Besluit van 6 juli 2020, houdende regels voor de uitvoering van de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening (Besluit gemeentelijke schuldhulpverlening)
Op de voordracht van de Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid van 24 april 2020, nr. 2020-0000053114;
Gelet op de artikelen 3, eerste lid, onderdeel b, 5, tweede en derde lid, en 8, eerste en tweede lid, van de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening;
De Afdeling advisering van de Raad van State gehoord (advies van 10 juni 2020, No. W12.20.0124/III);
Gezien het nader rapport van de Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid van 1 juli 2020, nr. 2020-0000089689
Hebben goedgevonden en verstaan:
§ 1. Algemene bepalingen
Artikel 1. Begripsbepaling
In dit besluit en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:
- boedel: goederen van de cliënt ten tijde van de uitspraak tot instelling van een afkoelingsperiode, alsmede goederen die hij tijdens de afkoelingsperiode verkrijgt;
- plan van aanpak: plan van aanpak voor de schuldhulpverlening als bedoeld in artikel 4a, eerste lid, onderdeel a, van de wet;
- schuldhulpverlener: degene die namens het college de cliënt ondersteunt in het kader van de gemeentelijke schuldhulpverlening;
§ 2. Gegevensverstrekking vroegsignalering
Artikel 2. Gegevensverstrekking huurachterstand
De verhuurder van een tot bewoning bestemde onroerende zaak verstrekt als er achterstand is in het betalen van de huur de contactgegevens van de huurder en de hoogte van de achterstand aan het college voor schuldhulpverlening, als hij:
- a. inspanning heeft geleverd om in persoonlijk contact te treden met de huurder om deze te wijzen op mogelijkheden om betalingsachterstanden te voorkomen en te beëindigen;
- b. de huurder gewezen heeft op de mogelijkheden voor schuldhulpverlening;
- c. de huurder ten minste eenmaal een schriftelijke herinnering heeft gestuurd over de betalingsachterstand; en
- d. bij die schriftelijke herinnering heeft aangeboden om met schriftelijke toestemming van de huurder zijn contactgegevens aan het college te verstrekken en de huurder daarop niet afwijzend heeft gereageerd.
Artikel 3. Signalen
Als signaal als bedoeld in artikel 3, eerste lid, onderdeel b, van de wet wordt aangewezen de gegevens die worden verstrekt:
- a. op grond van artikel 2;
- b. krachtens artikel 9, tweede lid, van de Drinkwaterwet;
- c. op grond van artikel 89, eerste juncto negende lid, van de Zorgverzekeringswet;
- d. krachtens artikel 2.26, derde lid, onderdeel a, van de Energiewet; of
- e. krachtens artikel 4, derde lid, van de Warmtewet.
§ 3. Breed moratorium
Artikel 4. Verzoek tot afkoelingsperiode
Voor een cliënt kan de afkondiging van een afkoelingsperiode worden verzocht, als bedoeld in artikel 5, eerste lid, van de wet.
Het verzoek voor een afkoelingsperiode wordt gedaan door het college bij de rechtbank van de woonplaats van de cliënt. Op het verloop van de procedure zijn de artikelen 278 tot en met 291 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering van toepassing.
Bij het verzoek worden in ieder geval overgelegd:
- a. een door behoorlijke bescheiden gestaafde en actuele staat opgemaakt door de schuldhulpverlener, waaruit de omvang van de boedel en alle bekende schulden, de namen en woonplaatsen van de schuldeisers, alsmede de hoogte van hun vorderingen, blijken;
- b. een overzicht van de in het beslagregister van de Koninklijke Beroepsorganisatie van Gerechtsdeurwaarders, ingesteld op grond van de artikelen 57, tweede lid, en 80 van de Gerechtsdeurwaarderswet ingeschreven of anderszins bekende beslagen;
- c. een met redenen omklede verklaring van het college dat een afkoelingsperiode noodzakelijk is in het kader van de schuldhulpverlening;
- d. een plan van aanpak alsmede een machtiging tot beheer of, in voorkomend geval, nadere afspraken met de bewindvoerder; en
- e. een formulier, waarvan het model is opgenomen in de bijlage bij dit besluit, waarin de cliënt verklaart mee te werken aan de schuldhulpverlening en dat hij zich zal houden aan de bijbehorende verplichtingen.
Indiening van het verzoek behoeft niet door een advocaat te geschieden.
Artikel 5. Toe- en afwijzingsredenen afkoelingsperiode
Het verzoek voor een afkoelingsperiode wordt toegewezen als voldoende aannemelijk is:
- a. dat de cliënt de uit de schuldhulpverlening voortvloeiende verplichtingen naar behoren zal nakomen; en
- b. dat de afkoelingsperiode noodzakelijk is in het kader van de schuldhulpverlening en in het belang is van de gezamenlijke schuldeisers.
Het verzoek wordt afgewezen indien:
- a. in de tien jaar voorafgaande aan de dag waarop het verzoek, bedoeld in artikel 4, is ingediend, al eerder een afkoelingsperiode is afgekondigd;
- b. na indiening van het verzoek, bedoeld in artikel 4, blijkt dat de cliënt de rechtbank heeft verzocht om de toepassing van de schuldsaneringsregeling natuurlijke personen, bedoeld in Titel III van de Faillissementswet, uit te spreken.
Bij toewijzing van het verzoek stelt de rechter de duur van de afkoelingsperiode vast met inachtneming van artikel 4, eerste lid.
Artikel 6. Verplichtingen cliënt
Tot de verplichtingen die de cliënt gedurende de afkoelingsperiode na moet komen behoren in ieder geval de verplichtingen om:
- a. op verzoek of onverwijld uit eigen beweging mededeling te doen van alle feiten en omstandigheden waarvan hem redelijkerwijs duidelijk moet zijn dat zij van invloed kunnen zijn op de op hem van toepassing zijnde schuldhulpverlening;
- b. medewerking te verlenen aan de schuldhulpverlening;
- c. naar vermogen baten voor de boedel te verwerven;
- d. mee te werken aan het beheer van zijn boedel en schulden door de schuldhulpverlener;
- e. zijn betalingsverplichtingen na te komen uit verbintenissen tot het geregeld leveren van gas, water, elektriciteit en verwarming, tot verzekering van zorgkosten, opstal, wettelijke aansprakelijkheid en motorrijtuigen, alsmede tot betaling van huur of hypotheeklasten; en
- f. geen nieuwe schulden aan te gaan.
Artikel 7. Doorkruisende verzoeken
Indien een verzoek tot faillietverklaring en een verzoek tot afkondiging van een afkoelingsperiode als bedoeld in artikel 4 gelijktijdig bij de rechtbank aanhangig zijn, wordt eerst laatstgenoemd verzoek behandeld.
Artikel 8. Tussentijdse beëindiging afkoelingsperiode
Het college is gehouden de rechtbank te verzoeken om tussentijdse beëindiging van de afkoelingsperiode indien:
- a. het verzoek voor een afkoelingsperiode blijkt te zijn gebaseerd op onjuiste informatie van de kant van de cliënt en geen verzoek zou zijn gedaan als het college had beschikt over de juiste gegevens;
- b. de machtiging aan de schuldhulpverlener tot beheer van de boedel van de cliënt is ingetrokken of handelingen zijn of worden verricht waardoor een of meerdere schuldeisers worden benadeeld;
- c. de cliënt wordt geacht weer aan al zijn betalingsverplichtingen te kunnen voldoen;
- d. het met de afkoelingsperiode samenhangende schuldhulpverleningstraject is of wordt beëindigd;
- e. de cliënt in ernstige mate of herhaaldelijk tekortschiet in de nakoming van een van de in artikel 6, onderdelen a tot en met d dan wel f, genoemde verplichtingen;
- f. de cliënt de in artikel 6, onderdeel e, genoemde betalingsverplichtingen heeft geschonden, waardoor ten aanzien van ten minste één van die verplichtingen een betalingsachterstand is ontstaan van één maand of meer.
In overige gevallen kan het college de rechtbank verzoeken om tussentijdse beëindiging van de afkoelingsperiode.
De cliënt kan de rechtbank verzoeken om tussentijdse beëindiging van de afkoelingsperiode als hij aannemelijk maakt in staat te zijn aan zijn betalingsverplichtingen te kunnen voldoen.
De afkoelingsperiode eindigt van rechtswege met het overlijden van de cliënt.
Artikel 9. Behandeling verzoek
In het geval van een verzoek als bedoeld in de artikelen 4 en 8 wordt het college opgeroepen. De rechtbank kan de cliënt, schuldeisers en het Openbaar Ministerie oproepen om gehoord te worden.
De rechtbank beslist onverwijld op het verzoek. De afkoelingsperiode gaat in op de dag volgende op de dag van de uitspraak.
De griffier doet van de beschikking tot vaststelling of tussentijdse beëindiging van een afkoelingsperiode en het tijdstip daarvan, alsmede in het eerste geval het tijdstip waarop deze zal eindigen, onmiddellijk aankondiging in de Staatscourant. Het college informeert terstond de bekende schuldeisers, bedoeld in artikel 4, derde lid, onderdeel a.
Artikel 10. Opschortende werking
Gedurende de afkoelingsperiode kan de cliënt niet tot betaling van zijn schulden, ontstaan voor afkondiging van de afkoelingsperiode, worden genoodzaakt en worden alle tot verhaal van die schulden strekkende executies opgeschort.
Artikel 11. Behoud van retentierecht
Een schuldeiser die een retentierecht heeft op een aan de cliënt toebehorende zaak verliest dit recht niet door aanvang van de afkoelingsperiode.
§ 4. Gegevensverstrekking schuldhulpverlening
Artikel 12. Interne verstrekking
Om een plan van aanpak op te stellen verstrekt het college intern voor schuldhulpverlening op verzoek de volgende gegevens die zijn verwerkt over de inwoner bij de uitvoering van de Participatiewet, de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 en de Jeugdwet:
- a. contactgegevens hulpverleners of klantmanagers;
- b. gegevens opgenomen in de basisregistratie personen; en
- c. gegevens over de inkomsten- en vermogenspositie.
Artikel 13. Gegevensverstrekking voor het besluit tot verlenen van schuldhulp
Colleges van andere gemeenten verstrekken op verzoek van een college voor het besluit tot verlenen van schuldhulp gegevens over eerder gebruik van schuldhulpverlening door de inwoner.
Op verzoek van een college worden voor het besluit tot verlenen van schuldhulp gegevens over een onherroepelijke bestuurlijke boete die aan een inwoner is opgelegd in verband met financiële benadeling van een bestuursorgaan, verstrekt door:
- a. het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen;
- b. de Sociale verzekeringsbank;
- c. de colleges van andere gemeenten;
- d. Onze Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap in verband met de uitvoering van de Wet Studiefinanciering 2000 en de Wet tegemoetkoming onderwijsbijdrage en schoolkosten;
- e. de Belastingdienst in verband met de uitoefening van de aan hem opgedragen taken, bedoeld in de Algemene wet inzake rijksbelastingen; en
- f. de Dienst Toeslagen in verband met de uitvoering van de Algemene Wet inkomensafhankelijke regelingen.
Het college raadpleegt de in de basisregistratie personen opgenomen gegevens van de inwoner in verband met de verificatie van de identiteit en de gegevens over het verblijfsrecht om vast te stellen of hij in aanmerking komt voor schuldhulpverlening als bedoeld in artikel 3, vierde lid, van de wet.
Een verzoek als bedoeld in het eerste en tweede lid wordt alleen gedaan als de gemeenteraad in zijn plan, bedoeld in artikel 2 van de wet, heeft opgenomen dat toepassing kan worden gegeven aan artikel 3, tweede en derde lid, van de wet.
Artikel 14. Gegevensverstrekking van inkomsten en vermogen voor vaststelling plan van aanpak
De hieronder genoemde bestuursorganen verstrekken op verzoek van het college de volgende gegevens om de inkomsten- en vermogenspositie van de inwoner te bepalen om een plan van aanpak vast te stellen:
- a. de Belastingdienst: de gegevens over inkomen en vermogen die verkregen zijn bij de heffing van belastingen en de premies volksverzekeringen op grond van de Algemene wet inzake rijksbelastingen;
- b. de Dienst Toeslagen: de gegevens over de toekenning van tegemoetkomingen en de daarop verleende voorschotten met toepassing van de Algemene Wet inkomensafhankelijke regelingen;
- c. de Dienst voor het Kadaster en de openbare registers: de gegevens die worden verwerkt in de basisregistratie kadaster;
- d. de Dienst wegverkeer, bedoeld in artikel 4a van de Wegenverkeerswet 1994: de gegevens die worden verwerkt in de basisregistratie voertuigen;
- e. de Kamer van Koophandel: de naam of de handelsnaam waaronder een inwoner handelt en de ondernemingen en rechtspersonen waarbij een inwoner blijkens het handelsregister betrokken is;
- f. het Landelijk Bureau Inning Onderhoudsbijdragen, genoemd in artikel 2, eerste lid, van de Wet Landelijk Bureau Inning Onderhoudsbijdragen: de gegevens over de kinder- en partneralimentatie;
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.