Beleidsregel van de Minister van Infrastructuur en Waterstaat, houdende bepalingen in verband met de handhaving van twee Europese verordeningen inzake passagiersrechten in de luchtvaart (Beleidsregel handhaving verordening (EG) nr. 261/2004 en verordening (EG) nr. 1107/2006 inzake passagiersrechten luchtvaartpassagiers)
Gelet op de artikelen 2, onderdeel j, 4, derde lid, 5, derde lid en 7 van Verordening (EG) nr. 261/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 11 februari 2004 tot vaststelling van gemeenschappelijke regels inzake compensatie en bijstand aan luchtreizigers bij instapweigering en annulering of langdurige vertraging van vluchten en tot intrekking van Verordening (EEG) nr. 295/91 (PbEU 2004, L 46), verordening (EG) nr. 1107/2006 van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 5 juli 2006 inzake de rechten van gehandicapten en personen met beperkte mobiliteit die per luchtvervoer reizen (PbEU 2006, L 204), de artikelen 11.15 en 11.16 van de Wet luchtvaart en artikel 4:81 van de Algemene wet bestuursrecht;
Besluit:
Artikel 1
In deze beleidsregel wordt verstaan onder:
- a. ILT: Inspectie Leefomgeving en Transport;
- b. Inspecteur: inspecteur van de Inspectie Leefomgeving en Transport;
- c. verordening DBC: verordening (EG) nr. 261/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 11 februari 2004 tot vaststelling van gemeenschappelijke regels inzake compensatie en bijstand aan luchtreizigers bij instapweigering en annulering of langdurige vertraging van vluchten en tot intrekking van Verordening (EEG) nr. 295/91 (PbEU 2004, L 46);
- d. verordening PRM: verordening (EG) nr. 1107/2006 van het Europees parlement en de Raad van 5 juli 2006 inzake de rechten van gehandicapten en personen met beperkte mobiliteit die per luchtvervoer reizen (PbEU2006, L204).
Artikel 2
Redelijke gronden voor de weigering om een passagier op een vlucht te vervoeren als bedoeld in artikel 2, onderdeel j, van verordening DBC zijn in elk geval:
- a. de passagier beschikt niet over toereikende reisdocumenten;
- b. de aanwezigheid van de passagier in het vliegtuig levert naar het oordeel van de bevoegde autoriteiten of van de luchtvaartmaatschappij een veiligheidsrisico op voor het vliegtuig, voor zijn medepassagiers of voor de bemanning;
- c. de gezondheidstoestand van de passagier levert, gelet op zijn aanwezigheid in het vliegtuig, een gezondheidsrisico voor hemzelf, voor zijn medepassagiers of voor de bemanning op.
Artikel 3
Van buitengewone omstandigheden is in elk geval sprake in de navolgende gevallen:
- a. wanneer weersomstandigheden de uitvoering van de vlucht in kwestie verhinderen;
- b. wanneer het vliegtuig waarmee de vlucht zal worden uitgevoerd, door sabotage of terrorisme zodanig is beschadigd, dat de vliegveiligheid niet kan worden gegarandeerd;
- c. wanneer het vliegtuig waarmee de vlucht zal worden uitgevoerd, bij binnenkomst van de voorafgaande vlucht door een van buiten komende oorzaak mogelijk zodanig beschadigd is dat het niet zonder een extra inspectie voor de volgende vlucht kan vertrekken. Onder een van buiten komende oorzaak wordt onder meer verstaan, een botsing met een van buiten komend voorwerp of met een of meer vogels, weersomstandigheden, zoals blikseminslag, of een harde landing;
- d. wanneer de fabrikant van de toestellen waaruit de vloot van de betrokken luchtvaartmaatschappij is samengesteld, of een bevoegde autoriteit, bekend maakt dat deze toestellen mogelijk een gebrek vertonen dat gevolgen kan hebben voor de vliegveiligheid en daarom zo spoedig mogelijk geïnspecteerd moeten worden;
- e. wanneer op een reeds aangevangen vlucht, dat wil zeggen nadat de blokken voor de wielen zijn weggehaald, een onverwacht vliegveiligheidsprobleem ontstaat dat gevolgen heeft voor de vluchtuitvoering van de luchtvaartmaatschappij die de vlucht uitvoert en de piloot om die reden de start of de vlucht afbreekt, bijvoorbeeld vanwege een botsing met een of meer vogels;
- f. wanneer een besluit van het luchtverkeersbeheer voor het vliegtuig, waarmee de vlucht zal worden uitgevoerd, de annulering van één of meer vluchten of een vertraging van drie uur of meer veroorzaakt en
- g. wanneer een staking gevolgen heeft voor de vluchtuitvoering van de luchtvaartmaatschappij die de vlucht uitvoert, indien die vanwege haar aard of oorsprong niet inherent is aan de normale uitoefening van het bedrijf van de betrokken luchtvaartmaatschappij en waarop laatstgenoemde geen daadwerkelijke invloed kan uitoefenen.
Artikel 4
Bij de berekening van een bestuurlijke boete als bedoeld in artikel 11.16 van de Wet luchtvaart worden voor alle overtredingen van de verordening DBC en verordening PRM als uitgangspunt gehanteerd:
- a. de normbedragen die gelden voor de onderscheiden onderwerpen in bijlage 1 Boetecatalogus, die onderdeel uitmaakt van deze beleidsregel; en
- b. de normbedragen die zijn opgenomen in artikel 7 van deze beleidsregel.
De totale boete die kan worden opgelegd per vlucht, is niet hoger dan het bedrag genoemd in artikel 11.16, derde lid onder e, van de Wet luchtvaart (€ 74.000).
Artikel 5
Indien een inspecteur heeft geconstateerd dat een luchtvaartmaatschappij de compensatieplicht overtreedt bij een instapweigering kan de Minister van Infrastructuur en Waterstaat aan de desbetreffende luchtvaartmaatschappij een bestuurlijke boete opleggen, zoals omschreven in de boetecatalogus in de bijlage bij deze beleidsregel onder nummer DBC 7.1.1.
Onder ‘onmiddellijk’ wordt verstaan: binnen 1 uur nadat de passagier het instappen is geweigerd. Als dit niet vast te stellen is dan wordt onder ‘onmiddellijk’ verstaan: binnen 1 uur na vertrek van de vlucht waarvoor de passagier het instappen is geweigerd.
Compensatie mag in de vorm van een directe storting op de bankrekening of creditcardrekening van de passagier, het uitreiken van een creditcard met tegoed, in contanten of na voorafgaande goedkeuring van de passagier in de vorm van een tegoedbon met een waarde van minstens de van toepassing zijnde compensatiebedragen.
Artikel 6
Een luchtvaartmaatschappij, een luchthaven, een agent van een luchtvaartmaatschappij dan wel een touroperator worden in de gelegenheid gesteld om haar zienswijze naar voren te brengen over het voornemen tot het opleggen van een bestuurlijke boete.
Artikel 7
Indien een inspecteur heeft geconstateerd dat een luchtvaartmaatschappij de compensatieplicht stelselmatig overtreedt bij vertraagde of geannuleerde vluchten, zoals omgeschreven in de nummers DBC 7.1.2 of DBC 7.1.3 van de boetecatalogus in de bijlage bij deze beleidsregel, kan de Minister van Infrastructuur en Waterstaat aan de desbetreffende luchtvaartmaatschappij een bestuurlijke boete opleggen per vlucht volgens de volgende tabel:
| Aantal stoelen op de vlucht | Boete |
|---|---|
| Tot en met 50 stoelen | € 20.000 |
| 51 tot en met 100 | € 40.000 |
| 101 tot en met 150 | € 50.000 |
| 151 tot en met 200 | € 60.000 |
| vanaf 201 | € 74.000 |
Deze tabel wordt toegepast voor alle vluchtafstanden uit verordening DBC, ongeacht het compensatiebedrag. Met het aantal stoelen op de vlucht wordt bedoeld het aantal stoelen in het vliegtuig dat voor de vlucht wordt ingezet die commercieel beschikbaar zijn, ongeacht de bezetting.
Artikel 8
De Beleidsregel handhaving Verordening (EG) nr. 261/2004 inzake passagiersrechten luchtvaart wordt ingetrokken.
Artikel 9
Deze beleidsregel treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.
Artikel 10
Deze beleidsregel wordt aangehaald als: Beleidsregel handhaving verordening (EG) nr. 261/2004 en verordening (EG) nr. 1107/2006 inzake passagiersrechten luchtvaart.
Bijlage 1. Behorend bij artikel 4 van de Beleidsregel handhaving Verordening (EG) nr. 261/2004 en Verordening (EG) nr. 1107/2006 inzake passagiersrechten luchtvaart.
Boetecatalogus
Deze beleidsregel zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.