Besluit van de Minister van Economische Zaken en Klimaat van 5 juni 2020, nr. WJZ/ 20110425, tot instelling van de Commissie Mijnbouwschade (Instellingsbesluit Commissie Mijnbouwschade)

Type Ministeriële regeling
Publication 2025-10-17
State In force
Source BWB
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

Gelet op artikel 2, eerste lid, van de Wet vergoedingen adviescolleges en commissies;

Besluit:

I. Algemeen

Artikel 1

In dit besluit wordt verstaan onder:

II. Commissie mijnbouwschade

Artikel 2
1.

Er is een Commissie Mijnbouwschade, deze bestaat uit:

2.

De algemene kamer van de Commissie heeft tot taak om naar aanleiding van een schademelding van een schademelder advies uit te brengen over de vraag:

3.

De Limburg kamer van de Commissie heeft als taak om naar aanleiding van een verzoek om advies als bedoeld in artikel 5, eerste lid, van het Besluit tegemoetkoming particuliere woningeigenaren mijnbouwschade steenkoolwinning Limburg advies uit te brengen.

4.

Een schademelding wordt door de Commissie niet in behandeling genomen indien:

5.

De Commissie kan, indien bijzondere omstandigheden daartoe aanleiding geven, afwijken van het vierde lid, onderdelen a tot en met e, ten einde onbillijkheden van overwegende aard te voorkomen.

6.

De Commissie kan op verzoek van een mijnbouwonderneming afwijken van het vierde lid.

7.

De Commissie voert haar taak:

8.

Wijziging van:

De Commissie kan de Minister verzoeken om een wijziging van een protocol indien zij aanvulling of aanpassing van een protocol wenselijk of noodzakelijk acht.

9.

De Commissie stelt haar eigen werkwijze vast, met inachtneming van het protocol, opgenomen inbijlage 1, en maakt deze werkwijze bekend.

10.

De Commissie kan zich laten bijstaan door deskundigen. De werkwijze van de Commissie omvat de wijze waarop onderzoek wordt verricht, de kwaliteitseisen die gesteld worden aan de door de Commissie ingeschakelde deskundigen, de werkwijze van de deskundigen en de vergoeding van hun kosten.

Artikel 3
1.

De Commissie bestaat uit:

2.

De leden van de Commissie worden benoemd, geschorst en ontslagen door de Minister. Benoeming vindt plaats voor een periode van ten hoogste vier jaar.

3.

De leden van de Commissie zijn onpartijdig en hun benoeming vindt plaats op grond van de deskundigheid en onpartijdigheid die nodig is voor de uitoefening van de taak van de Commissie.

4.

De voorzitter is een rechter of een voormalig rechter, de vicevoorzitter is een rechter, een voormalig rechter of een jurist met ervaring in geschilbeslechting en de leden van de Commissie beschikken gezamenlijk over deskundigheid op het gebied van in ieder geval:

5.

Schorsing en ontslag van de leden vinden plaats wegens:

6.

De leden van de Commissie worden op eigen verzoek ontslagen.

7.

De Commissie kan één van haar leden opdragen namens de Commissie advies uit te brengen over de behandeling van een schademelding.

8.

De Minister stelt huisvesting ter beschikking aan de Commissie.

Artikel 4
1.

Aan de leden van de Commissie wordt een vaste vergoeding per maand toegekend, waarbij de salarisschaal wordt vastgesteld op schaal 17, trede 10 van bijlage B van het Bezoldigingsbesluit burgerlijke rijksambtenaren 1984.

2.

In een besluit tot benoeming van een lid van de Commissie wordt de arbeidsduurfactor voor de vergoeding vastgesteld.

Artikel 5
1.

De Commissie wordt ondersteund door de uitvoeringsorganisatie.

2.

De Minister stelt personeel en huisvesting ter beschikking aan de uitvoeringsorganisatie.

3.

De uitvoeringsorganisatie is voor zijn werkzaamheden uitsluitend verantwoording schuldig aan de Commissie.

4.

Het beheer van de bescheiden betreffende de werkzaamheden van de Commissie geschiedt op overeenkomstige wijze als bij het Ministerie van Klimaat en Groene Groei. De bescheiden worden na beëindiging van de werkzaamheden van de Commissie bewaard in het archief van dat ministerie.

III. Slotbepalingen

Artikel 6

De Commissie brengt jaarlijks aan de Minister een verslag uit over haar werkzaamheden van het afgelopen jaar. In dit verslag wordt in elk geval aandacht besteed aan de door de Commissie gehanteerde werkwijze, procedures en beoordelingsmethodiek.

Artikel 7
1.

Jaarlijks vindt in opdracht van de Minister een evaluatie plaats van de behandeling van schademeldingen door de Commissie.

2.

De Minister kan, bijvoorbeeld indien zich een incident van bodembeweging heeft voorgedaan, opdracht geven tot een aanvullende evaluatie van de behandeling van schademeldingen door de Commissie.

3.

De Minister maakt het verslag van de evaluatie, bedoeld in het eerste en tweede lid, openbaar.

Artikel 8
1.

Ten behoeve van de goede uitvoering van artikel 2, tweede lid tot en met vierde lid, verwerkt de Commissie de nodige gegevens, waaronder persoonsgegevens. De Commissie is verwerkingsverantwoordelijke voor deze verwerking.

2.

Ten behoeve van de goede uitwerking van artikel 2, vierde lid, verwerkt de mijnbouwonderneming de nodige gegevens, waaronder persoonsgegevens. De mijnbouwonderneming is verwerkingsverantwoordelijke voor deze verwerking.

3.

De Commissie, de mijnbouwonderneming en overige organisaties belast met de behandeling van schade verstrekken elkaar desgevraagd de informatie, waaronder begrepen de persoonsgegevens, bedoeld in het eerste en tweede lid voor zover dit noodzakelijk is in het belang van de goede uitvoering van artikel 2, tweede tot en met zesde lid.

Artikel 9

De Commissie, haar leden, de uitvoeringsorganisatie en de eventueel benoemde secretaris en eventuele andere door hen of één van hen in de zaak betrokken personen zijn noch contractueel noch buitencontractueel aansprakelijk voor eventuele schade door eigen of andermans handelen of nalaten of door gebruik van hulpzaken in of rond een schadebehandelingsprocedure, tenzij en voor zover dwingend Nederlands recht anders bepaalt.

Artikel 10

Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin het wordt geplaatst en werkt terug tot en met 1 juni 2020.

Artikel 11

Dit besluit wordt aangehaald als: Instellingsbesluit Commissie Mijnbouwschade.

Bijlage 1. als bedoeld in artikel 1 van het Instellingsbesluit

PROTOCOL VOOR DE BEHANDELING VAN MELDINGEN VAN SCHADE ALS GEVOLG VAN BODEMBEWEGING DOOR AANLEG OF EXPLOITATIE VAN EEN MIJNBOUWWERK TEN BEHOEVE VAN OLIE -EN GASWINNING UIT OF OLIE -EN GASOPSLAG IN EEN KLEIN VELD

Eerste afdeling – algemeen

Artikel 1

In dit protocol wordt verstaan onder:

Artikel 2

Dit protocol is van toepassing op de behandeling van schademeldingen als gevolg van bodembeweging door de aanleg of exploitatie van een mijnbouwwerk.

Tweede afdeling – procedure

Artikel 3

Artikel 4

Artikel 5

Artikel 6

Artikel 7

Indien na een geïnduceerde beving in een gebied in korte tijd een groter aantal schademeldingen wordt ontvangen door de Commissie, kan de Commissie in overleg met de vertegenwoordigers van de betrokken regionale overheden, in het belang van een voortvarende schadebehandeling met de betrokken mijnbouwonderneming overeenkomen dat de Commissie voor bepaalde categorieën schademeldingen binnen een door de Commissie vastgesteld toepassingsgebied een causaal verband aanneemt en zonder een deskundigenonderzoek ter plaatse een conceptadvies als bedoeld in artikel 8, eerste lid, vaststelt.

Artikel 8

Artikel 9

Artikel 10

Artikel 11

Bijlage 2. als bedoeld in artikel 1 van het Instellingsbesluit

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.