Regeling van de Minister voor Medische Zorg en de Minister van Justitie en Veiligheid van 12 mei 2020, kenmerk 1681487-204740-VGP, houdende regels in verband met het experiment met een gesloten coffeeshopketen (Regeling experiment gesloten coffeeshopketen)
Gelet op de artikelen 7, derde lid, 11, derde lid, 15, vijfde lid, 18, tweede en derde lid, 28, eerste, tweede en vierde lid, 29, tweede, derde en vierde lid, 32, derde lid, en 33, eerste, derde, vierde en vijfde lid, van het Besluit experiment gesloten coffeeshopketen;
Besluiten:
Treedt in werking op het tijdstip waarop de Wet experiment gesloten coffeeshopketen in werking treedt.
Paragraaf 1. Algemene bepalingen
Artikel 1. (begripsbepalingen)
In deze regeling wordt verstaan onder:
- −. aanvrager: degene die een aanvraag om aanwijzing als teler heeft ingediend;
- –. batch: groep hennepplanten van dezelfde hennepvariëteit die gelijktijdig zijn geoogst;
- −. besluit: Besluit experiment gesloten coffeeshopketen;
- −. eindproduct: door een aangewezen teler geproduceerde hennep of hasjiesj in de vorm waarin deze door hem voor de verkoop wordt aangeboden aan coffeeshophouders en waarin al dan niet tevens ingrediënten van andere oorsprong zijn verwerkt;
- −. hennepplant: plant van het geslacht Cannabis;
- −. hennepvariëteit: soort hennepplant met een eigen chemisch profiel waarin onder meer het THC en CBD gehalte besloten ligt;
- –. mengbatch: een samenstelling van meerdere batches;
- −. verpakkingseenheid: verzegelde verpakkingseenheid als bedoeld in artikel 29, tweede lid, van het besluit waarin een of meerdere eindproducten zijn opgenomen;
- −. track-and-tracesysteem: elektronische systeem, bedoeld in artikel 33, tweede lid, van het besluit;
- –. de minister: de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport;
- −. producteenheden: het aantal eindproducten;
- −. productielocatie: locatie als bedoeld in artikel 20, onderdeel d, van het besluit.
- −. vervoersbeweging: vervoer van hennep of hasjiesj tussen de productielocatie van een aangewezen teler en de coffeeshop van een coffeeshophouder dan wel vice versa of, indien de aangewezen teler over meerdere productielocaties beschikt, het vervoer van hennep of hasjiesj tussen die productielocaties.
Paragraaf 2. Nadere regels over de loting en verdere selectie van telers
Artikel 2. (loting)
Tot deelname aan een loting als bedoeld in artikel 18, eerste lid, van het besluit worden uitsluitend toegelaten de aanvragen die niet reeds buiten behandeling zijn gesteld of die niet reeds zijn afgewezen op grond van artikel 19, eerste lid, onderdelen a tot en met j, of tweede lid, van het besluit.
Artikel 3. (uitvoering van de loting)
De loting wordt uitgevoerd door een notaris, aan te wijzen door de minister.
De minister kent aan de aanvragen die deelnemen aan de loting, een uniek nummer toe en verstrekt die unieke nummers aan de notaris.
Bij de loting kunnen als toehoorder aanwezig zijn een ambtenaar van het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport en van het Ministerie van Justitie en Veiligheid.
De loting is onverminderd het derde lid niet openbaar.
De notaris maakt een proces-verbaal op van de loting dat binnen de door de minister aangegeven termijn aan hem wordt overgelegd.
Het proces-verbaal is gedagtekend en vermeldt de wijze waarop de loting is uitgevoerd, de uitslag en de datum van de loting en is ondertekend door de notaris.
De uitslag van de loting wordt als volgt in het proces-verbaal vermeld:
- a. een lijst met daarop in de rangorde van trekking, genummerd van 1 tot en met 10: de unieke nummers waarop een winnend lot is gevallen, en
- b. een lijst met daarop in de rangorde van trekking, genummerd 11 en volgende: de overige unieke nummers waarop niet een winnend lot is gevallen.
Als winnend lot wordt aangemerkt een aan de loting deelnemende aanvraag die in een van de eerste tien rondes van de loting is getrokken.
Artikel 4. (informatievoorziening na loting)
De minister informeert de aanvrager wiens aanvraag aan de loting heeft deelgenomen, onverwijld na ontvangst van het in artikel 3, vijfde lid, bedoelde proces-verbaal, of op zijn aanvraag wel of geen winnend lot is gevallen. Indien op zijn aanvraag geen winnend lot is gevallen, wordt hij tevens geïnformeerd over zijn plaats in de wachtrij, bedoeld in artikel 5, eerste lid.
Artikel 5. (termijn en werking wachtrij)
De minister houdt een wachtrij in stand. Aanvragen die aan de loting hebben deelgenomen maar waarop geen winnend lot is gevallen, worden in de wachtrij geplaatst tenzij de aanvrager te kennen geeft niet of niet langer van deze mogelijkheid gebruik te willen maken.
De periode gedurende welke de wachtrij in stand wordt gehouden, eindigt uiterlijk twee jaar na de dag waarop de uitvoering van het experiment, bedoeld in artikel 4, eerste lid, van de wet, aanvangt.
De volgorde van de wachtrij komt overeen met de rangorde van de uitslag van de loting, bedoeld in artikel 3, zevende lid, onderdeel b.
De minister en de Minister van Justitie en Veiligheid kunnen een aanvraag uit de wachtrij verder in behandeling nemen indien naar hun oordeel onvoldoende aangewezen telers resteren om met de uitvoering van het experiment, bedoeld in artikel 4, eerste lid, van de wet, te kunnen aanvangen of dit te kunnen voortzetten.
Indien een aanvraag uit de wachtrij verder in behandeling wordt genomen, schuift de volgorde van de aanvragen in de wachtrij dienovereenkomstig op.
Het vijfde lid is van overeenkomstige toepassing indien een aanvrager te kennen heeft gegeven niet of niet langer van de wachtrij gebruik te willen maken.
Artikel 6. (opschorting termijn in verband met de loting en wachtrij)
De wettelijke termijn waarbinnen een besluit op een aanvraag om aanwijzing als teler dient te worden genomen, wordt voor aanvragen waarop een winnend lot is gevallen, opgeschort voor de duur van de periode die begint met de dag waarop toepassing wordt gegeven aan artikel 18, eerste lid, van het besluit en eindigt met de dag van ontvangst van het proces-verbaal van de loting door de minister.
De wettelijke termijn waarbinnen een besluit op een aanvraag om aanwijzing als teler dient te worden genomen, wordt ter zake van aanvragen waarop niet een winnend lot is gevallen, opgeschort voor de duur van de periode die begint met de dag waarop toepassing wordt gegeven aan artikel 18, eerste lid, van het besluit en eindigt op uiterlijk de dag twee jaar na de dag waarop de uitvoering van het experiment, bedoeld in artikel 4, eerste lid van de wet, aanvangt, tenzij:
- a. de aanvraag voordien uit de wachtrij is gehaald, in welk geval deze termijn eindigt met de dag waarop de verdere behandeling van de aanvraag aanvangt, of
- b. de aanvraag niet in de wachtrij is geplaatst of voordien uit de wachtrij is gehaald omdat de aanvrager te kennen heeft gegeven hiervan niet of niet langer te willen gebruikmaken, in welk geval deze periode eindigt met de dag waarop de aanvrager dit kenbaar heeft gemaakt.
Paragraaf 2a. Handelsvoorraad coffeeshophouders
Artikel 7. (vormgeving en uiterlijk van de verpakking)
Een verpakkingseenheid als bedoeld in artikel 29 van het besluit:
- a. is transparant of niet transparant, in welk geval de volledige verpakkingseenheid uit één dekkende kleur bestaat of de binnenzijde van de verpakkingseenheid uit één dekkende kleur bestaat en de buitenzijde uit een andere dekkende kleur bestaat;
- b. is effen en vrij van opdrukken anders dan het etiket, bedoeld in artikel 8, en de onvervangbare verzegeling, bedoeld in artikel 29, tweede lid, van het besluit;
- c. heeft een gladde textuur zonder reliëf, decoratieve richels, decoratieve uitstulpingen of andere decoratieve onregelmatigheden;
- d. heeft geen uitklapbaar gedeelte;
- e. bevat geen geur of geluid; en
- f. heeft geen verborgen functie die het uiterlijk verandert.
De kleur van een niet-transparante verpakking:
- a. heeft een matte afwerking en geen metalen eigenschappen of glans; en
- b. is niet fluorescerend of bevat geen pigmenten die ultraviolette energie absorberen.
Artikel 8. (etiket)
De aangewezen teler voorziet elke verpakkingseenheid van een wit etiket dat daarop onlosmakelijk wordt bevestigd en waarop de volgende informatie is gedrukt:
- a. de informatie, bedoeld in artikel 29, tweede lid, onderdelen b tot en met f, van het besluit, met dien verstande dat het THC-symbool wordt weergegeven als het in bijlage VI opgenomen symbool in de aangegeven kleur rood en dat het gewicht van de hennep of hasjiesj en het percentage THC en CBD als volgt wordt weergegeven: het aantal gram van de in de verpakkingseenheid opgenomen hennep of hasjiesj zonder het gewicht van eventueel daarin verwerkte ingrediënten van andere oorsprong dan van de hennepplant, en het percentage THC en CBD in die hennep of hasjiesj in hele procenten, waarbij een percentage van minder dan 1 procent kan worden weergegeven als ‘< 1 procent’;
- b. het totale gewicht van het in de verpakkingseenheid opgenomen eindproduct of, indien meerdere eindproducten in de verpakkingseenheid zijn opgenomen, het totale gewicht van de eindproducten gezamenlijk, alsmede de samenstelling van het eindproduct, waarbij alle ingrediënten in aflopende hoeveelheden op het etiket worden vermeld;
- c. de gezondheidswaarschuwing “houd buiten bereik van kinderen” en de in bijlage I opgenomen symbolen in de aangegeven kleuren zwart en rood;
- d. indien de aangewezen teler dat wenst:
- 1°. informatie over allergenen;
- 2°. een algemene waarschuwing, een informatieve boodschap of een gecombineerde gezondheidswaarschuwing als bedoeld in artikel 3.2, eerste lid, van het Tabaks- en rookwarenbesluit;
- 3°. een eventuele door hem gevoerde code, anders dan de voorgeschreven unieke identificatiemarkering of de QR-code, bedoeld in het tweede lid of artikel 9;
- e. de handelsnaam en contactgegevens voor de consument, van de aangewezen teler van wie het product afkomstig is;
- f. indien de coffeeshophouder dat wenst, zijn handelsnaam en contactgegevens voor de consument.
Onverminderd het eerste lid mag de aangewezen teler op het etiket een QR-code aanbrengen die elektronisch toegang geeft tot de in het eerste lid bedoelde informatie zoals opgenomen op het etiket, of eventueel overige informatie over het betreffende eindproduct voor zover die overige informatie blijkt uit een in zijn opdracht door een laboratorium als bedoeld in artikel 28 van het besluit uitgevoerde controle. De betreffende testuitslag dient in dat geval eveneens via de QR-code toegankelijk te zijn. Artikel 11 is van overeenkomstige toepassing op de in dit lid bedoelde controle.
Het etiket bestrijkt minimaal 30% van het geheel van de buitenzijde van de verpakking.
In afwijking van het eerste lid, aanhef, mag de informatie, bedoeld in het eerste lid, onderdeel f, door de coffeeshophouder na ontvangst van de verpakkingseenheden op het etiket worden aangebracht door middel van een sticker, mits de reeds op het etiket gedrukte informatie onaangetast en volledig zichtbaar blijft.
De tekst op het etiket of op een daarop aangebrachte sticker als bedoeld in vierde lid, voldoet aan de volgende eisen:
- a. standaard lettertype Helvetica of Arial, zonder vetgedrukte opmaak of andere opmaakvarianten;
- c. weergegeven in letters van het alfabet en getallen, met dien verstande dat voor de aanduiding van het e-mailadres en het percentage THC en CBD, de daarvoor gebruikelijke tekens worden gebruikt;
- d. hoofdletters worden uitsluitend gebruikt voor de eerste letter van elk woord; en
- e. de tekst dient zo groot mogelijk op het etiket te worden weergegeven.
Artikel 9. (bijsluiter)
De aangewezen teler voorziet elke verpakkingseenheid van een van rijkswege verstrekte of door hemzelf gegeneerde QR-code via welke, zonder dat daartoe de verpakkingseenheid moet worden geopend, de in bijlage II opgenomen informatie in de aangegeven kleuren en de daarbij behorende animatie elektronisch raadpleegbaar zijn.
Boven of onder de QR-code wordt de aanduiding ‘Bijsluiter’ vermeld.
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.