers van de burgerlijke stand, wordt een uittreksel daaruit overgelegd, dat de verandering relateert. In andere gevallen wordt een ander bewijsstuk betreffende deze verandering overgelegd.

2.

Ter inschrijving van de naamsverandering van een rechtspersoon, wordt een opgave van een notaris aangeboden, inhoudende de gegevens, bedoeld in artikel 24, eerste lid, onder b, met vermelding van de oude en de nieuwe naam en de dag waarop de verandering is ingegaan. Indien het een publiekrechtelijke rechtspersoon betreft, kan deze de opgave zelf doen.

3.

Ter inschrijving van een omzetting van een rechtspersoon als bedoeld in artikel 300 van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek BES, wordt een opgave van een notaris aangeboden, inhoudende de in artikel 24, eerste lid, onder b, bedoelde gegevens, met vermelding van de oude en nieuwe rechtsvorm, de oude en nieuwe naam alsmede van de dag waarop de omzetting van kracht is geworden.

4.

Ter inschrijving van een fusie van rechtspersonen als bedoeld in artikel 309 van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek BES, wordt een opgave van een notaris aangeboden, inhoudende met betrekking tot elk van de fuserende rechtspersonen en, als de verkrijgende rechtspersoon een door hen samen bij de fusie opgerichte nieuwe rechtspersoon is, tevens met betrekking tot die rechtspersoon de in artikel 24, eerste lid, onder b, bedoelde gegevens, met vermelding wie de verkrijgende rechtspersoon is alsmede van de dag waarop de fusie van kracht is geworden.

5.

Ter inschrijving van een splitsing van rechtspersonen als bedoeld in artikel 335 van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek BES, wordt een opgave van een notaris aangeboden, inhoudende met betrekking tot elke partij bij de splitsing en, als bij de splitsing verkrijgende rechtspersonen worden opgericht, tevens met betrekking tot die rechtspersonen de in artikel 24, eerste lid, onder b, bedoelde gegevens, met vermelding op welke verkrijgende rechtspersoon welke registergoederen zijn overgegaan alsmede van de dag waarop de splitsing van kracht is geworden.

Artikel 40

Ter inschrijving van een verjaring, wordt een door een notaris met inachtneming van artikel 43 opgemaakte verklaring of een authentiek afschrift daarvan aangeboden, inhoudende dat naar de verklaring van degene die de inschrijving verlangt, de verjaring is ingetreden, alsmede:

  • a. welk registergoed door verjaring is verkregen, of welk beperkt recht op een registergoed is tenietgegaan;
  • b. tegen wie de verjaring werkt, indien dit bekend is;
  • c. welke feiten tot de verjaring hebben geleid; en
  • d. dat de verjaring wordt betwist of niet wordt betwist door degene tegen wie zij werkt, als dit bekend is.

Artikel 41

1.

Ter inschrijving van een of meer verklaringen van waardeloosheid als bedoeld in artikel 28 van Boek 3 van het Burgerlijk Wetboek BES, wordt een door een notaris met inachtneming van artikel 43 opgemaakte verklaring aangeboden, die inhoudt dat degenen voor wie de inschrijving zou hebben gestrekt, schriftelijk hebben verklaard dat zij waardeloos is, en waaraan deze schriftelijke verklaringen zijn gehecht, of een authentiek afschrift van de verklaring van de notaris en de daaraan gehechte verklaringen.

2.

Tenzij de inschrijving een hypotheek of een beslag betreft, vermelden de in het eerste lid bedoelde schriftelijke verklaringen voor wie de inschrijving zou hebben gestrekt, tevens de feiten waarop de waardeloosheid berust, en houdt de in dat lid bedoelde verklaring van de notaris tevens in dat de vermelde feiten een rechtsgrond voor de waardeloosheid van de inschrijving opleveren.

3.

Ter inschrijving van een verklaring als bedoeld in artikel 273 van Boek 3 van het Burgerlijk Wetboek BES, wordt aangeboden die verklaring of een authentiek afschrift daarvan.

4.

Ter inschrijving van een verklaring als bedoeld in artikel 274 van Boek 3 van het Burgerlijk Wetboek BES, wordt aangeboden de desbetreffende authentieke akte of een authentiek afschrift daarvan.

Artikel 42

1.

Ter inschrijving van het feit dat het nut van een mandelige zaak voor elk van de erven is geëindigd, wordt een door een notaris met inachtneming van artikel 43 opgemaakte verklaring aangeboden, inhoudende dat naar de verklaring van hen die de inschrijving verlangen, het nut voor elk van de erven is geëindigd, of een authentiek afschrift van de verklaring van de notaris. Werken niet alle rechthebbenden op de mandelige zaak mee, dan vermeldt de notaris in zijn verklaring de reden daarvan.

2.

Ter inschrijving van het bestaan van een grondrente als bedoeld in artikel 100 van de Overgangswet nieuw Burgerlijk Wetboek BES, wordt een door een notaris met inachtneming van artikel 43 opgemaakte verklaring aangeboden, waarin het bestaan van het recht wordt geconstateerd, en die tevens inhoudt:

  • a. de omschrijving van de inhoud van het recht; en
  • b. wie de rechthebbende op dat recht is, met daaraan gehecht de stukken waaruit een en ander blijkt, of authentieke afschriften van die verklaring en die stukken.
3.

Ter inschrijving van het ontstaan van een erfdienstbaarheid door bestemming of herleving, bedoeld in artikel 111, eerste zin, van de Overgangswet nieuw Burgerlijk Wetboek BES, wordt een door een notaris met inachtneming van artikel 43 opgemaakte verklaring aangeboden, waarin het ontstaan van de erfdienstbaarheid wordt geconstateerd, en die tevens inhoudt:

  • a. de omschrijving van de inhoud van de erfdienstbaarheid; en
  • b. wie de rechthebbende op dat recht is, met daaraan gehecht de stukken waaruit een en ander blijkt, of authentieke afschriften van die verklaring en die stukken.

Artikel 43

1.

Een notariële verklaring als bedoeld in de artikelen 32, 36, 40, 41 en 42 houdt, behalve hetgeen in die artikelen is voorgeschreven, tevens in een verklaring van de notaris dat:

  • a. allen die als partij bij het in te schrijven feit betrokken zijn aan de notaris hebben medegedeeld met de inschrijving in te stemmen;
  • b. bewijsstukken aan de notaris zijn overgelegd en aan de verklaring zijn gehecht, die genoegzaam aantonen dat het in te schrijven feit zich inderdaad heeft voorgedaan of, in geval van een verklaring als bedoeld in artikel 42, tweede lid, dat het recht bestaat; of
  • c. hij niet aan het onder a en b gestelde kan voldoen.
2.

In het in het eerste lid, onder c, bedoelde geval boekt de bewaarder de aanbieding van de notariële verklaring slechts in het register van voorlopige aantekeningen en kan inschrijving alleen plaatsvinden op bevel van de rechter. Het tweede en derde lid, het vierde lid, eerste zin, alsmede het vijfde en zesde lid van artikel 20 van Boek 3 van het Burgerlijk Wetboek BES zijn van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat het bevel slechts wordt gegeven als de eiser naast de bewaarder allen die als partij bij het in te schrijven feit zijn betrokken, tijdig in het geding heeft geroepen.

3.

De kosten van het geding blijven voor rekening van de eiser, tenzij de vordering ondanks verweer wordt toegewezen, in welk geval degene die het verweer heeft gevoerd in de kosten wordt veroordeeld.

4.

Wanneer het aangeboden stuk ook overigens niet aan de vereisten voor inschrijving voldoet, vermeldt de bewaarder bij de voorlopige aantekening tevens de gerezen bedenkingen en is artikel 20 van Boek 3 van het Burgerlijk Wetboek BES van toepassing, met dien verstande dat het daar bedoelde bevel slechts tezamen met dat uit hoofde van het tweede lid kan worden gevorderd.

Afdeling 3. Vereisten waaraan stukken moeten voldoen, aangeboden ter inschrijving van het instellen van een rechtsvordering, van het indienen van een verzoekschrift, van tegen rechterlijke uitspraken ingestelde rechtsmiddelen of van de waardeloosheid van zodanige inschrijvingen

Artikel 44

1.

Ter inschrijving van het instellen van een rechtsvordering of de indiening van een verzoekschrift ter verkrijging van een rechterlijke uitspraak die de rechtstoestand van een registergoed betreft, wordt aangeboden een afschrift daarvan, getekend door de griffier van het gerecht waar de zaak aanhangig is.

2.

Artikel 24, tweede tot en met zesde lid, is niet van toepassing, behoudens dat het aangeboden stuk in elk geval de naam en een ter zake van het geding gekozen woonplaats met adres van degene voor wie de aanbieding geschiedt, bevat.

Artikel 45

Ter inschrijving van de instelling van een rechtsmiddel tegen een rechterlijke uitspraak als bedoeld in artikel 44 is dat artikel van overeenkomstige toepassing. Indien het ingestelde rechtsmiddel een beroep in cassatie is, wordt aangeboden een door de griffier van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Curaçao, Aruba, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba of door de griffier van de Hoge Raad der Nederlanden getekende verklaring dat beroep in cassatie is ingesteld.

Artikel 46

Ter inschrijving van de waardeloosheid van een overeenkomstig artikel 44 of artikel 45 verkregen inschrijving, kan ook worden aangeboden:

  • a. een daartoe strekkende verklaring, afgegeven door een deurwaarder of gemachtigde die optreedt voor de eiser, de verzoeker of degene die het rechtsmiddel heeft ingesteld;
  • b. een rechterlijke uitspraak die ertoe strekt dat een zodanige inschrijving waardeloos is.

Afdeling 4. Overige bepalingen betreffende inschrijvingen

Artikel 47

1.

Ter inschrijving van een feit dat is opgenomen in een stuk gesteld in een andere taal dan het Nederlands, het Engels of het Papiamento, wordt naast dat ter inschrijving aangeboden stuk een letterlijke vertaling in het Nederlands, het Engels of het Papiamento ter inschrijving aangeboden, vervaardigd en voor overeenstemmend verklaard door een voor die taal als bevoegd toegelaten beëdigd vertaler.

2.

Het bepaalde in het eerste lid lijdt uitzondering ingeval met betrekking tot luchtvaartuigen een proces-verbaal van inbeslagneming, opgemaakt in het buitenland door een deurwaarder of door een andere volgens de daar geldende wet daartoe bevoegde persoon en gesteld in een vreemde taal, aan de bewaarder wordt toegezonden of bij deze wordt ingeleverd. In dat geval wordt door de zorg van de aanbieder zo spoedig mogelijk een vertaling van een zodanig proces-verbaal vervaardigd door een in de openbare lichamen toegelaten beëdigd vertaler.

3.

De vertalingen worden ingeschreven in plaats van de in de vreemde taal gestelde stukken, die onder de bewaarder blijven berusten.

Artikel 48

Op de inschrijving van stukken tot verbetering van onjuistheden en onvolledigheden in ingeschreven stukken zijn de bepalingen gegeven bij of krachtens dit hoofdstuk van overeenkomstige toepassing.

Artikel 49

Indien het ter inschrijving aangeboden stuk waarin het in te schrijven feit is opgenomen, niet voldoet aan de vereisten, gesteld in de artikelen 24 tot en met 48, kan het met ontbrekende gegevens worden aangevuld door een verklaring aan de voet van het stuk, ondertekend door degene die bevoegd is tot het opmaken en ondertekenen van een zodanig stuk, een en ander voor zover de aard van het stuk zich daartegen niet verzet.

Artikel 50

1.

Stukken die voor bewijs bij de aanbieding van een stuk worden overgelegd, worden slechts mede ingeschreven als de wet dit eist of als de aanbieder dit verlangt, tenzij bij wet is bepaald dat de desbetreffende stukken niet worden ingeschreven.

2.

Door de bewaarder wordt, overeenkomstig door het bestuur van de Dienst te stellen regels, van de overlegging melding gemaakt op het ter inschrijving aangeboden stuk, alsmede ingeval artikel 16, zesde lid, geen toepassing heeft gevonden, op het afschrift van dat stuk. De stukken die moeten worden overgelegd, maar waarvan de inschrijving niet wordt geëist of verlangd, worden onverwijld aan de aanbieder teruggegeven.

Artikel 51

1.

Bij algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld omtrent de vereisten waaraan stukken dienen te voldoen die worden aangeboden ter inschrijving van andere inschrijfbare feiten dan die waarop de artikelen 30 tot en met 46 betrekking hebben, voor zover dit niet reeds bij deze wet of bij of krachtens een andere wet is geschied.

2.

Voor zover bij de in het eerste lid bedoelde maatregel niet anders is bepaald, wordt ter inschrijving van een beschikking of van een uitspraak waarbij een beschikking werd vernietigd, ingetrokken of gewijzigd, een afschrift van die beschikking onderscheidenlijk van die uitspraak aangeboden, afgegeven door het bestuursorgaan onderscheidenlijk het rechterlijk orgaan dat de beschikking of de uitspraak gaf.

Titel 3. Inschrijfbaarheid van andere stukken en van verandering van woonplaats

Artikel 52

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.

Deze tekst wordt gepubliceerd onder de eigen hergebruiksvoorwaarden van BWB, niet onder een licentie van Legalize of van het publieke domein. BWB
CC0 1.0 Universeel (publiek domein)